Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:989

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
19-05-2021
Zaaknummer
202101574/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 4 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Oldebroek het bestemmingsplan "Oldebroek, brandweerkazerne" gewijzigd vastgesteld. Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2.340 m² en is gesitueerd aan de Zuiderzeestraatweg aan de oostzijde van Oldebroek. In de huidige situatie is geen bebouwing in het plangebied aanwezig. Een strook aan de westzijde van het plangebied is verhard ten behoeve van het aangrenzende bedrijf aan de Zuiderzeestraatweg 213. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een brandweerkazerne die dient ter vervanging van de oude brandweerkazerne aan de Spronkweg 12 in Oldebroek. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen betogen dat de keuze van de raad om een brandweerkazerne in het plangebied toe te staan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202101574/2/R4.

Datum uitspraak: 12 mei 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

1.       [verzoeker sub 1], wonend te Oldebroek,

2.       [verzoeker sub 2] en anderen, allen wonend te Oldebroek,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Oldebroek,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 4 februari 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Oldebroek, brandweerkazerne" (hierna: het bestemmingsplan) gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] onderscheidenlijk [verzoeker sub 2] en anderen beroep ingesteld. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen hebben bij dezelfde brieven waarmee zij beroep hebben ingesteld de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 29 april 2021, waar [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen, vertegenwoordigd door L. Bolier, rechtshulpverlener te Elspeet, en de raad, vertegenwoordigd door mr. L.J. Gerritsen, advocaat te Nijmegen, vergezeld door G.J. van der Heide, J.W. van Hooren en H. Kuipers, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Het plangebied heeft een oppervlakte van ongeveer 2.340 m² en is gesitueerd aan de Zuiderzeestraatweg aan de oostzijde van Oldebroek. In de huidige situatie is geen bebouwing in het plangebied aanwezig. Een strook aan de westzijde van het plangebied is verhard ten behoeve van het aangrenzende bedrijf aan de Zuiderzeestraatweg 213. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een brandweerkazerne die dient ter vervanging van de oude brandweerkazerne aan de Spronkweg 12 in Oldebroek. Het standpunt van de raad dat de oude locatie te klein is geworden, dat een duurzame instandhouding van het oude gebouw als brandweerkazerne niet reëel is en dat de oude locatie door de ligging in het centrum van Oldebroek niet toekomstbestendig is, is niet in geschil. In het bestemmingsplan krijgt de verharde strook aan de westzijde van het plangebied de bestemming "Bedrijf - 2". Een strook aan de noord- en oostzijde van het plangebied krijgt de bestemming "Groen" en de overige gronden in het plangebied krijgen de bestemming "maatschappelijk". Het bouwvlak is gesitueerd binnen de laatstgenoemde bestemming. Een omgevingsvergunning voor de bouw van de brandweerkazerne zal zo spoedig mogelijk worden ingediend. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen stellen dat de bouw van de brandweerkazerne tot onomkeerbare gevolgen zal leiden, omdat daardoor de landschappelijke waarden van het betreffende gebied blijvend zullen worden aangetast.

