Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:3031

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-12-2020
Datum publicatie
23-12-2020
Zaaknummer
202005989/2/V3
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek om heroverweging van het besluit van 27 november 2002, waarbij de eerder aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingetrokken, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202005989/2/V3.

Datum uitspraak: 18 december 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 13 oktober 2020 in zaak nr. NL19.28691 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 12 december 2019 heeft de staatssecretaris een verzoek om heroverweging van het besluit van 27 november 2002, waarbij de eerder aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingetrokken, afgewezen.

Bij uitspraak van 13 oktober 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat hij niet word uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij opvang en verstrekkingen krijgt.

2.    Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.    De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdeling niet wordt uitgezet, totdat op het door hem ingestelde hoger beroep is beslist;

II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. A.W.M. Bijloos, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.   

w.g. Schipper

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 december 2020

47.