Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2022:569

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
23-02-2022
Datum publicatie
23-02-2022
Zaaknummer
202103130/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 juni 2018 heeft de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten het verzoek van [appellant] om ontkoppeling van de lijst waarop zijn schorsing staat vermeld met zoekmachines op internet afgewezen. [appellant] heeft van 2011 tot en met 1 juni 2018 als advocaat ingeschreven gestaan op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten. Na een klachtprocedure heeft de raad van discipline hem bij wijze van tuchtrechtelijke maatregel op 17 januari 2017 onvoorwaardelijk geschorst voor de duur van vier maanden. De raad van discipline heeft ingevolge artikel 8a, tweede en derde lid, van de Advocatenwet bepaald dat deze schorsing voor eenieder voor een periode van vijf jaar zichtbaar zal zijn op het tableau. Het hof van discipline heeft deze uitspraak op 10 juli 2017 bekrachtigd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2022/30
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202103130/1/A3.

Datum uitspraak: 23 februari 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in [woonplaats],

en

de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 juni 2018 heeft de algemene raad het verzoek van [appellant] om ontkoppeling van de lijst waarop zijn schorsing staat vermeld met zoekmachines op internet afgewezen.

Bij besluit van 31 maart 2021 heeft de algemene raad opnieuw beslist op het door [appellant] tegen het besluit van 15 juni 2018 gemaakte bezwaar en dat gegrond verklaard voor zover het ziet op het ontkoppelingsverzoek en voor het overige ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De algemene raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 december 2021, waar [appellant], via videoverbinding, bijgestaan door mr. I. Schouwink, advocaat te Breda, en de algemene raad, vertegenwoordigd door mr. E.C. Lubbers, advocaat te Den Haag, en mr. M.E. Veenboer, zijn verschenen.

Overwegingen

Achtergrond

1.       [appellant] heeft van 2011 tot en met 1 juni 2018 als advocaat ingeschreven gestaan op het tableau van de Nederlandse Orde van Advocaten (hierna: de NOvA). Na een klachtprocedure heeft de raad van discipline hem bij wijze van tuchtrechtelijke maatregel op 17 januari 2017 onvoorwaardelijk geschorst voor de duur van vier maanden. De raad van discipline heeft ingevolge artikel 8a, tweede en derde lid, van de Advocatenwet bepaald dat deze schorsing voor eenieder voor een periode van vijf jaar zichtbaar zal zijn op het tableau. Het hof van discipline heeft deze uitspraak op 10 juli 2017 bekrachtigd. Naar aanleiding van de schorsing heeft de secretaris van de algemene raad de naam van [appellant] ingevolge artikel 8b van de Advocatenwet voor onbepaalde tijd opgenomen in een openbare lijst van geschorste en geschrapte advocaten die is geplaatst op de website van de NOvA (hierna: de lijst). Vanaf dat moment was de schorsing van [appellant] niet alleen op het tableau te zien, maar ook vindbaar via internetzoekmachines.

2.       [appellant] heeft zich per 1 juni 2018 op eigen verzoek laten schrappen van het tableau en is sinds die datum niet langer als advocaat werkzaam. Om die reden is op het tableau niet langer voor eenieder zichtbaar dat [appellant] geschorst is geweest. Zijn naam is echter wel blijven staan op de lijst. [appellant] vreest dat de vindbaarheid van de lijst voor hem nadelige effecten zal hebben in bijvoorbeeld sollicitatieprocedures. Daarom heeft hij verzocht om ontkoppeling van de op de website van de NOvA gepubliceerde lijst met zoekmachines op internet. Hij wil dat niet meer vindbaar is dat hij in het verleden een tuchtrechtelijke maatregel opgelegd heeft gekregen. Dit verzoek heeft de algemene raad in het besluit van 15 juni 2018 afgewezen. Voor zover het verzoek gericht zou zijn op het in zijn geheel verwijderen van de lijst van internet, kan dat volgens de algemene raad niet worden gehonoreerd, omdat hij dan niet aan zijn wettelijke verplichting zou voldoen. Ontkoppeling van de lijst met zoekmachines kan ook niet, want dat zou hetzelfde gevolg hebben.

