Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:611

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-02-2020
Datum publicatie
26-02-2020
Zaaknummer
201903223/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2019:1340, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 10 januari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne een verzoek van [wederpartij] tot wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module BRP 2020/2068
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201903223/1/A3.

Datum uitspraak: 26 februari 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Deurne,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 11 maart 2019 in zaak nr. 18/2060 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te Neerkant, gemeente Deurne,

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 10 januari 2018 heeft het college een verzoek van [wederpartij] tot wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (hierna: brp) afgewezen.

Bij besluit van 16 juli 2018 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 maart 2019 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 juli 2018 vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 24 april 2019 heeft het college opnieuw het door [wederpartij] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

[wederpartij] heeft daartegen gronden aangevoerd en een schriftelijke uiteenzetting gegeven in het hoger beroep van het college.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 21 januari 2020, waar het college, vertegenwoordigd door mr. C.J.H. Delissen, advocaat te Nijmegen en M. Berkers-van der Heijden, en [wederpartij], bijgestaan door mr. A.H. Diels, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

Overwegingen

    Inleiding

1.    [wederpartij] staat in de brp ingeschreven als [naam A], geboren op [1984] te Rui’an (China). Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem op 22 februari 2000 afgelegde verklaring onder ede in zijn asielprocedure. [wederpartij] heeft het college verzocht om zijn gegevens te wijzigen in [naam B], geboren op [1976] te Wenzhou (China), wat met zich brengt dat ook de namen en geboortegegevens van zijn ouders gewijzigd moeten worden. Daartoe heeft hij de volgende documenten overgelegd:

- een verlopen Chinees paspoort, op 31 oktober 1996 afgegeven te Zhejiang;

- een Chinees paspoort, op 11 december 2015 afgegeven door de Chinese ambassade te Den Haag;

- een notariële verklaring betreffende de geboorte afgegeven op 24 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;

- een uittreksel geboorteakte van 24 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;

- een notariële bevestiging geen huwelijk van 19 april 2017, geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;

- een kopie van een huishoudregistratieboekje, oftewel hukou, notarieel gecertificeerd op 24 april 2017 en geverifieerd en gelegaliseerd op 8 mei 2017;

- kopieën van identiteitskaarten van zichzelf, zijn vader en zijn moeder;

- een schoolcertificaat van de middelbare school van juni 1992;

- een onderzoeksrapport van DNA-verwantschapsonderzoek (hierna: DNA-onderzoek) tussen [wederpartij] en zijn moeder, opgemaakt op 23 maart 2018 door Verilabs te Leiden.

    Het college heeft dit verzoek afgewezen, omdat niet onomstotelijk is komen vast te staan dat de [wederpartij] betreffende gegevens in de brp onjuist zijn. Het college betwistte dat de overgelegde documenten authentiek zijn en [wederpartij] dezelfde persoon is als de in de door hem overgelegde documenten genoemde persoon.

    De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen, omdat het de overgelegde documenten met betrekking tot zijn geboorteakte en de hukou onvoldoende heeft onderzocht. Het college heeft naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank nader onderzoek gedaan en bij het besluit van 24 april 2019 opnieuw het bezwaar van [wederpartij] ongegrond verklaard.

Wettelijk kader

2.    De relevante wetgeving is opgenomen in de bijlage. Deze maakt deel uit van de uitspraak.

Hoger beroep

3.    Het college betoogt dat [wederpartij] door middel van de brondocumenten niet heeft aangetoond dat de in de brp geregistreerde gegevens onjuist zijn. De overgelegde brondocumenten zijn door [wederpartij] verkregen nadat hij China heeft verlaten, de inhoud van de documenten valt niet te controleren, niet van alle documenten is de authenticiteit te controleren en niet kan worden vastgesteld dat de documenten betrekking hebben op [wederpartij]. De hukou is daarnaast onvolledig. Ook heeft [wederpartij] niet duidelijk gemaakt hoe de Chinese autoriteiten en de notaris hebben kunnen vaststellen dat de documenten hem betreffen. De rechtbank heeft miskend dat, hoewel het DNA-onderzoek als steunbewijs kan dienen, daaruit slechts bloedverwantschap tussen [wederpartij] en zijn moeder volgt. Uit het onderzoek blijkt niets over zijn persoonlijke gegevens of zijn vader. Ook heeft de rechtbank miskend dat legalisatie van een document niets zegt over de juistheid van de inhoud daarvan, aldus het college.

