Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:1893

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-08-2021
Datum publicatie
25-08-2021
Zaaknummer
202005741/1/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 31 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de locatie tegenover Spaarne 3-5, te Haarlem aangewezen voor het verplaatsen van de ondergrondse restafvalcontainers van Spaarne 15-17. Het besluit van 8 september 2020 strekt er toe dat een orac wordt verplaatst van Spaarne 15-17 naar Spaarne 3-5 en dat Spaarne 3-5 wordt aangewezen als locatie voor een container voor PBD-afval. Draw Architecten en anderen wonen dan wel zijn gevestigd in de nabijheid en zijn het niet eens met de aanwijzing van deze locatie. Draw Architecten en anderen betogen dat de aangewezen locatie ongeschikt is voor het verplaatsen van de orac en het plaatsen van een nieuwe container voor PBD. Volgens Draw Architecten en anderen is het algemeen bekend dat orac’s veel overlast veroorzaken. Nu staat de orac nog voor een gebouw dat niet dagelijks wordt gebruikt en ook geen vaste bewoners heeft, dit in tegenstelling tot de locatie Spaarne 3-5.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202005741/1/R1.

Datum uitspraak: 25 augustus 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Draw Architecten B.V. en anderen, allen gevestigd te Haarlem,

appellanten,

en

het college van burgemeester en wethouders van Haarlem,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 31 december 2019 heeft het college de locatie tegenover Spaarne 3-5, te Haarlem aangewezen voor het verplaatsen van de ondergrondse restafvalcontainers (hierna: orac’s) van Spaarne 15-17.

Bij besluit van 8 september 2020 heeft het college naar aanleiding van de ingediende bezwaren het besluit van 31 december 2019 gewijzigd en aangegeven dat het besluit betrekking heeft op de verplaatsing van een orac en de plaatsing van een container voor plastic, blik en drankenkartons (hierna: PBD) en het besluit voor het overige in stand gelaten.

Tegen dit besluit hebben Draw Architecten en anderen beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 juni 2021, waar Draw Architecten en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J.W. Ebbink, advocaat te Haarlem, zijn verschenen. Het college, vertegenwoordigd door mr. E. Knaape, mr. Y.J.M. Pijnaker en R. Hartman, heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen.

Overwegingen

Inleiding

1.       Het besluit van 8 september 2020 strekt er toe dat een orac wordt verplaatst van Spaarne 15-17 naar Spaarne 3-5 en dat Spaarne 3-5 wordt aangewezen als locatie voor een container voor PBD-afval. Draw Architecten en anderen wonen dan wel zijn gevestigd in de nabijheid en zijn het niet eens met de aanwijzing van deze locatie.

Toetsingkader

2.       Bij de keuze van een locatie voor containers dient het college een afweging te maken van alle betrokken belangen. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 25 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2506), komt het college bij de keuze voor locaties voor de plaatsing van containers beleidsruimte toe. Dit betekent dat de Afdeling, aan de hand van de beroepsgronden, beoordeelt of het college in redelijkheid tot zijn keuze voor de locatie heeft kunnen komen.

Daarbij beoordeelt zij allereerst of het college de locatie geschikt heeft kunnen achten voor de plaatsing van een container. Als dat zo is, beoordeelt de Afdeling vervolgens of het college toch had moeten afzien van aanwijzing van de locatie vanwege een geschiktere alternatieve locatie. Een alternatieve locatie moet zodanig geschikter zijn dan de aangewezen locatie, dat geoordeeld moet worden dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor die locatie, maar had moeten kiezen voor de alternatieve locatie.

3.       Bij de aanwijzing van de locatie Spaarne 3-5 heeft het college de "Richtlijnen voor plaatsing inzamelmiddelen en -voorzieningen" (hierna: richtlijnen), vastgesteld op 4 september 2018, gehanteerd.

