Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:2919

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
09-12-2020
Datum publicatie
09-12-2020
Zaaknummer
201902715/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

In het besluit van 26 februari 2019 heeft de raad van de gemeente Ooststellingwerf het bestemmingsplan "Wolvegasterweg 10, Oldeberkoop" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisering van maximaal drie vrijstaande woningen, dan wel maximaal twee vrijstaande woningen en één woongebouw met daarin maximaal zes woningen op de locatie van het voormalige buurthuis De Blughut aan de Wolvegasterweg 10 in Oldeberkoop. [bedrijf] is de projectontwikkelaar van de voorziene woningen. De stichting heeft zich vanaf eind 2013 ingezet om op het perceel huisvesting voor in het bijzonder senioren te ontwikkelen. Zij heeft daartoe namens de projectgroep "Wonen op de Bult" op 29 februari 2016 bij het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf een plan met dezelfde naam ingediend voor het aldaar realiseren van achttien huurwoningen voor in het bijzonder senioren. De stichting kan zich er niet mee verenigen dat in het bestemmingsplan de realisering van deze achttien huurwoningen niet is mogelijk gemaakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
ABkort 2021/5
Module Ruimtelijke ordening 2020/8459
AB 2021/41 met annotatie van T. Groot
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201902715/1/R3.

Datum uitspraak: 9 december 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Stichting "De Grijpvogel", gevestigd te Oldeberkoop, gemeente Ooststellingwerf,

appellante,

en

de raad van de gemeente Ooststellingwerf,

verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 26 februari 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Wolvegasterweg 10, Oldeberkoop" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft de stichting beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De stichting heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 oktober 2020, waar de stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door drs. B. Pijlman, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plan voorziet in de realisering van maximaal drie vrijstaande woningen, dan wel maximaal twee vrijstaande woningen en één woongebouw met daarin maximaal zes woningen op de locatie van het voormalige buurthuis De Blughut aan de Wolvegasterweg 10 in Oldeberkoop (hierna: het perceel). [bedrijf] is de projectontwikkelaar van de voorziene woningen.

2.    De stichting heeft zich vanaf eind 2013 ingezet om op het perceel huisvesting voor in het bijzonder senioren te ontwikkelen. Zij heeft daartoe namens de projectgroep "Wonen op de Bult" op 29 februari 2016 bij het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf een plan met dezelfde naam ingediend voor het aldaar realiseren van achttien huurwoningen voor in het bijzonder senioren. De stichting kan zich er niet mee verenigen dat in het bestemmingsplan de realisering van deze achttien huurwoningen niet is mogelijk gemaakt, maar wel het plan van [bedrijf], bestaande uit het ter plaatse realiseren van drie vrijstaande woningen, dan wel twee vrijstaande woningen en één woongebouw.

Ontvankelijkheid

3.    De raad stelt zich op het standpunt dat het beroep van de stichting niet-ontvankelijk is, omdat de stichting geen belang heeft bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

    In de eerste plaats stelt de raad dat de stichting niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), omdat de stichting geen eigenaar, zakelijk gerechtigde of gebruiker is van grond of opstallen in het plangebied of in de omgeving van het plangebied. Het perceel is eigendom van de gemeente en in 2015 is een proces tot verkoop van het perceel gestart, waarbij zowel de stichting als [bedrijf] zich als geïnteresseerde partijen hebben gemeld. Door de gemeente is na een afwegings- en besluitvormingsproces besloten om met [bedrijf] te onderhandelen over de verkoop van het perceel. Volgens de raad richt het beroep van de stichting zich in hoofdzaak op het voornoemde verkoopproces en de uitkomst daarvan.

    Daarnaast kan de stichting volgens de raad niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb, omdat de stichting krachtens haar statutaire doelstelling en blijkens haar feitelijke werkzaamheden geen rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt.

3.1.    Uit artikel 8:1 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, volgt dat uitsluitend belanghebbenden bij de Afdeling beroep kunnen instellen tegen het bestreden besluit.

    Artikel 1:2, eerste lid, van de Awb luidt: "Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken."

    Artikel 1:2, derde lid, van de Awb luidt: "Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen."

3.2.    De Afdeling stelt vast dat de stichting haar belang bij het bestreden besluit niet kan ontlenen aan een eigendomsrecht of ander zakelijk recht op het perceel of op gronden in de omgeving van het perceel. De enkele omstandigheid dat de stichting betrokken is geweest bij de ontwikkeling van een alternatief plan voor achttien huurwoningen op het perceel, is naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende om als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb te worden aangemerkt. Hoewel de Afdeling eerder heeft overwogen dat een voorkeursrecht in combinatie met nog andere bijkomende relevante omstandigheden grond kan opleveren voor het hebben van een concreet en economisch belang bij een besluit en daarmee van het zijn van belanghebbende daarbij (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 29 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:300 en 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:187), is van een voorkeursrecht en dergelijke bijkomende omstandigheden in dit geval geen sprake.

