Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:779

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
14-04-2021
Zaaknummer
202000780/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 februari 2019 heeft het college van burgermeester en wethouders van Amersfoort de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring voor een woning afgewezen. [appellant] heeft een urgentieaanvraag ingediend op medische en sociale gronden. [appellant] is gescheiden en verblijft sinds de echtscheiding voornamelijk bij zijn broer en afwisselend bij andere familieleden. Het verblijf bij zijn broer is een tijdelijke oplossing, aldus [appellant]. [appellant] heeft vier kinderen die hoofdverblijf hebben bij zijn ex-partner. De ex-partner van [appellant] is in de echtelijke woning blijven wonen. [appellant] heeft het college verzocht om een urgentieverklaring op medische gronden omdat hij kampt met reuma en diabetes en zijn medische klachten verslechteren door kou en vochtigheid in de woning van zijn broer. [appellant] heeft vanwege de echtscheiding ook verzocht om urgentie op sociale gronden, omdat hij in de buurt van familie en zijn kinderen wil blijven wonen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202000780/1/A3.

Datum uitspraak: 14 april 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Amersfoort,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 20 december 2019 in zaak nr. 19/3475 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgermeester en wethouders van Amersfoort.

Procesverloop

Bij besluit van 25 februari 2019 heeft het college de aanvraag van [appellant] voor een urgentieverklaring voor een woning afgewezen.

Bij besluit van 23 juli 2019 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 december 2019 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 22 maart 2021, waar het college, vertegenwoordigd door mr. V. Djordjevic, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellant] heeft een urgentieaanvraag ingediend op medische en sociale gronden. [appellant] is gescheiden en verblijft sinds de echtscheiding voornamelijk bij zijn broer en afwisselend bij andere familieleden. Het verblijf bij zijn broer is een tijdelijke oplossing, aldus [appellant]. [appellant] heeft vier kinderen die hoofdverblijf hebben bij zijn ex-partner. De ex-partner van [appellant] is in de echtelijke woning blijven wonen. [appellant] heeft het college verzocht om een urgentieverklaring op medische gronden omdat hij kampt met reuma en diabetes en zijn medische klachten verslechteren door kou en vochtigheid in de woning van zijn broer. [appellant] heeft vanwege de echtscheiding ook verzocht om urgentie op sociale gronden, omdat hij in de buurt van familie en zijn kinderen wil blijven wonen.

1.1.    Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] andere mogelijkheden heeft om zijn woonprobleem op te lossen. Over de problemen die [appellant] ervaart door kou en vochtigheid kan zijn broer de verhuurder aan spreken, die verantwoordelijk is voor het verhelpen van technische problemen aan de woning. Uit de door [appellant] aangeleverde medische verklaringen blijkt niet dat sprake is van een medische indicatie of noodsituatie die rechtvaardigt dat [appellant] voorrang zou moeten krijgen op andere woningzoekenden die jarenlang staan ingeschreven, aldus het college. Verder heeft het college zich op het standpunt gesteld dat er geen reden is om een urgentieverklaring op sociale gronden te verlenen. De kinderen hebben namelijk hoofdverblijf bij de ex-partner. Daarom is geen sprake van dakloosheid of dreigende dakloosheid van de kinderen op grond waarvan urgentie verleend had moeten worden, aldus het college.

1.2.    De rechtbank heeft overwogen dat de Huisvestingsverordening Amersfoort 2018 ziet op schaarste op de woningmarkt van Amersfoort en een eerlijke verdeling van beschikbare woonruimte. Als sprake is van een noodsituatie kan een uitzondering worden gemaakt op de regels. Dat [appellant] medische verklaringen heeft overgelegd betekent volgens de rechtbank niet dat er voor het college aanleiding bestond om een medisch onderzoek aan te vragen. Het college moet een medisch onderzoek aanvragen als er naar het oordeel van het college geen andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen. Het college heeft redelijkerwijs kunnen concluderen dat er een andere mogelijkheid voor [appellant] bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen. Tot slot heeft de rechtbank overwogen dat er geen dakloosheid van de kinderen dreigt, waardoor het college ook om die reden de aanvraag van de urgentieverklaring mocht afwijzen.

