Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:2033

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
08-09-2021
Datum publicatie
08-09-2021
Zaaknummer
202101785/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Amersfoort het bestemmingsplan "Operaplein" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van het winkelcentrum Operaplein. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Amersfoort Zuid en Kattenbroek" waren op deze locatie detailhandel mogelijk en enkele voorzieningen, met op de verdiepingen 8 sociale huurwoningen. Het nieuwe plan voorziet in een appartementengebouw met op de begane grond met name detailhandel met een oppervlakte van maximaal 1500 m², en op de verdiepingen 60 woningen, waarvan minimaal 33% sociale huurwoningen. De VvE betoogt dat er geen woningen zouden moeten worden toegevoegd op deze locatie, omdat er al sprake is van een probleemwijk en een toename van het aantal bewoners in dit kleine gebied leidt tot een verdere toename van de problemen in de wijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202101785/1/R4.

Datum uitspraak: 8 september 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Vereniging van Eigenaars Ariaweg 13 tot en met 107 (oneven nummers) te Amersfoort (hierna: de VvE), gevestigd te Amersfoort,

appellante,

en

de raad van de gemeente Amersfoort,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 januari 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Operaplein" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de VvE beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 juli 2021, waar de VvE, vertegenwoordigd door [gemachtigden] en de raad, vertegenwoordigd door W.L. Juijn-Dorst en B. Braak, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Stichting de Alliantie, vertegenwoordigd door [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       Het plan voorziet in de herontwikkeling van het winkelcentrum Operaplein. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Amersfoort Zuid en Kattenbroek" waren op deze locatie detailhandel mogelijk en enkele voorzieningen, met op de verdiepingen 8 sociale huurwoningen. Het nieuwe plan voorziet in een appartementengebouw met op de begane grond met name detailhandel met een oppervlakte van maximaal 1500 m², en op de verdiepingen 60 woningen, waarvan minimaal 33% sociale huurwoningen.

Toetsingskader

2.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Beoordeling van het beroep

3.       De VvE betoogt dat er geen woningen zouden moeten worden toegevoegd op deze locatie, omdat er al sprake is van een probleemwijk en een toename van het aantal bewoners in dit kleine gebied leidt tot een verdere toename van de problemen in de wijk. De concentratie van sociale huurwoningen is volgens de VvE niet goed voor de leefbaarheid van de wijk. Verder had volgens de VvE het nieuwe plan moeten voorzien in het behoud van de speelplaats, omdat die ook van belang is voor de leefbaarheid. Ook stelt de VvE dat er camera’s zouden moeten worden geplaatst om overlast en vernielingen tegen te gaan.

3.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat de beoogde ontwikkeling voorziet in een grote behoefte aan betaalbare huurwoningen in Amersfoort. De geplande woningbouw zal niet alleen bestaan uit sociale huurwoningen, maar voor een groot deel ook uit middeldure huurwoningen. Dit vergroot de differentiatie in de wijk en biedt mogelijkheden voor doorstroming in de woningmarkt. De herontwikkeling van het Operaplein, waarbij een verloederd winkelcentrum plaatsmaakt voor een moderne supermarkt en 60 nieuwe woningen, draagt volgens de raad juist bij aan een verbetering van de leefbaarheid in het gebied. De verbeterde opzet en inrichting van het Operaplein zal leiden tot minder overlast en criminaliteit. Ten aanzien van de speelplaats wijst de raad op het "Uitvoeringsplan speelplekken Schuilenburg 2019-2023", waaruit blijkt dat het een goede ontwikkeling is dat het speelpleintje wordt omgevormd tot ontmoetingsplek zonder speeltoestellen en dat het buurtplein aan de andere zijde van de Ariaweg de centrale speelplek is. Hiermee wordt volgens de raad beter aangesloten bij de wensen van kinderen en ouders. Verder is een bestemmingsplan niet het enige geëigende instrument om de sociale veiligheid te verbeteren, maar vanuit de gemeente is hier ook op andere wijzen aandacht voor. Het al dan niet ophangen van camera’s is geen onderdeel van de bestemmingsplanprocedure, aldus de raad.

