Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:526

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-02-2020
Datum publicatie
19-02-2020
Zaaknummer
201904242/1/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 april 2019 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "I Cingelshouck - Augustinianum" gewijzigd vastgesteld. Het plan en de omgevingsvergunning voorzien in de bouw van 65 woningen op een locatie in Eindhoven waar de te slopen oude schoolgebouwen van de middelbare school het Augustinianum staan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201904242/1/R2.

Datum uitspraak: 19 februari 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Bewonersvereniging Cingelshouck, gevestigd te Eindhoven,

appellante,

en

1.    de raad van de gemeente Eindhoven,

2.    het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 9 april 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "I Cingelshouck - Augustinianum" gewijzigd vastgesteld.

Bij besluit van 10 april 2019 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 65 grondgebonden woningen aan de Dirk Boutslaan (ongenummerd), kadastraal bekend gemeente Stratum, sectie E nummer 4821 en 7075.

Tegen deze besluiten heeft de Bewonersvereniging beroep ingesteld.

De raad en het college hebben samen een verweerschrift ingediend.

[vergunninghouder] en Stichting Carmelcollege hebben elk een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 december 2019, waar de Bewonersvereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], de raad en het college, beide vertegenwoordigd door C.M.P. Julicher-Zegers en A.J.M. Kuijpers, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting Stichting Carmelcollege, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. C. van Deutekom, advocaat te Arnhem, en [vergunninghouder], vertegenwoordigd door [gemachtigde], eveneens bijgestaan door mr. C. van Deutekom, gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plan en de omgevingsvergunning voorzien in de bouw van 65 woningen op een locatie in Eindhoven waar de te slopen oude schoolgebouwen van de middelbare school het Augustinianum staan. Het plangebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Dirk Boutslaan en aan de zuidzijde door de Geldropseweg. Ten oosten van het plangebied staat het al gerealiseerde nieuwe schoolgebouw van het Augustinianum. Ten westen van het plangebied ligt de wijk Cingelshouck. De nieuwe woningen zullen worden ontsloten via de Van Wassenhovestraat, die door de wijk Cingelshouck loopt. De Van Wassenhovestraat heeft twee aftakkingen, één die aansluit op de Dirk Boutslaan en één die aansluit op de Gabriël Metsulaan. De Bewonersvereniging vreest dat de bestaande hoge verkeersdruk in de buurt onaanvaardbaar zal toenemen en dat de bestaande verkeersonveilige situaties zullen verergeren. De oplossing is volgens de Bewonersvereniging dat voor de nieuwe woningen een eigen ontsluitingsweg wordt gerealiseerd op de Dirk Boutslaan. Stichting Carmelcollege is eigenaar van de grond binnen het plangebied. [vergunninghouder] is de aanvraagster en houdster van de omgevingsvergunning en zal de woningen gaan realiseren.

2.    Het besluit van 9 april 2019 waarbij het plan is vastgesteld en het besluit van 10 april 2019 waarbij de omgevingsvergunning is verleend, zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling van paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Voor de mogelijkheid van beroep worden deze besluiten op grond van artikel 8.3, eerste lid, van de Wro aangemerkt als één besluit. Het beroep van de Bewonersvereniging is gericht tegen zowel het plan als de omgevingsvergunning.

Procedurele beroepsgrond tegen het plan en de omgevingsvergunning

3.    De Bewonersvereniging betoogt dat de procedure onzorgvuldig is uitgevoerd en stelt dat het de bewoners moeilijk werd gemaakt om op te komen voor hun belangen. Verder stelt de Bewonersvereniging dat zij weliswaar is uitgenodigd voor een gesprek met het college en [vergunninghouder], maar dat haar zorgen niet serieus werden genomen en dat aanpassing van het plan onbespreekbaar was.

3.1.    Het plan en de omgevingsvergunning zijn tot stand gekomen met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Niet in geschil is, dat is voldaan aan de wettelijke vereisten van deze procedure en die van de kennisgeving van de terinzagelegging. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen grond voor het oordeel dat verweerders, in aanvulling op de vereisten van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, uit een oogpunt van zorgvuldige voorbereiding gehouden waren om de Bewonersvereniging meer bij de besluitvorming te betrekken gedurende de procedure. Het betoog slaagt niet.

Inhoudelijke beroepsgronden tegen het plan

Toetsingskader van de Afdeling

4.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Verkeersdruk

5.    De Bewonersvereniging vreest dat door een toename van de verkeersdruk in de wijk Cingelshouck verkeersopstoppingen ontstaan, waardoor de verkeersveiligheid en de leefbaarheid in de wijk verslechteren. De Bewonersvereniging wil voorkomen dat achteraf maatregelen moeten worden getroffen die ook nadelig kunnen zijn voor de bewoners, zoals het versmallen van trottoirs. De Bewonersvereniging heeft op de zitting toegelicht dat zij geen deskundige bereid heeft kunnen vinden om voor haar een verkeerskundig onderzoek te verrichten. De Bewonersvereniging betoogt dat de raad ten onrechte de verkeerssituatie niet ter plaatse heeft onderzocht. Zij betwijfelt of de gehanteerde verkeersnormen juist zijn.

