Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:585

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
26-02-2020
Datum publicatie
26-02-2020
Zaaknummer
201904673/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2019:1596, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 april 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen Logifeed B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast het opslaan van hout en het verwerken van boomstammen tot hoogwaardige micro-chips op het perceel aan de Stegerdijk 15 te Stegeren te beëindigen en beëindigd te houden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201904673/1/A1.

Datum uitspraak: 26 februari 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Logifeed B.V., gevestigd te Stegeren, gemeente Ommen,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 10 mei 2019 in zaak nr. 18/1862 in het geding tussen:

Logifeed B.V.

en

het college van burgemeester en wethouders van Ommen.

Procesverloop

Bij besluit van 25 april 2018 heeft het college Logifeed B.V. onder oplegging van een dwangsom gelast het opslaan van hout en het verwerken van boomstammen tot hoogwaardige micro-chips op het perceel aan de Stegerdijk 15 te Stegeren (hierna: het perceel) te beëindigen en beëindigd te houden.

Bij besluit van 18 juli 2018 heeft het college het door Logifeed B.V. daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 10 mei 2019 heeft de rechtbank, voor zover thans van belang, het door Logifeed B.V. daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Logifeed B.V. hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Logifeed B.V. heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 januari 2020, waar Logifeed B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde] en bijgestaan door mr. K.M. Weinans, advocaat te Zwolle, en het college, vertegenwoordigd door M. Proper, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Logifeed B.V. is gevestigd op het perceel. Zij en haar zusterbedrijf Europe Forestry B.V. produceren kleine houtsnippers, micro-chips genaamd, die ter verdere verwerking worden verkocht aan bedrijven elders. Hiertoe heeft Logifeed B.V. enkele hakselmachines van eigen ontwerp neergezet in voorheen als stal dienstdoende bijgebouwen op het perceel. Zij hakselt hiermee zowel wijnranken van eigen terrein als stamhout dat afkomstig is van bosgebieden in de buurt tot micro-chips.

    Op grond van het bestemmingsplan "Ommen Bestemmingsplan Buitengebied" (hierna: het bestemmingsplan) heeft het perceel de bestemming "Agrarische doeleinden" en de dubbelbestemming "Primair waterstaatsdoeleinden". Omdat het produceren van micro-chips volgens het college in strijd is met de twee bestemmingen, heeft het college Logifeed B.V. gelast binnen twee maanden na verzending van het besluit het opslaan van hout en het verwerken van boomstammen tot hoogwaardige micro-chips op het perceel te beëindigen en beëindigd te houden, onder oplegging van een dwangsom van € 1.000,00 per maand of een gedeelte daarvan tot een maximum van € 12.000,00.

Uitspraak van de rechtbank

2.    De rechtbank heeft, voor zover hier relevant, geoordeeld dat het hakselen van hout in strijd is met de bestemmingen op het perceel en daar ook niet passend is, omdat de uitstraling van de activiteiten naar de omgeving te groot is en de activiteiten ook op een bedrijventerrein kunnen worden gehuisvest. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat het hout dat door Logifeed B.V. wordt gehakseld niet slechts van eigen terrein, maar deels ook van derden afkomstig is. Volgens de rechtbank doen zich geen bijzondere omstandigheden voor, zoals concreet zicht op legalisatie, waardoor het college zou moeten afzien van handhaving.

Wettelijk kader

3.    De relevante bepalingen van de planregels zijn opgenomen in de bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.

Gronden van het hoger beroep

4.    Logifeed B.V. betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat haar activiteiten op het perceel in strijd zijn met de bestemming "Agrarische doeleinden". Zij stelt zich op het standpunt dat het hout dat zij verwerkt tot micro-chips voor het grootste deel een bijproduct is van haar wijngaard op het perceel. Deze activiteit moet worden aangemerkt als behorend bij het gebruik als agrarisch bedrijf in overeenstemming met de bestemming, aangezien de activiteit is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen, aldus Logifeed B.V. De motivering van de rechtbank om tot het oordeel te komen dat de activiteiten in strijd zijn met de bestemming "Agrarische doeleinden" is volgens haar niet deugdelijk. Of de activiteiten vanwege hun uitstraling naar de omgeving niet passend zijn, is volgens Logifeed B.V., anders dan de rechtbank heeft overwogen, niet relevant.

