Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:691

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-03-2020
Datum publicatie
11-03-2020
Zaaknummer
202000973/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 februari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tholen aan de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een kerk op het perceel Grindweg 49 te Tholen en het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan. De Hersteld Hervormde Gemeente Tholen betoogt dat de rechtbank ten onrechte het besluit geheel heeft vernietigd, in plaats van alleen het voorschrift dat aan de omgevingsvergunning was verbonden. Dit voorschrift houdt in dat bij het aanbrengen van een luidklok in de toekomst middels een akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat de geldende geluidsnormen niet worden overschreden zodat een goed woon- en leefklimaat gehandhaafd blijft. De Hersteld Hervormde Gemeente Tholen wil dat de omgevingsvergunning herleeft, zodat zij alsnog de kerk mag bouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Omgevingsvergunning in de praktijk 2020/8221
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202000973/2/R1.

Datum uitspraak: 6 maart 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

Hersteld Hervormde Gemeente Tholen, gevestigd te Tholen,

verzoekster,

tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 januari 2020 in zaak nr. 19/1515 in het geding tussen:

Hersteld Hervormde Gemeente Tholen

en

het college van burgemeester en wethouders van Tholen.

Procesverloop

Bij besluit van 5 februari 2019 heeft het college aan de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een kerk op het perceel Grindweg 49 te Tholen en het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

Bij uitspraak van 30 januari 2020 heeft de rechtbank het door de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 5 februari 2019 vernietigd.

Tegen deze uitspraak heeft de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen hoger beroep ingesteld.

De Hersteld Hervormde Gemeente Tholen heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 maart 2020, waar de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door mr. A.M.F. van Rooy-de Rooij, advocaat te Bergen op Zoom en het college, vertegenwoordigd door mr. M.A.P. Koetsier en J.H. Fase, zijn verschenen.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    De Hersteld Hervormde Gemeente Tholen betoogt dat de rechtbank ten onrechte het besluit van 5 februari 2019 geheel heeft vernietigd, in plaats van alleen het door haar bestreden voorschrift dat aan de omgevingsvergunning was verbonden. Dit voorschrift houdt in dat bij het aanbrengen van een luidklok in de toekomst middels een akoestisch onderzoek moet worden aangetoond dat de geldende geluidsnormen voor het gebiedstype ‘rustige woonwijk’ uit de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' niet worden overschreden zodat een goed woon- en leefklimaat gehandhaafd blijft. De Hersteld Hervormde Gemeente Tholen beoogt met haar verzoek te bereiken dat de omgevingsvergunning van 5 februari 2019 herleeft, zodat zij alsnog de kerk mag bouwen. Ter zitting heeft zij daarbij aangegeven dat op dit moment het aanbrengen van een klok nog niet aan de orde is. Verder heeft zij ter zitting aangegeven dat een spoedeisend belang gemoeid is met de bouw van de kerk, vanwege de contractuele verplichtingen die zij op grond van de omgevingsvergunning is aangegaan.

3.    De voorzieningenrechter overweegt dat de vraag of het voorschrift over het klokgelui aan de omgevingsvergunning had mogen worden verbonden vanwege de complexiteit nader onderzoek vergt, waar deze procedure zich niet voor leent. Die beantwoording dient dan ook plaats te vinden in de bodemprocedure. De voorzieningenrechter zal daarom bij de beoordeling van het verzoek om schorsing van de aangevallen uitspraak een belangenafweging verrichten. Het college heeft ter zitting aangegeven dat het geen bezwaren heeft tegen realiseren van het kerkgebouw op zichzelf op deze plek en dat het daarom evenmin bezwaren heeft tegen het schorsen van de aangevallen uitspraak tot de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure. Gelet hierop en op het spoedeisend belang van de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen ziet de voorzieningenrechtenrechter daarom aanleiding het verzoek toe te wijzen en bij wijze van voorlopige voorziening de aangevallen uitspraak te schorsen zonder daarbij een voorlopig oordeel te geven over de rechtmatigheid van het voorschrift over het klokgelui. Daarbij wijst de voorzieningenrechter er nog op dat de Hersteld Hervormde Gemeente Tholen van de verleende omgevingsvergunning op eigen risico gebruik maakt, zolang deze niet in rechte onaantastbaar is.

4.    Het college dient op hierna te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 30 januari 2020 in zaak nr. 19/1515;

II.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Tholen tot vergoeding van bij Hersteld Hervormde Gemeente Tholen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.    gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Tholen aan Hersteld Hervormde Gemeente Tholen het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 532,00 (zegge: vijfhonderdtweeëndertig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.S. van Helvoort, griffier.

w.g. Helder    w.g. Van Helvoort

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2020

361.