     De Bewonersvereniging betoogt dat de raad de bestaande verkeersintensiteiten heeft onderschat. Zo zijn de fietsers die van en naar het Augustinianum rijden buiten beschouwing gebleven. Ook is geen rekening gehouden met de verkeersgeneratie van drie bedrijven die zijn gevestigd aan de Geldropseweg, 56 appartementen en acht woningen die zijn ontsloten via garagepleinen aan de Van Wassenhovestraat, en 129 garageboxen en parkeerplekken op de garagepleinen aan de Van Wassenhovestraat. Verder heeft de raad volgens de Bewonersvereniging ten onrechte aangenomen dat het aantal verkeersbewegingen een afnemende trend vertoont. Er is volgens haar juist sprake van een toenemende trend door (pakket)bezorgers, zorgbieders en dienstverleners.

    De raad heeft volgens de Bewonersvereniging ook de toekomstige verkeersintensiteiten onderschat. Volgens de Bewonersvereniging heeft de raad ten onrechte geen rekening gehouden met de effecten van een groot aantal voorgenomen veranderingen aan het wegennet en toekomstig beleid dat erin voorziet dat meerdere huishoudens zijn gevestigd in één woning. Ook met de ontwikkeling van ongeveer 1.200 nieuwe woningen in de Kanaalzone is volgens de Bewonersvereniging ten onrechte geen rekening gehouden. Door deze toekomstige ontwikkelingen zal de Dirk Boutslaan drukker worden. Bij de aansluiting van de Van Wassenhovestraat op de Dirk Boutslaan zullen daardoor meer verkeersopstoppingen ontstaan, zo stelt de Bewonersvereniging.

    Verder betoogt de Bewonersvereniging dat de raad er ten onrechte vanuit is gegaan dat de Van Wassenhovestraat een capaciteit heeft van 6.000 motorvoertuigen per etmaal (hierna: mvt/etmaal). Dat strookt niet met de stelling van de raad dat de Dirk Boutslaan als gebiedsontsluitingsweg een capaciteit heeft van 4.500 mvt/etmaal. Daarnaast kan voor de Van Wassenhovestraat niet worden uitgegaan van de voormelde capaciteiten, omdat de berijdbare breedte van het wegdek maar ruimte biedt aan één auto, doordat aan beide zijden auto's geparkeerd staan. Elkaar tegemoetkomende auto's moeten daardoor op elkaar wachten. Dat klemt temeer omdat de verkeersbewegingen voornamelijk plaatsvinden tijdens de ochtend- en avondspits. In de praktijk is de capaciteit van de Van Wassenhovestraat veel kleiner dan de raad heeft aangenomen, aldus de Bewonersvereniging.

    Op de zitting heeft de Bewonersvereniging verder toegelicht dat er veel vracht- en sluipverkeer van het zuiden richting het noorden door de wijk Cingelshouck rijdt. De raad heeft daarmee volgens haar ten onrechte geen rekening houden.

5.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat het aantal verkeersbewegingen dat het plan met zich brengt er niet toe leidt dat de capaciteit van de Van Wassenhovestraat, voor zover die zonder meer kan worden benut, wordt overschreden. Het plan leidt, gelet hierop, volgens de raad niet tot een zodanige toename van de verkeersdruk dat het woon- en leefklimaat in de wijk Cingelshouck daardoor onaanvaardbaar verslechtert. De raad stelt dat voorafgaand aan de vaststelling van het plan de situatie ter plaatse door een deskundige is beoordeeld. Naast deze visuele schouw zijn globale verkeersberekeningen uitgevoerd. De raad heeft, gelet op wat de Bewonersvereniging in haar beroep heeft aangevoerd, zekerheidshalve nog een verkeerskundig onderzoek laten verrichten waarmee een worst case-scenario is onderzocht. De resultaten van dat onderzoek zijn neergelegd in het memo 'Second opinion verkeerskundig onderzoek Cingelshouck', dat op 28 augustus 2019 is uitgebracht door Mobycon (hierna: de second opinion). De second opinion bevestigt volgens de raad dat de verkeersdruk door het plan niet onaanvaardbaar toeneemt. De raad beaamt dat de verkeerssituatie in de wijk Cingelshouck niet optimaal is en dat dit mede wordt veroorzaakt door vracht- en sluipverkeer, maar stelt dat het plan daarop geen invloed heeft.

5.2.    Voor zover de Bewonersvereniging erop wijst dat zij geen deskundige bereid heeft kunnen vinden om voor haar een verkeerskundig onderzoek te verrichten om haar beroep mee te onderbouwen, overweegt de Afdeling het volgende. Voorop staat dat het aan de raad is om het plan te motiveren. Voor een geslaagd beroep van de Bewonersvereniging is dan ook niet vereist dat zij een volwaardig verkeersonderzoek overlegt waaruit volgt dat het plan tot onaanvaardbare gevolgen leidt. Dat de Bewonersvereniging geen door een deskundige opgesteld tegenrapport heeft kunnen overleggen, is dan ook niet doorslaggevend bij de beoordeling van haar betoog. Wel moet de Bewonersvereniging voor een geslaagd beroep op zijn minst een begin van bewijs leveren dat twijfel doet ontstaan over de juistheid van de door de raad gegeven motivering. De Afdeling zal in de volgende overwegingen beoordelen of de Bewonersvereniging daarin slaagt.

