Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:804

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-03-2020
Datum publicatie
18-03-2020
Zaaknummer
201901753/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 18 december 2018 heeft de raad van de gemeente Westvoorne het bestemmingsplan "Sanering Glastuinbouw [locatie 1]" vastgesteld. Op het perceel aan de [locatie 1] te Rockanje bevindt zich het glastuinbouwbedrijf van [belanghebbende A] en [belanghebbende B]. Zij zijn met het gemeentebestuur overeengekomen om het glastuinbouwbedrijf te beëindigen in ruil voor de bouwmogelijkheid van vier compensatiewoningen op het perceel.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201901753/1/R3.
Datum uitspraak: 18 maart 2020

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. appellant sub 1], wonend te Rockanje, gemeente Westvoorne,

2. [ appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], beiden wonend te Rockanje, gemeente Westvoorne (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 2A]),

en

de raad van de gemeente Westvoorne,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 18 december 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Sanering Glastuinbouw [locatie 1]" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en [appellant sub 2A] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] en [appellant sub 2A] hebben nadere stukken ingediend.

[belanghebbende A] en [belanghebbende B] en [belanghebbende C] hebben gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid een schriftelijke uiteenzetting te geven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 februari 2020, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. J.A.J.M. van Houtum, rechtsbijstandverlener te Tilburg, [appellant sub 2A], bijgestaan door mr. K.A. Luehof, rechtsbijstandverlener te Assen, en de raad, vertegenwoordigd door S. Dekker en mr. N.J.H.M. Slaats, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [belanghebbende A], bijgestaan door mr. J.T.A.M. van Mierlo, advocaat te Zwolle, gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1. Op het perceel aan de [locatie 1] te Rockanje (hierna: het perceel) bevindt zich het glastuinbouwbedrijf van [belanghebbende A] en [belanghebbende B]. Zij zijn met het gemeentebestuur overeengekomen om het glastuinbouwbedrijf te beëindigen in ruil voor de bouwmogelijkheid van vier compensatiewoningen op het perceel. Volgens de plantoelichting blijft de voormalige bedrijfswoning bestaan en krijgt deze een woonbestemming. De verbeelding bij het plan voorziet hiervoor in vijf bouwvlakken, waaraan de bestemming "Wonen" en de bouwaanduiding "vrijstaand" is toegekend. Aan de gronden van het perceel ten zuiden van de bouwvlakken is de bestemming "Natuur" toegekend.

2. [ appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] te Rockanje. Hij oefent op het naast het plangebied gelegen landbouwperceel een agrarisch bedrijf uit. [appellant sub 2A] woont nabij het plangebied aan de [locatie 3] te Rockanje. [appellant sub 1] en [appellant sub 2A] betogen onder meer dat het plan ten onrechte een bouwmogelijkheid van vier compensatiewoningen aan het perceel toekent.

Bijlage

3. De relevante wettelijke bepalingen en planregels die ten grondslag liggen aan de hierna volgende rechtsoverwegingen, zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

Toetsingskader

4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

De gemeentelijke uitwerking van de provinciale "Ruimte voor ruimte"-regeling

5. [ appellant sub 1] en [appellant sub 2A] betogen dat het plan niet in overeenstemming is met de gemeentelijke uitwerking van de provinciale "Ruimte voor ruimte"-regeling, zoals verwoord in de "Structuurvisie Glasherstructurering, 1e herziening" (hierna: de structuurvisie). Zij betogen daartoe dat de berekening van de op het perceel aanwezige te slopen opstallen van het glastuinbouwbedrijf, die naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid bestuur (hierna: Wob) is verkregen en waarop de toepassing van de gemeentelijke uitwerking van de provinciale "Ruimte voor Ruimte"-regeling is gebaseerd, niet representatief is voor de feitelijke situatie. Deze berekening gaat volgens hen ten onrechte ervan uit dat prefabschuren aanwezig zijn op het perceel. De in de berekening opgenomen oppervlaktes van de op het perceel aanwezige chalets, het tuinhuis en het bassin komen ook niet overeen met de feitelijke situatie. [appellant sub 2A] stelt bovendien dat een financiële berekening ontbreekt.

