Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:693

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-03-2020
Datum publicatie
11-03-2020
Zaaknummer
201908325/1/R2 en 201908325/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Waalre het bestemmingsplan "De Keizer" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisering van 33 grondgebonden woningen, op een voormalig bedrijfsterrein op de hoek van de Prunellalaan en de Gestelsestraat in de kern Aalst. Het plangebied grenst in het oosten aan de Gestelsestraat en in het noorden aan de Prunellalaan. Aan de oost-, west- en zuidkant wordt het plangebied begrensd door enkele bedrijfspanden. [appellant] woont aan de [locatie], op korte afstand ten oosten van het plangebied. Hij vreest dat het plan zal leiden tot parkeeroverlast en tot aantasting van de verkeersveiligheid ter plaatse.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201908325/1/R2 en 201908325/2/R2.

Datum uitspraak: 6 maart 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]), wonend te Waalre,

en

de raad van de gemeente Waalre,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "De Keizer" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

[appellant] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 28 januari 2020, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door drs. K.P.J. de Jong en ing. A. Visschers zijn verschenen. Voorts is ter zitting initiatiefneemster, Kero Bouw en Vastgoed II B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], verschenen.

Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Overwegingen

1.    In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Inleiding

2.    Het plan voorziet in de realisering van 33 grondgebonden woningen, op een voormalig bedrijfsterrein op de hoek van de Prunellalaan en de Gestelsestraat in de kern Aalst. Het plangebied grenst in het oosten aan de Gestelsestraat en in het noorden aan de Prunellalaan. Aan de oost-, west- en zuidkant wordt het plangebied begrensd door enkele bedrijfspanden.

    [appellant] woont aan de [locatie], op korte afstand ten oosten van het plangebied. Hij vreest dat het plan zal leiden tot parkeeroverlast en tot aantasting van de verkeersveiligheid ter plaatse.

Toetsing

3.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De voorzieningenrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De voorzieningenrechter stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het beroep

4.    [appellant] betoogt dat niet is verzekerd dat bij uitvoering van het plan zal worden voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm van 1,5 parkeerplaatsen per nieuwe woning. Hij stelt dat de raad bij de vaststelling van de beschikbare parkeercapaciteit ten onrechte 9 bestaande parkeerplaatsen aan de Prunellastraat en 5 bestaande parkeerplaatsen aan de Gestelsestraat heeft meegeteld.

    [appellant] betoogt verder dat de raad het plan ten onrechte heeft vastgesteld zonder dat eerst een besluit is genomen over de in zijn ogen noodzakelijke herinrichting van de Gestelsestraat. Door de vaststelling van het plan zal een verkeersveilige inrichting van die straat volgens hem vrijwel onmogelijk worden. Hij stelt daarbij onder meer dat voor een verkeersveilige afwikkeling op de Gestelsestraat een strook van 1,5 m van particuliere gronden nodig is en het op de weg van de gemeente ligt om daarover nu eerst in gesprek te gaan met de initiatiefneemster, omdat bij de bestaande bewoners van de Gestelsestraat de bereidheid ontbreekt om (gratis) grond voor een verbreding van de weg af te staan. Nu onduidelijk is of in de aankoop van de strook grond is voorzien, is volgens hem de verkeersveiligheid ter plaatse niet verzekerd. 

5.    De raad stelt zich op het standpunt dat voldoende parkeerplaatsen zullen worden gerealiseerd om aan de gemeentelijke parkeernorm te kunnen voldoen. Daarbij zijn reeds bestaande parkeerplaatsen buiten beschouwing gelaten.

    De raad staat voorts op het standpunt dat de huidige weginrichting en het profiel van de Gestelsestraat toereikend zijn voor een veilige afwikkeling van de van het plan verwachte verkeerstoename, zodat in verband met de uitvoering van dit plan geen directe noodzaak bestaat voor herinrichting of verbreding van het huidige wegprofiel. Volgens de raad heeft de gemeente zich desondanks bereid verklaard om met aanwonenden in gesprek te gaan over een aantal aspecten die in de huidige situatie door hen als overlastgevend worden ervaren. Dit traject loopt weliswaar parallel aan, maar staat verder geheel los van de onderhavige bestemmingsplanprocedure. De herinrichting is immers, zowel vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid als absolute parkeeraantallen niet noodzakelijk, aldus de raad.

6.    Aan een deel van de gronden van het plangebied is de bestemming "Verkeer" toegekend. In artikel 5, lid 5.1, van de planregels is bepaald dat deze gronden onder meer bestemd zijn voor parkeervoorzieningen.

    Verder is aan twee stroken grond aan de west- en zuidkant van het plangebied de bestemming "Groen" toegekend. Artikel 3, lid 3.1, bepaalt dat deze gronden mede bestemd zijn voor parkeervoorzieningen.

7.    Niet in geschil is dat voor de 33 voorziene woningen, op basis van een parkeernorm van 1,5 parkeerplaats per nieuwe woning, in totaal 50 parkeerplaatsen nodig zijn om aan de gemeentelijke parkeernorm te voldoen.

    In artikel 9.2, lid 9.2.2, van de planregels is bij wijze van voorwaardelijke verplichting bepaald dat een omgevingsvergunning voor het bouwen slechts wordt verleend, indien bij de aanvraag wordt aangetoond dat in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de norm van 1,5 parkeerplaats per nieuwe woning wordt voorzien.

