Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBMNE:2022:1123

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Datum uitspraak
11-03-2022
Datum publicatie
04-05-2022
Zaaknummer
9570508 UE VERZ 21-344
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

WNRA, verzoek om ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen, gebruik NS-businesscard voor privé-doeleinden, integriteit,

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0501
TAR 2022/68
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

locatie Utrecht

zaaknummer: 9570508 UE VERZ 21-344 VS/1257

Beschikking van 11 maart 2022

inzake

de publiekrechtelijke rechtspersoon

[verzoekster] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

verder ook te noemen [verzoekster] ,

verzoekende partij,

gemachtigde: mr. L. van de Vrugt,

tegen:

[verweerster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen [verweerster] ,

verwerende partij,

gemachtigde: mr. H.S.P. Stuiver.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het verzoekschrift van [verzoekster] met producties (43), ingekomen op 3 december 2021;

  • -

    het verweerschrift van [verweerster] , tevens zelfstandig verzoek tot wedertewerkstelling, met producties (a tot en met y) van 2 februari 2022;

  • -

    de nagezonden producties 44 tot en met 47 van [verzoekster] ;

  • -

    de reactie van [verweerster] met productie z.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 11 februari 2022.

Namens [verzoekster] waren aanwezig mevrouw mr. [A] , mevrouw [B] en de heer [C] , bijgestaan door mr. L. van de Vrugt.

Mevrouw [verweerster] was aanwezig, bijgestaan door mr. H.S.P. Stuiver.

Partijen hebben hun standpunten toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. Zij hebben geantwoord op de door de kantonrechter gestelde vragen en zij hebben op elkaar kunnen reageren. Van het verhandelde op de zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt.

1.3.

Hierna is uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

[verweerster] , geboren op [geboortedatum] 1986, is sinds 1 oktober 2010 bij [verzoekster] in dienst, laatstelijk als Assistent C in het onderdeel Mens en Organisatie (hierna: M&O) dat ressorteert onder het organisatieonderdeel Bedrijfsvoering- en Strategienetwerk (hierna: BSN). [verweerster] werkt 36 uur per week. Haar salaris bedraagt € 3.490,00 bruto per maand, te vermeerderen met een IKB-budget van 17,05%.

Van toepassing op de arbeidsverhouding is de CAO Gemeenten.

2.2.

[verweerster] is als Assistent C verantwoordelijk voor onder andere het agendabeheer, het organiseren, voorbereiden en plannen van vergaderingen voor het management.

De heer [C] , clustermanager M&O (hierna: [C] ) is de direct leidinggevende van [verweerster] . Mevrouw [B] (hierna: [B] ) is Manager Staf Bedrijfsvoering en Strategie en Integraal Resultaat Verantwoordelijke (IRM) voor het organisatieonderdeel BSN.

2.3.

In 2018 heeft [verzoekster] vanuit het Personeelsfonds aan [verweerster] een lening verstrekt van € 25.000,00, dit naar aanleiding van loonbeslagen in verband met bij [verweerster] ontstane schulden. [verzoekster] heeft voor [verweerster] een budgetcoach ingeschakeld.

2.4.

Op 15 oktober 2020 vindt een gesprek plaats tussen [C] en [verweerster] naar aanleiding van een loonbeslag. In een brief van 4 december 2020 geeft [C] een verslag van dit gesprek. Hij zegt dat het loonbeslag in het licht van de schuldenproblematiek van [verweerster] een zorgelijke zaak is. Op dat moment bestaat er een plan om de schulden binnen drie jaar af te lossen en [verweerster] heeft aangegeven dat zij er op toe zal zien dat zij geen nieuwe schulden aangaat. [C] geeft mee dat als [verweerster] onverhoopt problemen ervaart met de aflossing van de schulden of de schuldenlast toeneemt zij dat moet melden. De situatie kan dan opnieuw bekeken worden en extra hulp door middel van bedrijfsmaatschappelijk werk en/of budgetbeheer kan worden ingeschakeld.

2.5.

