Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:1756

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-08-2021
Datum publicatie
04-08-2021
Zaaknummer
202100174/1/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 november 2020 heeft de raad van de gemeente Amersfoort het bestemmingsplan "Podium" vastgesteld. Dit plan maakt de herontwikkeling van het plangebied "Podium" mogelijk van een kantoorlocatie naar een woningbouwlocatie. Hiermee is het mogelijk om binnenstedelijk maximaal 440 woningen van diverse afmetingen, vormen en prijsklassen toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van Amersfoort, tegen de bestaande bebouwing van Hooglanderveen en de wijk Vathorst aan. [appellant sub 1] woont in Hooglanderveen. Gelet op de aard en omvang van het plan vreest hij directe gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat. Hij vreest dat het bestemmingsplan zal leiden tot een onaanvaardbare toename van verkeersstromen en parkeerdruk in de nabijheid van zijn woning. De belangenvereniging behartigt de belangen van de inwoners van Hooglanderveen. Zij vreest dat de verkeersstromen en parkeerdruk in Hooglanderveen zullen toenemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202100174/1/R4.

Datum uitspraak: 4 augustus 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.       [appellant sub 1], wonend te Hooglanderveen, gemeente Amersfoort,

2.       De belangenvereniging Hooglanderveen, gevestigd te Hooglanderveen, gemeente Amersfoort,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Amersfoort,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 10 november 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Podium" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en de belangenvereniging beroep ingesteld.

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Podium" opnieuw, gewijzigd, vastgesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

OBV Beheer B.V. heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op de zitting behandeld op 4 juni 2021, waar [appellant sub 1], de belangenvereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigden A], en de raad, vertegenwoordigd door W.L. Juijn-Dorst en M.D.H. Schimmel-Naaijkens, zijn verschenen. Voorts is op de zitting OBV, vertegenwoordigd door [gemachtigden B], bijgestaan door mr. S.W. Derksen en mr. H.W. Dekker, advocaten te Utrecht, gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       De raad heeft bij het besluit van 10 november 2020 en opnieuw, maar gewijzigd, bij besluit van 20 april 2021, het bestemmingsplan "Podium" vastgesteld. Dit plan maakt de herontwikkeling van het plangebied "Podium" mogelijk van een kantoorlocatie naar een woningbouwlocatie. Hiermee is het mogelijk om binnenstedelijk maximaal 440 woningen van diverse afmetingen, vormen en prijsklassen toe te voegen aan de bestaande woningvoorraad. Het plangebied ligt aan de noordoostzijde van Amersfoort, tegen de bestaande bebouwing van Hooglanderveen en de wijk Vathorst aan.

2.       [appellant sub 1] en de belangenvereniging hebben tegen dit besluit beroep ingesteld.

3.       [appellant sub 1] woont in Hooglanderveen. Gelet op de aard en omvang van het plan vreest hij directe gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat. Hij vreest met name dat de realisering van het bestemmingsplan in de nabijheid van zijn perceel zal leiden tot een onaanvaardbare toename van verkeersstromen en parkeerdruk in de nabijheid van zijn woning.

4.       De belangenvereniging behartigt de belangen van de inwoners van Hooglanderveen. Zij vreest net als [appellant sub 1] dat door de herontwikkeling van het plangebied de verkeersstromen en parkeerdruk in Hooglanderveen zullen toenemen.

5.       OBV is de betrokken projectontwikkelaar.

Bijlage

6.       De relevante planregels die ten grondslag liggen aan de hierna volgende rechtsoverwegingen, zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

Toetsingskader

7.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het besluit van 20 april 2021

8.       Bij het besluit van 20 april 2021 heeft de raad het plan, zoals vastgesteld bij het besluit van 10 november 2020, opnieuw vastgesteld met een aantal wijzigingen in de planregels. Ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) heeft het beroep van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben.

