Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:553

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
24-02-2020
Datum publicatie
26-02-2020
Zaaknummer
201903358/1/V2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBMNE:2019:3298, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 maart 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201903358/1/V2.

Datum uitspraak: 24 februari 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 23 april 2019 in zaak nr. NL19.7102 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 23 april 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J.J. Eizenga, advocaat te Amerongen, hoger beroep ingesteld.

De vreemdeling heeft nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1.    Op 6 november 2019 heeft de vreemdeling een screenshot van een bedreiging op Instagram aan zijn adres en een vertaling daarvan overgelegd. Deze stukken dateren van ná de uitspraak van de rechtbank en ook de inhoud ervan ziet op de periode van ná de uitspraak van de rechtbank. Deze stukken kunnen daarom niet bij de beoordeling van het hoger beroep worden betrokken, omdat de uitspraak van de rechtbank in de Vw 2000 dwingend als object van hoger beroep is aangewezen en de rechtbank deze stukken niet bij de beoordeling van het beroep heeft kunnen betrekken.

2.    Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

3.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Bosma, griffier.

w.g. Borman    w.g. Bosma

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2020

844.