Aan [verweerster] is een NS Business Card ter beschikking gesteld waarvoor zij op

1 februari 2016 een gebruikersovereenkomst heeft ondertekend. In de gebruikersovereenkomst staat vermeld, voor zover hier van belang, dat de kaart niet gebruikt mag worden voor privédoeleinden en voor deur-tot-deurdiensten, waaronder de OV-fiets en de Greenwheels-huurauto. Verder is bepaald dat de kaart niet aan derden ter beschikking mag worden gesteld, dat [verweerster] toestemming verleent aan HRM FOBO om de reisgegevens van de NS Business Card in te zien, en dat [verweerster] akkoord gaat dat, indien zij handelt in strijd met de bepalingen van de gebruikersovereenkomst de eventuele kosten daarvan worden verrekend met het salaris.

2.6.

Bij een controle in augustus 2021 van de facturen van de NS constateert de heer

[D] , adviseur HR Services (hierna: [D] ), dat [verweerster] sinds 16 juni 2021 gebruikmaakt van de zogenoemde Greenwheels-dienst. De door [verweerster] in dit verband gemaakte kosten in de periode 16 juni – 31 juli 2021 bedragen € 3.554,49 inclusief BTW.

2.7.

[D] heeft [C] op 14 augustus 2021 over voornoemd gebruik door [verweerster] van Greenwheels en een OV-fiets geïnformeerd. Daarbij heeft [D] gevraagd of [C] voor het gebruik van deze diensten alsnog akkoord wil geven. Deze diensten zijn namelijk eerder zonder akkoord van de leidinggevende door de servicedesk van [verzoekster] aangezet. [C] geeft dat akkoord niet en laat de diensten op

17 augustus 2021 blokkeren.

2.8.

Op 17 augustus 2021 heeft [C] via WhatsApp aan [verweerster] gemeld

- zakelijk weergegeven - dat zij via het serviceplein “deur tot deur diensten’ heeft laten activeren waarvoor hij geen toestemming heeft gegeven. Er worden hoge kosten voor deze diensten bij [verzoekster] in rekening gebracht. [verweerster] antwoordt dat zij zich niet kan herinneren dat zij die diensten aan heeft laten zetten en dat zij begrijpt dat dat moet worden goedgekeurd. [verweerster] stelt verder dat zij er met Greenwheels contact over heeft gehad en dat zij niet van de hoge kosten op de hoogte was.

2.9.

Op 6 september 2021 vindt een gesprek plaats tussen [C] , [verweerster] en mevrouw [A] , jurist arbeidsrecht bij [verzoekster] (hierna: [A] ). Van dit gesprek is een (woordelijk) verslag gemaakt.

2.10.

Bij e-mailbericht van dezelfde dag meldt [verweerster] aan [C] , zakelijk weergegeven, dat zij erg geschrokken is van het feit dat [verzoekster] haar integriteit met betrekking tot het gebruik van de NS Business Card in twijfel trekt. Zij wijst op de inschrijving waarin staat dat zij Greenwheels op haar privé-(mail)adres heeft aangevraagd. Zij stelt dat de kosten door een fout bij [verzoekster] terecht zijn gekomen. [verweerster] ontvangt graag zo spoedig mogelijk de volledige rekening zodat zij de kosten kan voldoen.

2.11.

Bij brief van 8 september 2021 meldt [B] aan [verweerster] dat er meer onderzoek nodig is. [verweerster] wordt conform het Onderzoeksprotocol integriteitsschendingen en misstanden per direct op non-actief gesteld waarbij haar de toegang tot de telefonische en gemeentelijke digitale systemen wordt ontzegd. [verweerster] heeft bezwaar gemaakt tegen op non-actiefstelling en de blokkade van haar werkaccount.

2.12.

[verweerster] heeft op 1 oktober 2021 de bedrijfseigendommen (waaronder een mobiele telefoon en laptop) ingeleverd bij [verzoekster] .

2.13.

