Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2022:2370

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-08-2022
Datum publicatie
24-08-2022
Zaaknummer
202202275/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Stichting IMMO richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 22 februari 2022, waarbij het bestemmingsplan "Stedelijk" is vastgesteld. Stichting IMMO heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Stichting IMMO beoogt met haar verzoek te bereiken dat het plan niet op de door de raad vastgestelde wijze in werking treedt, zodat zij de twee panden aan het Burgemeester Feithplein in Voorburg, plaatselijk bekend als Grote Feith en Kleine Feith, kan (laten) gebruiken in overeenstemming met de omgevingsvergunning die bij besluit van 8 februari 2019 is verleend door het college van Leidschendam-Voorburg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202202275/2/R3.

Datum uitspraak: 16 augustus 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

Stichting IMMO Huurwoningfonds 2, gevestigd te Eindhoven,

verzoekster,

en

de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg,

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 16 augustus 2022 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. A. ten Veen, voorzieningenrechter

griffier: mr. J. Buskermolen

Verschenen:

Stichting IMMO, vertegenwoordigd door mr. J.J.H. Hulshof, advocaat te Nijmegen, en [gemachtigde];

De raad, vertegenwoordigd door D. van Berlo.

Stichting IMMO richt zich tegen het besluit van de raad van 22 februari 2022, waarbij het bestemmingsplan "Stedelijk" is vastgesteld. Stichting IMMO heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Stichting IMMO beoogt met haar verzoek te bereiken dat het plan niet op de door de raad vastgestelde wijze in werking treedt, zodat zij de twee panden aan het Burgemeester Feithplein in Voorburg, plaatselijk bekend als Grote Feith en Kleine Feith, kan (laten) gebruiken in overeenstemming met de omgevingsvergunning die bij besluit van 8 februari 2019 is verleend door het college van Leidschendam-Voorburg.

De voorzieningenrechter:

I.        schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 22 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stedelijk", voor zover het betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd" op de locatie kadastraal bekend gemeente Voorburg, sectie: E, nr. 08694 (gedeeltelijk), plaatselijk gemerkt Burgemeester Feithplein 11 t/m 20, 95 en 94 t/m 110 in Voorburg;

II.       veroordeelt de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg tot vergoeding van bij Stichting IMMO Huurwoningfonds 2 in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.518,00;

III.      gelast dat de raad van de gemeente Leidschendam-Voorburg aan Stichting IMMO Huurwoningfonds 2 het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt.

De voorzieningenrechter heeft de volgende redenen om tot dit oordeel te komen.

Met het plan is aan de locatie kadastraal bekend gemeente Voorburg, sectie: E, nr. 08694 (gedeeltelijk), plaatselijk gemerkt Burgemeester Feithplein 11 t/m 20, 95 en 94 t/m 110 in Voorburg de bestemming "Gemengd" met onder andere de aanduiding "detailhandel uitgesloten" toegekend. Er is aan deze gronden dus geen aanduiding voor horeca toegekend.

Stichting IMMO en de raad hebben de voorzieningenrechter verzocht om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofzaak en zelf in de zaak te voorzien door kort gezegd ter plaatse van het bouwvlak voor de Grote Feith de aanduiding "detailhandel uitgesloten" te verwijderen en ter plaatse van het bouwvlak voor de Kleine Feith de aanduiding "horeca t/m categorie 1" toe te voegen.

De voorzieningenrechter acht dit verzoek te verstrekkend voor deze procedure. Zo nodig zal in de bodemprocedure worden bezien of aan dit verzoek tegemoet kan worden gekomen, waarbij onder meer zal worden betrokken of belangen van derden zich daar al dan niet tegen verzetten. De voorzieningenrechter wijst in dit verband op de mogelijkheid voor de raad om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

Omdat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat in het plan de omgevingsvergunning van 8 februari 2019 ten onrechte niet op juiste wijze is verwerkt, ziet de voorzieningenrechter echter wel aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit in zoverre in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid. De voorzieningenrechter zal het besluit tot vaststelling van het plan voor wat betreft het plandeel met de bestemming "Gemengd" op de locatie kadastraal bekend gemeente Voorburg, sectie: E, nr. 08694 (gedeeltelijk), plaatselijk gemerkt Burgemeester Feithplein 11 t/m 20, 95 en 94 t/m 110 in Voorburg daarom schorsen, zodat het plan in zoverre niet in werking treedt. Dat betekent dat de omgevingsvergunning van 8 februari 2019 bepalend is voor de vraag wat op deze locatie is toegestaan.

De raad moet de proceskosten vergoeden.

w.g. Ten Veen

voorzieningenrechter

w.g. Buskermolen

griffier

896