5.3.    Over het betoog van de Bewonersvereniging dat de raad zich niet heeft gebaseerd op ter plaatse verrichte waarnemingen van de verkeerssituatie, overweegt de Afdeling het volgende. Het staat de raad in beginsel vrij om gebruik te maken van een onderzoek dat is gebaseerd op ter plaatse verrichte waarnemingen of, zoals in het geval van de second opinion, van een onderzoek dat is gebaseerd op nadere berekeningen. Relevant is of de raad met het onderzoek zijn standpunt dat het plan niet leidt tot onaanvaardbare verkeershinder voldoende kan onderbouwen. Daartoe moeten de resultaten die zijn vergaard met de gekozen onderzoeksmethode de daarop gebaseerde conclusies kunnen dragen. De Afdeling zal in de volgende overwegingen aan de hand van wat de Bewonersvereniging verder heeft aangevoerd beoordelen of de raad zijn standpunt voldoende heeft onderbouwd.

5.4.    De Afdeling overweegt het volgende over het verkeer dat door het plan wordt gegenereerd. In paragraaf 3.7.1 van de plantoelichting en de tabel in de Nota van Zienswijzen is inzichtelijk gemaakt hoeveel verkeer het plan genereert. Uit de tabel volgt dat de raad is uitgegaan van de realisatie van 65 woningen. Ook volgt uit de tabel dat de raad als norm heeft gehanteerd dat elke woning 5,8 mvt/etmaal genereert. De raad heeft toegelicht dat deze verkeersnorm volgens de CROW-publicatie 317 "Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie" geldt voor een woning in het woonmilieutype 'IV Groen-stedelijk', waartoe de in het plan voorziene woningen gezien hun ligging binnen Eindhoven behoren. Gelet op de voormelde cijfers genereren de 65 woningen volgens de raad samen gemiddeld 419 mvt/etmaal op een werkdag. Volgens de second opinion zijn de voormelde uitgangspunten juist en de Bewonersvereniging heeft deze uitgangspunten ook niet gemotiveerd bestreden. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding om te betwijfelen dat de raad bij het aantal verkeersbewegingen dat het plan met zich brengt van juiste normen is uitgegaan.

5.5.    De Afdeling overweegt het volgende over het betoog dat de raad ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het vracht- en sluipverkeer dat door de wijk Cingelshouck rijdt. In deze procedure staat alleen het plan ter beoordeling. Voor zover de beroepsgrond betrekking heeft op door de Bewonersvereniging gewenste maatregelen om vracht- en sluipverkeer uit de wijk te weren, moet deze daarom buiten beschouwing blijven. De raad erkent in dit verband dat de situatie in de wijk niet optimaal is door vracht- en sluipverkeer, maar wijst er terecht op dat het plan dit probleem niet veroorzaakt of verergert en dat dit probleem ook niet door het plan kan of hoeft te worden opgelost.

5.6.    Los van het vorenstaande mag het plan er niet toe leiden dat het woon- en leefklimaat in de wijk Cingelshouck onaanvaardbaar verslechtert door een toename van de bestaande verkeersdruk. Over die bestaande verkeersdruk overweegt de Afdeling het volgende. De raad is er bij het berekenen van de bestaande verkeersintensiteit vanuit gegaan dat in de wijk Cingelshouck 81 woningen staan die zijn ontsloten via de Van Wassenhovestraat en die elk 5,8 mvt/etmaal genereren. Op een werkdag genereren de bestaande woningen samen gemiddeld 521 mvt/etmaal. De juistheid van deze berekening is niet in geding.

    In de second opinion zijn ook de door de Bewonersvereniging naar voren gebrachte bestaande functies in aanmerking genomen bij het berekenen van de bestaande verkeersintensiteit op de Van Wassenhovestraat. De drie bedrijven die zijn gevestigd aan de Geldropseweg genereren volgens de second opinion samen 72 mvt/etmaal op een werkdag. De 56 appartementen aan de Geldropseweg genereren samen 361 mvt/etmaal op een werkdag. De 129 garageboxen, waarin de acht woningen die zijn ontsloten via garagepleinen aan de Van Wassenhovestraat zijn verdisconteerd, genereren volgens de second opinion samen 415 mvt/etmaal. De Bewonersvereniging heeft de juistheid van deze berekende verkeersintensiteiten van de door haar aangedragen bestaande functies niet bestreden.

    Volgens de second opinion is in de gehanteerde verkeersnormen de verkeersgeneratie van (pakket)bezorgers, zorgbieders en dienstverleners verdisconteerd, zodat die niet afzonderlijk hoeft te worden berekend. Gelet hierop geeft wat de Bewonersvereniging heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat te weinig rekening zou zijn gehouden met een daarmee samenhangende trend.

    Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de bestaande verkeersintensiteit van motorvoertuigen op de Van Wassenhovestraat heeft onderschat.