Onjuiste publicatie

4.       Draw Architecten en anderen betogen dat het besluit van 8 september 2020 een ingrijpende wijziging inhoudt van het besluit van 31 december 2019 zonder dat een juiste publicatie heeft plaatsgevonden. Volgens hen is de omschrijving van het besluit van 31 december 2019 onjuist. In de titel van het besluit staat dat het alleen gaat om de verplaatsing van orac’s van Spaarne 15-17 naar Spaarne 3-5. Op Spaarne 15-17 staat echter maar één orac. Daarnaast omvat het besluit van 31 december 2019 niet alleen de verplaatsing van een orac, maar ook de aanwijzing van een nieuwe container voor PBD. Volgens hen blijkt dit niet uit de kennisgeving in het gemeenteblad en is ook niet duidelijk of het gaat om een ondergrondse of bovengrondse container voor PBD. Volgens Draw Architecten en anderen heeft het college met het besluit van 8 september 2020 het besluit van 31 december 2019 niet in die zin kunnen wijzigen dat het besluit ook ziet op de plaatsing van een container voor PBD.

4.1.    De Afdeling stelt voorop dat in dit geschil het besluit op bezwaar van 8 september 2020 ter beoordeling staat. In dit besluit is vastgesteld dat het besluit van 31 december 2019 door kennisgeving in het gemeenteblad is bekendgemaakt. In dit geval heeft het college naar aanleiding van de gemaakte bezwaren bij besluit van 8 september 2020 het besluit van 31 december 2019 gewijzigd en expliciet aangeven dat het besluit naast het verplaatsen van één orac ook ziet op de plaatsing van een nieuwe PBD-container. Het college heeft toegelicht dat voor zover het besluit onvoldoende duidelijk was dit in het besluit van 8 september 2020 hersteld is. De Afdeling overweegt dat het college op deze wijze de omschrijving van het besluit van 31 december 2019 heeft mogen wijzigen en dit overigens onverlet laat dat uit de inhoud van dit besluit en de bijgevoegde locatiekaart voldoende blijkt dat het gaat om het verplaatsen van een orac en het plaatsen van een nieuwe ondergrondse container voor PBD-afval.

In wat Draw Architecten en anderen aanvoeren, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 8 september 2020 in verband met het hier besproken betoog voor vernietiging in aanmerking komt.

Het betoog faalt.

Richtlijnen

5.       Draw Architecten en anderen betogen dat het college met betrekking tot het plaatsen van de afvalcontainers ten onrechte de procedure die gaat over het inspraaktraject en de plaatsingsprocedure voor afvalcontainers, zoals staat beschreven in de richtlijnen niet heeft gevolgd. Zij voeren aan dat bij de totstandkoming van het besluit van 31 december 2019 geen gelegenheid is geboden tot inspraak over de vastgestelde locatie. In dit kader wordt gewezen op artikel 4.4 van het collegebesluit van 4 september 2018 tot vaststelling van de richtlijnen. Volgens hen zijn hun reacties niet verwerkt en meegenomen in de locatiekeuze en zijn zij in hun belangen geschaad.

5.1.    Het college wijst erop dat in paragraaf 6.2 van de richtlijnen het inspraaktraject en de plaatsingsprocedure staat. Uit paragraaf 6.2.1 van de richtlijnen volgt dat de procedures uit de richtlijnen van toepassing zijn ten behoeve van het plaatsen van afvalcontainers in het kader van een locatieplan. Volgens het college wordt een locatieplan niet opgesteld voor de (ver)plaatsing van één of enkele afvalcontainer(s), zoals in deze zaak het geval is. Daarom is de procedure zoals neergelegd in de richtlijnen niet gevolgd. Het college stelt dat de bewoners achteraf zijn geïnformeerd door middel van een bewonersbrief. Volgens het college hebben Draw Architecten en anderen in het kader van de bezwaarprocedure hun standpunten naar voren kunnen brengen en alternatieve locaties kunnen voordragen. Volgens het college heeft vervolgens een zorgvuldige heroverweging plaatsgevonden van het besluit van 31 december 2019, waarin hun standpunten zijn betrokken bij het nemen van het besluit van 8 september 2020.

