Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2022:1936

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-07-2022
Datum publicatie
13-07-2022
Zaaknummer
202105911/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak van 2 augustus 2021, in zaak nr. 20/4294, heeft de rechtbank het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 15 oktober 2020 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het primaire besluit van 18 juni 2020 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. Het college van burgemeester en wethouders van Soest heeft de voorzieningenrechter verzocht om die uitspraak te schorsen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202105911/2/R4.

Datum uitspraak: 6 juli 2022

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Soest,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 2 augustus 2021 in zaak nr. 20/4294 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te Soest,

en

het college van burgemeester en wethouders van Soest,

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 6 juli 2022 om 14:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. J. Hoekstra, voorzieningenrechter

griffier: mr. M.L.M. van Loo

jurist: mr. C.P. Stouthamer

Verschenen:

[wederpartij], bijgestaan door mr. J.W. Verhoeven, advocaat te Utrecht;

het college, vertegenwoordigd door mr. P.S. Dijkstra.

Bij uitspraak van 2 augustus 2021, in zaak nr. 20/4294, heeft de rechtbank het beroep van [wederpartij] tegen het besluit van 15 oktober 2020 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het primaire besluit van 18 juni 2020 herroepen en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het bestreden besluit. Het college heeft de voorzieningenrechter verzocht om die uitspraak te schorsen.

De voorzieningenrechter:

schorst de aangevallen uitspraak van 2 augustus 2021, in zaak nr. 20/4294.

De voorzieningenrechter overweegt daartoe het volgende.

Ter zitting heeft het college het volgende toegezegd:

A.       het college zal [wederpartij] alleen maar schriftelijk tot betaling aanmanen;

B.       [wederpartij] zal in ieder geval niet behoeven te betalen en ook per datum van de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening geen verdere rente en aanmaningskosten verschuldigd zijn, zolang;

a)       geen definitieve uitspraak in de bodemprocedure bij de Afdeling is gedaan en is verzonden, en;

b)       6 weken na verzending van die uitspraak niet zijn verstreken;

C.       en [wederpartij] in ieder geval ook niet hoeft te betalen - geen dwangsommen en geen renten en aanmaningskosten - indien ook de Afdeling in de bodemprocedure van oordeel is dat de bevoegdheid tot invordering van de beweerdelijk in de maanden september en oktober 2019 verbeurde dwangsommen is verjaard;

D.       het college zal de proceskosten van [wederpartij] vergoeden, in de vorm van 0,5 punt voor het verschijnen ter zitting bij de voorzieningenrechter van de advocaat van [wederpartij]. De gemeente zal dat bedrag voldoen op een door [wederpartij] aan te geven bankrekening.

Gelet daarop wijst de voorzieningenrechter het verzoek van het college toe en schorst de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 2 augustus 2021, in zaak nr. 20/4294.

w.g. Hoekstra

voorzieningenrechter

w.g. Van Loo

griffier

418-1005