Daarnaast betogen [appellant sub 1] en [appellant sub 2A] dat de raad ten onrechte een bouwmogelijkheid van vier woningen aan het perceel heeft toegekend. Aangezien het plan voorziet in de sanering van 12.200 m² aan kassen, kan hoogstens een bouwmogelijkheid van twee à drie compensatiewoningen aan het perceel worden toegekend.

5.1.

De raad stelt zich op het standpunt dat de sanering van het glastuinbouwbedrijf in overeenstemming is met de structuurvisie en de ‘Businesscase glas’. Bij het toekennen van compensatiewoningen is een aantal factoren van belang. De basis vormt het oppervlak aan glas en het oppervlak aan bedrijfsbebouwing die kunnen worden gesaneerd. Ook wordt de waarde van het glastuinbouwbedrijf getaxeerd en worden de mogelijkheden bekeken die de desbetreffende locatie te bieden heeft.

De raad stelt verder dat hij het toekennen van een bouwmogelijkheid van vier compensatiewoningen aan het perceel aanvaardbaar acht. Op basis van de berekening die [appellant sub 1] naar aanleiding van een Wob-verzoek heeft gekregen, is gekomen tot het resultaat van de omzetting van de bestaande bedrijfswoning in een normale woning en de toekenning van 3,7 compensatiewoningen aan het perceel. Voor de resterende 0,3 compensatiewoning is een bijbetaling gedaan door [belanghebbende A] en [belanghebbende B], aldus de raad.

5.2.

Volgens paragraaf 1.3 van de structuurvisie maakt de gemeente Westvoorne gebruik van een gemeentelijke uitwerking van de provinciale "Ruimte voor Ruimte"-regeling. In "Bijlage 1. Ruimte voor ruimte-regeling" is deze uitwerking opgenomen. Uit de paragraaf met als kop "gebiedsgerichte toepassing Ruimte voor Ruimte" blijkt het volgende.

5.3.

Naar het oordeel van de Afdeling bieden het bestreden besluit en de daaraan ten grondslag liggende stukken onvoldoende inzicht hoe de raad in het licht van de hiervoor genoemde "Bijlage 1. Ruimte voor ruimte-regeling" bij de structuurvisie tot een bouwmogelijkheid van vier compensatiewoningen op het perceel is gekomen. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat niet inzichtelijk is gemaakt hoeveel oppervlakte aan op het perceel aanwezige opstallen, in de vorm van glas (kassen) en overige bedrijfsbebouwing, precies wordt gesaneerd. Er is weliswaar een berekening overgelegd, maar deze berekening biedt geen inzicht hoe deze getallen tot stand zijn gekomen. Dit klemt te meer, omdat de raad ter zitting heeft toegelicht dat deze berekening is gebaseerd op een taxatie die is verricht door een externe partij, maar dat hij deze taxatie niet in bezit heeft. Daar komt nog bij dat inzicht in de financiële berekening met betrekking tot de betaling die door [belanghebbende A] en [belanghebbende B] wordt gedaan, in zijn geheel ontbreekt.

Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht niet berust op een deugdelijke motivering.

Het betoog slaagt in zoverre.

Spuitvrijezone

6. [appellant sub 1], die een agrarisch bedrijf heeft dat is gevestigd aan de [locatie 2], betoogt dat ter plaatse van de met het plan voorziene woningen geen goed woon- en leefklimaat is gegarandeerd, omdat hij ten oosten van de woningen gronden heeft die intensief worden gebruikt voor de landbouw, waaronder het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Tussen het agrarische perceel en de woningen is naast een sloot geen andere afscherming aanwezig. Er is derhalve geen reden om de ter voorkoming van onaanvaardbare gevolgen als gevolg van zijn bedrijfsactiviteiten voor een spuitvrije zone aan te houden vuistregel van 50 m te verlaten, aldus [appellant sub 1].