Wettelijk kader

2.       Voor de relevante wet- en regelgeving wordt verwezen naar de bijlage. Deze maakt deel uit van de uitspraak.

Hoger beroep

3.       [appellant] betoogt dat de rechtbank er ten onrechte vanuit is gegaan dat het college geen advies bij een medisch adviseur hoefde te vragen. Hiertoe voert [appellant] aan dat de rechtbank en het college onvoldoende medische kennis hebben om de vraag te beantwoorden of sprake is van een medische noodsituatie. Volgens [appellant] komt hij wel in aanmerking voor een medische indicatie en heeft het college zijn medische problemen en zijn mogelijkheden om het woonruimteprobleem op te lossen onderschat.

Daarnaast betoogt [appellant] dat zijn sociale omstandigheden onvoldoende door de rechtbank zijn meegewogen. Hiertoe voert hij aan dat de omgang met zijn kinderen, en daarmee zijn recht op family life wordt ingeperkt door de huidige woonsituatie.

Beoordeling van het hoger beroep

4.       Het college heeft toegelicht dat voor urgentie strikte regels gelden, omdat er druk staat op de woningmarkt in Amersfoort. Door urgentie te verlenen, krijgt iemand voorrang op andere woningzoekenden die al lang staan ingeschreven en op een woning wachten. Een urgentieverklaring wordt daarom alleen in zeer uitzonderlijke situaties verleend. De Afdeling acht dit niet onredelijk.

Ingevolge artikel 18, vijfde lid, onder a, van de Huisvestingsverordening is van een medische indicatie sprake: ‘indien, op advies van een door burgemeester en wethouders in te schakelen onafhankelijk medisch adviesorgaan, is vastgesteld dat - in afwijking van de reguliere wachttijd een snellere oplossing van het huisvestingsprobleem uit medisch oogpunt noodzakelijk is, waarbij een relatie dient te bestaan tussen de medische problematiek en de huidige woonsituatie, en er naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen.’

Niet in geschil is dat [appellant] onder andere kampt met een vorm van reuma en diabetes. In de medische verklaringen die zijn overgelegd staat dat [appellant] vanwege zijn diabetes gebaat is bij regelmaat en hygiënische omstandigheden en dat hij meer klachten van zijn gewrichten en spieren ervaart bij een vochtige woonomgeving. Zoals volgt uit artikel 18, vijfde lid, onder a, van de Huisvestingsverordening, wordt bij het vaststellen van een medische indicatie als apart vereiste gesteld dat geen andere mogelijkheid moet bestaan om het probleem op te lossen. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat voor het college geen aanleiding bestaat om een medisch onderzoek aan te vragen als er naar het oordeel van het college een andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen. Voor [appellant] bestaan nog mogelijkheden om zijn woonprobleem op te lossen door zijn broer te vragen de verhuurder aan te spreken op de kou- en vochtproblemen in de woning. Daarnaast heeft [appellant] verklaard ook afwisselend bij andere familieleden te kunnen verblijven. De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat het college heeft kunnen concluderen dat er andere mogelijkheden zijn om het woonprobleem op te lossen en dat er geen reden was medisch advies te vragen.

4.1.    Artikel 18, zesde lid, van de Huisvestingsverordening bevat de criteria voor het toekennen van een sociale indicatie. Niet in geschil is dat [appellant] niet voldoet aan de vereisten voor urgentie op sociale gronden omdat de kinderen na de echtscheiding hun hoofdverblijf hebben bij zijn voormalige partner in de voormalige echtelijke woning. Gelet op de formulering van het hoger beroep van [appellant] vat de Afdeling zijn betoog op als een beroep op het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM).

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie uitspraak van de Afdeling van 25 februari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH3980), heeft artikel 8 van het EVRM als doel het individu te beschermen tegen willekeurige inbreuken door de overheid op het recht op eerbiediging van het

familie- of gezinsleven en kunnen aan het effectief respecteren daarvan positieve verplichtingen voor de overheid zijn verbonden. In dat verband moet, in zaken als deze, worden beoordeeld of in het besluit om een urgentieverklaring te weigeren een juist evenwicht is bereikt tussen de belangen van het individu en het algemeen belang van een rechtvaardige woonruimteverdeling.