3.       [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen betogen dat de keuze van de raad om een brandweerkazerne in het plangebied toe te staan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen voeren in de eerste plaats aan dat de raad bij de gemaakte belangenafweging niet heeft onderkend dat het algemeen belang in dit geval niet is beperkt tot de noodzaak van een nieuwe brandweerkazerne, maar ook betrekking heeft op de instandhouding en bescherming van de landschappelijke waarden van het gebied waarin het plangebied is gelegen. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen wijzen erop dat in de toelichting bij het bestemmingsplan staat dat het plangebied is gelegen in een landschappelijk waardevol gebied en dat het plangebied in de huidige situatie lange zichtlijnen op het agrarische landschap en de achterliggende contouren van het bosgebied van het Veluwemassief biedt. Indien het plangebied de enige beschikbare locatie zou zijn voor een nieuwe brandweerkazerne, dan zou volgens [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen in redelijkheid minder belang kunnen worden toegekend aan de landschappelijke waarde. Echter, omdat uit het rapport Locatie onderzoek brandweerkazerne Oldebroek van 30 juli 2019 (hierna: het rapport) dat aan het bestemmingsplan ten grondslag ligt, blijkt dat vier of vijf van de in totaal acht onderzochte alternatieve locaties voor een brandweerkazerne een totaalscore hebben die gelijk is aan, dan wel bijna gelijk is aan, de totaalscore van het plangebied, had de raad, om aantasting van belangrijke landschappelijke waarden te voorkomen, voor een andere locatie moeten kiezen. Anders dan de raad heeft gesteld, zal de beoogde brandweerkazerne het zicht op het achterliggende gebied ernstig beperken, omdat, bezien vanaf de Zuiderzeestraatweg, de breedte van het bouwvlak aanzienlijk is ten opzichte van de breedte van het plangebied en de groenstrook aan de oostzijde van het plangebied kan worden ingevuld met bebossing. In de tweede plaats voeren [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen aan dat de verkeerssituatie ter hoogte van het plangebied zodanig is dat de brandweer bij het uitrukken hinder kan ondervinden van de verharde strook met de bestemming "Bedrijf - 2" die door het naastgelegen bedrijf als uitrit kan worden gebruikt en van files die kunnen ontstaan door bussen die stoppen bij twee bushaltes die nabij het plangebied zijn gesitueerd.

3.1.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. Bij het geven van een voorlopig rechtsmatigheidsoordeel beoordeelt de voorzieningenrechter aan de hand van de aangevoerde gronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De voorzieningenrechter stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of, naar zijn voorlopig oordeel, de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

3.2.    Bij het rapport is een beoordelingsmatrix bijgevoegd. Daarin is verwerkt hoe hoog de in totaal acht onderzochte alternatieve locaties voor een brandweerkazerne, waarvan twee locaties aan de Zuiderzeestraatweg zijn gelegen, hebben gescoord op vier verschillende aspecten, te weten ‘dekking gebied / aanrijtijd’, ‘ruimtelijke inpasbaarheid’, ‘invloed woon- en leefklimaat’ en ‘verkeersveiligheid’. De locaties aan de Zuiderzeestraatweg hebben een totaalscore van vijftien punten. De overige locaties hebben een totaalscore van veertien, dertien, elf of nul punten. In de toelichting bij het bestemmingsplan staat dat de brandweer en de raad de aspecten ‘dekking gebied / aanrijtijd’ en ‘verkeersveiligheid’ cruciaal achten voor de locatiekeuze en dat alleen de locaties aan de Zuiderzeestraatweg op deze cruciale aspecten goed hebben gescoord. Om deze reden heeft de raad in de Nota van beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Oldebroek, brandweerkazerne (hierna: de zienswijzennota) toegelicht dat de totaalscores op zichzelf genomen onvoldoende informatie geven om de onderzochte locaties met elkaar te vergelijken. Van de beide locaties aan de Zuiderzeestraatweg gaat de voorkeur van de brandweer en de raad uit naar het plangebied, omdat de brandweerwagens vanaf het plangebied beter overzicht hebben bij het aan- en uitrijden dan bij de andere locatie, alleen in het plangebied vier stallingsplaatsen aan de voorzijde kunnen worden gerealiseerd, wat een snelle uitruk van de vier voertuigen van de brandweer vergemakkelijkt, en het plangebied, anders dan de andere locatie, minnelijk is te verwerven. De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de landschappelijke waarden van het gebied waarin het plangebied is gelegen bij de belangenafweging zijn betrokken. De raad heeft in dit geval echter minder gewicht toegekend aan het verdwijnen van de lange zichtlijnen door de realisatie van de brandweerkazerne, omdat een goed functionerende brandweerkazerne van groot belang is voor de veiligheidsregio, de oude locatie niet langer geschikt is en het plangebied de beste locatie is voor een nieuwe brandweerkazerne. Met de landschappelijke waarden is zo veel mogelijk rekening gehouden bij de landschappelijke inpassing van de brandweerkazerne, aldus de raad in de zienswijzennota.