5.7.    Over het betoog dat de raad bij de vaststelling van het plan ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de verkeersgevolgen van diverse toekomstige ontwikkelingen waardoor het drukker wordt op de Dirk Boutslaan, overweegt de Afdeling het volgende. De raad hoeft bij de besluitvorming geen rekening te houden met onzekere toekomstige gebeurtenissen.

    Uit de stukken volgt dat het voornemen bestaat om de bedrijfspercelen in de kanaalzone te saneren en daar woningen te realiseren. Voor deze ontwikkeling is een wijziging nodig van het ter plaatse geldende planologische regime. Op de zitting is vastgesteld dat ten tijde van de vaststelling van het plan in verband met deze toekomstige ontwikkeling nog geen concrete ruimtelijke besluitvorming had plaatsgevonden. De raad stelt terecht dat de verkeersafwikkeling van de in de toekomst om te vormen kanaalzone aan de orde zal komen in het afzonderlijke bestemmingsplan dat daarvoor opgesteld zal worden.

    De raad heeft bij het vaststellen van het plan evenmin rekening hoeven houden met de gevolgen van een toekomstig beleid dat erin voorziet dat meerdere huishoudens gevestigd zijn in één woning. Het plan voorziet, gelet op artikel 5, lid 5.1, aanhef en onder j en k, van de planregels, niet in het splitsen van woningen of in kamerverhuur. Er is ook niet gebleken dat ten tijde van de vaststelling van het plan concrete besluitvorming had plaatsgevonden over een gemeentelijk beleid of regeling op grond waarvan dit elders in de gemeente wel wordt toegestaan. Op het moment dat de vestiging van meerdere huishoudens binnen één woning daadwerkelijk mogelijk wordt gemaakt, zal het bevoegde gezag de verkeerseffecten daarvan in ogenschouw moeten nemen.

    Ten slotte heeft de raad evenmin rekening hoeven houden met de door de Bewonersvereniging genoemde toekomstige veranderingen in het wegennet. Voor diverse van deze wijzigingen is eerst nog een verkeersbesluit nodig. Ook is niet gebleken dat ten tijde van het vaststellen van het plan al concrete besluitvorming had plaatsgevonden over de genoemde veranderingen.

    Gelet op het voorgaande ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad vanwege de door de Bewonersvereniging genoemde toekomstige ontwikkelingen niet tot vaststelling van het plan had mogen overgaan.

5.8.    De nieuwe woningen die door het plan en de omgevingsvergunning mogelijk worden gemaakt, zullen worden ontsloten via de Van Wassenhovenstraat. Dit is de enige ontsluiting die is voorzien. De Afdeling stelt vast dat het plan deze wijze van ontsluiting planologisch mogelijk maakt. Het plan staat er niet aan in de weg dat de Van Wassenhovestraat de enige weg is waarover de nieuwe woningen worden ontsloten. De Afdeling overweegt het volgende over de capaciteit van de Van Wassenhovestraat. Volgens de plantoelichting is deze straat een erftoegangsweg. Volgens de second opinion is dit juist, omdat de kenmerken van de Van Wassenhovestraat overeenkomen met het profiel voor erftoegangswegen binnen de bebouwde kom zoals beschreven in CROW-publicatie 315 'Basiskenmerken wegontwerp'. Tot die kenmerken behoren onder meer een rijbaanbreedte van 7 meter, parkeren op de rijbaan en een maximumsnelheid van 30 km/uur, zoals het geval is bij de Van Wassenhovestraat. Omdat routeplanners de doorgaande routes via de Dirk Boutslaan en de Gabriël Metsulaan laten lopen, is volgens de second opinion de kans klein dat doorgaand verkeer gebruik maakt van de Van Wassenhovestraat. Deze weg heeft volgens de second opinion daarom geen verzamelfunctie.

    Volgens de second opinion volgt uit de CROW-publicatie 351 'Ontwerpwijzer fietsverkeer' dat een bestaande erftoegangsweg met een maximumsnelheid van 30 km/uur en waar het aantal fietsers per etmaal niet meer is dan 2.500 per etmaal, een capaciteit heeft van maximaal 5.000 mvt/etmaal. In de second opinion is, gelet hierop, berekend hoeveel fietsers er over de Van Wassenhovestraat zullen rijden als het plan wordt gerealiseerd. Volgens de second opinion zullen, gelet op de zogenoemde modal split van Eindhoven, woningen en bedrijven hier 260 fietsers per etmaal genereren. Daarnaast is, zoals volgens de Bewonersvereniging ook moest gebeuren, onderzocht hoeveel fietsers van en naar het Augustinianum rijden. In aanmerking genomen dat op deze school 1.007 leerlingen zitten en ervan uitgaande dat een kwart van deze leerlingen over de Van Wassenhovestraat van en naar school fietst, gaat het volgens de second opinion om 504 fietsbewegingen per dag. In totaal vinden er dan 764 fietsbewegingen per dag plaats over de Van Wassenhovestraat. Dat is ruim minder dan 2.500 fietsbewegingen per etmaal. De Bewonersvereniging heeft de juistheid van deze voormelde berekeningen niet betwist.

