Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:644

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-03-2020
Datum publicatie
11-03-2020
Zaaknummer
201809775/1/V2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2018:14349, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 5 oktober 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201809775/1/V2.

Datum uitspraak: 4 maart 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 3 december 2018 in zaak nr. NL18.18703 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 5 oktober 2018 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 3 december 2018 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H. Klein Hesselink, advocaat te Terneuzen, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    De in de eerste grief aan de orde gestelde rechtsvraag over culturele aspecten heeft de Afdeling beantwoord in de uitspraak van 6 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:341. Uit deze uitspraak volgt dat de grief slaagt.

2.    Het hoger beroep is alleen al hierom gegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Uit de uitspraak van 6 februari 2020 volgt dat het beroep ook gegrond is en het besluit van de staatssecretaris van 5 oktober 2018 moet worden vernietigd. Omdat de staatssecretaris opnieuw op de aanvraag moet beslissen en daarbij rekening moet houden met de feiten en omstandigheden zoals die op dat moment zijn, is het niet nodig wat de vreemdeling verder in hoger beroep en beroep heeft aangevoerd te bespreken. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

3.    De kosten van het door de vreemdeling opgevoerde rapport van Buro Kleurkracht komen voor vergoeding in aanmerking.

3.1.    Volgens de overgelegde facturen heeft het rapport van Buro Kleurkracht acht uur arbeidstijd gekost, wat de Afdeling niet onaannemelijk acht. De Afdeling hanteert hiervoor een forfaitair bedrag van € 121,95 per uur. De Afdeling zal de kosten voor het rapport daarom vaststellen op € 975,60.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het hoger beroep gegrond;

II.    vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 3 december 2018 in zaak nr. NL18.18703;

III.    verklaart het beroep gegrond;

IV.    vernietigt het besluit van 5 oktober 2018, V-[…];

V.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.550,60 (zegge: tweeduizend vijfhonderdvijftig euro en zestig cent), waarvan € 1.575,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en waarvan € 975,60 de kosten van het rapport van Buro Kleurkracht betreft; dit laatste bedrag moet worden vermeerderd met de daarover verschuldigde omzetbelasting.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Baldinger, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Baldinger    w.g. Prins

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2020

363-915.