4.1.    De Afdeling stelt vast dat, anders dan Logifeed B.V. kennelijk veronderstelt, het perceel niet is bestemd voor een agrarisch bedrijf, zoals omschreven in de aanhef van artikel 1, onder 1.6, van de planregels. Ingevolge artikel 3, onder 3.1, onder 3.1.1, van de planregels is het perceel slechts bestemd voor twee verschijningsvormen van een agrarisch bedrijf, namelijk "grondgebonden veehouderij" en "akker- en vollegrondstuinbouw", zoals omschreven in artikel 1, onder 1.6, onder a en c, van de planregels. Het perceel heeft geen subbestemming, dus andere verschijningsvormen van een agrarisch bedrijf zijn niet toegestaan.

    De activiteit die Logifeed B.V. op het perceel verricht - het hakselen van hout dat deels van eigen grond en deels van elders afkomstig is - kan niet worden aangemerkt als (behorend bij) grondgebonden veehouderij. Dat is, zoals ter zitting is gebleken, ook niet in geschil. De activiteit kan naar het oordeel van de Afdeling ook niet worden aangemerkt als akker- en vollegrondstuinbouw, nu die term ingevolge artikel 1, onder 1.6, onder c, van de planregels slechts ziet op de teelt van gewassen op open grond. Het hakselen van stamhout is niet hetzelfde als het telen van gewassen. Het is, anders dan Logifeed B.V. betoogt, ook niet een activiteit die nauw samenhangt met het telen van gewassen, want stamhout is geen gewas. Bovendien is het productieproces van de micro-chips niet beperkt tot een ondergeschikte verwerking van bijproduct van de eigen ter plaatse toegestane wijngaard, aangezien Logifeed B.V. ook hout van andere bedrijven gebruikt. Dit gebruik van het perceel is dan ook niet toegestaan op gronden met de bestemming "Agrarische doeleinden".

    Vast staat dat het hakselen van stamhout ook niet is toegestaan op gronden met de dubbelbestemming "Primair waterstaatsdoeleinden". Dat betekent dat de rechtbank terecht, zij het op andere gronden, heeft geoordeeld dat het gebruik van het perceel in strijd is met het bestemmingsplan en dat het college derhalve bevoegd was om daartegen handhavend op te treden.

    Het betoog faalt.

5.    Logifeed B.V. betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan haar bezwaren tegen de mededeling van het college, gedaan bij brief van 25 april 2018, dat de activiteiten op het perceel niet gelegaliseerd zullen worden. Ter zitting heeft Logifeed B.V. toegelicht dat zij hiermee bedoelt te betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat concreet zicht bestaat op legalisatie van het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel. Volgens Logifeed B.V. heeft het college niet voldoende gemotiveerd waarom het niet bereid is tot legalisatie.

5.1.    Voor concreet zicht op legalisatie door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan dient ten tijde van de besluitvorming ten minste een begin te zijn gemaakt met de door de verlening van een omgevingsvergunning vereiste procedure, hetgeen niet mogelijk is zonder aanvraag (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 15 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2735). Logifeed B.V. heeft geen aanvraag om omgevingsvergunning ter legalisatie van het gebruik van het perceel gedaan. In de brief van het college van 25 april 2018 staat dat het college ook niet bereid zou zijn een dergelijke omgevingsvergunning te verlenen, omdat het college het verwerken van hout tot micro-chips, zoals Logifeed B.V. dat doet, niet vindt passen in het landschap en dergelijke activiteiten niet in de nabijheid van woningen wil toestaan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie ook de uitspraak van 16 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3467), volstaat in beginsel het enkele feit dat het college niet bereid is omgevingsvergunning voor de afwijking van het bestemmingsplan te verlenen voor het oordeel dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat. De Afdeling ziet in wat Logifeed B.V. heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat op voorhand moet worden geconcludeerd dat het college zich niet op dat standpunt heeft kunnen stellen.