3.       Dit besluit heeft geleid tot de uitspraak in hoger beroep van de Afdeling van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:111. Ingevolge artikel 17 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (EU) 2016/679 (hierna: de AVG) bestaat een recht op wissing van persoonsgegevens, tenzij verwerking van de persoonsgegevens nodig is om te voldoen aan een wettelijke plicht of voor het vervullen van een taak van algemeen belang of in het kader van de uitoefening van het openbaar gezag. De Afdeling heeft geoordeeld dat het publiceren van de persoonsgegevens op de lijst nodig is om te voldoen aan de wettelijke plicht die volgt uit artikel 8b van de Advocatenwet. Die wettelijke plicht geldt echter niet voor het vervolgens gepubliceerd houden van de naam van [appellant] op de lijst. Het gepubliceerd houden zou wel nodig kunnen zijn voor het vervullen van een taak van algemeen belang. Voor het vervullen van een taak van algemeen belang is het echter niet nodig om de naam van [appellant] zonder tijdsbeperking gepubliceerd te houden op de lijst. Dit betekent dat wissing van [appellant]s persoonsgegevens op enig moment op grond van de AVG mogelijk zou moeten zijn. De Afdeling heeft het besluit op bezwaar van 25 oktober 2018 vernietigd en de algemene raad opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen. De algemene raad moet daarbij ingaan op de vraag of het geplaatst houden van [appellant] op de lijst nog nodig is na zijn vrijwillige schrapping van het tableau.

Het nieuwe besluit op bezwaar

3.1.    In het besluit van 31 maart 2021 heeft de algemene raad zich op het volgende standpunt gesteld. Er bestaan twee regimes van openbaarheid naast elkaar, dat van artikel 8a, tweede lid, van persoonsgegevens op het tableau, en dat van artikel 8b, van persoonsgegevens op de lijst. In artikel 8a, derde lid, staat een tijdsbeperking van tien jaar voor wat betreft de zichtbaarheid voor eenieder van aan advocaten opgelegde maatregelen op het tableau. In artikel 8b staat geen tijdsbeperking. De algemene raad zal de duur van publicatie van persoonsgegevens op de lijst beperken tot tien jaar, dezelfde termijn als van de zichtbaarheid voor eenieder van aan advocaten opgelegde maatregelen op het tableau. Als de tuchtrechter de tienjaarstermijn van artikel 8a, derde lid, heeft beperkt in duur, zal deze kortere duur ook gelden voor publicatie op de lijst. Voor [appellant] betekent dit dat na vijf jaar, dus vanaf 11 juli 2022, zijn naam van de lijst wordt gehaald. Dat [appellant] zich vrijwillig heeft laten schrappen van het tableau betekent volgens de algemene raad niet dat vermelding op de lijst vanaf dat moment niet meer nodig was. Een oud-advocaat zou zich in dat geval kunnen laten voorstaan op zijn eerdere hoedanigheid van advocaat zonder dat een rechtzoekende weet heeft van de schorsing. Ook wordt dan geen recht gedaan aan het doel van de wetgever dat de publicatie in het belang is van het vertrouwen in de integriteit van de advocatuur en de zuiverende werking binnen de beroepsgroep. Dat de persoonsgegevens van [appellant] op de lijst zijn geplaatst om te voldoen aan een wettelijke verplichting, betekent niet dat ze niet op de lijst gepubliceerd mogen blijven met het oog op een ander gerechtvaardigd verwerkingsdoel, namelijk het vervullen van een taak van algemeen belang. Het beginsel van doelbinding staat hier niet aan in de weg.

De algemene raad is tegemoetgekomen aan het verzoek van [appellant] om de lijst te ontkoppelen met zoekmachines op internet. Het gevolg daarvan is dat de lijst nu niet meer verschijnt als in zoekmachines wordt gezocht op de naam van [appellant]. Een melding bij de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) is volgens de algemene raad niet vereist, omdat er geen sprake is van een inbreuk als bedoeld in punt 85 van de preambule van de AVG. Het verzoek van [appellant] om schadevergoeding heeft de algemene raad afgewezen.