In het verweerschrift en ter zitting van de voorzieningenrechter heeft de raad toegelicht dat lange zichtlijnen naar het achtergelegen gebied aanwezig blijven, reeds omdat tussen de groenstrook aan de oostzijde van het plangebied en de woning op nummer 215 een agrarisch perceel van meer dan 30 breed gehandhaafd blijft.

3.3.    Over de bushaltes bij het plangebied heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat een eventuele wachtrij achter een stilstaande bus zich niet, dan wel vrijwel nooit, zal uitstrekken tot voorbij de uitrit van de beoogde brandweerkazerne. Bij de meest nabijgelegen bushalte, die op meer dan 50 meter van de uitrit van de beoogde brandweerkazerne is gesitueerd, kan een wachtrij zich niet vormen naar het plangebied toe, maar alleen van het plangebied af. De andere bushalte is meer dan 150 meter van de uitrit van de beoogde brandweerkazerne gesitueerd. Die afstand is zo groot dat een eventuele wachtrij zich vrijwel nooit zal uitstrekken tot voorbij die uitrit. Mocht er onverhoopt een langere wachtrij ontstaan, dan zal de brandweer met licht- en geluidsignalen aandacht trekken voor het uitrukken en dan kunnen weggebruikers, gezien de situatie ter plaatse, voldoende ruimte creëren om de brandweer doorgang te verlenen, aldus de raad.

Over de verharde strook met de bestemming "Bedrijf - 2" heeft de raad zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de brandweer daar geen hinder van zal ondervinden, omdat de brandweer de verharde strook niet als uitrit zal gaan gebruiken en het naastgelegen bedrijf over twee andere uitritten beschikt die als zodanig door dat bedrijf worden gebruikt.

3.4.    Gelet op de hiervoor onder 3.2 en 3.3 weergegeven standpunten en toelichting van de raad is in wat [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen hebben aangevoerd, naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, geen grond is gelegen voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bestemmingsplan, voor zover dat op de brandweerkazerne ziet, strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

4.       [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen betogen verder dat geen aan het algemeen belang te ontlenen rechtvaardiging bestaat voor de bestemmingswijziging van de verharde strook aan de westzijde van het plangebied. Het bedrijf dat is gevestigd aan de Zuiderzeestraatweg 213, direct naast de verharde strook, beschikt al over twee uitritten naar die weg. Het ligt meer voor de hand dat die uitritten worden gebruikt voor de bedrijfsvoering, aldus [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen.

4.1.    De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat de gronden die in het bestemmingsplan de bestemming "Bedrijf - 2" hebben gekregen, al ver voor het jaar 2000 zijn verhard en als bedrijfsterrein in gebruik zijn genomen. Dat gebruik is gelegaliseerd door het gebruiksovergangsrecht in de bestemmingsplannen "Buitengebied Oldebroek - Zuid" uit 2004 en "Buitengebied 2007" uit 2009. In het bestemmingsplan wordt de bestaande legale situatie vastgelegd, aldus de raad.

4.2.    [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen hebben niet weersproken dat de betreffende strook al zo lang als de raad stelt, is verhard en als bedrijfsterrein wordt gebruikt. De voorzieningenrechter kan echter niet vaststellen of die situatie onder de legaliserende werking van een bestemmingsplan uit 2004 valt, omdat de raad dat bestemmingsplan niet heeft overgelegd. In de omstandigheid dat die vaststelling pas in de bodemprocedure zal kunnen plaatsvinden, is echter geen grond gelegen voor toewijzing van het verzoek, omdat de bestemmingswijziging van de verharde strook aan de westzijde van het plangebied niet tot onomkeerbare gevolgen zal leiden. Gelet daarop is in die wijziging geen spoedeisend belang gelegen voor het treffen van een voorlopige voorziening.

5.       Het betoog [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen dat hun zienswijzen als gronden bij het verzoek dienen te worden aangemerkt, faalt naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter, omdat in de zienswijzennota op deze zienswijzen is ingegaan en [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] en anderen geen redenen hebben aangevoerd waarom de weerlegging van die zienswijzen in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

6.       Gelet hierop bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

7.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.J.C. Robben, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2021

610.