    Gelet op het vorenstaande moet er volgens de raad van worden uitgegaan dat de Van Wassenhovestraat in theorie een capaciteit heeft van maximaal 5.000 mvt/etmaal. Hoewel dus aan de Bewonersvereniging moet worden toegegeven dat in dit geval niet kan worden uitgegaan van de in de plantoelichting vermelde wegcapaciteit van 6.000 mvt/etmaal, ziet de Afdeling in wat de Bewonersvereniging naar voren heeft gebracht geen aanleiding om te betwijfelen dat de berekende theoretische capaciteit van 5.000 mvt/etmaal van de Van Wassenhovestraat wel juist is. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de door de Bewonersvereniging naar voren gebrachte omstandigheid dat auto's op de rijbaan worden geparkeerd, volgens de second opinion is verdisconteerd in de gehanteerde normen van het CROW.

5.9.    Op grond van de voormelde uitgangspunten en gegevens heeft de raad vastgesteld dat het plan een toename van maximaal 419 mvt/etmaal veroorzaakt op de Van Wassenhovestraat. Ook heeft de raad vastgesteld dat, als het plan is gerealiseerd, op de Van Wassenhovestraat in totaal 1.788 mvt/etmaal en 764 fietsbewegingen plaatsvinden. Dat is beduidend minder dan de theoretische capaciteit van de Van Wassenhovestraat, die 5.000 mvt/etmaal bedraagt bij 2.500 fietsbewegingen. De raad heeft op de zitting beaamd dat, zoals de Bewonersvereniging stelt, de berekende capaciteit van de Van Wassenhovestraat van 5.000 mvt/etmaal niet zonder meer in zijn geheel kan worden benut zonder extra maatregelen te treffen. De raad heeft echter ook toegelicht dat de berekende verkeersintensiteit in de situatie waarin het plan is gerealiseerd zodanig ruim onder de capaciteit van de Van Wassenhovestraat zit die wel zonder meer kan worden benut, dat het plan in zoverre niet leidt tot onaanvaardbare verslechtering van het woon- en leefklimaat. De Afdeling ziet in wat de Bewonersvereniging heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op dat standpunt heeft mogen stellen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat de Bewonersvereniging niet concreet heeft onderbouwd dat er zodanig veel vracht- en sluipverkeer door de wijk rijdt, dat daardoor in de situatie waarin het plan is gerealiseerd de capaciteit van de Van Wassenhovestraat die volgens de raad zonder meer kan worden benut, wordt overschreden. Het betoog slaagt niet.

Verkeersveiligheid

6.    De Bewonersvereniging betoogt dat de raad bij het beoordelen van de gevolgen van het plan voor de verkeersveiligheid ten onrechte het bestaande probleem van vrachtwagens die in de Van Wassenhovestraat steken om te keren op de Dirk Boutslaan, buiten beschouwing heeft gelaten. Daarnaast heeft de raad ten onrechte geen rekening gehouden met het bestaande probleem dat het zicht vanuit de Van Wassenhovestraat op de Dirk Boutslaan wordt gehinderd door geparkeerde (vracht)auto's en busjes. Verder bestaat het voornemen om twee fietspaden te realiseren langs de Dirk Boutslaan. Door het langzame verkeer over die fietspaden en de auto's die langs de Dirk Boutslaan staan geparkeerd, kan verkeer vanuit de Van Wassenhovestraat volgens de Bewonersvereniging nog slechter de Dirk Boutslaan opdraaien.

6.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat het plan geen oplossing beoogt te bieden voor bestaande verkeersproblemen buiten het plangebied. Volgens de raad leidt het plan niet tot onaanvaardbare verkeersonveilige situaties. Los daarvan stelt de raad dat al diverse maatregelen zijn getroffen om de verkeersveiligheid te verbeteren en dat de verkeerssituatie zal worden geëvalueerd nadat de in het plan voorziene woningen zijn gebouwd.

6.2.    Vast staat dat de verkeerssituatie ter plaatse van de aansluiting van de Van Wassenhovestraat op de Dirk Boutslaan niet optimaal is en dat de oorzaak daarvan in het bijzonder wordt gevormd door de onoverzichtelijke situatie en het gedrag van sommige weggebruikers. In deze procedure staat echter alleen het plan ter beoordeling. Voor zover de beroepsgrond betrekking heeft op een door de Bewonersvereniging gewenste aanpassing van de buiten het plangebied gelegen wegaansluiting, moet de beroepsgrond daarom buiten beschouwing blijven.

    Los van het vorenstaande mag het plan er niet toe leiden dat de situatie ter plaatse van de wegaansluiting vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid onaanvaardbaar wordt. Vaststaat dat met de ontsluiting van de nieuwe woningen in het plangebied via de Van Wassenhovestraat de aansluiting van de Van Wassenhovestraat op de Dirk Boutslaan drukker zal worden. Die omstandigheid maakt op zichzelf echter niet aannemelijk dat de gekozen inrichting van het plangebied met maximaal 65 woningen zal leiden tot een situatie die vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid onaanvaardbaar is. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat uit de vorige overwegingen is gebleken dat de Van Wassenhovestraat voldoende capaciteit heeft om de verkeersbewegingen van de voorziene 65 woningen te verwerken.

    Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan niet leidt tot een verkeerssituatie die vanuit een oogpunt van verkeersveiligheid onaanvaardbaar is. Het betoog slaagt niet.

Luchtkwaliteit

7.    De Bewonersvereniging stelt dat een toename van het aantal verkeersbewegingen ertoe leidt dat de luchtkwaliteit in de wijk Cingelshouck verslechtert. De raad heeft daar volgens haar ten onrechte geen onderzoek naar gedaan. Bij dat onderzoek moeten volgens de Bewonersvereniging ook de hiervoor in overweging 5 genoemde bestaande functies en toekomstige ontwikkelingen worden betrokken.

7.1.    Titel 5.2 van de Wet milieubeheer en het daarop gebaseerde Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (hierna: Besluit NIBM) en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen  (luchtkwaliteitseisen) (hierna: Regeling NIBM) vormen het toetsingskader voor luchtkwaliteit voor het plan. De relevante bepalingen zijn opgenomen in de bijlage bij deze uitspraak.

    Op grond van artikel 5.16, vierde lid, van de Wet milieubeheer en artikel 4 van het Besluit NIBM zijn in bijlage 3A van de Regeling NIBM categorieën van gevallen aangewezen waarin het vaststellen van een bestemmingsplan in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer. Voor zover hier van belang zijn als zodanig aangewezen woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1.500 nieuwe woningen omvat. Het plan voorziet in 65 woningen die worden ontsloten via één weg, de Van Wassenhovestraat.

    Wat de door de Bewonersvereniging genoemde toekomstige ontwikkelingen betreft, zoals de ontwikkeling van 1.200 woningen in de kanaalzone, is van belang dat voor de toepasselijkheid van artikel 5 van het Besluit NIBM is vereist dat de voornemens tot die ontwikkelingen ten tijde van de vaststelling van het plan al zo concreet waren dat sprake was van ontwikkelingen waarvan redelijkerwijs voorzienbaar is dat zij met toepassing van het Besluit NIBM worden of zullen worden gerealiseerd gedurende de periode waarop het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit betrekking heeft. Daarvan is in het geval van de door de Bewonersvereniging genoemde toekomstige ontwikkelingen niet gebleken. Gelet hierop kunnen de door de Bewonersvereniging genoemde toekomstige ontwikkelingen niet samen met de in het plan voorziene woningen als één ontwikkeling worden beschouwd voor de toepassing van het Besluit NIBM en de daarop berustende bepalingen.

    Gelet op het vorenstaande behoort het plan tot de in bijlage 3A bij de Regeling NIBM aangewezen gevallen. Daarmee is gegeven dat de vaststelling van het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van luchtkwaliteit als bedoeld in artikel 5.16, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet milieubeheer.

    Wat de gevolgen van de door de Bewonersvereniging genoemde bestaande functies betreft, is van belang dat in paragraaf 4.3 van de plantoelichting staat opgenomen dat uit de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit volgt dat ter plaatse ruimschoots wordt voldaan aan de in de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof.

    De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat het plan in strijd met de relevante normen over luchtkwaliteit is vastgesteld. Dat betekent dat de raad bij het vaststellen van het plan ook geen nader onderzoek hoefde te verrichten naar de gevolgen van het plan voor de luchtkwaliteit. Het betoog slaagt niet.

Alternatieven

8.    De Bewonersvereniging betoogt dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom niet is gekozen voor het alternatief waarin de voorziene 65 woningen een eigen ontsluitingsweg krijgen op de Dirk Boutslaan. De Bewonersvereniging stelt dat er voldoende ruimte is om de door haar gewenste alternatieve ontsluitingsweg te realiseren. De Bewonersvereniging vindt dat niet inzichtelijk is waarom wel een inrit op de Dirk Boutslaan is gerealiseerd voor het personeel en de leveranciers van het Augustinianum en een tijdelijke inrit vanaf de Dirk Boutslaan wordt toegestaan voor het bouwverkeer van en naar het plangebied. Op de zitting heeft de Bewonersvereniging in dat verband er ook nog op gewezen dat tien garageboxen direct zijn ontsloten op de Dirk Boutslaan. Volgens de Bewonersvereniging heeft het door haar gewenste alternatief verscheidene voordelen ten opzichte van het plan, waaronder het voorkomen van een verkeerstoename op Van Wassenhovestraat en daardoor veroorzaakte negatieve effecten op het woon- en leefklimaat in de wijk Cingelshouck. Daarnaast is een voordeel dat de wijk en de nieuwe woningen worden verbonden met het beoogde nieuwe gemengde gebied in de Kanaalzone en geen eilanden worden ten opzichte van de omgeving. Deze voordelen wegen volgens de Bewonersvereniging zwaarder dan de door de raad gestelde negatieve gevolgen voor de doorstroming van het verkeer op de Dirk Boutslaan en het stedenbouwkundige uitgangspunt om de nieuwe woningen als uitbreiding van de bestaande wijk te zien. Volgens de Bewonersvereniging had de raad nader onderzoek moeten verrichten naar de gevolgen van het alternatief alvorens daarvan af te zien.