Het beroep

Het verzoek om wissing

4.       Het beroep richt zich tegen het besluit van 31 maart 2021, waarin de algemene raad heeft besloten om de lijst te ontkoppelen van zoekmachines op internet en niet over te gaan tot wissing van de persoonsgegevens van [appellant] op de lijst. Tegen het besluit, voor zover dat betrekking heeft op de ontkoppeling, heeft [appellant] geen gronden aangevoerd. [appellant] heeft alleen gronden aangevoerd tegen het besluit voor zover dat betrekking heeft op de weigering om tot wissing over te gaan. Anders dan de algemene raad heeft aangevoerd, valt dit niet buiten het geschil. In de eerdere uitspraak van de Afdeling van 20 januari 2021 is deze grond beoordeeld en ook het besluit van de algemene raad zelf gaat over de vraag of [appellant]s persoonsgegevens moeten worden gewist, al dan niet na verloop van een bepaalde tijd.

4.1.    [appellant] voert aan dat de algemene raad ten onrechte heeft besloten om zijn naam tot 11 juli 2022 op de lijst gepubliceerd te houden en niet te wissen. Niet valt in te zien waarom het voor het bereiken van de doelen die de algemene raad noemt nodig is dat zijn persoonsgegevens eerst in duur onbeperkt, en nu voor de duur van vijf jaar, op de lijst gepubliceerd blijven. Ten eerste staat het beginsel van doelbinding eraan in de weg dat publicatie voor een ander doel wordt voortgezet. Ten tweede zijn de doelen die worden gediend met het gepubliceerd houden van zijn naam op de lijst al bereikt na zijn vrijwillige schrapping van het tableau. Net zoals ten aanzien van de zichtbaarheid voor eenieder van de opgelegde maatregel op het tableau had geconcludeerd moeten worden dat publicatie op de lijst dan niet meer bijdraagt aan het bereiken van de doelen. Overigens blijkt uit het besluit ook waar het de algemene raad werkelijk om gaat, namelijk voorkomen dat een geschorste of geschrapte advocaat zich voordoet als advocaat. Zoals de Afdeling echter in haar uitspraak van 20 januari 2021 heeft geoordeeld, is dit niet het doel van plaatsing van persoonsgegevens op de lijst ingevolge artikel 8b van de Advocatenwet. Voor dat doel is publicatie van zijn naam op de lijst dus niet nodig. Mocht het toch nog nodig zijn om zijn naam gepubliceerd te houden op de lijst, dan kunnen de nog te bereiken doelen ook bereikt worden door zijn persoonsgegevens op de lijst te anonimiseren of pseudonimiseren.

- Wat is het toetsingskader?

5.       De Afdeling ziet zich wederom voor de vraag gesteld of [appellant] gelet op artikel 17 van de AVG het recht heeft op wissing van zijn persoonsgegevens. Bij de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij het toetsingskader dat van toepassing is bij de verwerking van persoonsgegevens ter vervulling van een taak van algemeen belang op grond van artikel 6, eerste lid, aanhef en onder e, van de AVG. Daartoe zal eerst worden bezien wat het doel is van het openbaar maken van de lijst van geschorste en geschrapte advocaten. Vervolgens zal worden beoordeeld of het gepubliceerd houden van de naam van [appellant] op deze lijst nodig is om dat doel te bereiken. Wanneer de verwerking niet of niet langer nodig is, heeft [appellant] ingevolge artikel 17, eerste lid, onder a, van de AVG recht op wissing van zijn persoonsgegevens, tenzij moet worden vastgesteld dat artikel 17, eerste lid, van de AVG op grond van het bepaalde in het derde lid van dat artikel niet van toepassing is.

- Wat is de taak van algemeen belang en wat zijn de doeleinden?

6.       Het publiceren en gepubliceerd houden van persoonsgegevens op de lijst en op het tableau, zodat voor eenieder zichtbaar is dat aan een advocaat een maatregel is opgelegd, is een taak van algemeen belang.

