Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:601

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
22-03-2021
Datum publicatie
24-03-2021
Zaaknummer
202003317/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de raad van de gemeente Uithoorn het bestemmingsplan "Vuurlijn 78" vastgesteld. De raad heeft bij besluit van 26 maart 2020 het bestemmingsplan "Vuurlijn 78" vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om op het perceel Vuurlijn 78 te De Kwakel een dagrecreatiebedrijf te vestigen in combinatie met (avond)horeca en nachtverblijf. Op het perceel Vuurlijn 78 bevinden zich onder meer een bedrijfswoning, een voormalige paardenstal en schuren die in het verleden gebruikt zijn voor het stallen van landbouwvoertuigen. De schuren worden momenteel verbouwd tot horeca-inrichting. Tegen het besluit van 26 maart 2020 heeft [verzoeker A] beroep ingesteld. Hij woont op het naastgelegen perceel [locatie] ten oosten van het plangebied en vreest dat de uitvoering van het plan zal leiden tot onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat, in het bijzonder in de vorm van geluidhinder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202003317/2/R1.

Datum uitspraak: 22 maart 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend te De Kwakel, gemeente Uithoorn (hierna samen en in enkelvoud: [verzoeker A]),

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Uithoorn,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Vuurlijn 78" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker A] beroep ingesteld.

[verzoeker A] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft in de bodemprocedure een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: STAB) heeft desverzocht in de bodemprocedure een deskundigenbericht uitgebracht.

[verzoeker A] en de raad hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

Gasterij de Kwakel en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 maart 2021, waar [verzoeker A], bijgestaan door mr. ing. B.M. Brandenburg-Stroo, rechtsbijstandverlener te Leusden, en de raad, vertegenwoordigd door drs. B.J. de Jonge, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Gasterij de Kwakel, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door mr. R.D. van Oevelen, advocaat te Den Haag, als partij gehoord.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       De raad heeft bij besluit van 26 maart 2020 het bestemmingsplan "Vuurlijn 78" vastgesteld. Met dit bestemmingsplan wordt het juridisch-planologisch mogelijk gemaakt om op het perceel Vuurlijn 78 te De Kwakel een dagrecreatiebedrijf te vestigen in combinatie met (avond)horeca en nachtverblijf. Op het perceel Vuurlijn 78 bevinden zich onder meer een bedrijfswoning, een voormalige paardenstal en schuren die in het verleden gebruikt zijn voor het stallen van landbouwvoertuigen. De schuren worden momenteel verbouwd tot horeca-inrichting. Tegen het besluit van 26 maart 2020 heeft [verzoeker A] beroep ingesteld. Hij woont op het naastgelegen perceel [locatie] ten oosten van het plangebied en vreest dat de uitvoering van het plan zal leiden tot onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat, in het bijzonder in de vorm van geluidhinder. De Afdeling heeft hierin aanleiding gezien de STAB te benoemen als deskundige, als bedoeld in artikel 8:47 van de Awb, en gevraagd de gevolgen van het plan te beschrijven voor de akoestische situatie, voor zover noodzakelijk voor de behandeling van het beroep.

3.       Na afloop van de beroepstermijn is het bestemmingsplan in werking getreden. Bij besluit van 20 januari 2021 heeft de burgemeester van Uithoorn aan Gasterij de Kwakel een vergunning verleend voor de exploitatie van een openbare inrichting op het perceel Vuurlijn 78. [verzoeker A] heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende exploitatievergunning. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om het bestemmingsplan te schorsen.

4.       [verzoeker A] verzoekt de voorzieningenrechter het besluit van de raad van 26 maart 2020 tot vaststelling van het bestemmingsplan te schorsen totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het door hem ingestelde beroep. Hij wil voorkomen dat het bestemmingsplan "Vuurlijn 78" als toetsingskader dient voor het op het door hem tegen de exploitatievergunning gemaakte bezwaar te nemen besluit. Ook wenst hij te voorkomen dat Gasterij de Kwakel horeca-activiteiten gaat verrichten, terwijl er nog geen uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Daartoe voert hij aan dat de uitkomst van de bodemprocedure inzake het beroep tegen het bestemmingsplan onzeker is, omdat het bestemmingsplan volgens hem niet strekt tot een goede ruimtelijke ordening. Daarbij wijst hij op de door hem ingediende beroepsgronden, het deskundigenbericht van de STAB van 16 december 2020 en zijn reactie daarop.