[B] heeft [onderzoeksbureau] , een extern onderzoeksbureau, gevraagd om het vermoeden van integriteitsschending te onderzoeken. Op 3 november 2021 heeft [onderzoeksbureau] het onderzoeksrapport vrijgegeven. [onderzoeksbureau] concludeert het volgende:

Conclusie 1: Mevrouw [verweerster] heeft in strijd met de gebruikersovereenkomst haar business card ingezet voor privé reizen.

(…)

Conclusie 2: Op telefonisch verzoek van mevrouw [verweerster] heeft het serviceplein de deur-tot-deur diensten aangezet waaronder Greenwheels op 16 juni 2021 en eerder in 2020 voor OV-fietsen.

(…)

Conclusie 3: Mevrouw [verweerster] heeft reeds in de periode 16 juni – 12 juli 2021 gezien dat privé Greenwheels en treinreizen via haar NS business card liepen. Zij heeft hier geen melding van gemaakt. Integendeel, het lijkt er zeer sterk op dat zij bedragen (totaal € 1.112) die behoren tot privé uitgaven, actief als zakelijk c.q. woon-werk heeft toegewezen in de NS portal en de business card bewust oneigenlijk heeft ingezet.

(…)

2.14.

In het op 18 november 2021 aan [B] uitgebrachte advies van het Standby Team Integriteit wordt geconcludeerd dat sprake is van een grove integriteitsschending door [verweerster] . Dit vanwege de aard van de gedragingen (privéreizen maken op de NS Business Card, waarbij deze kosten actief zijn afgewenteld op [verzoekster] ), de omvang van dit handelen (ruim 40 autoritten met een kostenpost van ruim € 5.500,00) en het gebrek aan bereidheid om hier de nodige openheid over te verschaffen, dan wel aan het onderzoek de nodige medewerking te verlenen.

2.15.

Op 25 november 2021 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [verweerster] , haar advocaat, [A] en [B] .

2.16.

Bij brief van 30 november 2021 meldt [B] aan [verweerster] dat [verzoekster] een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst zal indienen.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekster] verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden primair vanwege ernstig verwijtbaar handelen (e-grond). Voor [verzoekster] staat vast dat [verweerster] , gezien de duur, frequentie en omvang van de kosten, wist wat zij deed toen zij gebruik maakte van de aan de NS Business Card verbonden Greenwheels-faciliteit. [verweerster] heeft zich meerdere malen schuldig gemaakt aan misbruik van dienstmiddelen (de NS Business Card en waarschijnlijk ook de mobiele telefoon) voor privé-doeleinden. [verweerster] heeft geprobeerd op kosten van [verzoekster] gebruik te maken van de Greenwheels-diensten en zij heeft de met Greenwheels gemaakte reizen actief als ‘zakelijk’ gelabeld. [verweerster] heeft ook haar familie laten profiteren van NS Business Card en Greenwheels-diensten. Daar komt bij dat [verweerster] het feitenonderzoek heeft proberen te frustreren door de mobiele telefoon te wissen en terug te zetten naar fabrieksinstellingen. Bovendien is met [verweerster] in het kader van de haar door [verzoekster] verstrekte lening en ondersteuning de afspraak gemaakt dat zij geen nieuwe schulden zou aangaan en dat zij, mocht dat fout gaan, dat meteen zou aankaarten. Ook dat heeft [verweerster] niet gedaan. Deze gedragingen raken aan de integriteit van [verweerster] en dat levert in de visie van [verzoekster] ernstig verwijtbaar handelen of nalaten op.

Subsidiair wordt ontbinding verzocht vanwege een verstoorde arbeidsverhouding (g-grond). [verweerster] heeft geen openheid van zaken gegeven en haar uitleg is niet consistent. In plaats van inzicht te hebben in haar eigen handelen, legt [verweerster] het buiten zichzelf. [verzoekster] heeft er geen enkel vertrouwen in dat het vertrouwen in [verweerster] nog kan worden hersteld.

