Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:1642

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-08-2021
Datum publicatie
12-08-2021
Zaaknummer
202102563/2/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2021 in zaak nr. 19/4720. De burgemeester van Amsterdam heeft de vertrouwelijke versie van twee documenten overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2021/90
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202102563/2/A3.

Datum beslissing: 4 augustus 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2021 in zaak nr. 19/4720 in het geding tussen:

[appellant]

en

de burgemeester van Amsterdam.

Procesverloop

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 maart 2021 in zaak nr. 19/4720.

De burgemeester heeft de vertrouwelijke versie van twee documenten overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het betreft twee zienswijzen met bijbehorende e-mailcorrespondentie.

Het eerste document is een brief van de gemeente Amsterdam aan Adviesbureau Scholten & Partners en e-mailcorrespondentie van 22 oktober 2018 (hierna: de eerste zienswijze). Het tweede document is de zienswijze van het Verwey-Jonker Instituut van 16 oktober 2018 met e-mailcorrespondentie van 11 en 15 oktober 2018.

Overwegingen

Inleiding

1.       De burgemeester heeft een door [appellant] ingediend verzoek om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) gedeeltelijk afgewezen. [appellant] heeft verzocht om

1. alle documenten die ter beschikking zijn gesteld aan de Taskforce bedrijfsvoering directie OOV (Openbare Orde en Veiligheid) en het programma Radicalisering en Polarisatie en de begeleidingscommissie die onderzoek hebben verricht naar het team radicalisering van de gemeente Amsterdam;

2. alle documenten die betrekking hebben op [persoon A];

3. alle documenten die betrekking hebben op de inzet van Adviesburo Praktica en van [persoon B] door OOV en documenten over het werk van [persoon B] in het kader van zijn inzet voor OOV (3a) en documenten over de inzet van [persoon C] (3b);

4. alle documenten die betrekking hebben op meldingen die door derden zijn gedaan bij de gemeente Amsterdam over het team radicalisering;

5. alle documenten die betrekking hebben op subsidies voor programma’s over opvoedambassadeurs die zijn gegeven in de stadsdelen Oost, Zeeburg en Watergraafsmeer.

2.       De burgemeester heeft 115 documenten aangetroffen die betrekking hebben op het Wob-verzoek en heeft een deel daarvan, al dan niet gedeeltelijk, openbaar gemaakt. [appellant] kan zich hiermee niet verenigen en komt in beroep en hoger beroep op tegen de weigering van de burgemeester om (gedeelten van) documenten openbaar te maken.

Verzoek om beperkte kennisneming

3.       Gelet op artikel 14, derde lid, van de Procesregeling bestuursrechterlijke colleges 2017, wordt ten aanzien van de documenten, die voorwerp zijn van het Wob-verzoek gehandeld alsof de Afdeling heeft bepaald dat beperkte kennisneming van deze stukken gerechtvaardigd is. De burgemeester heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de vertrouwelijke versie van de zienswijzen met bijbehorende e-mailcorrespondentie kennis zal nemen.

4.       Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

5.       De burgemeester heeft zich op het standpunt gesteld dat de in de zienswijzen en bijbehorende correspondentie vermelde persoonsgegevens van derden niet met [appellant] mogen worden gedeeld gelet op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. In dat verband acht de burgemeester van belang dat [appellant] journalist is en via de Telegraaf een groot bereik heeft. Verder gaat het volgens de burgemeester in dit geval om betrokkenen die in een kwetsbare positie verkeren. Verstrekking van de namen kan nadelige gevolgen hebben voor de samenwerkingsrelatie tussen de gemeente en haar partners. De burgemeester heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de zienswijze van het Verwey-Jonker Instituut gedeeltelijk niet aan [appellant] mag worden verstrekt omdat hieruit de inhoud van Wob-document 95 alsnog kan worden herleid. De vraag of openbaarmaking van dit document terecht op grond van de Wob is geweigerd, is onderwerp van geschil.

-         Beoordeling

6.       De Afdeling heeft kennisgenomen van de door de burgemeester overgelegde (vertrouwelijke versie van) de zienswijzen en overweegt als volgt.

7.       De Afdeling stelt voorop dat een zienswijze een op de zaak betrekking hebbend stuk is waarin de opvatting van een belanghebbende over een door het bestuursorgaan te nemen besluit is opgenomen. De aard en betekenis van een zienswijze brengen mee dat deze in beginsel ongeschoond van de processtukken deel behoort uit te maken. De Afdeling stelt vast dat in de zienswijzen de namen en contactgegevens van behandelend ambtenaren en medewerkers van adviesbureau Scholten & Partners en Verwey-Jonkers Instituut, zijn vermeld. De Afdeling is van oordeel dat het belang van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen in dit geval niet zwaarder weegt dan het belang dat [appellant] kennis zal nemen van deze gegevens. De betrokken ambtenaren zijn ambtsdragers die uit hoofde van hun functie naar buiten treden zodat het belang van bescherming van hun persoonsgegevens minder zwaar weegt dan het belang van [appellant] om daarvan kennis te nemen. Dat geldt in dit geval ook voor de medewerkers van adviesbureau Scholten & Partners en het Verwey-Jonkers Instituut. Wat de burgemeester in dat verband heeft aangevoerd, biedt naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat beperking van de kennisneming in zoverre gerechtvaardigd is.

8.       Zoals de burgemeester in zijn verzoek om beperking van de kennisneming heeft vermeld, wordt in de tweede zienswijze inhoudelijk ingegaan op Wob-document 95. De vraag of het achterwege blijven van het openbaar maken van de informatie in onder meer document 95 terecht is, staat ter beoordeling in het geschil in de bodemprocedure. Reeds omdat de vraag of het achterwege blijven van het verstrekken van deze informatie terecht is het onderwerp van geschil vormt, kan deze informatie niet gedurende de loop van de procedure aan [appellant] worden verstrekt. Met verstrekking zou in zoverre worden vooruitgelopen op het oordeel van de Afdeling in de bodemprocedure; die procedure zou door de verstrekking in zoverre zinloos worden.

De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming in zoverre gerechtvaardigd.

9.       Indien de burgemeester geen gehoor geeft aan het in dictumonderdeel II. aangeduide verzoek om in overweging 7 bedoelde namen en contactgegevens te verstrekken, kan de Afdeling daaraan gevolgen verbinden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        wijst het verzoek af voor zover het de in rechtsoverweging 7. bedoelde namen en contactgegevens betreft;

II.       verzoekt de burgemeester binnen 14 dagen door toezending van een nieuwe versie van de stukken of door middel van een opgave per stuk aan de Afdeling en de andere partij de namen en contactgegevens mede te delen;

III.      wijst het verzoek voor het overige toe.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. B. Ley-Nell, griffier.

w.g. Daalder

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer   

w.g. Ley-Nell

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 augustus 2021