5.2.    De Afdeling stelt vast dat de richtlijnen, die gaan over het inspraaktraject en de plaatsingsprocedure voor containers, in dit geval niet van toepassing zijn. Deze richtlijnen worden toegepast bij het vaststellen van een locatieplan. Het bij besluit van 8 september 2020 in stand gelaten besluit van 31 december 2019 gaat niet over het vaststellen van een locatieplan. Het college hoefde het inspraaktraject en de plaatsingsprocedure uit de richtlijnen in dit geval niet te volgen. Bovendien hebben Draw Architecten en anderen in het kader van de bezwaarprocedure hun standpunten naar voren kunnen brengen en zijn hun gronden betrokken bij de heroverweging. In het advies van de bezwaarschriftencommissie is ingegaan op de bezwaren van Draw Architecten en anderen en op de keuze van het college voor de locatie.

Gelet op het voorgaande is niet aannemelijk dat de bezwaarprocedure in zoverre onjuist is gevoerd.

Het betoog faalt.

6.       Draw Architecten en anderen betogen dat uit de inleiding van het besluit tot het vaststellen van de richtlijnen blijkt dat in principe geen nieuwe ondergrondse containers worden geplaatst. Het besluit om de orac te verplaatsen en een nieuwe container voor PBD te plaatsen is volgens Draw Architecten en anderen in strijd met de richtlijnen. Het college stelt volgens hen onterecht dat op de aangewezen locatie meer woningen, vooral gelegen aan de Burgwal, aangesloten kunnen worden op de containers. Dit is volgens hen niet aangetoond en het is daarnaast volgens hen ook mogelijk om meer huishoudens aan te sluiten op de orac aan Spaarne 15-17, waardoor verplaatsing niet nodig is. Zij voeren verder aan dat ook niet door het college is aangetoond of onderzocht dat de containers in de Burgwal teveel aansluitingen heeft. Zij voeren verder aan dat er al een bovengrondse PBD-container direct aan de overzijde van het Spaarne, op ongeveer 50 m afstand, staat en de nieuwe container dus overbodig is. Volgens hen heeft het college de noodzaak van de (ver)plaatsing van de containers onvoldoende onderbouwd, aangezien zij de gegevens niet kunnen verifiëren. Volgens hen is de locatie aan het Spaarne 15-17 een geschiktere locatie.

6.1.    Het college stelt dat uit het collegebesluit van 4 september 2018 waarbij de richtlijnen voor het plaatsen van afvalcontainers zijn gewijzigd en aangevuld, blijkt dat in principe geen nieuwe ondergrondse containers worden geplaatst, maar dat uit de zinsnede "in principe" in dit besluit volgt dat hiervan kan worden afgeweken. Volgens het college wordt met de verplaatsing van de orac en de plaatsing van de PBD-container vooruitgelopen op gescheiden afvalinzameling in het centrum van Haarlem. In de omgeving zijn geschikte locaties voor afvalinzamelmiddelen schaars. Op de locatie bij Spaarne 15-17 kunnen te weinig adressen worden aangesloten. Door de orac te verplaatsen en een PBD-container te plaatsen kunnen er meer adressen worden aangesloten en worden de zwaarbelaste containers in de omgeving ontlast. Door de plaatsing van de PBD-container wordt daarnaast een mogelijkheid gecreëerd voor de bewoners van de achterliggende straten om PBD-afval aan te bieden, omdat de orac’s in bijvoorbeeld de achterliggende Spaarnwouderstraat ook onder druk staan. Volgens het college hebben de nu aanwezige containers voor papier en PBD, waaronder ook de PBD-container aan de overzijde van het Spaarne, niet de benodigde capaciteit en staan deze gemiddeld te ver weg om voor iedereen afvalscheiding mogelijk te maken. Het college heeft op de zitting toegelicht dat de noodzaak van het (ver)plaatsen blijkt uit verschillende gegevens zoals bijvoorbeeld het aantal uitgegeven afvalpassen en het gemeten gebruik van de orac’s.