Meer subsidiair wordt ontbinding verzocht op de combinatie-grond (i-grond), omdat de combinatie van voornoemde ontbindingsgronden zodanig is dat van [verzoekster] in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

Uiterst subsidiair verzoekt [verzoekster] om ontbinding op grond van artikel 7:686 BW wegens een (ernstige) tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

[verweerster] verweert zich tegen het verzoek van [verzoekster] en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. Zij verzoekt de kantonrechter om in de beschikking te bepalen dat [verzoekster] haar dient toe te laten tot de werkplek om de overeengekomen werkzaamheden te hervatten binnen een week na deze beschikking, op straffe van een dwangsom. Verder verzoekt zij [verzoekster] te veroordelen in de kosten van deze procedure waaronder een bedrag van € 20.000,00 voor salaris gemachtigde.

4.2.

Volgens [verweerster] is van ernstig verwijtbaar gedrag (e-grond) geen sprake. Zij stelt - kort gezegd - dat [verzoekster] haar ten onrechte een bepaalde wetenschap toedicht. [verweerster] verkeerde in de veronderstelling dat zij Greenwheels als privépersoon heeft aangevraagd en heeft laten operationaliseren. Dat dit voor haar (maar in eerste instantie voor [verzoekster] ) een kostbare aangelegenheid is geworden, betreurt zij zeer. Zij heeft de auto opgehaald met de NS Business-Card en zij was er niet van op de hoogte dat dat gekoppeld was aan het rekeningnummer van de gemeente. Het was niet haar doel om stiekem een auto te huren op naam van de gemeente. [verweerster] weet dat [verzoekster] heel makkelijk de kan achterhalen en herleiden wie kosten heeft gemaakt met de business-card.

Ook het verwijt voor wat betreft het foutief labelen van de reizen treft geen doel. [verweerster] merkt op dat dat geen verplichting is. Zij ging ervan uit dat het een privéfaciliteit betrof en zakelijk labelen heeft daardoor een andere reden/betekenis dan [verzoekster] suggereert.

Er is ook geen sprake van een duurzaam en ernstig verstoorde arbeidsrelatie (g-grond). [verweerster] stelt dat wat er op 6 september 2021 is voorgevallen niet aan haar leidinggevende ligt, maar aan de onplezierige en dominerende wijze waarop de arbeidsjurist het gesprek voerde en invulde. Als er al wrijving aanwezig is kan dat volgens [verweerster] in een goed gesprek of met behulp van een mediator die gevoeligheid weggenomen worden.

Ontbinding op de cumulatie is evenmin aan de orde omdat de e- en de g-grond geen begin van een houdbare onderbouwing hebben bereikt.

4.3.

Voor het geval de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, verzoekt [verweerster] om rekening te houden met de opzegtermijn en om toekenning van een transitievergoeding van

€ 17.406,22. Tevens verzoekt [verweerster] om een verklaring van recht dat aan het ontslag is verbonden dat [verweerster] aanspraak krijgt op een WW-uitkering, een reparatie WW, een bovenwettelijke aanvullende uitkering alsmede op de na-wettelijke uitkering op grond van hoofdstuk 10 van de CAO en een billijke vergoeding van € 67.222,74 bruto, althans een bedrag dat de kantonrechter in goede justitie redelijk acht.

5 De beoordeling

Ten aanzien van het verzoek van [verzoekster]

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

5.2.

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet, het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), is bepaald wat een redelijke grond is (artikel 7:669 lid 3 BW). Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt. Verder kan een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst slechts worden ingewilligd als er geen opzegverboden als bedoeld in artikel 7:670 BW gelden. Van dit laatste is niet

gebleken.

Redelijke grond – verwijtbaar handelen (e-grond)

5.3.