Beoordeling

4.    De rechtbank heeft terecht verwezen naar vaste jurisprudentie (onder meer de uitspraak van 30 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:233) waarin de Afdeling heeft overwogen dat de gegevens in de brp betrouwbaar en duidelijk moeten zijn. De gebruikers van de gegevens moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn. Voor de gegevens omtrent de burgerlijke staat die niet aan de Nederlandse burgerlijke stand kunnen worden ontleend, heeft de wetgever een rangorde aangegeven in de geschriften waaraan deze gegevens mogen worden ontleend. Aan een "lager" document mogen gegevens worden ontleend wanneer op het tijdstip van inschrijving in redelijkheid geen "hoger" document kan worden overgelegd. Dit doet niet af aan de plicht van de burger om eventueel ook na de inschrijving alsnog zo sterk mogelijke documenten te leveren (Kamerstukken II 2011-2012, 33 219, nr. 3, blz. 126). Het bewijs dat eenmaal in de brp opgenomen gegevens onjuist zijn, kan alleen worden geleverd door overlegging van de juiste brondocumenten. Voor het wijzigen van eenmaal in de brp geregistreerde gegevens zal gelet op het systeem van de Wet brp onomstotelijk moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn.

4.1.    Ter zitting van de Afdeling heeft het college het standpunt laten vallen dat aan de inhoud van de documenten die de geboorteakte betreffen en de hukou geen betekenis kan worden gehecht omdat de authenticiteit niet kan worden gecontroleerd.

4.2.    De enige vraag die partijen nog verdeeld houdt is of [wederpartij] dezelfde persoon is als de persoon die in de overgelegde documenten is vermeld. [wederpartij] heeft in hoger beroep het rapport ‘Deskundigenrapportage - Verwantschapsonderzoek conform aanbevelingen ISFG’ van Verilabs van 23 maart 2018 overgelegd. Uit het DNA-onderzoek volgt dat is bewezen (waarschijnlijkheid > 99,9999%) dat [persoon A], die in de overgelegde geboorteakte als moeder van [naam B] is vermeld, zijn biologische moeder is. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen komen de naam en het identiteitskaartnummer van [persoon A] overeen met de gegevens van de moeder van [naam B] op de geboorteakte. Ook komen haar naam, geboortedatum en identiteitskaartnummer overeen met de gegevens van de in de hukou vermelde moeder. Nu de betrouwbaarheid van het DNA-onderzoek niet langer in geschil is, kan het DNA-onderzoek als aanvullend bewijs worden gebruikt om aan te tonen dat [wederpartij] dezelfde persoon is als de persoon die in de overgelegde documenten is vermeld. Uit dit onderzoek volgt immers dat de moeder van die persoon de biologische moeder van [wederpartij] is. Dat de vader van [naam B] niet is betrokken in het onderzoek doet daar niet aan af.

4.3.    [wederpartij] is in de brp ingeschreven op basis van een verklaring onder ede als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet brp. Voor het wijzigen van zijn geregistreerde persoonsgegevens heeft hij onder meer een paspoort, dat door de Chinese ambassade in Den Haag op 11 december 2015 is afgegeven, en een verlopen paspoort, op 31 oktober 1996 afgegeven te Zhejiang, overgelegd. Dit zijn geschriften als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wet brp en derhalve van hogere rangorde dan de verklaring onder ede. Niet langer is in geschil dat de paspoorten echt zijn. Zoals overwogen in de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1626, dient in beginsel van de juistheid van een door de Chinese autoriteiten afgegeven paspoort te worden uitgegaan. Vraag is of deze documenten op [wederpartij] betrekking hebben. Hoewel uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet brp volgt dat voor de wijziging van eenmaal geregistreerde gegevens de juiste brondocumenten vereist zijn en een paspoort geen brondocument is omdat het is verleend op grond van andere documenten, kunnen de gegevens in de paspoorten een aanwijzing vormen voor het antwoord op de vraag of de overige door [wederpartij] overgelegde documenten hem betreffende gegevens bevatten (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 5 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2910).