5.       Gasterij de Kwakel en de raad stellen dat er geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat de horeca-inrichting momenteel niet in gebruik kan worden genomen wegens de maatregelen in verband met het coronavirus. Gasterij de Kwakel stelt verder dat er geen dreiging is van onomkeerbare gevolgen. De verlening van de exploitatievergunning maakt niet dat er spoedeisend belang is. Dit zijn losstaande procedures, tegen de exploitatievergunning staan aparte rechtsmiddelen open en [verzoeker A] had eerder een voorlopige voorziening moeten vragen inzake het bestemmingsplan, voordat het in werking zou treden, aldus Gasterij de Kwakel.

6.       De voorzieningenrechter stelt vast dat Gasterij de Kwakel horeca-activiteiten kan aanvangen zodra de door de overheid getroffen maatregelen vanwege het coronavirus op dit punt zijn versoepeld. Gasterij de Kwakel beschikt over een exploitatievergunning en kan daarvan gebruik maken omdat het bestemmingsplan "Vuurlijn 78" ter plaatse voorziet in een recreatiebestemming op grond waarvan de horeca-activiteiten zijn toegestaan. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat [verzoeker A] spoedeisend belang heeft bij de door hem gevraagde voorlopige voorziening.

7.       Op grond van het bestemmingsplan "Vuurlijn 78" rust op het gehele perceel Vuurlijn 78 de enkelbestemming "Recreatie". Het gehele perceel is voorzien van een bouwvlak en op de verschillende delen van het perceel gelden ingevolge de verbeelding en de planregels dezelfde bepalingen voor de bouw en het gebruik van een horeca-inrichting, met dien verstande dat een bedrijfswoning alleen is toegestaan ter plaatse van de functieaanduiding "bedrijfswoning". De raad heeft zich op het standpunt gesteld dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. De raad stelt dat wordt voldaan aan de hier geldende afstand van ten minste 10 meter uit de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" die geldt voor de hier toegestane bedrijfsactiviteiten die behoren tot categorie 2. Bovendien is in de planregels bepaald dat gebruik van het terras en zaalverhuur alleen is toegestaan waar door middel van een akoestisch onderzoek is aangetoond dat aan de richtwaarde van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG) en het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt voldaan.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de woning van [verzoeker A] is gelegen op de grens van zijn perceel en het perceel van [gemachtigde A]. In het plan is niet voorzien dat binnen de afstand van 10 meter tot die perceelsgrens geen recreatie-activiteiten mogelijk zijn. De verwijzing in de planregels naar "de richtwaarde van de VNG" is daarvoor ontoereikend. Ook overigens betwijfelt de voorzieningenrechter of met de planregels waarnaar de raad verwijst wordt bereikt wat hij daarmee heeft beoogd. Weliswaar wordt daarin een akoestisch onderzoek verlangd voor het gebruik van het terras en voor zaalverhuur, maar niet voor de overige horeca-activiteiten die het plan toestaat. Nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter in dit geval had kunnen worden aangesloten bij voor gemengd gebied geldende afstand uit de VNG-brochure, ziet de voorzieningenrechter aanleiding de volgende voorlopige voorziening te treffen.

8.       De voorzieningenrechter zal bepalen dat in een strook van 10 meter breed, te rekenen vanaf de perceelgrens tussen de percelen Vuurlijn 78 en [locatie], geen bouw- en gebruiksactiviteiten mogen plaatsvinden ten behoeve van de op het perceel rustende recreatieve bestemming totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Dit betekent dat Gasterij de Kwakel op het resterende deel van het perceel kan starten met de horeca-activiteiten zodra de coronamaatregelen zich daartegen niet meer verzetten. Het vrijwaren van de betrokken strook van aan de bestemming "Recreatie" verbonden bouw- en gebruiksactiviteiten betekent voor [verzoeker A] dat hij gevrijwaard zal zijn van eventuele overlast gevende activiteiten.

9.       De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        treft de voorlopige voorziening dat binnen 10 meter van de perceelgrens tussen de percelen Vuurlijn 78 en [locatie] op het perceel Vuurlijn 78 geen bouw- en gebruiksactiviteiten mogen worden verricht ten behoeve van de recreatieve bestemming;

II.       veroordeelt de raad van de gemeente Uithoorn tot vergoeding van bij [verzoeker A] en [verzoeker B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.068,00 (zegge: duizendachtenzestig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

III.      gelast dat de raad van de gemeente Uithoorn aan [verzoeker A] en [verzoeker B] het door hen betaalde griffierecht ten bedrage van € 178,00 (zegge: honderdachtenzeventig euro) vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. W.D.M. van Diepenbeek, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C. Sparreboom, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

w.g. Sparreboom

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 22 maart 2021

195-855.