Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:384

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-02-2020
Datum publicatie
12-02-2020
Zaaknummer
201908317/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de raad van de gemeente Gooise Meren het bestemmingsplan "Oud Valkeveen e.o. 2019" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op Speelpark Oud Valkeveen, dat aan de zuidzijde wordt begrensd door de Oud Huizerweg/Meentweg en aan de noordzijde door het Gooimeer. Volgens de raad zijn de planregels en de plansystematiek van het geldende plan verouderd en bieden ze niet meer voldoende basis om een goede ruimtelijke ordening te kunnen verzekeren.Ten westen en oosten van het speelpark bevinden zich bos en weilanden. Delen daarvan zijn in dit plan betrokken. Het perceel ten westen van het speelpark is in eigendom bij Staatsbosbeheer. Ten behoeve van een tijdelijk overloopparkeerterrein voor het speelpark is op dit perceel in 2018 een omgevingsvergunning verleend. De eigenaar van het speelpark wenst de gronden ten oosten van het speelpark te verwerven en in gebruik te nemen voor parkeren in het bos. Deze gronden zijn ook in eigendom van Staatsbosbeheer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201908317/2/R1.

Datum uitspraak: 6 februari 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

Stichting Behoud Gooise Heide, gevestigd te Bussum,

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Gooise Meren,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 oktober 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Oud Valkeveen e.o. 2019" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft onder meer Stichting Behoud Gooise Heide beroep ingesteld.

Stichting Behoud Gooise Heide heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 januari 2020, waar Stichting Behoud Gooise Heide, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], en de raad, vertegenwoordigd door mr. W. Verbeek, zijn verschenen. Voorts is ter zitting Speelpark Oud Valkeveen B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde B], bijgestaan door mr. J.S. Haakmeester, advocaat te Baarn, gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Het plan heeft betrekking op Speelpark Oud Valkeveen, dat aan de zuidzijde wordt begrensd door de Oud Huizerweg/Meentweg en aan de noordzijde door het Gooimeer. Volgens de raad zijn de planregels en de plansystematiek van het geldende plan verouderd en bieden ze niet meer voldoende basis om een goede ruimtelijke ordening te kunnen verzekeren.

     Ten westen en oosten van het speelpark bevinden zich bos en weilanden. Delen daarvan zijn in dit plan betrokken. Het perceel ten westen van het speelpark is in eigendom bij Staatsbosbeheer. Ten behoeve van een tijdelijk overloopparkeerterrein voor het speelpark is op dit perceel in 2018 een omgevingsvergunning verleend. De eigenaar van het speelpark wenst de gronden ten oosten van het speelpark te verwerven en in gebruik te nemen voor parkeren in het bos. Deze gronden zijn ook in eigendom van Staatsbosbeheer.

     Stichting Behoud Gooise Heide kan zich niet met het plan verenigen en vreest voor een onaanvaardbare aantasting van de natuur door de parkeerplaatsen ten westen en oosten van het speelpark.

Ontvankelijkheid

3.    De raad stelt zich op het standpunt dat Stichting Behoud Gooise Heide geen belanghebbende is bij het besluit tot vaststelling van het plan, nu de statutaire doelstelling van de stichting ziet op infrastructuur en een speelpark en parkeerterrein niet onder infrastructuur vallen.