6.2.    De Afdeling overweegt dat het college mede gezien de zinsnede ‘in principe’ in de inleiding van het collegebesluit van 4 september 2018, heeft mogen afwijken door ook een aanwijzingsbesluit te nemen voor het plaatsen van een nieuwe PBD-container. Gelet op de stukken en de toelichting op de zitting heeft het college aannemelijk gemaakt dat de orac en PBD-container bijdragen aan een meer evenwichtige verdeling van de aansluitingen op afvalcontainers. Wat Draw Architecten en anderen hebben aangevoerd, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Het college heeft de afwijking en de noodzaak voor de verplaatsing van de orac en de plaatsing van de PBD-container, gelet op de onder 6.1 gegeven toelichting, voldoende gemotiveerd.

Het betoog faalt.

Geschiktheid locatie: algemeen

7.       Draw Architecten en anderen betogen dat de aangewezen locatie ongeschikt is voor het verplaatsen van de orac en het plaatsen van een nieuwe container voor PBD. Volgens Draw Architecten en anderen is het algemeen bekend dat orac’s veel overlast veroorzaken. Nu staat de orac nog voor een gebouw dat niet dagelijks wordt gebruikt en ook geen vaste bewoners heeft, dit in tegenstelling tot de locatie Spaarne 3-5. Hier is volgens Draw Architecten en anderen wel sprake van vaste bewoning. Daarnaast gaat de (ver)plaatsing ten koste van parkeerruimte. Op de zitting hebben zij toegelicht dat volgens hen één container nu eenmaal minder ruimte inneemt dan twee containers. Daarnaast hebben zij op de zitting aangegeven dat het pand aan Spaarne 3 een gemeentelijk monument is. Volgens hen is hier ten onrechte geen rekening mee gehouden.

7.1.    Het college stelt zich op het standpunt dat de aangewezen locatie geschikt is voor de aanwijzing van de te verplaatsen orac en het plaatsen van de nieuwe container voor PBD. Volgens het college voldoet de aangewezen locatie aan de richtlijnen. Het college heeft op de zitting toegelicht dat het behoud van parkeerplaatsen en de monumentale status van het pand Spaarne 3 geen belangen zijn waar op grond van de richtlijnen rekening mee wordt gehouden. Volgens het college leidt de aangewezen locatie overigens ook niet tot verlies van parkeerruimte, omdat op de oude locatie waar nu de orac staat een parkeerplaats wordt gerealiseerd. Daarnaast heeft het college op de zitting toegelicht dat de twee containers passen op één parkeerplaats.

7.2.    De Afdeling stelt vast dat uit de rechtspraak van de Afdeling volgt dat nadelen die inherent zijn aan het gekozen inzamelsysteem, zoals geluid- en geuremissie van het gebruik van een orac, toeneming van verkeer van en naar een orac en (verkeers-)hinder die gepaard gaat met het legen van een orac, onder normale omstandigheden niet aan aanwijzing van een locatie in de weg hoeven staan. Daarbij is van belang dat geluid- en geurhinder door de constructie van orac’s en door het regelmatig legen en schoonmaken zoveel mogelijk worden voorkomen, dat de verkeersaantrekkende werking in het algemeen beperkt is en dat het legen van orac’s maar van korte duur is. Als voorbeeld wijst de Afdeling op haar uitspraak van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2320. De Afdeling zal daarom enkel beoordelen of locatie-specifieke of andere bijzondere omstandigheden maken dat het college in die gevolgen reden had moeten zien om de locatie niet aan te wijzen.

In de door Draw Architecten en anderen in algemene zin geuite vrees voor overlast heeft het college geen belemmering voor aanwijzing van de locatie Spaarne 3-5 hoeven zien.

7.3.    De Afdeling ziet geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van wat het college met betrekking tot de geschiktheid van de locatie aan Spaarne 3-5 naar voren heeft gebracht. De Afdeling betrekt hierbij dat er  geen parkeerplaats verloren gaat, aangezien op zitting is gebleken dat vanwege de afmetingen van de containers deze op één parkeerplaats passen. Verder weegt de op zitting aangevoerde omstandigheid dat het pand aan Spaarne 3 een gemeentelijk monument is niet zo zwaar dat het college de aangewezen locatie om die reden niet geschikt heeft kunnen achten. Het college heeft, mede gelet op de in 6.1 weergegeven toelichting, in redelijkheid de aangewezen locatie geschikt kunnen achten voor het verplaatsen van een orac en het plaatsen van een PBD-container.