[verzoekster] heeft haar verzoek primair gegrond op de stelling dat [verweerster] (ernstig) verwijtbaar heeft gehandeld omdat [verweerster] , van wie als ambtenaar integriteit en betrouwbaarheid wordt verwacht, zich niet heeft gehouden aan de voor haar geldende regels en integriteitseisen. [verzoekster] wijst in dit verband op artikel 4 van de Ambtenarenwet (AW) waarin wordt geregeld dat de overheidswerkgever een integriteitsbeleid voert en in dit kader zorgt voor een gedragscode. In het Handboek [.] Personeel is het eerste hoofdstuk gewijd aan integriteit. [verweerster] dient zich te houden aan de Gedragscode Integriteit en zij heeft bij haar aanstelling een integriteitsverklaring afgelegd. [verweerster] wordt verweten dat zij de door [verzoekster] ter beschikking gestelde middelen willens en wetens frequent voor privédoeleinden heeft gebruikt en dat actief heeft geprobeerd te verdoezelen. Daarnaast heeft [verweerster] in strijd met de gemaakte afspraken nieuwe schulden laten ontstaan.

5.4.

De kantonrechter overweegt dat op 1 januari 2020 de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking is getreden op grond waarvan [verweerster] van rechtswege een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht heeft met de [verzoekster] .

Wat er van [verweerster] als werknemer en ambtenaar mag worden verwacht, moet in dit geval worden beoordeeld aan de hand van artikel 7:611 BW waarin is bepaald dat een werknemer zich jegens zijn werkgever als goed werknemer dient te gedragen, en het bepaalde in artikel 6 AW, inhoudende dat iedere ambtenaar gehouden is de bij of krachtens de wet op hem rustende en uit zijn functie voortvloeiende verplichtingen te vervullen en zich ook overigens dient te gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt. Op grond van artikel 6 lid 2 AW geldt het niet naleven van de in het eerste lid bedoelde verplichting voor de toepassing van het Burgerlijk Wetboek als een tekortkoming in het nakomen van de plichten welke de arbeidsovereenkomst aan de ambtenaar oplegt.

5.5.

Bij een ontbinding op de e-grond moet het gaan om gedragingen van de werknemer waarvan het de werknemer duidelijk moet zijn dat de werkgever dergelijk gedrag (of het nalaten daarvan) als ontoelaatbaar beschouwt. Het moet gaan om verwijtbaar handelen of nalaten van de werknemer dat zodanig bezwaarlijk is dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling of hier sprake van is moeten alle omstandigheden van het geval worden meegenomen. De kantonrechter is, alles overziende, van oordeel dat er onvoldoende grond bestaat voor de gevraagde ontbinding op de e-grond. Dat wordt als volgt toegelicht.

5.6.

In de Gedragscode [verzoekster]1 staat beschreven wat van de werknemer wordt verwacht als het gaat om integer gedrag. Zo wordt ten aanzien van de binnen [verzoekster] geldende vier kernwaarden (open, wendbaar, scherp en betrouwbaar) uitgelegd wat die kernwaarden betekenen voor integer handelen. Ook worden er gedragsregels, gebundeld naar acht thema’s - omgaan met elkaar, tegengaan van corruptie, voorkomen van belangenverstrengeling, omgaan met informatie, omgaan met spullen van de gemeente, omgaan met bevoegdheden, onafhankelijk adviseren, en gedrag in privésfeer - uitgewerkt. Deze gedragsregels omschrijven wat men wel of niet mag doen. Het overtreden van die gedragsregels wordt beschouwd als plichtsverzuim, waarvoor de ambtenaar bestraft kan worden.

5.7.

[verweerster] betwist niet dat zij de NS Business Card heeft gebruikt voor de koppeling aan haar Greenwheels-account, waarmee aanzienlijke reiskosten zijn gemaakt. Ook staat niet ter discussie dat [verweerster] gebruik heeft gemaakt van een OV-fiets, dat de NS Business Card is gebruikt voor privéreizen en dat [verweerster] de kaart heeft uitgeleend aan derden. Dit alles is niet in overeenstemming met de bepalingen in de door [verweerster] op 1 februari 2016 ondertekende gebruikersovereenkomst met betrekking tot de NS Business Card. Dit kan [verweerster] worden aangerekend en [verzoekster] mag daar terecht kritisch over zijn.

5.8.