3.1.    De voorzieningenrechter stelt vast dat de statutaire doelstelling van Stichting Behoud Gooise Heide luidt: "De stichting heeft ten doel te bevorderen dat bij alle maatregelen betreffende natuur, het landschap en het milieu van Het Gooi en zijn omgeving, die het karakter van Het Gooi mede bepalen, ongeacht of deze maatregelen worden genomen door openbare of particuliere instellingen of door rechterlijke instanties, bestuurlijke instanties of wetgevende lichamen de belangen van de bescherming van natuur, landschap en milieu, elk op zich en in onderling verband beschouwd de eerste overweging vormen. Daarnaast heeft de stichting ten doel te voorkomen dat de natuur, het landschap en het milieu van Het Gooi en zijn omgeving, al deze begrippen in de breedste zin van het woord (…) worden aangetast door infrastructurele werken en/of bebouwing. Hierbij gaat het er om de natuur (…) en het landschap, waarvan deze natuurgebieden deel uit maken, evenals het milieu dat voorwaarde scheppend is voor het behoud en versterking van natuur en landschap in Het Gooi ten eeuwigen dage ongeschonden te behouden en te versterken en te streven naar een milieubeheer en een ruimtelijke ordening, die aantasting van natuur- en cultuurwaarden tegengaan of voorkomen, waarbij de flora en fauna van de natuurgebieden in Het Gooi worden beschermd, evenals de daar aanwezige geologische, cultuurhistorische en landschappelijke waarden, evenals al datgene, dat het karakter van deze natuurgebieden bepaalt; en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord. (…)".

     Nu het plangebied binnen het werkgebied ligt van de stichting en de statutaire doelstelling onder meer ziet op het voorkomen van de aantasting van natuur, het landschap en het milieu door infrastructurele werken en bebouwing, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter aannemelijk dat in de bodemprocedure zal worden geoordeeld dat Stichting Behoud Gooise Heide belanghebbende is bij het besluit tot vaststelling van dit plan, dat gevolgen kan hebben voor de natuur en het landschap. Daarbij is van belang dat parkeerplaatsen naar het oordeel van de voorzieningenrechter als onderdeel van de verkeersinfrastructuur kunnen worden beschouwd.

Spoedeisend belang

4.    Ter zitting is gebleken dat Stichting Behoud Gooise Heide het verzoek om voorlopige voorziening heeft ingediend vanwege het parkeerterrein waarin het plan ten oosten van het speelpark door middel van een wijzigingsbevoegdheid voorziet. De stichting vreest dat dit parkeerterrein op zichzelf en in combinatie met de vergunde parkeervoorzieningen ten westen van het speelpark onaanvaardbare gevolgen zal hebben voor de natuur en met name voor de dassen die in de omgeving leven en foerageren. De Stichting Behoud Gooise Heide heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat zij een spoedeisend belang heeft bij dit verzoek, omdat er zeer ernstige gebreken zitten in de voorbereiding van het plan en in het plan zelf.

4.1.    Aan de gronden ten oosten van het speelpark is de bestemming "Bos" toegekend. Aan de gronden waar het parkeerterrein voorzien is de gebiedsaanduiding "wetgevingzone - wijzigingsgebied 3" toegekend.

     In de planregels is het volgende bepaald:

"Artikel 3 Bos

3.1 Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor:

a. bos, bebossing, en productie van hout;

[…]

Artikel 14 Algemene wijzigingsregels

[…]

14.3 wetgevingzone  - wijzigingsgebied 3

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd het bestemmingsplan te wijzigen teneinde binnen de bestemming 'Bos' parkeren toe te laten en daar regels aan te verbinden, een aanduidingsvlak 'parkeerterrein' binnen de bestemming 'Bos' toe te voegen en de dubbelbestemming 'Waarde - Natuur' te verwijderen onder voorwaarden dat:

[…]"

4.2.    Nu het parkeerterrein ten oosten van het speelpark waar Stichting Behoud Gooise Heide voor vreest pas zou kunnen worden gerealiseerd na wijziging van het plan en de raad ter zitting heeft toegelicht dat er aan veel voorwaarden moet worden voldaan voor gebruik kan worden gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid en het nog een hele tijd zal duren voor er een ontwerpwijzigingsplan zal liggen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid. De stelling van Stichting Behoud Gooise Heide dat na een gesprek met de provincie Noord-Holland gebleken is dat de provincie Noord-Holland, anders dan de raad stelt, niet akkoord is met de wijzigingsbevoegdheid - wat daar ook van zij - maakt het voorgaande niet anders, nu eerst een wijzigingsplan zal moeten worden voorbereid en vastgesteld voordat het parkeerterrein kan worden gerealiseerd.

Conclusie

5.    Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

6.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F. Bouman, griffier.

w.g. Uylenburg    w.g. Bouman

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2020

849.