8.1.    In het besluit van 20 april 2021 staat vermeld dat het de raad na bestudering van de door [appellant sub 1] en de belangenverenging tegen het besluit van 10 november 2020 ingediende beroepschriften, is gebleken dat enkele ondergeschikte planonderdelen niet duidelijk zijn. Hij heeft daarom aanleiding gezien het bestemmingsplan op die onderdelen aan te passen. Zo is met het besluit van 20 april 2021 een voorwaardelijke verplichting in het plan opgenomen tot het wijzigen van rotonde 9 naar een voorrangsplein, is de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid voor het omzetten van 10.000 m² bestemd voor wonen naar een kantoorbestemming geschrapt en is een maximum van 440 woningen opgenomen in de planregels. Ook is de regeling in de bouwregels om te kunnen schuiven met de bebouwingsgrenzen geschrapt en vervangen door een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid die het mogelijk maakt om in plaats van gestapelde woningen ook aaneen gebouwde woningen te realiseren binnen bouwvlakken voor gestapelde woningen met de bestemming 'Wonen - 4'. Voor het overige is het plan zoals vastgesteld bij het besluit van 10 november 2020 ongewijzigd gebleven.

8.2.    [appellant sub 1] en de belangenvereniging hebben te kennen gegeven dat zij zich met de aangebrachte wijzigingen in het besluit van 20 april 2021 kunnen verenigen, omdat hiermee op de genoemde punten is tegemoet gekomen aan hun bezwaren tegen het besluit van 10 november 2020. Omdat het plan bij het vaststellingsbesluit van 20 april 2021 voor het overige ongewijzigd is gebleven, zal de Afdeling de gronden van [appellant sub 1] en de belangenvereniging die waren gericht tegen het besluit van 10 november 2021 en waaraan niet is tegemoet gekomen bij het besluit van 20 april 2021 aanmerken als gronden van hun beroep van rechtswege tegen het laatstgenoemde besluit.

Wezenlijk ander plan

9.       [appellant sub 1] betoogt dat het vastgestelde bestemmingsplan op onderdelen significant afwijkt van het ontwerpbestemmingsplan zoals dat aan omwonenden is gepresenteerd. Hij wijst erop dat het aantal te bouwen woningen is verhoogd, zodat het bouwvolume op veel plaatsen overschreden wordt. Ook zijn de bouwvlakken naderhand vergroot en zijn de bouwhoogtes aangepast.

9.1.    De Afdeling begrijpt dat [appellant sub 1] bedoelt te betogen dat de door de raad aangebrachte wijzigingen ten opzichte van het ontwerpplan van dien aard zijn dat de wettelijke procedure opnieuw doorlopen had moeten worden.

Bij de vaststelling van een plan kan de raad daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp, zonder dat afdeling 3.4 van de Awb opnieuw hoeft te worden toegepast. Het moet dan wel gaan om aanpassingen die naar aard en omvang niet zodanig zijn dat een wezenlijk ander plan wordt vastgesteld.

De raad heeft in dit geval het plan vastgesteld met een aantal wijzigingen. De afwijkingen van het ontwerp zijn niet zodanig groot dat een wezenlijk ander plan voorligt. Daarbij betrekt de Afdeling dat de verhoging van het aantal te realiseren woningen van circa 400 naar niet meer dan 440, het op onderdelen ophogen van de bouwhoogtes en het vergroten van de bouwvlakken op de gronden met de bestemming 'Wonen - 1' en 'Wonen - 4', naar aard en omvang beperkt zijn. Daarom bestaat geen grond voor het oordeel dat de raad ten onrechte niet opnieuw de wettelijke procedure doorlopen heeft.

9.2.    Het betoog slaagt niet.

Voorprocedure

10.     [appellant sub 1] betoogt dat het onbegrijpelijk is dat alleen diegenen die een zienswijze hebben ingediend bezwaar en beroep kunnen instellen tegen het plan. Daarnaast betoogt hij dat de vooroverlegpartners ten onrechte niet volledig zijn geïnformeerd. Daarover voert hij onder meer aan dat de loopbrug over het spoor, bedoeld om het plangebied te verbinden met het treinstation en het winkelcentrum in de wijk Vathorst, niet op de verbeelding stond of was opgenomen in de planregels van het ontwerpplan zoals beschikbaar ten tijde van het vooroverleg. Hij vraagt zich daarom af of ProRail hiervan wel op de hoogte is.