8.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat de ontsluiting van de voorziene nieuwe woningen over de Van Wassenhovestraat naar de Dirk Boutslaan de voorkeur heeft boven een ontsluiting over een nieuw te realiseren weg die aansluit op de Dirk Boutslaan. Los daarvan hebben verweerders op de zitting aan de Bewonersvereniging de toezegging bevestigd die door het college eerder aan de raad is gedaan naar aanleiding van een ingediende motie. De toezegging houdt in dat de verkeersdruk in de wijk Cingelshouck zal worden geëvalueerd nadat de in het plan voorziene woningen zijn gebouwd en dat in gesprek wordt gegaan met omwonenden, waarna zo nodig alsnog de extra ontsluitingsweg wordt aangelegd; de nieuwe wijk wordt feitelijk zo gerealiseerd dat die optie open blijft. De raad heeft in dit verband op de zitting toegelicht dat de door de Bewonersvereniging gewenste eigen ontsluitingsweg voor de nieuwe woningen op de Dirk Boutslaan kan worden gerealiseerd zonder dat daarvoor een wijziging van het planologische regime nodig is. Het plan voorziet met andere woorden al wel in de realisatie van die ontsluitingsweg, maar verplicht daar niet toe.

8.2.    Over de door de Bewonersvereniging gemaakte vergelijking met de inrit op de Dirk Boutslaan voor het personeel en de leveranciers van het Augustinianum, overweegt de Afdeling dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat deze situatie verschilt van de door de Bewonersvereniging gewenste situatie. De raad heeft toegelicht dat voor het Augustinianum een uitweg is gerealiseerd, dat wil zeggen een weg voor het bestemmingsverkeer van en naar de school. Daarbij is sprake van één ingaande piekbelasting in de ochtend en één uitgaande piekbelasting in de avond. Een zijstraat, zoals de Bewonersvereniging wenst, bedient een groter achterliggend gebied en heeft een grotere impact op de doorstroming op de hoofdweg omdat daar in de loop van de dag meer verkeer afslaat en invoegt.

    Over de door de Bewonersvereniging gemaakte vergelijking met de tijdelijke inrit op de Dirk Boutslaan voor het bouwverkeer, overweegt de Afdeling dat de raad zich op het standpunt heeft gesteld dat ook die situatie verschilt van de door de Bewonersvereniging gewenste situatie. De raad heeft toegelicht dat bouwverkeer veel meer hinder voor de bewoners van de wijk Cingelshouck met zich brengt dan regulier verkeer en dat het verkeer op de Dirk Boutslaan daardoor niet permanent maar slechts tijdelijk wordt gestremd totdat de nieuwe woningen zijn gerealiseerd.

    Verder heeft de raad op de zitting beaamd dat er tien garageboxen direct zijn ontsloten op de Dirk Boutslaan. Dat is volgens de raad echter een onwenselijke bestaande situatie, waar op dit moment weinig aan te doen is. Volgens de raad kan uit die situatie dan ook niet worden afgeleid dat door de Bewonersvereniging gewenste extra wegaansluiting op de Dirk Boutslaan niet op bezwaren stuit.

    In wat de Bewonersvereniging door te wijzen op de hiervoor bedoelde situaties heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad toch had moeten kiezen voor een extra ontsluiting ten behoeve van de woningen.

8.3.    De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.

    Naar aanleiding van het door de Bewonersvereniging aangedragen alternatief heeft de raad de keuze voor de in het plan voorziene ontsluiting via de Van Wassenhovestraat gemotiveerd. De raad heeft in dat verband toegelicht dat hoewel het aangedragen alternatief voordelen heeft, met name het voorkomen van een verkeerstoename in de wijk Cingelshouck, de realisatie van een extra zijweg ook tot gevolg heeft dat de veilige en vlotte doorstroming op de Dirk Boutslaan wordt belemmerd. De raad acht dat onwenselijk omdat de Dirk Boutslaan een gebiedsontsluitingsweg is met een maximumsnelheid van 50 km/uur, die samen met enkele andere wegen de nieuwe hoofdroute voor gemotoriseerd verkeer van en naar de stad vormt. De raad heeft meer waarde gehecht aan de omstandigheid dat met de voorziene verkeerssituatie de veilige en vlotte doorstroming op de Dirk Boutslaan is gewaarborgd, dan aan het voorkomen van een verkeerstoename in de wijk Cingelshouck. De raad heeft verder toegelicht dat hij het weliswaar wenselijk acht dat de nieuwe woningen in stedenbouwkundig opzicht een uitbreiding vormen van de bestaande wijk Cingelshouck, maar dat dit uitgangspunt niet voor of tegen de gekozen of gewenste manier van ontsluiting pleit. In de met het plan voorziene opstelling voldoen de nieuwe woningen aan dit uitgangspunt, ongeacht of zij alleen worden ontsloten via de Van Wassenhovestraat of (ook) via een nieuwe ontsluitingsweg op de Dirk Boutslaan.