De doeleinden van deze taak zijn omschreven in de nota van wijziging (Kamerstukken II, 2010/11, 32 382, nr. 8). Hierin staat dat het openbaar maken van persoonsgegevens van advocaten aan wie een maatregel is opgelegd in het belang is van een goede rechtsbedeling. "Daarbij wordt in het bijzonder van belang geacht dat (potentiële) cliënten kennis moeten kunnen nemen van aan advocaten opgelegde schorsingen en schrappingen. Hiermee wordt bijgedragen aan de transparantie en integriteit van het beroep. De kennis hierover kan cliënten helpen bij het maken van een zorgvuldige keuze voor een advocaat. Met openbaarmaking wordt dan ook tevens een consumentenbelang gediend. Van openbare toegankelijkheid van informatie over antecedenten gaat een zuiverende werking uit. […] Hiermee kan worden voorkomen dat andere beroepsgenoten beroepsregels overtreden. Het houdt hen waakzaam."

Het publiceren van persoonsgegevens op een lijst is een actievere vorm van openbaarmaking dan zichtbaarheid van opgelegde maatregelen op het tableau. Dit werd door de wetgever wenselijk geacht. In de nota van wijziging staat daarover: "Van een rechtzoekende die al gebruik maakt van de diensten van een advocaat kan niet verwacht worden dat hij periodiek informatie opvraagt om te zien of tegen betrokkene ondertussen maatregelen zijn opgelegd en of deze nog bevoegd is om als advocaat op te treden. Om die reden is het wenselijk dat de NOvA actief gegevens openbaar maakt omtrent advocaten aan wie onherroepelijk een schorsing is opgelegd of die van het tableau geschrapt zijn. […]. Naast bescherming van cliënten die al een advocaat hebben, is de preventieve werking van actieve openbaarmaking van belang. Met actieve openbaarmaking wordt aan de samenleving als geheel en aan beroepsgenoten in het bijzonder een krachtig signaal gegeven dat naleving van (beroeps)normen actief wordt gehandhaafd. Het verschaft transparantie in de werking van het tuchtrecht, waarmee het maatschappelijk vertrouwen in de advocatuur is gediend."

- Is het gepubliceerd houden van [appellant]s naam nodig voor de vervulling van een taak van algemeen belang?

6.1.    Zoals de Afdeling in de uitspraak van 20 januari 2021 heeft geoordeeld, is het beschermen van de belangen van rechtzoekenden tegen een oud-advocaat die zich voordoet als advocaat geen doel dat wordt beoogd met het gepubliceerd houden van [appellant]s persoonsgegevens op de lijst. Dit doel wordt uitsluitend door artikel 8a, tweede lid, van de Advocatenwet gediend.

De algemene raad heeft zich in het nieuwe besluit dan ook ten onrechte op het standpunt gesteld dat het gepubliceerd houden van [appellant]s naam op de lijst ook voor dit doel nodig is.

6.2.    De algemene raad heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat het gepubliceerd houden van [appellant]s naam op de lijst voor de duur van vijf jaar nodig is in het belang van het vertrouwen in de integriteit van de advocatuur en de zuiverende werking binnen de beroepsgroep. Deze doelen zijn doelen die de wetgever voor ogen had, zowel bij openbaarheid op grond van artikel 8a, tweede lid, als, met name, bij openbaarheid op grond van artikel 8b van de Advocatenwet. Deze doelen heeft de algemene raad niet ten onrechte ook nog relevant geacht in het geval van [appellant], die is uitgeschreven van het tableau en niet meer als advocaat werkt. Dat voor eenieder zichtbaar is dat aan advocaten, als zij in functie zijn, maatregelen worden opgelegd als zij tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen, geeft aan de samenleving en aan beroepsgenoten een signaal dat wordt gehandhaafd op de naleving van (beroeps)normen. Dat een oud-advocaat niet meer als advocaat werkt, betekent niet dat het gepubliceerd houden van zijn persoonsgegevens op de lijst niet meer bij zou dragen aan deze doelen. Hoewel de omstandigheid dat [appellant] zich heeft laten schrappen van het tableau en dus niet meer als advocaat werkt er wel toe heeft geleid dat niet meer op het tableau voor eenieder zichtbaar is dat aan hem een maatregel is opgelegd, valt dit onderscheid te verklaren. Openbaarheid op grond van artikel 8a, tweede lid, is met name bedoeld om (potentiële) cliënten kennis te kunnen laten nemen van opgelegde maatregelen, terwijl van openbaarheid op grond van artikel 8b met name een preventieve werking uitgaat. Het eerste doel is minder tot niet meer relevant bij een uitgeschreven advocaat, terwijl het tweede doel ook nog bij een uitgeschreven advocaat relevant is. De persoonsgegevens worden niet voor een ander doel verwerkt dan dat wordt gediend met de taak van algemeen belang. Er is dus geen sprake van handelen in strijd met het beginsel van doelbinding.