10.1.  Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) heeft de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de appellant.

Ingevolge artikel 3.1.1, eerste lid, van het Besluit ruimtelijke ordening pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Zoals de Afdeling heeft overwogen in rechtsoverweging 10.20 van de overzichtsuitspraak van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, strekt dit artikellid kennelijk niet ter bescherming van de belangen van de individuele inwoners van de gemeente waarvan de raad op grond van die bepaling overleg moet initiëren. Omdat de betrokken norm aldus kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van [appellant sub 1], ziet de Afdeling af van een inhoudelijke bespreking van deze beroepsgrond.

Verkeersafwikkeling

11.     [appellant sub 1] betoogt dat nog nader onderzoek moet worden gedaan naar de vraag of er voldoende ruimte is voor de aanpassing van rotonde 9 naar een voorrangsplein en stelt zich op het standpunt dat zo een onderzoek uitgevoerd moet worden voordat het plan definitief wordt.

11.1.  Vaststaat dat het plan niet kan worden uitgevoerd voordat rotonde 9 is aangepast naar een voorrangsplein, waartoe de alsnog in de planregels opgenomen voorwaardelijke verplichting strekt. Ter zitting heeft de raad onderbouwd dat het voorrangsplein fysiek op die locatie past. Derhalve bestaat geen grond voor het oordeel dat de raad, zoals [appellant sub 1] betoogt, nader onderzoek moet verrichten naar de fysieke inpasbaarheid van het voorrangsplein.

11.2.  Het betoog slaagt niet.

12.     De belangenvereniging betoogt dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de verkeersafwikkeling rondom rotonde 8. De op die rotonde uitkomende kruisende verkeersstromen hebben volgens haar grote invloed op het verkeer op de Laak- en Boerderijenboulevard met in de ochtendspits en avondspits filevorming tot rotonde 11 en 12 tot gevolg. Zij stelt zich voorts op het standpunt dat het gewijzigde plan ten onrechte niet voorziet in een integraal verkeersonderzoek en maatregelen voor onder andere de Laak- en Boerderijenboulevard. Haar voorstel om een extra ontsluiting te creëren naar de Verbindingsweg is ten onrechte niet ingewilligd onder verwijzing naar het verkeersonderzoek, aldus de belangenvereniging.

12.1.  De raad heeft zich onder verwijzing naar het onderzoek van Bureau Goudappel van 28 augustus 2019 naar de verkeersafwikkeling rondom het plan op het standpunt gesteld dat uitsluitend de capaciteit van rotonde 9 onvoldoende is. Een nader onderzoek naar de capaciteit en de aanpassing van rotonde 8, die aan de andere kant van het spoor en daarmee buiten het plangebied ligt, is daarom niet nodig. Dit standpunt wordt bevestigd door het in opdracht van OBV door Bureau Goudappel uitgevoerde onderzoek naar de verkeersafwikkeling rondom rotonde 8. Uit het rapport van Goudappel van 20 mei 2021 blijkt dat de herontwikkeling als gevolg van het plan voor rotonde 8 leidt tot 3,0% extra verkeer in de avondspits en 4,8% extra in de ochtendspits. Volgens Goudappel is die toename minder dan de dagelijkse schommelingen in het verkeer en daarom niet significant. De belangenvereniging heeft deze conclusie niet gemotiveerd bestreden. De raad mocht zich gelet hierop dan ook op het standpunt stellen dat de herontwikkeling van het plan niet leidt tot onaanvaardbare extra druk voor rotonde 8. De raad heeft zich verder op het standpunt gesteld dat het voorstel van de belangenvereniging om een extra ontsluiting te creëren wel is onderzocht. Daarover is echter vastgesteld dat, hoewel het ontsluiten van de al bestaande bedrijven op de Verbindingsweg een positief effect zal hebben, dit onvoldoende bijdraagt aan het oplossen van het knelpunt. De raad stelt zich daarom op het standpunt dat uit het verkeersonderzoek van 28 augustus 2019 is gebleken dat de enige echt goede oplossing voor de doorstroming van het verkeer is gelegen in de aanpassing van rotonde 9. Daarom en omdat de belangenvereniging dit standpunt evenmin gemotiveerd heeft bestreden, heeft de raad het door de belangenvereniging voorgestelde alternatief in redelijkheid kunnen afwijzen.

