Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2022:2312

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
10-08-2022
Datum publicatie
10-08-2022
Zaaknummer
202000148/6/R1 en 202102257/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij tussenuitspraak van 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:82, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Amsterdam opgedragen de geconstateerde gebreken in de besluiten van 7 november 2019 en 15 februari 2021 te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zesentwintig weken na verzending daarvan de onder 21.1, 22.1 en 24.4 omschreven gebreken in het besluit van 7 november 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oud West 2018" en het besluit van 15 februari 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oud West 2018 1e herziening" te herstellen. De raad heeft verzocht om verlenging van deze termijn. De Afdeling heeft dit verzoek afgewezen bij beschikking van 5 juli 2022.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202000148/6/R1 en 202102257/2/R1.

Datum uitspraak: 10 augustus 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Woonstichting Rochdale, gevestigd te Amsterdam,

appellante,

en

de raad van de gemeente Amsterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:82, heeft de Afdeling de raad opgedragen de geconstateerde gebreken in de besluiten van 7 november 2019 en 15 februari 2021 te herstellen.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) heeft de Afdeling bepaald dat een tweede onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.       In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zesentwintig weken na verzending daarvan de onder 21.1, 22.1 en 24.4  omschreven gebreken in het besluit van 7 november 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oud West 2018" en het besluit van 15 februari 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oud West 2018 1e herziening" te herstellen.

2.       De raad heeft verzocht om verlenging van deze termijn. De Afdeling heeft dit verzoek afgewezen bij beschikking van 5 juli 2022.

Vernietiging

3.       Op grond van artikel 8:51a, tweede lid, van de Awb verplichtte de tussenuitspraak de raad ertoe het gebrek te herstellen binnen de daartoe gestelde termijn. De in de tussenuitspraak opgenomen hersteltermijn is ongebruikt verstreken, zodat de raad niet heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak. De gebreken in de besluiten van 7 november 2019 en 15 februari 2021 zijn dus niet hersteld.

4.       Gezien de tussenuitspraak onder 21.1 en 22.1 heeft de raad het besluit van 7 november 2019 vastgesteld in strijd met artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb wat betreft:

- het plandeel met de bestemming "Tuin" ter plaatse van de percelen Bellamystraat 33-37;

- het plandeel met de bestemming "Gemengd - 3" voor het perceel Bellamystraat 37H;

- het plandeel met de bestemming "Gemengd - 2" voor het perceel Douwes Dekkerstraat 32H;

- de plandelen met de bestemming "Gemengd - 3" voor de percelen Jan Hanzenstraat 133H, 135H, 137H en 139H.

Gezien de tussenuitspraak onder 24.4 heeft de raad het besluit van 15 februari 2021 vastgesteld in strijd met artikel 3:46 van de Awb voor zover de dubbelbestemming "Waarde - Landschap" is toegekend aan de percelen in het plangebied die op het moment van deze uitspraak in eigendom zijn bij Woonstichting Rochdale.

5.       Het beroep van Rochdale is gegrond, zodat de besluiten van 7 november 2019 en 15 februari 2021 op de hiervoor omschreven punten moeten worden vernietigd.

In stand laten rechtsgevolgen

6.       De Afdeling zal bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit van het besluit van 7 november 2019 in stand blijven wat betref de plandelen voor de percelen Douwes Dekkerstraat 32H en Jan Hanzenstraat 133H, 135H, 137H en 139H. Zoals de Afdeling onder 25.1 van de tussenuitspraak heeft overwogen, heeft de raad het gebrek voor deze plandelen namelijk al hersteld.

