Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2021:1074

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-05-2021
Datum publicatie
26-05-2021
Zaaknummer
202101594/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij ongedateerd besluit, bekendgemaakt op 10 februari 2021, heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten tot het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers ter hoogte van [locatie 1] in Rotterdam. Momenteel staan aan de overzijde van de Mathenesserlaan, ter hoogte van nummer 192, twee half verdiepte containers voor restafval. Deze zullen na de voorgenomen plaatsing van de oracs worden verwijderd. Het plaatsen van de twee oracs op de locatie van de bestaande twee afvalcontainers is volgens het college niet mogelijk vanwege kabels en leidingen in de bodem. [verzoeker] en anderen zijn eigenaren van de panden aan de [locatie 2]-[locatie 3] en wonen dus bij de aangewezen locatie. Zij kunnen zich om uiteenlopende, hierna te bespreken redenen niet verenigen met de aangewezen locatie van de oracs.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202101594/2/R1.

Datum uitspraak: 25 mei 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) in het geding tussen:

[verzoeker] en anderen, allen wonend te Rotterdam,

verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij ongedateerd besluit, bekendgemaakt op 10 februari 2021, heeft het college besloten tot het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers ter hoogte van [locatie 1] in Rotterdam (hierna: de oracs).

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld.

Bij deze brief hebben [verzoeker] en anderen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker] en anderen en het college hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 6 april 2021, waar zijn verschenen:

- [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [verzoeker] en [gemachtigde],

- het college, vertegenwoordigd door mr. C.W. de Jong en D.F. Cairo.

De voorzieningenrechter heeft het onderzoek ter zitting geschorst.

De voorzieningenrechter heeft de behandeling van de zaak voortgezet ter zitting van 10 mei 2021, waar zijn verschenen:

- [verzoeker] en anderen, vertegenwoordigd door [verzoeker] en [gemachtigde],

- het college, vertegenwoordigd door mr. C.W. de Jong en D.F. Cairo.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Inleiding

2.       In het bestreden besluit is locatie 305, ter hoogte van de [locatie 1], aangewezen voor de plaatsing van de oracs.

Momenteel staan aan de overzijde van de Mathenesserlaan, ter hoogte van nummer 192, twee half verdiepte containers voor restafval. Deze zullen na de voorgenomen plaatsing van de oracs worden verwijderd. Het plaatsen van de twee oracs op de locatie van de bestaande twee afvalcontainers is volgens het college niet mogelijk vanwege kabels en leidingen in de bodem.

3.       [verzoeker] en anderen zijn eigenaren van de panden aan de [locatie 2]-[locatie 3] en wonen dus bij de aangewezen locatie. Zij kunnen zich om uiteenlopende, hierna te bespreken redenen niet verenigen met de aangewezen locatie van de oracs.

Beoordelingskader

4.       Bij de aanwijzing van locaties voor de plaatsing van een orac dient het college een afweging te maken van alle betrokken belangen. Daarbij heeft het college beleidsruimte. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of het college in redelijkheid tot zijn keuze heeft kunnen komen. Daarbij beoordeelt zij of het college de locatie geschikt heeft kunnen achten voor de plaatsing van een orac. Als dat zo is, beoordeelt de Afdeling of het college toch had moeten afzien van aanwijzing van de locatie vanwege een geschiktere alternatieve locatie. Een alternatieve locatie moet zodanig geschikter zijn dan de aangewezen locatie, dat geoordeeld moet worden dat het college niet in redelijkheid heeft kunnen kiezen voor die locatie, maar had moeten kiezen voor de alternatieve locatie.

5.       Het college heeft bij de aanwijzing van de locatie voor de oracs onder meer het Programma van eisen locaties onderlossende containers (hierna: Programma van eisen) uit mei 2018 gehanteerd.

Is de aangewezen locatie geschikt?

Het Programma van eisen

6.       [verzoeker] en anderen voeren aan dat in de Nota van beantwoording zienswijzen staat dat hen het Programma van eisen zal worden toegezonden, maar dat dit niet is gebeurd.

