Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:740

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
11-03-2020
Datum publicatie
11-03-2020
Zaaknummer
201906074/1/A2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBNNE:2019:2883, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 23 juni 2017 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe een aanvraag van de maatschap om subsidie POP3 Jonge Landbouwers Drenthe afgewezen. De maatschap heeft een aanvraag om subsidie inzake POP3 Jonge Landbouwers Drenthe ingediend voor investeringscategorie 6 van het Openstellingsbesluit fysieke investeringen in verduurzaming van agrarische ondernemingen van jonge landbouwers van 8 november 2016. Het college heeft de aanvraag van de maatschap om subsidie afgewezen omdat alleen het systeem dat kan worden aangekoppeld als subsidiabel kan worden aangemerkt en niet tevens de aardappelpootmachine.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201906074/1/A2.

Datum uitspraak: 11 maart 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante] (hierna: de maatschap), gevestigd te Wijster, gemeente Midden-Drenthe,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 1 juli 2019 in zaak nr. 18/547 in het geding tussen:

de maatschap

en

het college van gedeputeerde staten van Drenthe (hierna: het college).

Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2017 heeft het college een aanvraag van de maatschap om subsidie POP3 Jonge Landbouwers Drenthe afgewezen.

Bij besluit van 9 januari 2018 heeft het college het door de maatschap daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 juli 2019 heeft de rechtbank het door de maatschap daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de maatschap hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2020, waar het college, vertegenwoordigd door A. Popken, vergezeld door mr. J.G. Starreveld, deskundige, is verschenen.

Overwegingen

    Inleiding

1.    De maatschap heeft een aanvraag om subsidie inzake POP3 Jonge Landbouwers Drenthe ingediend voor investeringscategorie 6 van het Openstellingsbesluit fysieke investeringen in verduurzaming van agrarische ondernemingen van jonge landbouwers van 8 november 2016 (hierna: het openstellingsbesluit). Categorie 6 houdt systemen voor precisielandbouw betreffende plaatselijke bemesting, plaatsspecifieke gewasbescherming of plaatsspecifieke bewatering, inclusief GPS/GIS-apparatuur in. Het openstellingsbesluit is gebaseerd op de Verordening subsidies plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (hierna: de verordening). Deze verordening kent een minimumbedrag aan subsidiabele kosten per fysieke investering van € 20.000,00. De maatschap heeft een aanvraag ingediend voor de aanschaf van een Miedema aardappelpootmachine type CP-42 met systemen voor bemesting en gewasbescherming, GPS-apparatuur en andere onderdelen. Het totale investeringsbedrag bedraagt € 62.095,00.

2.    Bij het besluit van 23 juni 2017, gehandhaafd bij het besluit van 9 januari 2018, heeft het college de aanvraag van de maatschap om subsidie afgewezen omdat alleen het systeem dat kan worden aangekoppeld als subsidiabel kan worden aangemerkt en niet tevens de aardappelpootmachine. De totale subsidiabele kosten komen daarmee op € 16.745,00. Dit bedrag ligt onder het minimuminvesteringsbedrag waardoor de aanvraag op grond van artikel 2.3.7, zesde lid, van de verordening is afgewezen.

3.    In geschil is de vraag of de gehele aardappelpootmachine of alleen de toegevoegde systemen voor de subsidieaanvraag in aanmerking moeten worden genomen.

Wettelijk kader

4.    Het relevante wettelijk kader bestaat uit de verordening en het openstellingsbesluit. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.

Oordeel van de rechtbank

5.    De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich in dit geval terecht op het standpunt heeft gesteld dat alleen de door de maatschap aangevraagde systemen voor bemesting en voor gewasbescherming en GPS-apparatuur subsidiabele kosten in de zin van categorie 6 zijn. Uit de tekst en toelichting bij categorie 6 volgt dat het systeem dat kan worden aangekoppeld subsidiabel is. De aardappelpootmachine zelf en de andere aangevraagde onderdelen vallen daarmee niet onder deze categorie.

    Over het beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft de rechtbank geoordeeld dat de omstandigheid dat het college in het verleden éénmaal een aardappelpootmachine als subsidiabel in de zin van categorie 6 heeft aangemerkt niet betekent dat daarmee de reikwijdte van die categorie is verruimd.

    Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat de aanvraag van de maatschap niet mede betrekking heeft op investeringscategorie 9 (machines voor spitten en zaaien tegelijk) van het openstellingsbesluit en bovendien onvoldoende aannemelijk is geworden dat de aangevraagde kosten mede betrekking hebben op een machine die kan spitten.