6.3.    De toetsing van de noodzakelijkheid om voor die doelen de persoonsgegevens van [appellant] te verwerken houdt een afweging van alternatieven en belangen in. In de nota van wijziging, op pagina 9, is uiteengezet op welke manier invulling is gegeven aan het proportionaliteitsbeginsel. Zo worden opgelegde waarschuwingen of berispingen niet openbaar gemaakt, maar alleen onherroepelijk opgelegde schorsingen en schrappingen. Persoonsinformatie over de advocaat is in beginsel openbaar voor eenieder, voor zover deze informatie redelijkerwijs relevant kan zijn om onder meer de integriteit en kwaliteit van de betrokken advocaat te kunnen vaststellen. De tuchtrechter kan bepalen dat de zichtbaarheid voor eenieder in het tableau van aan advocaten opgelegde maatregelen voor een kortere duur openbaar is dan tien jaar. Hierdoor kan de tuchtrechter in de praktijk rekening houden met gerechtvaardigde belangen van de advocaat bij het niet langer bekend zijn van de informatie.

Dit laatste is bij [appellant] gebeurd. De raad van discipline heeft de duur dat voor eenieder op het tableau zichtbaar is dat aan [appellant] een maatregel was opgelegd beperkt tot vijf jaar. Het hof van discipline heeft dit bevestigd. De tuchtrechter had hiermee voor wat betreft de openbaarheid op grond van artikel 8a, tweede lid, van de Advocatenwet al rekening gehouden met gerechtvaardigde belangen van [appellant] bij het niet langer bekend zijn van de informatie.

De Afdeling sluit daarbij aan. Daarvoor is ook van belang dat [appellant] niet heeft weersproken dat de lijst als zodanig inmiddels is ontkoppeld van zoekmachines op internet. Om te zien aan wie een maatregel is opgelegd, moet bewust op de website van de NOvA worden gezocht naar de (deel)lijst betreffende de periode waarin de maatregel aan [appellant] is opgelegd. Met alleen het invullen van de naam van [appellant] op een zoekmachine komt men derhalve niet direct op deze specifieke deellijst uit.

De algemene raad heeft aannemelijk gemaakt dat met het alternatief dat [appellant] heeft aangedragen, namelijk het anonimiseren of pseudonimiseren van zijn gegevens, de doelen niet op dezelfde wijze bereikt kunnen worden. Dit doet afbreuk aan de transparantie van de tuchtrechtspraak, terwijl transparantie belangrijk is voor het maatschappelijk vertrouwen in de advocatuur. Daarbij staat in de hiervoor genoemde nota van wijziging dat persoonsinformatie over de advocaat in beginsel openbaar is. De wetenschap voor een advocaat dat voor een bepaalde tijd zijn naam wordt gepubliceerd als hij de beroepsnormen overtreedt en daarvoor een maatregel krijgt opgelegd, draagt bij aan de zuiverende werking binnen de beroepsgroep.

- Conclusie

6.4.    Gezien het vorenstaande is de Afdeling met de rechtbank van oordeel dat de algemene raad op goede gronden heeft beslist dat het doel niet op een andere, voor de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokken persoon minder nadelige wijze kan worden verwezenlijkt. Dat betekent dat de algemene raad ook op goede gronden heeft beslist dat het gepubliceerd houden van [appellant]s naam op de lijst voor de duur van vijf jaar nodig is voor het vervullen van een taak van algemeen belang. Ingevolge artikel 17, derde lid, onder b, van de AVG heeft [appellant] geen recht op wissing van zijn gegevens. De algemene raad heeft dit verzoek dan ook mogen afwijzen.

