Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:1077

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
21-05-2021
Datum publicatie
26-05-2021
Zaaknummer
202102054/2/V1
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 26 februari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van vreemdeling 1 om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld en eenzelfde aanvraag van vreemdeling 2 afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202102054/2/V1.

Datum uitspraak: 21 mei 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2],

verzoekers,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 25 februari 2021 in zaak nr. 20/3305 en 20/3308 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 26 februari 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van vreemdeling 1 om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld en eenzelfde aanvraag van vreemdeling 2 afgewezen.

Bij besluiten van 20 april 2020 heeft de staatssecretaris de daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 februari 2021 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.       De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist.

2.       Gelet op de belangen die de vreemdelingen naar voren hebben gebracht, ziet de voorzieningenrechter aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.

3.       De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet, totdat op het door hen ingestelde hoger beroep is beslist;

II.       veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 534,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door G.M.H. Hoogvliet, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.K. de Keizer, griffier.

w.g. Hoogvliet

voorzieningenrechter

w.g. De Keizer

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2021

574