Hoger beroep

6.    De maatschap is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens en betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat zij de (poot)machine juist specifiek heeft aangeschaft voor precisielandbouw. De onderdelen zijn bij deze moderne machine niet los van elkaar te zien. De rechtbank heeft ten onrechte onderscheid gemaakt tussen een gedeelte pootmachine aan de ene kant en precisiebemesting en gewasbescherming voor precisielandbouw aan de andere kant.

    Verder voert de maatschap aan dat er sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat een andere aardappelpootmachine wel subsidiabel is geacht onder categorie 6 van het openstellingsbesluit. Volgens de maatschap gaat het om een vaste bestuurspraktijk.

    Tot slot betoogt de maatschap dat de rechtbank heeft miskend dat de machine onder categorie 9 valt. Categorie 9 betreft een machine voor spitten en zaaien tegelijk. De onderhavige machine graaft een geul (spitten) en legt in de geul een aardappel (zaaien). Vervolgens wordt in dezelfde geul gewasbeschermingsmiddel en bemesting toegebracht bij en over de aardappel. Door deze combinatie van werkgangen valt de machine onder investeringscategorie 9.

6.1.    Op grond van artikel 2.3.1 van de verordening is de subsidie bedoeld voor fysieke investeringen gericht op verduurzaming van landbouwbedrijven. De subsidie is niet bedoeld voor investeringen die hoofdzakelijk zijn gericht op de rentabiliteit van het landbouwbedrijf. Op grond van artikel 3, eerste lid, van het openstellingsbesluit kan de subsidie worden verleend voor de investeringen die zijn genoemd in bijlage 1. De bijlage bepaalt dat, voor zover van belang, alle soorten precisiebemesters, alle soorten gewasbeschermingssystemen voor precisielandbouw, alle soorten bewateringssystemen voor precisielandbouw, spuitdoppen voor gewasbeschermingssystemen voor precisielandbouw, GPS- en GIS-apparatuur voor deze systemen, samenstelkosten van de digitale bodemkaart ten behoeve van de GPS- en GIS-apparatuur voor deze systemen en de bijbehorende installatiekosten, subsidiabel zijn. Niet subsidiabel zijn de tractor waaraan wordt gekoppeld of zelfrijders. In de toelichting is vervolgens benoemd wat onder systemen van precisiebemesting moet worden verstaan.

6.2.    Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen blijkt uit de tekst en toelichting bij investeringscategorie 6 dat alleen de toegevoegde systemen voor subsidie in aanmerking komen. Weliswaar is de aardappelpootmachine van de maatschap in één koop aangeschaft, maar de machine is blijkens de offerte van 11 januari 2017 naar eigen wens samengesteld. Dat de toegevoegde systemen alleen hun werk kunnen doen als deze aan de aardappelpootmachine zijn gekoppeld en de aardappelpootmachine ook met het doel van precisiebemesting is aangeschaft, wat daar verder ook van zij, maakt niet dat de aardappelpootmachine in zijn geheel een investering als bedoeld in categorie 6 van bijlage 1 van het openstellingsbesluit is.

6.3.    De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat alleen de toegevoegde systemen voor de subsidieaanvraag in aanmerking moeten worden genomen. Aangezien de toegevoegde systemen onder het minimuminvesteringsbedrag blijven, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het college de aanvraag om subsidie terecht heeft afgewezen.

7.    Het beroep op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen. Het college heeft in het verleden slechts eenmaal een aardappelpootmachine als subsidiabel in de zin van categorie 6 van het openstellingsbesluit aangemerkt. Het college heeft toegelicht dat het hier een eenmalige fout betreft. Van een vaste bestuurspraktijk is niet gebleken. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (bijvoorbeeld de uitspraak van 31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:320) strekt het gelijkheidsbeginsel niet zo ver dat het college gemaakte fouten moet herhalen.

8.    Het betoog van de maatschap dat de machine ook onder categorie 9 valt kan niet leiden tot het daarmee door haar beoogde resultaat. Uit de aanvraag blijkt namelijk dat de maatschap heeft beoogd subsidie aan te vragen voor de investering in precisiebemesting en/of gewasbescherming als bedoeld in categorie 6 en niet voor een investering in een machine voor spitten en zaaien als bedoeld in categorie 9 van het openstellingsbesluit. Dat de maatschap in bezwaar heeft toegelicht dat de machine een geul graaft en in die geul een aardappel legt, maakt het vorenstaande niet anders. De maatschap heeft daarbij immers benadrukt dat het gaat om een machine die de werkgang poten combineert met precisiebemesting en gewasbescherming. Het college heeft gelet hierop geen aanleiding hoeven te zien om de aanvraag anders te duiden. Aanvragen van de subsidie verlopen via een zogenoemd tendersysteem waarbij wordt gewerkt met een vaste indieningsperiode voor de aanvraag. Zoals blijkt uit het openstellingsbesluit, liep deze periode van 1 december 2016 tot en met 16 januari 2017. Dit betekent dat de periode voor indiening inmiddels is afgelopen. Zoals de Afdeling eerder heeft geoordeeld (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 7 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:408) vloeit uit de aard van een tendersysteem voort dat vóór de sluiting van de aanvraagtermijn alle voor die beoordeling en rangschikking relevante gegevens moeten zijn overgelegd en dat daarna geen rekening kan worden gehouden met informatie die neerkomt op een wijziging of aanvulling van de aanvraag.