6.5.    Het betoog slaagt niet.

Het verzoek om melding te doen bij de AP

7.       [appellant] heeft in zijn beroepschrift aangevoerd dat de algemene raad op grond van artikel 33 van de AVG bij de AP melding moet maken van een schending van de AVG en dat ten onrechte heeft nagelaten. In zijn verzoek om ontkoppeling van de lijst waarop zijn schorsing staat vermeld met zoekmachines op internet heeft hij niet ook hierom gevraagd. Het betoog valt daarom buiten de omvang van het geding en behoeft geen bespreking.

Het verzoek om schadevergoeding

8.       [appellant] heeft in zijn beroepschrift verzocht om schadevergoeding op grond van artikel 8:88 van de Awb. Op de zitting bij de Afdeling heeft hij dit verzoek ingetrokken. Beoordeling van dit verzoek is dus niet meer nodig.

Slotsom

9.       Het beroep is ongegrond.

10.     De algemene raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. Het verzoek van [appellant] om vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskoten behoeft daarom geen bespreking.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep van [appellant] ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. A. Kuijer en mr. J.M.L. Niederer, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Greben, griffier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

w.g. Greben

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2022

851

 

BIJLAGE

 

Advocatenwet

Artikel 8

1. Met het oog op het in het belang van een goede rechtsbedeling vaststellen van de hoedanigheid van de advocaat verwerkt de secretaris van de algemene raad op het tableau van iedere advocaat gegevens met betrekking tot:

[…];

h. beslissingen op grond van artikel 48, eerste lid;

[…].

2. Bij de in het eerste lid, onder h tot en met n, bedoelde gegevens worden op het tableau tevens verwerkt de datum en het kenmerk van de daarop betrekking hebbende beslissing of beslissingen, alsmede de instantie die deze heeft genomen.

Artikel 8a

1. De advocaat waarop de gegevens betrekking hebben, de algemene raad, de secretaris van de algemene raad, de raden van de orden in de arrondissementen, het college van toezicht alsmede de plaatsvervangend voorzitters, leden en plaatsvervangende leden van een raad van discipline en het hof van discipline hebben kosteloos inzage in de op grond van artikel 8 op het tableau verwerkte gegevens.

2. Een ieder heeft kosteloos inzage in de op het tableau verwerkte gegevens, bedoeld in:

[…];

b. artikel 8, eerste lid, onder h, voor zover het betreft een onherroepelijke beslissing tot het onvoorwaardelijk opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder d of e;

[…].

3. Met uitzondering van de gegevens die betrekking hebben op het opleggen van de maatregel van de schrapping van het tableau kunnen de gegevens, bedoeld in het tweede lid, onder b tot en met e, door anderen dan de in het eerste lid bedoelde personen en instanties niet worden ingezien, indien tien jaren zijn verstreken na het onherroepelijk worden van de beslissing waarop de gegevens betrekking hebben. De raad van discipline of het hof van discipline kan bij zijn beslissing bepalen dat de in de eerste volzin bedoelde termijn wordt verkort, met dien verstande dat de termijn niet korter kan zijn dan de duur van de schorsing.

4. […]

Artikel 8b

De secretaris van de algemene raad maakt schriftelijk een lijst openbaar van gegevens over advocaten ten aanzien van wie een beslissing tot het onvoorwaardelijk opleggen van een maatregel als bedoeld in artikel 48, tweede lid, onder d of e, onherroepelijk is geworden. In deze lijst worden opgenomen:

a. de naam van de advocaat en het advocatenkantoor waar de advocaat werkzaam is;

b. de plaats waar de advocaat kantoor houdt;

c. de vermelding van de raad van de orde in het arrondissement waartoe de advocaat behoort;

d. de maatregel die aan de advocaat is opgelegd, voor zover van toepassing met vermelding van de duur van de maatregel; en

e. de datum van de beslissing waarbij de maatregel is opgelegd alsmede de datum waarop de maatregel ingaat.