     Gezien het voorgaande is de rechtbank terecht tot de conclusie gekomen dat geen concreet zicht op legalisatie bestaat.

    Het betoog faalt.

6.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, dient te worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, griffier.

w.g. Van Ravels    w.g. Graaff-Haasnoot

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2020

531-860.

 

Bijlage

 

Bestemmingsplan "Ommen Bestemmingsplan Buitengebied"

Artikel 1, onder 1.6:

Agrarisch bedrijf: een bedrijf, gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of het houden van dieren en waarbij de bedrijfsvoering aanbod gericht is; nader te onderscheiden in:

a. grondgebonden veehouderij: het houden van melk- en ander vee waarbij de veehouderij geheel of in overwegende mate afhankelijk is van de bij het bedrijf behorende agrarische grond als productiemiddel;

[…]

c. akker- en vollegrondstuinbouw: de teelt van gewassen op open grond, met uitzondering van sierteelt en bosbouw. […]

Artikel 21, onder 21.1:

21.1.1 De gronden op de kaart aangewezen voor Primair waterstaatsdoeleinden zijn primair bestemd voor de waterhuishouding, waaronder begrepen de wateraanvoer en -afvoer, de waterberging alsmede dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen ten behoeve van de waterkering.

21.1.2 De in lid 21.1.1 bedoelde gronden zijn tevens bestemd voor de doeleinden die in hoofdstuk 3 in de betrokken zone rechtstreeks toelaatbaar zijn bij wijze van medebestemming. Daarbij is per zone ook aangegeven welke doeleinden en bouwmogelijkheden na ontheffing of planwijziging toelaatbaar zijn.

Artikel 3, onder 3.1, onder 3.1.1:

De gronden op de plankaart aangewezen voor Agrarische doeleinden, zonder subbestemming, (A) zijn bestemd voor grondgebonden veehouderij en akker- en vollegrondstuinbouw, alsmede voor:

a. ter plaatse van de subbestemming Av: een veldschuur;

b. ter plaatse van de subbestemming Al: een agrarisch loonbedrijf welke gelieerd is aan het agrarische bedrijf waartoe het behoort;

c. ter plaatse van de subbestemming A*: een kleinschalig agrarisch bedrijf;

d. ter plaatse van de subbestemming Ar: een agrarisch bedrijf zoals beschreven in de aanhef onder 3.1.1 en tevens bestemd voor recreatieve doeleinden, waaronder begrepen manege- en groepsaccommodatieactiviteiten;

e. bijbehorende voorzieningen zoals: (ontsluitings)wegen, in- en uitritten, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tijdelijke waterberging en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer en sierwater."

Artikel 3, onder 3.1, onder 3.1.2:

"De overige gronden op de plankaart aangewezen voor Agrarische doeleinden (A) zijn uitsluitend bestemd voor:

a. ter plaatse van de subbestemming Ag: glastuinbouw;

b. ter plaatse van de subbestemming Ab: houtteelt;

c. ter plaatse van de subbestemming Aiv: intensieve veehouderij;

d. ter plaatse van de subbestemming Aiv/h: intensieve veehouderij en een agrarisch handelsbedrijf;

e. ter plaatse van de subbestemming Al/gv; een agrarische loonbedrijf welke gelieerd is aan het agrarisch bedrijf waartoe het behoort, die daaraan ondergeschikt tevens grondverzetwerkzaamheden mag uitvoeren, behorend tot ten hoogste categorie 3 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten

f. ter plaatse van de subbestemming As; sierteelt;

g. ter plaatse van de subbestemming Aph: een pelsdierenhouderij;

alsmede voor:

h. bijbehorende voorzieningen zoals: (ontsluitings)wegen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tijdelijke waterberging en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer en sierwater.