4.4.    De [wederpartij] betreffende gegevens als zijn naam en geboortedatum in de paspoorten komen overeen met de gegevens in de door [wederpartij] overgelegde documenten die de geboorteakte betreffen en in de hukou. Niet langer is in geschil dat de documenten betreffende de geboorteakte en de hukou authentiek zijn. Gelet hierop, de overeenkomende gegevens in de brondocumenten en de paspoorten en het feit dat [persoon A], die in de overgelegde geboorteakte als moeder van [naam B] is vermeld, zijn biologische moeder is, kan verband tussen [wederpartij] en de overgelegde documenten worden gelegd. De opmerking van het college, dat de andere zoon niet is vermeld in de hukou en niet uitgesloten kan worden dat er nog andere gezinsleden zijn die niet zijn vermeld, neemt niet weg dat de gegevens die in de hukou over [wederpartij] en zijn moeder zijn opgenomen overeenkomen met de gegevens uit de overgelegde paspoorten en andere brondocumenten. De opmerking van het college over het bestaan van andere gezinsleden is voorts niet gebaseerd op enig objectief gegeven. De Afdeling neemt verder in aanmerking dat [wederpartij] om duidelijkheid over zijn broer te verschaffen, een paspoort en een door zijn broer aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst overgelegde gelegaliseerde notariële akte met daarin vermeld zijn ouders [persoon B] en [persoon A], heeft overgelegd. De daarin vermelde gegevens van de ouders komen overeen met de gegevens op de door [wederpartij] in deze procedure overgelegde brondocumenten.

4.5.    Gelet op het vorenstaande staat vast dat [wederpartij], [naam B] is. Daarmee staat ook vast dat de in de brp geregistreerde gegevens over [wederpartij] onjuist zijn. Het hoger beroep van het college is ongegrond.

5.    De gronden van het beroep tegen het besluit van 24 april 2019 komen overeen met de schriftelijke uiteenzetting. Gelet hierop en omdat het hoger beroep van het college ongegrond is, is het beroep tegen het besluit van 24 april 2019 gegrond en behoeft dit geen verdere bespreking.

Slotsom

6.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Anders dan in beroep bij de rechtbank, is in hoger beroep de authenticiteit van de documenten betreffende de geboorteakte en de hukou niet langer in geschil. Omdat daarom nader onderzoek door het college zoals opgedragen door de rechtbank niet meer nodig is en het verband tussen [wederpartij] en de overgelegde documenten kan worden gelegd, herroept de Afdeling het besluit van 10 januari 2018. De Afdeling ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien door te bepalen dat het college de in de brp geregistreerde gegevens, te weten de volledige naam, geboortedatum en geboorteplaats [wederpartij], [naam A], [1984] en Rui’an dient te wijzigen in [naam B], [1976] en Wenzhou. Deze uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit.

7.     Het college dient op hierna te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.    verklaart het beroep van rechtswege gegrond;

III.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Deurne van 24 april 2019, kenmerk […];

IV.    herroept het besluit van 10 januari 2018, kenmerk […];

V.    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

VI.    draagt het college van burgemeester en wethouders van Deurne op om de [wederpartij] betreffende in de basisregistratie personen geregistreerde gegevens te wijzigen zoals vermeld in de uitspraak;

VII.    veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Deurne tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep en het beroep van rechtswege opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII.    bepaalt dat van het college van burgemeester en wethouders van Deurne een griffierecht van € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzitter, en mr. C.M. Wissels en mr. A. Kuijer, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Klein, griffier.

w.g. Bijloos    w.g. Klein

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2020

176-898.

 

BIJLAGE

 

Wet basisregistratie personen

Artikel 2.8

[…]

2 De gegevens over de burgerlijke staat worden, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e:

a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand;

b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan;

c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek;

d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld;

e. een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend.

[…]

Artikel 2.58

1. Het college van burgemeester en wethouders voldoet binnen vier weken kosteloos aan het verzoek van betrokkene hem betreffende gegevens in de basisregistratie te verbeteren, aan te vullen of te verwijderen, indien deze feitelijk onjuist dan wel onvolledig zijn of in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Het verzoek bevat de aan te brengen wijzigingen.

[…]