    In wat de Bewonersvereniging heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet in redelijkheid bij afweging van alle betrokken belangen de in het plan voorziene verkeerssituatie heeft kunnen verkiezen boven het door de Bewonersvereniging en anderen genoemde alternatief. De raad heeft, gelet hierop, in redelijkheid kunnen afzien van het verrichten van nader onderzoek naar dit alternatief.

    Het betoog slaagt niet.

Zienswijze

9.    De Bewonersvereniging heeft zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze. In de overwegingen van het bestreden besluit is ingegaan op deze zienswijze. De Bewonersvereniging heeft in het beroepschrift, noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van de desbetreffende zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

Conclusie plan

10.    Gelet op het voorgaande is het beroep, voor zover het is gericht ten het plan, ongegrond. Dit betekent dat het plan blijft gelden.

Inhoudelijke beroepsgronden tegen de omgevingsvergunning

11.    Het plan vormde het toetsingskader voor de omgevingsvergunning. Zoals hiervoor is overwogen, is het beroep tegen het plan ongegrond. De Bewonersvereniging heeft geen afzonderlijke inhoudelijke beroepsgronden aangevoerd tegen de omgevingsvergunning. Reeds daarom is het beroep, voor zover het is gericht tegen de omgevingsvergunning, ook ongegrond. Dit betekent dat [vergunninghouder] de woningen overeenkomstig de verleende omgevingsvergunning mag bouwen.

Proceskosten

12.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzitter, en mr. B.J. Schueler en mr. P.H.A. Knol, leden, in tegenwoordigheid van mr. F.J.M. Stolk, griffier.

w.g. Helder    w.g. Stolk

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2020

743.

 

BIJLAGE

 

Wet milieubeheer

Artikel 5.12

1. Onze Minister stelt, in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad en gehoord de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal, met betrekking tot een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde die op of na het daarbij behorende tijdstip wordt overschreden of dreigt te worden overschreden, een programma vast dat gericht is op het bereiken van die grenswaarde. Het programma heeft betrekking op een daarbij aan te geven periode van vijf jaar.

[…]

Artikel 5.16

1. Bestuursorganen maken bij de uitoefening van een in het tweede lid bedoelde bevoegdheid of toepassing van een daar bedoeld wettelijk voorschrift, welke uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, gebruik van een of meer van de volgende gronden en maken daarbij aannemelijk:

a. dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet leidt tot het overschrijden, of tot het op of na het tijdstip van ingang waarschijnlijk overschrijden, van een in bijlage 2 opgenomen grenswaarde;

b […];

c. dat een uitoefening of toepassing, rekening houdend met de effecten op de luchtkwaliteit van onlosmakelijk met die uitoefening of toepassing samenhangende maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, niet in betekende mate bijdraagt aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen;

d. […].

2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheden of wettelijke voorschriften zijn de bevoegdheden en wettelijke voorschriften, bedoeld in:

[…]

c. de artikelen 3.1, 3.26 en 3.28 van de Wet ruimtelijke ordening;

[…]

Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Besluit NIBM)

Artikel 4

1. Bij ministeriële regeling kunnen categorieën van gevallen worden aangewezen, waarin de uitoefening van een of meer bevoegdheden of toepassing van een of meer wettelijke voorschriften in ieder geval niet in betekenende mate bijdraagt.

[…]

Artikel 5

Bedrijfslocaties, kantoorlocaties, woningbouwlocaties, locaties voor inrichtingen en locaties voor infrastructuur ten aanzien waarvan redelijkerwijs voorzienbaar is dat deze met toepassing van dit besluit worden of zullen worden gerealiseerd gedurende de periode, waar het programma, bedoeld in artikel 5.12, eerste lid, van de wet, betrekking op heeft, worden voor de toepassing van dit besluit en de daarop berustende bepalingen als één locatie beschouwd, voor zover die locaties:

a. gebruikmaken of zullen maken van dezelfde ontsluitingsinfrastructuur, en

b. aan elkaar grenzen of zullen grenzen dan wel in elkaars directe nabijheid zijn gelegen of zullen zijn gelegen, tot een afstand van ten hoogste 1000 meter vanaf de grens van de betreffende locatie of inrichting, met dien verstande dat locaties en inrichtingen buiten beschouwing blijven voor zover de toename van de concentraties ter plaatse niet meer bedraagt dan 0,1 microgram/m³."

Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) (Regeling NIBM)

Artikel 4

1. Aangewezen krachtens artikel 4, eerste lid, van het Besluit worden de in bijlage 3A genoemde categorieën van gevallen waarin de uitoefening van een of meer bevoegdheden of toepassing van een of meer wettelijk voorschriften betrekking heeft op een kantoorlocatie, woningbouwlocatie of combinatie daarvan.

[…]

Bijlage 3A

Voorschrift 3A.2 (Woningbouwlocaties)

Aangewezen ingevolge artikel 4, eerste lid, worden woningbouwlocaties, indien een dergelijke locatie, in geval van één ontsluitingsweg, netto niet meer dan 1500 nieuwe woningen omvat, dan wel, in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling, netto niet meer dan 3000 woningen omvat.