Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:962

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
01-04-2020
Datum publicatie
01-04-2020
Zaaknummer
201903677/1/A2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij afzonderlijke besluiten van 3 september 2018 heeft de Raad voor Rechtsbijstand de aanvragen om mutaties van afgegeven toevoegingen van [appellant] afgewezen. In geschil is of de rechtbank na gegrondverklaring van het beroep van [appellant] een juiste proceskostenvergoeding heeft toegekend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201903677/1/A2.

Datum uitspraak: 1 april 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 maart 2019 in zaak nr. 19/627 in het geding tussen:

[appellant]

en

het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand (hierna: de raad).

Procesverloop

Bij afzonderlijke besluiten van 3 september 2018 heeft de raad de aanvragen om mutaties van afgegeven toevoegingen van [appellant] afgewezen.

Bij besluit van 18 december 2018 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 21 maart 2019 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 18 december 2018 vernietigd. Het proces-verbaal van deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 24 februari 2020, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. C.W. Wijnstra en C. de Jong, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    In geschil is of de rechtbank na gegrondverklaring van het beroep van [appellant] een juiste proceskostenvergoeding heeft toegekend.

Oordeel rechtbank

2.    De rechtbank heeft, voor zover van belang in dit hoger beroep, geoordeeld dat het door [appellant] ingestelde bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Hierop heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Vervolgens heeft de rechtbank de raad veroordeeld in de door [appellant] gemaakte proceskosten. De proceskosten heeft de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1024,00. Deze vergoeding bestaat uit 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 512,00 en een wegingsfactor 1.

Hoger beroep en beoordeling daarvan

3.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend dan wel in onvoldoende mate heeft gemotiveerd waarom 1 punt is toegekend.

3.1.    De klacht van [appellant], dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend dan wel in onvoldoende mate heeft gemotiveerd waarom 1 punt is toegekend, mist grondslag. De rechtbank heeft [appellant] een proceskostenvergoeding van twee punten toegekend. [appellant] is niet op de zitting verschenen bij de behandeling van dit hoger beroep en heeft de aangevoerde gronden niet verder toegelicht.

3.2.    Het betoog faalt.

Conclusie

4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient, voor zover aangevallen, te worden bevestigd.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. J.J. van Eck, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. B. van Dokkum, griffier.

w.g. J.J. van Eck

lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 1 april 2020

480-949.