12.2.  De betogen slagen niet.

Parkeren

13.     [appellant sub 1] en de belangenvereniging vrezen dat de ontwikkeling van het plan zal leiden tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk in hun woonwijk. [appellant sub 1] wijst erop dat de bouwvlakken op de gronden met de bestemming 'Wonen - 1' en 'Wonen - 4' zijn vergroot ten opzichte van ontwerpplan tot over de parkeerplaatsen heen. Hij betoogt dat als gevolg hiervan extra parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden, wat volgens hem niet past binnen het bestemmingsplan. De belangenvereniging betoogt dat de raad bij de berekening van het aantal parkeerplaatsen is uitgegaan van een vaste norm die geen rekening houdt met de verplaatsing van de P+R-locatie bij het NS-station waar het plan is voorzien. Inzake de mogelijkheid om 10.000 m² extra kantoorruimte toe te voegen is alleen aanvullend onderzoek toegezegd. Hieraan zijn volgens de belangenvereniging evenwel ten onrechte geen harde conclusie en aanvullende maatregelen gekoppeld.

13.1.  In het besluit van 10 november 2020 heeft de raad geconstateerd dat uit parkeerdrukmetingen blijkt dat sprake is van een hoge parkeerdruk op enkele straten of delen van straten van het plangebied. Voor het plangebied als geheel is volgens de raad echter voldoende capaciteit en is de maximale parkeerdruk 65%. De al hoge parkeerdruk in de omgeving zal niet opgelost worden in plan "Podium". De ontwikkeling van "Podium" mag evenwel ook niet leiden tot een toename van de bestaande parkeerdruk. Daarom moet voor "Podium" in de eigen parkeerbehoefte (voor bewoners en bezoekers) worden voorzien, conform de in 2020 vastgestelde parkeernormen van gemeente Amersfoort, aldus de raad.

13.2.  Vaststaat dat het plan parkeren op de gronden met de bestemming 'Wonen - 1' en 'Wonen - 4' toestaat en dat daarbij, blijkens de artikelen 8.1 en 9.1 van de planregels, moet worden voldaan aan de "nota parkeernormen Amersfoort 2019, herziene versie 2020". Die artikelen bevatten voor deze gronden verder de voorwaardelijke verplichting dat parkeren op eigen terrein moet gebeuren. Dat, zoals [appellant sub 1] vreest, het vergroten van bouwvlakken op deze gronden, leidt tot extra parkeerdruk rondom zijn woning, wordt gelet hierop niet gevolgd. Bij het besluit van 20 april 2021 is de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid om 10.000 m² extra aan kantoorruimte te realiseren, daarnaast geschrapt. Wat betreft de parkeerplaatsen voor kantoren heeft de raad er verder op gewezen dat het bedrijf Stater, dat al op Podium gevestigd is, al in de eigen parkeerbehoefte voorziet, doordat zij een parkeergarage voor kantoorpersoneel en bezoekers heeft gebouwd.

Over het betoog van de belangenvereniging dat de parkeerdruk in de omgeving nu al groot is en bij de berekening van de parkeernorm geen rekening is gehouden met de verplaatsing van de P+R-locatie bij het NS-station, overweegt de Afdeling dat de raad bij de vaststelling van een plan rekening moet houden met de parkeerdruk die het gevolg is van dat plan. Het is niet nodig dat dit plan bestaande parkeeroverlast in de omgeving van het plangebied, wat daarvan ook zij, oplost (vergelijk daarvoor de uitspraak van de Afdeling van 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2410, onder 7.2).

De raad heeft zich gelet op al het voorgaande daarom in redelijkheid op het standpunt gesteld dat de ontwikkeling van het plan niet leidt tot een onaanvaardbare parkeeroverlast voor de omgeving.