6.1.    In de kennisgeving van terinzagelegging van het ontwerpbesluit staat dat het Programma van eisen ter inzage ligt bij Stadsbeheer. Ter zitting heeft het college bevestigd dat het Programma van eisen niet op internet te raadplegen was. [verzoeker] en anderen hebben in hun zienswijze verzocht om toezending van het Programma van eisen. In de Nota van beantwoording van de zienswijzen staat dat het Programma van eisen zal worden toegezonden. Het college heeft niet onderbouwd dat dit vervolgens ook is gebeurd. De voorzieningenrechter ziet evenwel geen rechtsgrond op grond waarvan het uitblijven van toezending als toegezegd in de Nota van beantwoording zienswijzen in dit geval de rechtmatigheid van het bestreden besluit aantast.

Bodemonderzoek aangewezen locatie

7.       [verzoeker] en anderen betogen dat ten onrechte niet is onderzocht of de bodem van de aangewezen locatie geschikt is voor de oracs. Voor zover dat onderzoek wel zou zijn gedaan, is dat ten onrechte niet aan hen toegezonden.

7.1.    Op 12 mei 2020 is een proefsleuf gegraven op de aangewezen locatie van de oracs. In het overgelegde verslag daarvan staat dat er geen kabels, leidingen of andere obstakels in de bodem zijn aangetroffen en dat de plaatsing van de oracs mogelijk is. Uit de zienswijze van [verzoeker] en anderen volgt dat zij ermee bekend zijn dat dit onderzoek is gedaan en wat de resultaten hiervan zijn. In zoverre mist het betoog feitelijke grondslag.

Overlast

8.       [verzoeker] en anderen betogen dat de oracs zullen leiden tot geuroverlast, geluidoverlast en ongedierte en anderszins gevaar. Zij wijzen er in het bijzonder op dat de locatie aan de zonzijde van de Mathenesserlaan ligt. Het college heeft het effect hiervan op de geuroverlast niet onderzocht.

8.1.    In deze procedure gaat het om de aanwijzing van een locatie voor  twee oracs. De keuze van het gemeentebestuur om voor de inzameling van restafval gebruik te maken van ondergrondse restafvalcontainers, ligt niet ter beoordeling voor.

Wanneer de beroepsgronden daartoe aanleiding geven, beoordeelt de Afdeling in een procedure als deze of het betrokken bestuursorgaan de gevolgen van de aanwijzing voor de omgeving aanvaardbaar heeft kunnen achten. Die beoordeling kan ook betrekking hebben op nadelen die inherent zijn aan het gekozen inzamelsysteem, zoals geluid- en geuremissie van het gebruik van een orac, toeneming van verkeer van en naar een orac en (verkeers)hinder die gepaard gaat met het legen van een orac. Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt echter dat die gevolgen onder normale omstandigheden niet aan aanwijzing van een locatie in de weg hoeven staan. Daarbij is van belang dat geluid- en geurhinder door de constructie van een orac en door het regelmatig legen en schoonmaken zoveel mogelijk worden voorkomen, dat de verkeersaantrekkende werking in het algemeen beperkt is en dat het legen van een orac maar van korte duur is. Als voorbeeld wijst de Afdeling op haar uitspraak van 11 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2320.

8.2.    De voorzieningenrechter ziet geen aanknopingspunten voor het oordeel dat er locatiespecifieke of andere bijzondere omstandigheden zijn die maken dat het college in die gevolgen reden had moeten zien om de locatie niet aan te wijzen. De ligging van de oracs aan de zonzijde van de Mathenesserlaan heeft het college er vanwege de ondergrondse opslag van het afval niet van hoeven weerhouden om de locatie aan te wijzen. De door [verzoeker] en anderen beschreven ongewenste gevolgen van bijplaatsingen van afval zal de voorzieningenrechter hierna bespreken.

Bijplaatsingen

9.       [verzoeker] en anderen betogen dat de oracs bedoeld zijn voor restafval van huishoudens, net als de bestaande half verdiepte afvalcontainers, maar dat van deze bestaande afvalcontainers ook door bedrijven gebruik wordt gemaakt. Daarop wordt niet gehandhaafd door het college. Ook voeren zij aan dat onvoldoende in de afweging is betrokken dat er in toenemende mate verpakkingsmateriaal wordt aangeboden, waarvoor de oracs niet geschikt zijn. Als gevolg hiervan is sprake van veel bijplaatsingen bij de bestaande restafvalcontainers. Het verkeerd achterlaten van afval leidt tot veel overlast. Omdat de oracs aan de zonzijde van de Mathenesserlaan zijn voorzien, is van bijplaatsingen extra overlast te verwachten.

