Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:1707

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-08-2021
Datum publicatie
04-08-2021
Zaaknummer
202101020/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 17 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland het wijzigingsplan "Hogeweg 96a Burgh-Haamstede" vastgesteld. Fiorinvest is voornemens om twee bestaande vakantieparken aan de Hogeweg te Burgh-Haamstede te transformeren tot één modern en toekomstgericht vakantiepark "De Schouwse Valleien". De ontwikkeling van vakantiepark Duinrand-West past binnen de ter plaatse geldende bestemmingsplannen, behoudens het mogelijk maken van de bouw van 100 kampeerhuisjes. Het wijzigingsplan maakt het mogelijk om het in de bestemmingsplannen maximaal toegestane aantal permanente standplaatsen te verkleinen van 404 naar 100 en om op deze 100 standplaatsen kampeerhuisjes te plaatsen. De vereniging en anderen kunnen zich niet met het wijzigingsplan verenigen, omdat de uitvoering daarvan tot gevolg heeft dat alle huidige vaste standplaatsen voor recreatie komen te vervallen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202101020/2/R1.

Datum uitspraak: 2 augustus 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

de Vereniging Duinrand Samen Sterk, gevestigd in Burgh-Haamstede, [verzoeker A], wonend in [woonplaats] en [verzoeker B] en [verzoeker C], wonend in [woonplaats] (hierna: de vereniging en anderen)

verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 december 2020 heeft het college het wijzigingsplan "Hogeweg 96a Burgh-Haamstede" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben de vereniging en anderen beroep ingesteld.

De vereniging en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Fiorinvest B.V., de initiatiefnemer en uitvoerder van het wijzigingsplan, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld op 27 juli 2021, waar de verenigingen anderen, vertegenwoordigd door mr. R.H.U. Keizer, advocaat te Roosendaal, en het college, vertegenwoordigd door D. van Eenennaam en K. Nomden, bijgestaan door mr. A. Schreijenberg, advocaat te Middelburg, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Fiorinvest, vertegenwoordigd door mr. F.A. Pommer, advocaat te Nijmegen, en [gemachtigde], als partij gehoord.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.       Fiorinvest is voornemens om twee bestaande vakantieparken aan de Hogeweg te Burgh-Haamstede te transformeren tot één modern en toekomstgericht vakantiepark "De Schouwse Valleien". De beoogde ontwikkeling van het westelijk gelegen vakantiepark Duinrand-West, past binnen de ter plaatse geldende bestemmingsplannen "Kop van Schouwen" en "1e herziening Kop van Schouwen", behoudens het mogelijk maken van de bouw van 100 kampeerhuisjes. Het wijzigingsplan gaat over de herstructurering van Duinrand-West. Het wijzigingsplan maakt het mogelijk om het in de bestemmingsplannen maximaal toegestane aantal permanente standplaatsen te verkleinen van 404 naar 100 en om op deze 100 standplaatsen kampeerhuisjes te plaatsen.

De vereniging en anderen kunnen zich niet met het wijzigingsplan verenigen, omdat de uitvoering daarvan tot gevolg heeft dat alle huidige vaste standplaatsen voor recreatie komen te vervallen. De eigenaar van het vakantiepark heeft de huurovereenkomsten met de standplaatshuurders inmiddels, met een opzegtermijn van één jaar, opgezegd tegen 31 december 2021. Er loopt een civiele procedure bij de kantonrechter over de huuropzegging en de daaruit voortvloeiende ontruiming van de standplaatsen voor 31 december 2021.

3.       Het verzoek van de vereniging en anderen strekt tot schorsing van het wijzigingsplan, totdat de Afdeling in de hoofdzaak uitspraak heeft gedaan. Aan dit verzoek hebben de vereniging en anderen ten grondslag gelegd dat de beëindiging van de huurovereenkomsten is gebaseerd op artikel 11 van de RECRON-voorwaarden voor vaste plaatsen, zodat de rechtsgeldigheid van de huuropzegging is gekoppeld aan de rechtsgeldigheid van het wijzigingsplan. Omdat schorsing van het wijzigingsplan tot gevolg heeft dat het plan niet meer direct uitvoerbaar is, zal dit volgens de vereniging en anderen betekenis hebben in de civiele procedure. Het belang van de vereniging en anderen is met name gelegen in de beoordeling van de rechtmatigheid van het wijzigingsplan door de voorzieningenrechter. Zij wijzen er verder op dat de ontruiming van de standplaatsen veel tijd, geld en moeite zal kosten, ook emotioneel, en tot een onomkeerbare situatie zal leiden.

4.       Fiorinvest heeft in de schriftelijke uiteenzetting en op de zitting toegelicht, dat zij pas met de uitvoering van de voor het eerst in het wijzigingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen zal beginnen als het plan onherroepelijk is. Zij zal de uitspraak van de Afdeling in de bodemprocedure afwachten en tot dat moment ook geen aanvragen om omgevingsvergunning voor de eerst in het wijzigingsplan mogelijk gemaakte bouw van kampeerhuisjes indienen.

Gelet op deze toezegging stelt de voorzieningenrechter vast, dat het in werking zijn van het wijzigingsplan voordat in de bodemprocedure wordt geoordeeld over het beroep, op zichzelf in bestuursrechtelijke zin geen onherstelbare gevolgen voor de vereniging en anderen zal hebben.

De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

Het belang van de vereniging en anderen is dan immers uitsluitend gelegen in een voorlopig rechtmatigheidsoordeel van de voorzieningenrechter over het wijzigingsplan ten behoeve van de civiele procedure over de huuropzegging. De voorlopige voorzieningenprocedure bij de bestuursrechter leent zich daar echter niet voor, zoals de vereniging en anderen ter zitting ook hebben erkend.

5.       Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.  De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 2 augustus 2021