De kantonrechter overweegt dat de in de gedragscode genoemde gedragsregels en de daarbij gegeven voorbeelden, waarvan overtreding als plichtsverzuim moet worden aangemerkt, niet de [verweerster] verweten gedragingen omvatten. Los daarvan is de kantonrechter van oordeel dat de gedragingen van [verweerster] niet kwalificeren als een situatie waarin de integriteit van [verweerster] in het geding was, zodanig dat de arbeidsovereenkomst moet eindigen. Dat laatste zou wel het geval kunnen zijn als de door [verzoekster] veronderstelde opzet van [verweerster] bij het gebruik van de NS Business Card, in die zin dat zij louter voor eigen gewin en ten koste van [verzoekster] gebruik heeft gemaakt van de kaart en de daarbij behorende faciliteiten. [verweerster] zou dan gebruik en misbruik van haar positie als werknemer hebben gemaakt.

5.9.

[verweerster] heeft echter van meet af aan met klem betwist dat zij handelde met de intentie om voor eigen gewin [verzoekster] te benadelen. [verweerster] ging er vanuit

- kort gezegd - dat zij de kosten draagt van privéreizen die gemaakt worden in verband met de NS Business Card en dat deze kosten worden verrekend met haar salaris. Niet in geschil is dat binnen [verzoekster] iedere maand een controle plaatsvindt van de facturen van NS, en dat op die manier eventuele privéreizen worden verrekend met het salaris.

In de zomer van 2020 heeft [verweerster] bij het zogenoemde serviceplein van [verzoekster] de faciliteit OV-fiets aangevraagd. Op 16 juni 2021 heeft zij via het serviceplein verzocht om de faciliteit Greenwheels aan te zetten in verband met de koppeling van de NS Business Card aan haar account bij Greenwheels. Beide keren heeft [verweerster] de gevraagde faciliteit op eerste verzoek (probleemloos) van de servicepleinmedewerker gekregen. De kosten voor de OV-fiets zijn verrekend met het salaris van [verweerster]2.

5.10.

Over Greenwheels heeft [verweerster] onweersproken naar voren gebracht dat zij zich met eigen naam, (e-mail)adres en bankrekeningnummer heeft ingeschreven. Bij het aanmaken van het account wordt de optie gegeven om een OV-kaart aan het account te koppelen. [verweerster] heeft de NS Business Card - die [verweerster] aanmerkt als een persoonlijke OV-kaart, die zij van de NS heeft gekregen via [verzoekster]3 - gekoppeld waardoor er een zakelijk account ontstond. De Greenwheels-kosten werden vervolgens in rekening gebracht bij [verzoekster] . [verweerster] dacht dat de OV-kaart alleen nodig was om toegang te krijgen tot de auto. Zij wist niet er een koppeling plaatsvond met de bankrekening van [verzoekster] . Dat [verweerster] op deze manier het Greenwheels-account heeft aangemaakt roept weliswaar vragen op, maar is niet onvoorstelbaar. Het doet in ieder geval niet af aan de veronderstelling van [verweerster] dat de kosten van de Greenwheels-reizen voor haar eigen rekening komen, al dan niet door middel van een verrekening met haar salaris.

5.11.

Indien juist is dat [verweerster] de Greenwheels-reizen en de privéreizen met de trein aanvankelijk heeft gelabeld als ‘woon-werk’ of ‘zakelijk’4 kan dat ten opzichte van [verzoekster] (in beginsel) als zeer onachtzaam en onzorgvuldig worden aangemerkt. Een aantal van die reizen vond immers plaats op een zaterdag, zondag of anderszins buiten de normale werktijden zodat die reizen zonder meer aangemerkt moet worden als privéreizen en dus onterecht als ‘woon-werk’ of ‘zakelijk’ zijn aangevinkt. Dit argument is naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende overtuigend om opzet van [verweerster] aan te nemen. Immers, als [verweerster] wordt gevolgd in haar redenering dat haar Greenwheels-account persoonlijk was en gekoppeld was aan haar eigen bankrekening, dat haar partner de auto voor zijn werk gebruikte, dat die ritten als zakelijk zijn aangemerkt om in de onderneming van haar partner te worden gedeclareerd, dan staat het zakelijk labelen van die reizen in een ander daglicht. Wat daar ook van zij, vaststaat dat de meeste reisbewegingen op peildatum 24 september 2021 als ‘privé’ zijn gelabeld en dus, conform de verwachting van [verweerster] , automatisch zullen worden verrekend met haar salaris.