    Van de benodigde 50 parkeerplaatsen zijn volgens paragraaf 4.1 van de plantoelichting 19 parkeerplaatsen op eigen terrein bij de nieuwe woningen voorzien, 23 parkeerplaatsen op zogenoemde nieuw aan te leggen parkeerhofjes binnen het plangebied, 6 parkeerplaatsen in de nieuwe woonstraat haaks op de Prunellalaan, 9 parkeerplaatsen aan de zuidkant van de Prunellalaan en 5 parkeerplaatsen aan de westkant van de Gestelsestraat. Aldus heeft de raad een totaal aantal nieuwe parkeerplaatsen van 62 berekend. De raad heeft nader toegelicht dat door de initiatiefneemster ook bestaande parkeervoorzieningen aan de Gestelsestraat worden vervangen, maar dat ook na aftrek daarvan nog altijd meer dan de 50 voor dit plan benodigde nieuwe parkeerplaatsen resteren.

    De voorzieningenrechter stelt vast dat met de voorwaardelijke verplichting is verzekerd dat aan de parkeernorm wordt voldaan en dat 48 parkeerplaatsen zijn voorzien in het plangebied. [appellant] stelt dat de nieuw aan te leggen parkeerplaatsen aan de Prunellalaan niet mogen meetellen omdat daar in de huidige situatie het braakliggende terrein van het voormalige bedrijfsterrein ligt en daar in de praktijk nu ook wordt geparkeerd. Wat hiervan zij, is ter zitting gebleken dat op de gronden met de bestemming "Groen", die mede voor parkeren bestemd zijn, voldoende ruimte bestaat voor het creëren van ten minste twee extra parkeerplaatsen. Hieruit volgt dat, ook als - conform het betoog van [appellant] - de in totaal 14 parkeerplaatsen aan de zuidkant van de Prunellalaan en de westkant van de Gestelsestraat buiten beschouwing worden gelaten en van 48 nieuwe parkeerplaatsen zou moeten worden uitgegaan, de raad er aldus - door middel van de extra twee plaatsen - van heeft kunnen uitgaan dat in voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien om aan de parkeernorm te voldoen.

    Voor zover [appellant] betwijfelt of de in aanmerking genomen parkeerplaatsen binnen het plangebied ruim genoeg bemeten zijn, heeft de raad naar voren gebracht dat de minimale afmetingen van de parkeerplaatsen in artikel 9.2, lid 9.2.2, van de planregels zijn vastgelegd en dat ingevolge voornoemde voorwaardelijke verplichting bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen moet worden getoetst of aan die afmetingen van de parkeerplaatsen is voldaan.

7.1.    Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat het plan leidt tot een onaanvaardbare toename van de parkeerdruk als gevolg van de beoogde woningbouw. Daarbij wordt erop gewezen dat een nieuw bestemmingsplan, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in haar uitspraak van 4 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3056), geen bijdrage hoeft te leveren aan het oplossen van mogelijke bestaande parkeertekorten.

Het betoog faalt.

7.2.    De raad heeft over de verkeersveiligheid ter plaatse naar voren gebracht dat het plangebied, behoudens 5 uitritten van de woningen aan de oostkant van het plangebied, op de Prunellalaan wordt ontsloten en dat de Gestelsestraat een erftoegangsweg is, waar een maximaal toegestane snelheid van 30 km per uur geldt. Volgens de raad zal het plan leiden tot een verhoging van de huidige verkeersintensiteiten in de omliggende straten met ongeveer 135 verkeersbewegingen per etmaal.

    Mede gelet op de bestaande verkeersintensiteiten in die straten heeft de raad naar het oordeel van de voorzieningenrechter er van kunnen uitgaan dat deze toename van het verkeer niet zal leiden tot een relevante nadelige invloed op de verkeersveiligheid.

Genoemde uitgangspunten van de raad worden ondersteund door het onderzoek "Verkeersstudie Gestelsestraat" van 14 november 2018 van bureau Kragten. Uit die studie kan, anders dan [appellant] stelt, niet worden afgeleid dat de Gestelsestraat met het huidige wegprofiel, dat - naar ook door de raad wordt onderkend - smal is, de extra verkeersbewegingen ten gevolge van het plan niet kan verwerken.

7.3.    Gelet hierop geeft het aangevoerde de voorzieningenrechter geen grond voor het oordeel dat de raad zich ten onrechte op het standpunt heeft  gesteld dat de capaciteit van de omliggende straten toereikend is om de toename van de verkeersintensiteiten ten gevolge van de geplande nieuwbouw te kunnen verwerken. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat het plan zal leiden tot onaanvaardbare verkeersonveilige situaties ter plaatse.

    De raad heeft zich reeds hierom op het standpunt kunnen stellen dat het plan kon worden vastgesteld zonder dat herinrichting van de Gestelsestraat voorafgaande aan die vaststelling was verzekerd.

    Daarbij overweegt de voorzieningenrechter dat, anders dan [appellant] meent, niet aannemelijk is dat uitvoering van het plan toekomstige herinrichting van de Gestelsestraat onmogelijk maakt.

    Naar de raad naar voren heeft gebracht, zijn volgens het verkeersrapport van 14 november 2018 verschillende maatregelen en varianten mogelijk om tot een herinrichting van de Gestelsestraat te komen, waaronder het instellen van eenrichtingsverkeer in de Gestelsestraat tot de Prunellalaan.

Het betoog faalt.

Conclusie

8.    Het beroep is ongegrond.

9.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

10.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep ongegrond;

II.    wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Zijlstra

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2020

240.