Voorlopige voorziening en opdracht

7.       Als gevolg van de gedeeltelijke vernietiging van het besluit van 15 februari 2021 kunnen onomkeerbare gevolgen ontstaan. Om die te voorkomen ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb de voorlopige voorziening te treffen dat de dubbelbestemming "Waarde - Landschap" blijft gelden voor de percelen in het plangebied die op het moment van deze uitspraak in eigendom zijn bij Woonstichting Rochdale totdat de raad een nieuw besluit over de vaststelling van het bestemmingsplan heeft genomen voor deze percelen en dit besluit in werking treedt. Deze voorziening wordt echter niet getroffen voor de percelen Bellamystraat 33-37. Het zou niet redelijk zijn als de dubbelbestemming voor die laatste percelen blijft gelden. Als gevolg van de vernietiging van het plandeel met de bestemming "Tuin" ter plaatse van de percelen Bellamystraat 33-37 herleeft het voorheen geldende bestemmingsplan "Oud-West" voor de achtertuin van deze percelen. In dat plan is de mogelijkheid opgenomen om bestaande bebouwing in de achtertuin elders te compenseren op het perceel in ruil voor de sloop van die bebouwing. Als de dubbelbestemming zou blijven gelden voor de percelen Bellamystraat 33-37zou Rochdale geen gebruik kunnen maken van deze mogelijkheid, terwijl de raad heeft erkend dat hij ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de bestaande bebouwing in de achtertuin van deze percelen.

De Afdeling zal de raad opdragen om binnen een termijn van tien weken na de verzending van deze uitspraak een nieuw besluit vast te stellen voor de percelen van Rochdale waarvoor de dubbelbestemming "Waarde - Landschap" blijft gelden op grond van de voorlopige voorziening.

Proceskosten

8.       De raad moet de proceskosten van Rochdale vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep gegrond;

II.       vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 7 november 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oud West 2018" wat betreft:

- het plandeel met de bestemming "Tuin" ter plaatse van de percelen Bellamystraat 33-37;

- het plandeel met de bestemming "Gemengd - 3" voor het perceel Bellamystraat 37H;

- het plandeel met de bestemming "Gemengd - 2" voor het perceel Douwes Dekkerstraat 32H;

- de plandelen met de bestemming "Gemengd - 3" voor de percelen Jan Hanzenstraat 133H, 135H, 137H en 139H;

III.      vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 15 februari 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oud West 2018 1e herziening" voor zover de dubbelbestemming "Waarde - Landschap" is toegekend aan de percelen in het plangebied die op het moment van deze uitspraak in eigendom zijn bij Woonstichting Rochdale;

IV.     bepaalt dat de rechtsgevolgen van het besluit van de raad van de gemeente Amsterdam van 7 november 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Oud West 2018" voor zover vernietigd in stand blijven wat betreft de plandelen voor de percelen Douwes Dekkerstraat 32H en Jan Hanzenstraat 133H, 135H, 137H en 139H;

V.      treft de voorlopige voorziening dat de dubbelbestemming "Waarde - Landschap" blijft gelden voor de percelen in het plangebied die op het moment van deze uitspraak in eigendom zijn bij Woonstichting Rochdale, behalve voor de percelen Bellamystraat 33-37;

VI.     bepaalt dat de onder V. opgenomen voorlopige voorziening vervalt op het tijdstip van inwerkingtreding van het door de raad vast te stellen besluit als bedoeld onder VII;

VII.     draagt de raad van de gemeente Amsterdam op om binnen 10 weken na de verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen voor de percelen in het plangebied die op het moment van deze uitspraak in eigendom zijn bij Woonstichting Rochdale waarvoor de dubbelbestemming "Waarde - Landschap" blijft gelden op grond van de onder V. opgenomen voorlopige voorziening, en dit vervolgens op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

VIII.    veroordeelt de raad van de gemeente Amsterdam tot vergoeding van bij Woonstichting Rochdale in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.897,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IX.     gelast dat de raad van de gemeente Amsterdam aan Woonstichting Rochdale het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 354,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzitter, mr. E. Steendijk en mr. H.C.P Venema, leden in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.

w.g. Uylenburg

voorzitter

w.g. Van Driel Kluit

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 augustus 2022

703