Het betoog faalt.

Geschiktheid locatie: belangen Haarlem Canal Tours en Smidje Canal Cruises

8.       Draw Architecten en anderen betogen dat het college de locatie niet in redelijkheid heeft kunnen aanwijzen, omdat bij de afweging van de belangen onvoldoende rekening is gehouden met alle af te wegen belangen. Volgens Draw Architecten en anderen heeft het college ten onrechte de belangen van Haarlem Canal Tours en Smidje Canal Cruises (hierna: rederijen) als zwaarder wegend beoordeeld dan het belang van de bewoners. Volgens Draw Architecten en anderen is de reden voor de verplaatsing gelegen in het voornemen om op de locatie van de oude orac een openbare parkeerplaats te realiseren en op die locatie een trede in de kademuur te maken ten behoeve van de rederijen. Verder zou er een opstapplek ten behoeve van gehandicapten voor Smidtje Canal Cruises ter hoogte van Spaarne 7-9a gerealiseerd worden. Hieruit blijkt volgens Draw Architecten en anderen dat het belang van de bewoners volgens het college dient te wijken voor het belang van de rederijen en dat het college over de (ver)plaatsing in tegenstelling tot met de bewoners, wel overleg heeft gevoerd met de rederijen.

8.1.    Het college stelt dat hier twee verschillende projecten onderscheiden moeten worden, namelijk enerzijds de (ver)plaatsing van de ondergrondse containers en anderzijds het project ‘walmuur/herinrichting’. De trede in de kademuur en de opstapplek voor gehandicapten ten behoeve van de rederijen, stonden al aangegeven in het definitieve ontwerp van het project 'walmuur/herinrichting Spaarne'. Volgens het college is in het kader van de herinrichting van het Spaarne overleg gevoerd met de exploitanten van de rederijen. De aanleiding voor de (ver)plaatsing van de ondergrondse containers is volgens het college niet gelegen in de belangen van de rederijen.

Bij de keuze van een locatie voor containers dient het college een afweging te maken van alle betrokken belangen. Voor het oordeel dat het college bij de afweging van de belangen onvoldoende rekening heeft gehouden met alle af te wegen belangen en in het bijzonder de belangen van Draw Architecten en anderen, bestaat geen aanleiding. Het college heeft in wat Draw Architecten en anderen op dit punt hebben aangevoerd geen reden hoeven zien om de locatie niet aan te wijzen.

Het betoog faalt.

Alternatieve locatie

9.       Draw Architecten en anderen betogen dat het college de aangewezen locatie niet in redelijkheid heeft kunnen aanwijzen, omdat een geschiktere alternatieve locatie aanwezig is. Zij wijzen hierbij op de locatie aan de overzijde van de brug bij Spaarne 3-5, waar nu al een PBD-container staat. Volgens Draw Architecten en anderen heeft het college onvoldoende onderzocht of deze locatie geschikt is.

9.1.    Het college stelt dat de aangedragen alternatieve locatie niet geschikt is voor de plaatsing van de containers. De PBD-container aan de overzijde van het Spaarne staat volgens het college op 70 m loopafstand van de aangewezen locatie. Om ervoor te zorgen dat bewoners afval scheiden moet de loopafstand voor de aangesloten huishoudens zo klein mogelijk zijn. Een extra loopafstand van 70 meter is volgens het college ongewenst, ter bevordering van de afvalscheiding. Bovendien is de PBD-container aan de overzijde een bovengrondse container. Deze heeft volgens het college niet de capaciteit die nodig is.

In wat Draw Architecten en anderen hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanknopingspunt om aan de juistheid van het standpunt van het college te twijfelen. De Afdeling ziet gelet op het voorgaande geen grond voor het oordeel dat het college in redelijkheid de alternatieve locatie geschikter had moeten achten dan de aangewezen locatie.

Het betoog faalt.

Conclusie

10.     Het beroep is ongegrond.

11.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:|

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A. Melse, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.     

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2021

191-966