Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:763

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
21-04-2021
Zaaknummer
202101958/1/A3 en 202101958/2/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen (lees: de burgemeester van Groningen) geweigerd om een andere naam toe te voegen aan het paspoort van [appellant]. [appellant] heeft gevraagd om de naam [naam] aan zijn paspoort toe te voegen. De burgemeester heeft dit behandeld als een verzoek om toepassing van artikel 24 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001. Op grond van deze bepaling kan een andere naam, oftewel een pseudoniem, in een paspoort worden vermeld. Daarvoor is vereist dat de aanvrager met schriftelijke bewijsstukken aantoont dat hij in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekendstaat onder die andere naam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202101958/1/A3 en 202101958/2/A3.

Datum uitspraak: 14 april 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Haren, gemeente Groningen,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­Nederland van 5 maart 2021 in zaak nr. 20/2583 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Groningen (lees: de burgemeester van Groningen).

Procesverloop

Bij besluit van 30 maart 2020 heeft de burgemeester geweigerd om een andere naam toe te voegen aan het paspoort van [appellant].

Bij besluit van 4 augustus 2020 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 5 maart 2021 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Tevens heeft [appellant] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 8 april 2021, waar [appellant] en de burgemeester, vertegenwoordigd door drs. A.A.G. Laan en G.I. Wieringa, zijn verschenen.

Overwegingen

1.       In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.       [appellant] heeft gevraagd om de naam [naam] aan zijn paspoort toe te voegen. De burgemeester heeft dit behandeld als een verzoek om toepassing van artikel 24 van de Paspoortuitvoeringsregeling Nederland 2001. Op grond van deze bepaling kan een andere naam, oftewel een pseudoniem, in een paspoort worden vermeld. Daarvoor is vereist dat de aanvrager met schriftelijke bewijsstukken aantoont dat hij in het maatschappelijk verkeer zakelijk of beroepshalve bekendstaat onder die andere naam.

3.       [appellant] heeft een beschrijving gegeven van zijn levensloop. In die beschrijving komt de naam [naam] meerdere keren voor. Verder heeft hij gesteld dat hij in het verleden beschikte over stukken op naam van [naam], maar dat die stukken zijn gestolen. Daarmee erkent [appellant] dat hij geen bewijsstukken heeft. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat [appellant] niet de vereiste schriftelijke bewijsstukken heeft overgelegd.

4.       Op de zitting heeft [appellant] gesteld dat de wet ertoe verplicht om gericht onderzoek te doen naar de identiteit van de aanvrager van een paspoort. Op die manier kan de burgemeester volgens hem in het buitenland stukken achterhalen waarop de naam [naam] staat.

Er zijn inderdaad situaties waarin de burgemeester zo'n gericht onderzoek moet doen. Een dergelijke verplichting geldt echter niet als het gaat om de behandeling van een verzoek om vermelding van een pseudoniem. De regelgeving verplicht de burgemeester er niet toe om op zoek te gaan naar stukken die het door de aanvrager gestelde pseudoniem bewijzen. De burgemeester hoefde dus niet zelf onderzoek te doen in het buitenland. Hij mocht de aanvraag van [appellant] afwijzen omdat de vereiste bewijsstukken ontbreken.

5.       Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6.       Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

7.       De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.       wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. H. Herweijer, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 14 april 2021

640