Artikel 48

1. De beslissing van de raad van discipline over de voorgelegde klachten zijn met redenen omkleed en worden in het openbaar uitgesproken, alles op straffe van nietigheid.

2. De maatregelen die bij gegrondverklaring van een klacht kunnen worden opgelegd, zijn:

[…]

d. de schorsing in de uitoefening van de praktijk voor de duur van     ten hoogste een jaar; of

e. de schrapping van het tableau.

3. […].

Algemene verordening gegevensbescherming

Artikel 5

1. Persoonsgegevens moeten:

[…];

b) voor welbepaalde, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigde   doeleinden worden verzameld en mogen vervolgens niet verder op           een met die doeleinden onverenigbare wijze worden verwerkt; de    verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen    belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische    doeleinden wordt overeenkomstig artikel 89, lid 1, niet als          onverenigbaar met de oorspronkelijke doeleinden beschouwd           („doelbinding");

[…].

Artikel 6

1. De verwerking is alleen rechtmatig indien en voor zover aan ten minste een van de onderstaande voorwaarden is voldaan:

[…];

e) de verwerking is noodzakelijk voor de vervulling van een taak        van algemeen belang of van een taak in het kader van de    uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is opgedragen;

[…].

3. De rechtsgrond voor de in lid 1, punten c) en e), bedoelde verwerking moet worden vastgesteld bij:

a) Unierecht; of

b) lidstatelijk recht dat op de verwerkingsverantwoordelijke van        toepassing is.

Het doel van de verwerking wordt in die rechtsgrond vastgesteld of is met betrekking tot de in lid 1, punt e), bedoelde verwerking noodzakelijk voor de vervulling van een taak van algemeen belang of voor de uitoefening van het openbaar gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is verleend. Die rechtsgrond kan specifieke bepalingen bevatten om de toepassing van de regels van deze verordening aan te passen, met inbegrip van de algemene voorwaarden inzake de rechtmatigheid van verwerking door de verwerkingsverantwoordelijke; de types verwerkte gegevens; de betrokkenen; de entiteiten waaraan en de doeleinden waarvoor de persoonsgegevens mogen worden verstrekt; de doelbinding; de opslagperioden; en de verwerkingsactiviteiten en -procedures, waaronder maatregelen om te zorgen voor een rechtmatige en behoorlijke verwerking, zoals die voor andere specifieke verwerkingssituaties als bedoeld in hoofdstuk IX. Het Unierecht of het lidstatelijke recht moet beantwoorden aan een doelstelling van algemeen belang en moet evenredig zijn met het nagestreefde gerechtvaardigde doel.

[…].

Artikel 17

1. De betrokkene heeft het recht van de verwerkingsverantwoordelijke zonder onredelijke vertraging wissing van hem betreffende persoonsgegevens te verkrijgen en de verwerkingsverantwoordelijke is verplicht persoonsgegevens zonder onredelijke vertraging te wissen wanneer een van de volgende gevallen van toepassing is:

a) de persoonsgegevens zijn niet langer nodig voor de doeleinden      waarvoor zij zijn verzameld of anderszins verwerkt;

[…];

d) de persoonsgegevens zijn onrechtmatig verwerkt;

[…].

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing voor zover verwerking nodig is:

a) […];

b) voor het nakomen van een in een het Unierecht of het        lidstatelijke recht neergelegde wettelijke verwerkingsverplichting die       op de verwerkingsverantwoordelijke rust, of voor het vervullen van een taak van algemeen belang of het uitoefenen van het openbaar    gezag dat aan de verwerkingsverantwoordelijke is verleend.

[…].

Artikel 33

1. Indien een inbreuk in verband met persoonsgegevens heeft plaatsgevonden, meldt de verwerkingsverantwoordelijke deze zonder onredelijke vertraging en, indien mogelijk, uiterlijk 72 uur nadat hij er kennis van heeft genomen, aan de overeenkomstig artikel 55 bevoegde toezichthoudende autoriteit, tenzij het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk in verband met persoonsgegevens een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen. Indien de melding aan de toezichthoudende autoriteit niet binnen 72 uur plaatsvindt, gaat zij vergezeld van een motivering voor de vertraging.

[…].