5.12.

De overige verwijten - het gebruiken van de telefoon voor privédoeleinden en het aangaan van nieuwe schulden - zijn naar het oordeel van de kantonrechter voldoende weerlegd door [verweerster] . Niet in geschil is dat beperkt privégebruik van de voor zakelijke doeleinden beschikbaar gestelde telefoon is toegestaan. Niet is gebleken dat [verweerster] de zakelijke telefoon bovenmatig privé heeft gebruikt.

[verweerster] heeft verder naar aanleiding van het vermeende nieuwe loonbeslag gesteld dat dat het inmiddels afbetaalde beslag van het CAK betrof. Op haar salaris vinden thans nog inhoudingen plaats in het kader van de lening van het Personeelsfonds en een regeling met het CJIB, waarvan betaling op verzoek van [verweerster] via haar salaris loopt. [verzoekster] heeft dit niet weersproken zodat de kantonrechter hiervan uitgaat. Het verwijt dat [verweerster] nieuwe schulden heeft laten ontstaan treft dus geen doel.

5.13.

De kantonrechter wil aannemen dat [verzoekster] na de ontdekking van de door [verweerster] gemaakte hoge reiskosten in verband met de NS Business Card erg geschrokken is. Zij heeft [verweerster] terecht om opheldering gevraagd. Op grond van de verklaringen van [verweerster] in onderlinge samenhang bezien met de gegevens uit het feitenonderzoek is naar het oordeel van de kantonrechter echter onvoldoende gebleken dat [verweerster] van haar werknemerschap gebruik of misbruik gemaakt. Daarom moet worden geoordeeld dat [verweerster] niet heeft gehandeld in strijd met de gedragscode. Het handelen in strijd met de gebruikersovereenkomst van de NS Business Card kwalificeert naar het oordeel van de kantonrechter niet als zodanig verwijtbaar handelen dat een ontbinding van de overeenkomst gerechtvaardigd is. Voor het oordeel dat daadwerkelijk sprake is geweest van verwijtbaar handelen ligt de lat hoog. De kantonrechter overweegt dat [verzoekster] in de gegeven omstandigheden [verweerster] eerst een waarschuwing had moeten geven. Te meer nu [verweerster] , gezien het verleden met schulden waarvoor [verzoekster] haar een lening heeft verstrekt, kwetsbaar is. Daarnaast lijkt [verweerster] oprecht niet te weten of te onderkennen wat de (on)mogelijkheden zijn van de haar ter beschikking gestelde NS Business Card met bijbehorende faciliteiten. Dat [verweerster] zonder de - kennelijk - vereiste toestemming van haar leidinggevende gebruik heeft kunnen maken van de diverse faciliteiten heeft niet bijgedragen aan haar kennis op dit gebied.

Redelijk grond – verstoorde arbeidsverhouding en combinatie (g en i)

5.14.

[verzoekster] baseert haar ontbindingsverzoek subsidiair op een verstoorde arbeidsverhouding, als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder g BW. De kantonrechter stelt voorop dat de werkgever die verzoekt om ontbinding op de g-grond dient aan te tonen dat de arbeidsverhouding ernstig én duurzaam is verstoord en niet meer te herstellen is. Daarbij geldt dat de werkgever zich ook daadwerkelijk moet hebben ingespannen om de arbeidsverhouding te verbeteren. Naar het oordeel van de kantonrechter is onvoldoende gebleken dat sprake is van een zodanig ernstig en duurzaam verstoorde verhouding dat daarin een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst is gelegen. Hierbij wordt opgemerkt dat een goed gesprek de lucht tussen partijen moet kunnen klaren. Ook de combinatiegrond (i-grond)) is niet toewijsbaar, nu het feitenpakket daarvoor ontoereikend is.

