Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2022:2696

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
29-08-2022
Datum publicatie
21-09-2022
Zaaknummer
202106087/1/V2
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202106087/1/V2.

Datum uitspraak: 29 augustus 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 14 september 2021 in zaak nr. NL21.9298 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 7 juni 2021 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 14 september 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.S. Sewdajal, advocaat te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

De staatssecretaris heeft een nader stuk ingediend waarop de vreemdeling heeft gereageerd.

Overwegingen

1.       Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.    De rechtbank heeft namelijk, anders dan de vreemdeling in de eerste grief betoogt, terecht onderkend dat uit de uitspraak van de Afdeling van 6 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:341, onder 7 tot en met 8.1, volgt dat een rapport van Buro Kleurkracht, voor zover daarin een deel is opgenomen waarin de verklaringen van een vreemdeling in diens culturele context zijn geplaatst, een relevante inbreng is in zaken waarin de geloofwaardigheidsbeoordeling van seksuele geaardheid als asielmotief aan de orde is. De rechtbank overweegt ook terecht dat de staatssecretaris in het geval van de vreemdeling niet nader hoefde te motiveren welke gevolgen hij verbindt aan de conclusies uit het ingebrachte rapport van Buro Kleurkracht van 13 juni 2016. Dat rapport gaat namelijk niet over de vreemdeling. Zonder de culturele analyse uit dat rapport toe te spitsen op haar eigen verklaringen, heeft de vreemdeling niet gemotiveerd en onderbouwd welke tegenwerpingen uit het besluit volgens haar niet langer gehandhaafd kunnen worden.

2.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden. 

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.

w.g. Baldinger

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Iedema

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2022

915