6.1.

De raad stelt zich op het standpunt dat de voor een spuitvrije zone aan de houden vuistregel van 50 m bedoeld is voor fruitboomteelt en niet voor gronden waarop aardappelen worden geteeld, zoals op het perceel van [appellant sub 1]. De raad stelt verder dat van de vuistregel van 50 m kan worden afgeweken en een kleinere afstand kan worden aangehouden. De raad acht een afstand van 15 m tussen de op het perceel voorziene woningen en het agrarische perceel van [appellant sub 1] aanvaardbaar vanwege de bebouwingsvrije zone en de aanwezige watergang. Daarbij komt dat recent de bestemming van het perceel van [appellant sub 1] is gewijzigd en dat bij deze wijziging een nieuwe woning mogelijk is gemaakt die eveneens grenst aan de agrarische gronden. Ook voor die situatie is niet voorzien in een spuitvrije zone, aldus de raad.

6.2.

Direct ten oosten van het plangebied bevinden zich de gronden van [appellant sub 1] waaraan het plan "Sanering glastuinbouw Westvoorne" de bestemming "Agrarisch met waarden" zonder de functieaanduiding "akkerbouw" heeft toegekend. In artikel 4, lid 4.1, onder a, van de planregels is de desbetreffende bestemmingsomschrijving vastgelegd. Deze bepaling luidt:

"De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. agrarisch gebruik: ter plaatse van de aanduiding 'akkerbouw' volwaardige graasdierbedrijven, akkerbouwbedrijven, en open grond tuinbouwbedrijven, uitgezonderd productiegerichte paardenhouderijen;"

In paragraaf 5.4 onder "Walinxweg (tegenover) […] Rockanje" van de plantoelichting bij het plan "Sanering glastuinbouw Westvoorne" staat: "De gronden waarop voorheen een glastuinbouwbestemming lag, krijgen door middel van dit bestemmingsplan een reguliere agrarische bestemming." In paragraaf 2.1 van deze plantoelichting staat verder: "Wel blijft het agrarische bouwvlak gehandhaafd ten behoeve van een grondgebonden agrarisch bedrijf, uitgezonderd de productiegerichte paardenhouderij, zodat het bedrijf als akkerbouw- en vollegronds tuinbouwbedrijf kan worden voortgezet." Ter zitting heeft [appellant sub 1] toegelicht dat op zijn gronden akkerbouw plaatsvindt in de vorm van onder meer aardappelteelt.

De raad is in zijn besluitvorming ten behoeve van het voorliggende plan ervan uitgegaan dat het agrarisch gebruik ter plaatse van de gronden van [appellant sub 1] is toegestaan. Voor de Afdeling is echter niet duidelijk hoe de planregeling voor die gronden moet worden begrepen. Het plan "Sanering glastuinbouw Westvoorne" kent niet de functieaanduiding "akkerbouw" toe aan deze gronden, terwijl uit de plantoelichting bij dit plan wel volgt dat het bedrijf van [appellant sub 1] als akkerbouw- en vollegronds tuinbouwbedrijf kan worden voortgezet. Zolang deze onduidelijkheid niet is weggenomen, acht de Afdeling het voorliggende plan ten aanzien van de in geding zijnde gronden niet deugdelijk gemotiveerd.

Het betoog slaagt in zoverre.

6.3.

Met het oog op het nemen van een nieuw besluit en in het geval dat agrarische activiteiten ter plaatse van de gronden van [appellant sub 1] wel zijn toegestaan op grond van artikel 4, lid 4.1, onder a, van de planregels bij het plan "Sanering glastuinbouw Westvoorne", merkt de Afdeling het volgende op.