9.1.    Vaste rechtspraak van de Afdeling is dat het verkeerd aanbieden van afval en het eventueel daarmee gepaard gaande zwerfafval, een kwestie van handhaving is en dat dit geen grond geeft voor het oordeel dat het college zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de bij het aanwijzingsbesluit aangewezen locatie geschikt is. De voorzieningenrechter ziet geen reden om in dit geval anders te oordelen. Verkeerd aangeboden afval kan worden gemeld en wordt vervolgens opgeruimd. In dit geval heeft het college verder toegelicht dat de te plaatsen oracs twee keer zo groot zijn als de bestaande half verdiepte containers en dat de oracs een sensor hebben die waarschuwt wanneer de orac 80% vol is, waarna deze de volgende dag wordt geleegd. Bijplaatsingen omdat de oracs vol zijn, zijn dan ook niet te verwachten.

De afstand tot de woningen

10.     [verzoeker] en anderen betogen dat op geen enkele andere locatie op 3 meter van een voorgevel oracs worden geplaatst. In het Programma van eisen staat dat containers niet te dicht bij gevels van woningen mogen worden geplaatst, aan welk uitgangspunt in dit geval dus niet wordt voldaan.

10.1.  Het college heeft toegelicht dat bij een afstand van 3 meter de container niet te dicht op de voorgevel van een woning wordt geplaatst als bedoeld in het Programma van eisen. De voorzieningenrechter ziet geen grond voor het oordeel dat de afstand van 3 meter tussen de gevel van een woning en een orac in stedelijk gebied een zodanig ongebruikelijk korte afstand is dat het college in redelijkheid had moeten inzien dat de oracs te dicht op de woningen van [verzoeker] en anderen worden geplaatst.

Verkeersveiligheid

11.     [verzoeker] en anderen betogen dat de aangewezen locatie in de nabijheid van de inrijdzijde van de ventweg ligt. Deze ventweg is tevens een druk bezocht fietspad, met fietsverkeer naar onder meer een nabijgelegen kinderopvang en school. Daarnaast is nabij de aangewezen locatie de ingang naar een achtergelegen parkeerterrein. Het legen van de containers, dat in de huidige situatie vaak al om 07:00 gebeurt, leidt daarom ter plaatse tot grote verkeershinder. Er ontbreekt onderzoek naar de gevolgen van de oracs voor het autoverkeer, fietsverkeer en voetgangersverkeer.

11.1.  In het Programma van eisen is als uitgangspunt opgenomen dat tijdens het legen geen gevaarlijke situatie mag ontstaan. Ter zitting heeft het college daarover toegelicht dat een inzamelvoertuig de ventweg volledig kan oprijden en het verkeer op de Mathenesserlaan dus niet zal blokkeren. Er is genoeg ruimte voor fietsers om een inzamelvoertuig passeren. Automobilisten zullen wel achter het inzamelvoertuig moeten wachten, maar omdat het legen van een orac ongeveer drie minuten duurt, leidt dit niet tot ernstige verkeershinder. Gegeven deze toelichting heeft het college zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het legen van de oracs op de aangewezen locatie niet zal leiden tot verkeersonveilige situaties die aan aanwijzing van de locatie in de weg hadden moeten staan.

Loopafstanden en spreiding

12.     [verzoeker] en anderen betogen dat uit het bestreden besluit niet blijkt dat alle op deze oracs aangewezen gebruikers een aanvaardbare loopafstand zullen hebben. Daarnaast worden volgens hen de locaties van de ondergrondse restafvalcontainers onvoldoende gespreid.

12.1.  In het Programma van eisen is als uitgangspunt opgenomen dat restafvalcontainers op ongeveer 100 tot 125 meter loopafstand vanaf een perceel worden geplaatst. De oracs zijn voorzien binnen deze afstand van de woningen van [verzoeker] en anderen. Deze grond houdt daarom geen verband met hun eigen belangen, maar met de belangen van andere bewoners die op een grotere afstand van een inzamelvoorziening wonen. Daarom kan deze beroepsgrond op grond van artikel 8:69a van de Awb niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 29 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1778, r.o. 5-5.4).