Tekortkoming in de nakoming van de arbeidsovereenkomst

5.15.

Zoals hier boven is overwogen valt er op het gedrag van [verweerster] zeker wat aan te merken, maar dat gedrag is niet voldoende om te komen tot ontbinding wegens wanprestatie.

5.16.

Uit het voorgaande volgt dat het verzoek van [verzoekster] om de arbeidsovereenkomst te ontbinden zal worden afgewezen.

Onderzoekskosten en kosten van gebruik NS Business Card voor privédoeleinden

5.17.

Het verzoek van [verzoekster] om [verweerster] te veroordelen tot betaling van de onderzoekskosten van € 15.937,50 exclusief btw zal worden afgewezen omdat daar in redelijkheid geen grond voor bestaat. Het verzoek van [verzoekster] om de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden wordt immers afgewezen.

5.18.

De kantonrechter zal het verzoek om [verweerster] te veroordelen tot betaling van de kosten voor het gebruik van de NS Business Card die bij [verzoekster] in rekening zijn gebracht ad € 6.620,60 inclusief BTW, wel toewijzen. [verweerster] heeft meerdere malen aangegeven dat zij de kosten die ten onrechte bij [verzoekster] in rekening zijn gebracht, wil terugbetalen. Niet is gebleken dat [verweerster] hier een begin mee heeft gemaakt.

De verzochte wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen als hierna vermeld.

Ten aanzien van het tegenverzoek

5.19.

Omdat het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen is het tegenverzoek van [verweerster] dat strekt tot tewerkstelling toewijsbaar, zoals hierna te bepalen. Aan de dwangsommen zal een maximum worden verbonden.

5.20.

De kantonrechter komt niet toe aan beoordeling van het voorwaardelijk tegenverzoek van [verweerster] .

Ten aanzien van de proceskosten in het verzoek en het tegenverzoek

5.21.

Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen en het verzoek van [verweerster] om te bepalen dat [verzoekster] haar dient toe te laten tot de werkplek om de overeengekomen werkzaamheden te hervatten, wordt toegewezen.

De [verzoekster] wordt daarom, als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij, veroordeeld in de proceskosten. De kantonrechter ziet geen aanleiding voor een veroordeling van [verzoekster] in de door [verweerster] verzochte kosten van € 20.000,00 voor salaris gemachtigde. Volgens vaste rechtspraak is zo’n vordering alleen toewijsbaar in het geval een partij door het voeren van een procedure misbruik maakt van procesrecht of onrechtmatig handelt, en daar is in dit geval geen sprake van. De proceskosten worden daarom, tot deze beschikking, aan de zijde van [verweerster] begroot op € 996,00 voor salaris gemachtigde.

6 De beslissing

De kantonrechter:

in het verzoek en het tegenverzoek

6.1.

wijst het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst af;

6.2.

bepaalt dat [verzoekster] [verweerster] binnen zeven dagen na betekening van deze beschikking dient toe te laten tot de werkplek om de overeengekomen werkzaamheden te hervatten, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat [verzoekster] in gebreke blijft, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 10.000,00;

6.3.

veroordeelt [verweerster] tot betaling van een bedrag van € 6.620,60 inclusief btw ter zake de geleden schade als gevolg van het privégebruik van de NS Business Card, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van deze beschikking tot de dag van volledige betaling;

6.4.

veroordeelt de [verzoekster] in de proceskosten aan de zijde van [verweerster] , tot deze beschikking begroot op € 996,00.

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

6.6.

wijst het anders of meer verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J.M. de Laat, kantonrechter, en is in het openbaar uitgesproken door mr. F.H. Charbon op 11 maart 2022.

1 Productie 6 bij het verzoekschrift

2 Onafhankelijk feitenonderzoek, pagina 10 (productie 35 bij het verzoekschrift)

3 Verslag van feitengesprek van 6 september 2021, pagina 3 (productie 20 bij het verzoekschrift)

4 Onafhankelijk feitenonderzoek, pagina 12 (productie 36 bij het verzoekschrift)