3.3.    Voor zover de stichting opkomt voor een algemeen belang dat zij beoogt te behartigen, overweegt de Afdeling het volgende.

    Voor het beantwoorden van de vraag of een rechtspersoon belanghebbende is als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb, is bepalend of de rechtspersoon krachtens zijn statutaire doelstelling en blijkens zijn feitelijke werkzaamheden een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken algemeen of collectief belang in het bijzonder behartigt. Met artikel 1:2, derde lid, van de Awb heeft de wetgever blijkens de totstandkomingsgeschiedenis (Kamerstukken II 1988/1989, 21 221, nr. 3, p. 32-35) veilig willen stellen dat organisaties als belanghebbende kunnen opkomen, mits een algemeen of collectief belang dat zij zich statutair ten doel stellen te behartigen en waarvoor zij zich daadwerkelijk inzetten, bij het besluit rechtstreeks is betrokken.

3.4.    De doelstelling van de stichting is blijkens artikel 2, eerste lid, van haar statuten:

"a) het bevorderen van kleinschalige economische, sociale en culturele ontwikkelingen in de provincie Friesland;

b) het bevorderen van het nemen van initiatieven ook door anderen in dezelfde geest en voorts alles wat daarmede in de meest uitgebreide zin van het woord verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. De met nadruk niet commerciële stichting biedt een platform om kennis te delen en deskundigheid te verdiepen, een gelegenheid tot verbinding, tot inspireren en geïnspireerd te raken. Het platform staat in beginsel open voor iedereen die het doel van de stichting onderschrijft en dit wil ondersteunen;

c. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn."   

3.5.    De stichting heeft op de zitting desgevraagd toegelicht dat zij valt aan te merken als een "initiatiefstichting", die zowel eigen initiatieven ontplooit als de ontplooiing van initiatieven van anderen bevordert. De stichting kan worden gezien als een soort netwerkorganisatie die projectgroepen ondersteunt bij initiatieven, door bijvoorbeeld het faciliteren van daarbij aan de orde komende financiële transacties en overeenkomsten. Volgens de stichting moet haar statutaire doelstelling breed worden opgevat en kan onder het bevorderen van kleinschalige economische, sociale en culturele ontwikkelingen ook woningbouw worden begrepen.

    Om haar statutaire doel te bereiken verricht de stichting feitelijke werkzaamheden. Zo zet zij zich in voor het behoud en de restauratie van gevelstenen met het gemeentewapen van Ooststellingwerf, is zij betrokken bij het onderhouden van publieke kunstwerken en organiseert zij een filosofiegroep. Over het plan "Wonen op de Bult", dat ziet op de realisering van achttien huurwoningen op het perceel waarop het bestemmingsplan betrekking heeft, heeft de stichting naar voren gebracht dat zij in dat verband fungeerde als een ‘facilitaire startstichting’ en dat haar betrokkenheid bij dit plan onder meer bestond uit het organiseren van informatiebijeenkomsten, het namens de projectgroep "Wonen op de Bult" bij de gemeente indienen van dat plan en het terzake aanvragen van subsidie bij de provincie. De stichting heeft te kennen gegeven dat na aanvaarding van dit plan door het gemeentebestuur voor de verdere ontwikkeling, bouw en exploitatie van die huurwoningen en de daarbij aan de orde komende grondtransacties een specifieke rechtspersoon zou worden opgericht, en waarna de faciliterende rol van de stichting zou zijn uitgespeeld.

3.6.    Hoewel de doelstelling van de stichting is gericht op het behartigen van algemene belangen als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb en het perceel is gelegen in de provincie Friesland en dus binnen het in de statuten omschreven werkgebied van de stichting, is de Afdeling van oordeel dat de stichting niet als belanghebbende bij het bestreden besluit in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb kan worden aangemerkt. Weliswaar is de stichting betrokken geweest bij een plan dat zag op de bouw van achttien huurwoningen voor in het bijzonder senioren op het perceel, maar niet is gebleken dat de stichting door het bestreden besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in een belang wordt geraakt dat zij in het bijzonder behartigt. Daarvoor vindt de Afdeling de statutaire doelstelling van de stichting, bezien ook in samenhang met de hiervoor beschreven feitelijke werkzaamheden van de stichting, onvoldoende onderscheidend.

3.7.    Gelet op het voorgaande is de conclusie dat de stichting niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb kan worden aangemerkt.

4.    Het beroep is niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk zal worden behandeld.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.   

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2020

159-933.