Bomen en groen

13.     [verzoeker] en anderen betogen dat niet inzichtelijk is gemaakt dat rekening is gehouden met bomen en groen.

13.1.  In het Programma van eisen staat dat rekening moet worden gehouden met de (verwachte) kruinprojectie (kroondiameter van 4-12 meter) van bomen en de wortelstructuur van bomen (rekening houden met trekwortels aan de westkant van de boom). [verzoeker] en anderen hebben niet onderbouwd dat ter plaatse van de aangewezen locatie bomen staan waarmee het college onvoldoende rekening heeft gehouden. Daarom geeft het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat het college onvoldoende rekening heeft gehouden met bomen en groen.

Horeca

14.     [verzoeker] en anderen wijzen erop dat in het Programma van eisen staat dat containers bij voorkeur niet worden geplaatst bij horecagelegenheden. In de buurt van de aangewezen locatie zitten een aantal horecagelegenheden, zodat het aanwijzingsbesluit met dit uitgangspunt in strijd is.

14.1.  Het college heeft toegelicht dat in de binnenstad onvermijdelijk is dat er in de omgeving van een aangewezen locatie ook horecagelegenheden zitten. Gelet hierop en nu in het Programma van eisen staat dat bij voorkeur niet wordt geplaatst bij horecagelegenheden, ziet de voorzieningenrechter in dit betoog geen aanleiding voor het oordeel dat de locatie in zoverre in strijd met het Programma van eisen is aangewezen.

Parkeerplaats

15.     [verzoeker] en anderen betogen dat de aangewezen locatie ten koste gaat van een parkeerplaats. Geen rekening wordt gehouden met toekomstig parkeerbeleid. Door een toename van de bevolking zal het gebrek aan parkeerplekken toenemen

15.1.  In het Programma van eisen staat dat de standaardlocatie voor een afvalcontainer in het verlengde ligt van parkeerkommen en dat eventueel  parkeerkommen worden opgeheven. Het college heeft daarbij toegelicht dat het zijn beleid is om het aantal straatparkeerplaatsen in de binnenstad te verminderen. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het vervallen van een parkeerplaats betekent dat het college deze locatie in redelijkheid niet geschikt mocht achten. Daarbij is van belang dat niet is gesteld dat er momenteel sprake is van een tekort aan parkeerplaatsen voor [verzoeker] en anderen.

Waardevermindering

16.     [verzoeker] en anderen betogen dat de oracs leiden tot een waardevermindering van hun panden.

16.1.  In de enkele stelling van [verzoeker] en anderen dat plaatsing van de oracs tot waardevermindering van hun woning zal leiden, heeft het college geen aanleiding hoeven te vinden om af te zien van de aanwijzing van de locatie. [verzoeker] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat de waarde van hun woningen als gevolg van de plaatsing van de oracs zal dalen. Dit laat onverlet dat, indien zij menen door de aanwijzing schade te lijden die in verband met de onevenredigheid daarvan niet voor hun rekening dient te komen, zij een verzoek om schadevergoeding tot het college kunnen richten.

Toegankelijkheid van de buitenruimte

17.     [verzoeker] en anderen betogen dat de oracs een extra obstakel in de buitenruimte vormen voor voetgangers die ter plaatse de ventweg moeten oversteken om de bushalte te bereiken.

17.1.  De aangewezen locatie is nu nog een parkeerplaats die bezet kan zijn door een motorvoertuig. Daarom ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat voetgangers door deze oracs zodanig zullen worden gehinderd, dat het college om deze reden deze locatie in redelijkheid niet geschikt had mogen achten.

Toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen

18.     [verzoeker] en anderen voeren aan dat aan de Mathenesserlaan 208 bestaande kantoorruimte zal worden verbouwd tot woningen. Met deze ontwikkeling heeft het college ten onrechte geen rekening gehouden bij het aanwijzen van de locatie van de oracs.

18.1.  Het college heeft ter zitting toegelicht dat voor deze ontwikkeling een extra container voor restafval zal worden geplaatst op de hoek van de ’s-Gravendijkwal en de Mathenesserlaan op korte afstand van de ontwikkeling. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het college meer rekening had moeten houden met deze ontwikkeling dan het heeft gedaan.