4.2.    Zoals onder 4 is overwogen staat er grote druk op de woningmarkt van Amersfoort en wordt urgentie alleen in uitzonderlijke gevallen verleend. De situatie dat mensen gaan scheiden of na samenwonen uit elkaar gaan en vervolgens een woning zoeken doet zich regelmatig voor. Als urgentie wordt verleend betekent dit dat andere mensen nog langer moeten wachten op een woning. Dit geldt ook voor mensen die wel in aanmerking komen voor urgentie op grond van een medische of sociale indicatie, en bijvoorbeeld kinderen hebben die anders dakloos dreigen te worden.

Het is voor [appellant] niet onmogelijk om een gezinsleven met zijn kinderen te hebben totdat hij een woning heeft gevonden. Gelet op het grote algemene belang bij een rechtvaardige woonruimteverdeling zoals hiervoor omschreven mocht dit zwaarder wegen dan het belang van [appellant] om op de door hem gewenste wijze aan zijn gezinsleven vorm te geven. Op het college rust daarom geen positieve verplichting om een urgentieverklaring aan [appellant] te verstrekken.

4.3.    De betogen falen.

5.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6.       Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld-Mak, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 14 april 2021

176-973.

 

BIJLAGE | WETTELIJK KADER

 

Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Europees Verdrag van de Rechten van de Mens)

Artikel 8. Recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven.

1. Een ieder heeft recht op respect voor zijn privé leven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie.

2. Geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht, dan voor zover bij de wet is voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk is in het belang van de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of voor de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Huisvestingsverordening Amersfoort 2018

Artikel 17. Procedure urgentieverklaring.

1. Een woningzoekende kan bij burgemeester en wethouders een verzoek indienen om een urgentieverklaring.

[…]

7. Bij de beoordeling van een verzoek om urgentieverklaring worden de volgende elementen meegewogen:

a. Er is sprake van een dusdanige noodsituatie van de woningzoekende dat - in afwijking van de reguliere wachttijd- een snellere oplossing van het huisvestingsprobleem noodzakelijk is;

b. Zelfredzaamheid: de mogelijkheden en kansen die de woningzoekenden hebben om zelf in hun huisvesting te voorzien;

c. Verwijtbaarheid: de woningzoekende treft geen blaam voor de ontstane situatie;

d. Bij de beoordeling of er naar het oordeel van burgemeester en wethouders een andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen worden ook het inkomen en het vermogen van de woningzoekende betrokken.’

[…]

Artikel 18. Doelgroepen van urgentie.

1. Burgemeester en wethouders kunnen een urgentieverklaring verstrekken wegens:

[…]

b. sociale indicatie;

c. medische indicatie.

[…]

5. Van een medische indicatie is sprake in de volgende gevallen:

a. indien, op advies van een door burgemeester en wethouders in te schakelen onafhankelijk medisch adviesorgaan, is vastgesteld dat - in afwijking van de reguliere wachttijd een snellere oplossing van het huisvestingsprobleem uit medisch oogpunt noodzakelijk is, waarbij een relatie dient te bestaan tussen de medische problematiek en de huidige woonsituatie, en er naar het oordeel van burgemeester en wethouders geen andere mogelijkheid bestaat om het woonruimteprobleem op te lossen.

6. Van een sociale indicatie is sprake indien op advies van de urgentiecommissie door burgemeester en wethouders is vastgesteld dat een urgentieverklaring uit sociaal oogpunt noodzakelijk is. Hieronder worden de volgende situaties gerekend:

a. Echtscheiding met een of meer inwonend(e) minderjarige kind(eren)waarbij zonder urgentie het minderjarige kind/ de minderjarige kinderen dakloos worden;

b. Woningzoekenden die zich bevinden in een onaanvaardbare situatie waarbij het gaat om ernstige, levensbedreigende problemen in relatie tot de huidige woning.

[…]