In het algemeen wordt een afstand van 50 m als spuitvrije zone tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid - waaronder aardappelteelt (vergelijk de uitspraak van 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1302) - waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk geacht. Dit brengt echter niet met zich dat een kortere afstand in een bepaalde situatie niet redelijk zou kunnen zijn, indien aan die afstand een deugdelijke motivering ten grondslag is gelegd (vergelijk de uitspraak van 23 september 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BJ8308).

De afstand tussen de gronden van [appellant sub 1] en de in het plan voorziene woningen op de gronden aan de oostelijke zijde van het perceel bedraagt ongeveer 15 m. Er is tevens een watergang aanwezig tussen de gronden van [appellant sub 1] en de desbetreffende voorziene woningen. Ter zitting heeft [appellant sub 1] toegelicht dat regelmatig gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. [appellant sub 1] heeft onweersproken gesteld dat bij het gebruik hiervan spuitdrift kan ontstaan.

De Afdeling stelt vast dat aan het standpunt van de raad dat de genoemde afstand van 15 m in dit geval toereikend is om ter plaatse van deze voorziene woningen een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te garanderen, geen locatiespecifiek onderzoek noch ander onderzoek ten grondslag is gelegd. De raad heeft weliswaar ter zitting naar voren gebracht dat op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer bij het op het perceel van [appellant sub 1] gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen een teeltvrije zone en driftbeperkende spuittechnieken in acht dienen te worden genomen, maar niet is bijvoorbeeld inzichtelijk gemaakt in hoeverre bij het gebruik van deze gewasbeschermingsmiddelen op het ten oosten van het plangebied liggende agrarische perceel de drift hiervan ook in de richting van de op korte afstand gesitueerde woningen in het plangebied kan waaien. De enkele omstandigheid dat de bestemming van het perceel van [appellant sub 1] is gewijzigd en dat bij deze wijziging een nieuwe woning mogelijk is gemaakt die grenst aan de agrarische gronden, waar ook niet is voorzien in een spuitvrije zone, doet hier niet aan af, omdat [appellant sub 1] degene is die de agrarische gronden in gebruik heeft en daarop gewasbeschermingsmiddelen gebruikt.

Gelet hierop ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat in het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd dat ter plaatse van de dichtst bij het agrarisch perceel van [appellant sub 1] in het plangebied gesitueerde woningen een goed woon- en leefklimaat is gegarandeerd. Het plan berust in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet op een deugdelijke motivering.

Het betoog slaagt.

Conclusie

7. De beroepen van [appellant sub 1] en [appellant sub 2A] zijn gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

8. Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

9. De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Westvoorne van 18 december 2018 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Sanering Glastuinbouw [locatie 1]";

III. draagt de raad van de gemeente Westvoorne op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Westvoorne tot vergoeding van bij appellanten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van:

a. € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro) aan [appellant sub 1], geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. b. € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro) aan [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Westvoorne aan appellanten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:

a. € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) aan [appellant sub 1];

b. € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) aan [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, griffier.

w.g. Jurgens
lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2020

159-926.

BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 3:46

Een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering.

Besluit ruimtelijke ordening

Artikel 1.2.3

1. Een visie, plan, besluit en verordening als bedoeld in artikel 1.2.1, eerste lid, in voorkomend geval met de daarbij behorende toelichting of onderbouwing, worden elektronisch vastgesteld. Van een zodanig elektronisch document wordt tevens een papieren versie gemaakt.

2. Indien de inhoud van een elektronisch document als bedoeld in het eerste lid tot een andere uitleg aanleiding geeft dan de papieren versie, is het eerstgenoemde document beslissend.

Planregels bij het plan "Sanering Glastuinbouw Westvoorne"

Artikel 4

4.1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch met waarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. agrarisch gebruik: ter plaatse van de aanduiding 'akkerbouw' volwaardige graasdierbedrijven, akkerbouwbedrijven, en open grond tuinbouwbedrijven, uitgezonderd productiegerichte paardenhouderijen;

[…].