Conclusie

9.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

10.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.A. Hagen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. Y.M. van Soest-Ahlers, griffier.

w.g. Hagen    w.g. Van Soest-Ahlers

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2020

343-921.

 

Bijlage wettelijk kader

 

Wijziging verordening POP3 subsidies provincie Drenthe

Artikel 2.3.1

In aanvulling op artikel 1.3 stellen Gedeputeerde Staten een lijst op van fysieke investeringen gericht op verduurzaming van landbouwbedrijven. Deze

lijst bevat geen investeringen die alleen of hoofdzakelijk gericht zijn op de

verbetering van de rentabiliteit van een landbouwbedrijf.

Artikel 2.3.7

1. De subsidie bedraagt 30% van de subsidiabele kosten indien het landbouwbedrijf volledig bestaat uit jonge landbouwers.

2. Indien er naast jonge landbouwers ook niet-jonge landbouwers bedrijfshoofd zijn in het landbouwbedrijf wordt de subsidie bedoeld in het eerste lid verlaagd met 20% per niet- jonge landbouwer. De verlaging bedraagt maximaal 80%.

3. Indien de subsidieaanvrager kiest voor de berekening van de subsidie op basis van de verdeling van het eigen vermogen van de onderneming, bedraagt de subsidie, in afwijking van het eerste lid, 30%van de subsidiabele kosten vermenigvuldigd met het percentage eigen vermogen van het landbouwbedrijf dat in eigendom is van jonge landbouwers.

4. De subsidie bedraagt maximaal € 20.000,-.

5. Indien toepassing van dit artikel ertoe leidt dat de subsidie minder bedraagt dan € 10.000,- wordt de subsidie niet verstrekt.

6. Het minimumbedrag aan subsidiabele kosten per fysieke investering als bedoeld in artikel 2.3.1 is € 20.000,-.

Openstellingsbesluit van Gedeputeerde Staten van Drenthe van 8 november 2016, met betrekking tot fysieke investeringen in verduurzaming van agrarische ondernemingen van jonge landbouwers

Artikel 3

1. Subsidie kan worden verstrekt voor investeringen genoemd in bijlage 1.

[…]

Bijlage 1 Lijst van fysieke investeringen gericht op verduurzaming van

landbouwbedrijven

[…]

6. Systemen voor precisielandbouw betreffende plaatsspecifieke bemesting,  plaatsspecifieke gewasbescherming  of plaatsspecifieke bewatering inclusief GPS/GIS- apparatuur (zie toelichting)

Subsidiabel:

Alle soorten precisiebemesters.

Alle soorten gewasbeschermingssystemen voor precisielandbouw.

Alle soorten bewateringssystemen voor precisielandbouw.

Spuitdoppen voor gewasbeschermingssystemen voor precisielandbouw.

GPS- en GIS-apparatuur voor deze systemen.

Samenstelkosten van de digitale bodemkaart ten behoeve van de GPS- en GIS-apparatuur voor deze systemen.

Bijbehorende installatiekosten.

U kunt geen subsidie krijgen voor:

De tractor waaraan wordt gekoppeld of zelfrijders. Enkel het systeem dat kan worden aangekoppeld is subsidiabel.

Bijhorende software (bijvoorbeeld software om de rijpaden uit te stippelen).

[…]

Toelichting systemen precisiebemesting

De bedoelde systemen precisiebemesting zijn onder andere:

1. systemen voor het gericht emissiearm, in de juiste dosering, zonder overlapping in de bodem toedienen van vloeibare stikstofhoudende meststoffen bij het planten, zaaien, aanaarden of het moment dat het gewas er aantoonbaar om vraagt;

2. systemen om vloeibare meststoffen via druppelslangen in de juiste dosering en op het juiste moment toe te dienen aan het gewas;

3. systemen voor het meten van het stikstofgehalte van de toegediende mest met NIRS indien dit meteen wordt doorvertaald in het doseren;

4. systemen voor rijenbemesting met dierlijke mest bij maïs.