3.2.    De enkele vrees van de VvE dat de toevoeging van de 60 woningen zal leiden tot een toename van de problemen in de wijk is op zichzelf onvoldoende grond om het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening te achten. Er is geen concreet aanknopingspunt om op voorhand aannemelijk te achten dat het plan zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van de leefbaarheid en de sociale veiligheid in de buurt. De Afdeling stelt vast dat de raad de problemen in de wijk erkent en dat er op verschillende wijzen wordt gewerkt aan een verbetering van de sociale veiligheid en leefbaarheid in de buurt. De raad heeft toegelicht dat de nieuwe opzet en inrichting van het Operaplein zal leiden tot een verbetering omdat deze inrichting minder aantrekkelijk zal zijn voor hangjeugd. Verder heeft de raad ingezet op een ontwikkeling van meer differentiatie in het type woningen. Volgens de raad komen er 40 middeldure huurwoningen en 20 sociale huurwoningen, waarvan de middeldure huurwoningen aan de Ariaweg worden gesitueerd, ter verbetering van het leefklimaat aan de zijde van de Ariaweg. Hoewel deze uitwerkingen niet in de planregels zijn vastgelegd, zijn deze volgens de raad wel contractueel geregeld met de ontwikkelaar. Om de door de raad gewenste verhouding tussen het aantal middeldure en sociale huurwoningen mogelijk te maken is de raad bij het vaststellen van dit bestemmingsplan afgeweken van het beleid "Deltaplan Wonen", door in de planregels op te nemen dat een percentage van minimaal 33% van de woningen moet bestaan uit sociale huurwoningen, in plaats van het volgens het beleid vereiste percentage van 35%. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat het voor een goede ruimtelijke ordening vereist was om ook een maximumpercentage aan sociale huurwoningen op te nemen in de planregels. Mede gelet op de behoefte aan betaalbare woningen in Amersfoort ziet de Afdeling in hetgeen door de VvE is aangevoerd dan ook geen grond voor het oordeel dat de raad de ontwikkeling op deze locatie niet passend heeft kunnen achten. Ten aanzien van het door de VvE gewenste cameratoezicht heeft de raad zich terecht op het standpunt gesteld dat dit niet in een bestemmingsplan kan worden geregeld.

Het betoog slaagt niet.

4.       Voorts voert de VvE aan dat er al sprake is van parkeerproblemen in de omgeving en dat in het plan niet is uitgewerkt hoe wordt voorzien in de parkeerbehoefte. In het nieuwe plan kunnen extra parkeerplaatsen alleen worden gerealiseerd indien dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit. De VvE stelt dat daarom een ondergrondse parkeergarage mogelijk zou moeten worden gemaakt.

4.1.    Op grond van artikel 3.1 van de planregels van het bestemmingsplan dient bij het realiseren van de bestemmingen te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag. Derhalve dient bij de aanvraag om een omgevingsvergunning te worden beoordeeld of in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien en hoefde dit nog niet te zijn uitgewerkt ten tijde van het vaststellen van het bestemmingsplan. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat er bij de uitvoering van het bestemmingsplan niet voldoende parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd om aan de parkeerbehoefte te voldoen. Bij de toelichting van het bestemmingsplan is een rapportage "Parkeerbalans en verkeersaantrekkende werking Operaplein te Amersfoort" gevoegd. Daarin is aangegeven dat er bij de ontwikkeling van de supermarkt, het wijkkantoor, 40 middeldure huurwoningen en 20 sociale huurwoningen, volgens de normen van het parkeerbeleid zoals dat nu geldt en rekening houdend met de aanwezigheidspercentages, in totaal 100 parkeerplaatsen nodig zijn. In het concept stedenbouwkundig plan wordt voorzien in 107 parkeerplaatsen. Op basis van deze rapportage is aannemelijk dat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. De VvE heeft de rapportage in haar beroepschrift niet gemotiveerd bestreden, maar heeft tijdens de zitting gesteld dat er 109 parkeerplaatsen nodig zijn en dat er slechts in 100 parkeerplaatsen kan worden voorzien. De VvE heeft deze stelling echter niet onderbouwd en de Afdeling ziet geen grond waarom niet van de juistheid van de rapportage zou kunnen worden uitgegaan. Gelet op het voorgaande heeft de raad dan ook geen aanleiding hoeven zien om een ondergrondse parkeergarage mogelijk te maken, zoals door de VvE is betoogd.  

Het betoog slaagt niet.

5.       De VvE heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de zienswijzenota, die deel uitmaakt van het bestreden besluit, is ingegaan op deze zienswijze. De VvE heeft in het beroepschrift of op de zitting geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van die zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6.       Het beroep is ongegrond.

7.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden. 

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J. Houtman-van de Meerakker, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.         

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 8 september 2021

929