De procedure

19.     [verzoeker] en anderen betogen dat de toekomstige Omgevingswet meer procedurele waarborgen biedt in gevallen als hier aan de orde, zodat het college daarop had moeten anticiperen. Daarnaast voeren zij aan dat zij ten onrechte niet zijn gehoord.

19.1.  Het bestreden besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van de Awb. Het horen van diegenen die een zienswijze naar voren hebben gebracht, is geen onderdeel van deze in de wet geregelde procedure.

De voorzieningenrechter ziet voorts geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het college vooruit had moeten lopen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

De Grondstoffennota

20.     [verzoeker] en anderen voeren aan dat in de Grondstoffennota staat dat restmaterialen zoveel mogelijk teruggedrongen moeten worden, maar dat uit het bestreden besluit niet blijkt op welke wijze daarmee rekening is gehouden en hoe de plaatsing van de oracs daaraan bijdraagt.

20.1.  De Grondstoffennota beschrijft de aanpak van het gemeentebestuur om in de periode 2019 - 2022 om de hoeveelheid restmaterialen zo veel mogelijk terug te dringen. In de Grondstoffennota zijn geen aanknopingspunten te vinden voor het oordeel dat de aangewezen locatie van de oracs met deze Grondstoffennota in strijd is.

Tussenconclusie

21.     Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college de aangewezen locatie in redelijkheid geschikt kunnen achten voor het plaatsen van de oracs.

Zijn alternatieve locaties geschikter?

Bodemonderzoek bestaande locatie

22.     [verzoeker] en anderen betogen dat het college weliswaar stelt dat het plaatsen van twee oracs op de locatie van de bestaande twee half verdiepte afvalcontainers niet mogelijk is, maar dat dit uit geen enkel onderzoek blijkt. In ieder geval kennen zij dergelijk onderzoek niet. Zij betwisten dan ook de noodzaak om de inzamellocatie te verplaatsen.

22.1.  Het college heeft met een kaart onderbouwd dat op de bestaande locatie de bestaande afvalcontainers niet vervangen kunnen worden door ondergrondse containers vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen. De voorzieningenrechter heeft geen reden om hieraan te twijfelen. In zoverre heeft het college zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de huidige locatie ongeschikt is voor de plaatsing van de oracs.

Onderzoek naar alternatieve locaties

23.     [verzoeker] en anderen betogen dat ten onrechte geen alternatieve locaties zijn onderzocht. Zij wijzen erop dat volgens het college altijd meerdere locaties op geschiktheid worden ondergezocht, maar dat het college ten onrechte niet heeft geconcretiseerd welke locaties dat in dit geval zijn en waarom niet een van die locaties is aangewezen. In het bijzonder wijzen zij op de bestaande locatie.

23.1.  De voorzieningenrechter stelt voorop dat bij een besluit tot aanwijzing van een locatie voor plaatsing van een ondergrondse afvalcontainer niet alle mogelijke alternatieve locaties behoeven te worden onderzocht. De aangewezen locatie voldoet aan het door het college gehanteerde Programma van eisen en deze locatie heeft het college geschikt kunnen achten. [verzoeker] en anderen hebben in hun zienswijze geen alternatieve locaties genoemd, anders dan de bestaande locatie van de twee half verdiepte afvalcontainers, die volgens het college vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen ongeschikt is. Ter zitting is voorts nog besproken dat plaatsing tussen de ventweg en de hoofdrijbaan geen optie is vanwege de aanwezigheid van bomen en bovengrondse tramleidingen en dat de hoek van de Mathenesserlaan om verkeerstechnische redenen niet mogelijk is. Daarnaast is voor het gebied een totaalplan opgesteld, zodat ook het omwisselen van de oracs en afvalcontainers voor papier en glas op een andere locatie niet mogelijk is. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het college onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar alternatieve locaties.

Tussenconclusie

24.     Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat het college heeft miskend dat andere locaties geschikter zijn voor de plaatsing van de oracs.

Conclusie

25.     Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen en de betrokken belangen in aanmerking genomen, zal de voorzieningenrechter het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening afwijzen.

26.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Boer, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.        

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 25 mei 2021

745.