13.3.  De betogen slagen niet.

Conclusie

14.     De beroepen van [appellant sub 1] en de belangenvereniging gericht tegen het besluit van 20 april 2021 zijn ongegrond. Daarom hebben [appellant sub 1] en de belangenvereniging geen belang meer bij een inhoudelijke bespreking van hun beroepen tegen het besluit van 10 november 2020. Hun beroepen tegen het besluit van 10 november 2020 zijn daarom niet-ontvankelijk.

Proceskostenveroordeling

15.     Omdat de raad met het besluit van 20 april 2021 deels tegemoet is gekomen aan de beroepen van [appellant sub 1] en de belangenvereniging, moet de raad hun proceskosten vergoeden. 

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

I.        verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en de belangenvereniging Hooglanderveen tegen het besluit van 10 november 2020 niet-ontvankelijk;

II.       verklaart de beroepen van [appellant sub 1] en de belangenvereniging Hooglanderveen tegen het besluit van 20 april 2021 ongegrond;

III.      veroordeelt de raad van de gemeente Amersfoort tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van:

a.       € 177,15 (zegge: honderdzevenenzeventig euro en vijftien cent) aan [appellant sub 1];

b.       € 218,97 (zegge: tweehonderdachttien euro en zevenennegentig cent) aan de belangenvereniging Hooglanderveen;

IV.     gelast dat de raad van de gemeente Amersfoort aan de hierna vermelde appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:

c.       € 181,00 (zegge: honderdeenentachtig euro) aan [appellant sub 1];

d.       € 360,00 (zegge: driehonderdzestig euro) aan de belangenvereniging Hooglanderveen.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzitter, en mr. S.F.M. Wortmann en mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2021

765

 

BIJLAGE

 

Bestemmingsplan "Podium" (vastgesteld op 20 april 2021)

Artikel 8 van de planregels luidt als volgt:

"Artikel 8 Wonen - 1

8.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       woningen, aaneengebouwd, met de bijbehorende bouwwerken;

b.       bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals tuinen en erven, groen, nutsvoorzieningen, (gebouwde)parkeervoorzieningen en water;

met dien verstande dat per woning voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag, waarbij in afwijking van het voorgaande voor sociale huurwoningen een parkeernorm geldt van 0,9 parkeerplaatsen per woning; en

met dien verstande dat binnen het plangebied in totaal niet meer dan 440 woningen mogen worden gerealiseerd. […]

8.5.3 Voorwaardelijke verplichting verkeerskundige maatregelen

Het in gebruik nemen van de woningen, zoals bedoeld in artikel 8.1 onder a, is toegestaan indien is voldaan aan de voorwaarde dat de capaciteit van Rotonde 9 is verruimd door het realiseren van een voorrangsplein dat voldoet aan de capaciteit zoals vermeld in het rapport zoals opgenomen in bijlage 2 bij de planregels."

Artikel 9 van de planregels luidt als volgt:

"Artikel 9 Wonen - 4

9.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a.       woningen in gestapelde vorm met bijbehorende bouwwerken;

b.       bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals tuinen en erven, groen, nutsvoorzieningen, (gebouwde) parkeervoorzieningen en water;

met dien verstande dat per woning voorzien dient te worden in voldoende parkeergelegenheid zoals vastgelegd in de Nota Parkeernormen Amersfoort zoals die geldt ten tijde van de ontvangst van de aanvraag, waarbij in afwijking van het voorgaande voor sociale huurwoningen een parkeernorm geldt van 0,9 parkeerplaatsen per woning; en

met dien verstande dat binnen het plangebied in totaal niet meer dan 440 woningen mogen worden gerealiseerd. […]

9.5.3 Voorwaardelijke verplichting verkeerskundige maatregelen

Het in gebruik nemen van de woningen, zoals bedoeld in artikel 9.1 onder a, is toegestaan indien is voldaan aan de voorwaarde dat de capaciteit van Rotonde 9 is verruimd door het realiseren van een voorrangsplein dat voldoet aan de capaciteit zoals vermeld in het rapport zoals opgenomen in bijlage 2 bij de planregels."