Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:2722

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
17-11-2020
Datum publicatie
18-11-2020
Zaaknummer
201908860/3/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 24 september 2019 heeft de raad van de gemeente Enkhuizen het bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Gommerwijk West-west" vastgesteld. Op 19 februari 2008 heeft de raad het bestemmingsplan "Gommerwijk West-west" vastgesteld. Dit plan voorziet in de ontwikkeling van een woonwijk met maximaal 700 woningen aan de westkant van de bestaande woonwijk Gommerwijk West. Aan de agrarische gronden van [verzoeker] en anderen is daarin de bestemming "Wonen - uit te werken" toegekend. Op grond van artikel 6.2 van de planvoorschriften moet de raad de bestemming uitwerken. Met de partiële herziening heeft de raad een van de uitwerkingsregels gewijzigd. [verzoeker] en anderen stellen dat met hun verzoek een spoedeisend belang gemoeid is. Zij vrezen dat de raad hen met toepassing van de gewijzigde uitwerkingsregel voor onbepaalde tijd laat wachten op uitwerking van de woonbestemming.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201908860/3/R1.

Datum uitspraak: 17 november 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Enkhuizen, en anderen

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Enkhuizen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 24 september 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Partiële herziening bestemmingsplan Gommerwijk West-west" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. Zij hebben de  voorzieningenrechter opnieuw verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad en [verzoeker] en anderen hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 10 november 2020, waar [verzoeker], [verzoeker A] en [verzoeker B], bijgestaan door mr. J.T.A.M. van Mierlo, advocaat te Zwolle, en de raad, vertegenwoordigd door mr. W.J. Bosma, advocaat te Den Haag, en ing. W.J.W.M. Leemreize, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Op 19 februari 2008 heeft de raad het bestemmingsplan "Gommerwijk West-west" vastgesteld. Dit plan voorziet in de ontwikkeling van een woonwijk met maximaal 700 woningen aan de westkant van de bestaande woonwijk Gommerwijk West. Aan de agrarische gronden van [verzoeker] en anderen is daarin de bestemming "Wonen - uit te werken" toegekend. Op grond van artikel 6.2 van de planvoorschriften moet de raad de bestemming uitwerken.

    Met de partiële herziening heeft de raad een van de uitwerkingsregels gewijzigd. Dit betreft artikel 6.2.1, onder b, van de planvoorschriften. Uit de plantoelichting blijkt dat de raad hiermee beoogt te bereiken dat de maximaal 700 woningen waarop de uitwerkingsplicht betrekking heeft, niet langer tot de harde plancapaciteit worden gerekend, zodat de mogelijkheid ontstaat ook in andere delen van de gemeente Enkhuizen medewerking te verlenen aan de bouw van nieuwe woningen.

3.    [verzoeker] en anderen hebben eerder verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. Dat verzoek heeft de voorzieningenrechter in de uitspraak van 19 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:480, afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.

4.    [verzoeker] en anderen hebben opnieuw verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, omdat het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen de raad in een brief van 30 juli 2020 heeft voorgesteld om de  gronden van [verzoeker] en anderen overeenkomstig het huidige, feitelijke agrarische gebruik te bestemmen. De raad heeft op 27 oktober 2020 met dit voorstel ingestemd en het verzoek van [verzoeker] en anderen om een uitwerkingsplan vast te stellen, afgewezen. [verzoeker] en anderen kunnen zich daarmee niet verenigen. Zij willen niet dat de raad het plangebied Gommerwijk West-west op deze wijze opsplitst in een noordelijk deel, waar de woonbestemming wordt uitgewerkt, en een zuidelijk deel, waar dat niet of pas later wordt gedaan.   

Spoedeisend belang

5.    [verzoeker] en anderen stellen dat met hun verzoek een spoedeisend belang gemoeid is. Zij vrezen dat de raad hen met toepassing van de gewijzigde uitwerkingsregel voor onbepaalde tijd laat wachten op uitwerking van de woonbestemming. De raad kan namelijk op basis van de partiële herziening medewerking verlenen aan nieuwe woningbouwlocaties elders in de gemeente, met als gevolg dat hun gronden niet meer nodig zijn voor de ontwikkeling van woningbouw. 

5.1.    De raad heeft de bestemming van de gronden van [verzoeker] en anderen nog niet gewijzigd. De raad heeft wel de aanvraag van [verzoeker] en anderen om een uitwerkingsplan vast te stellen, afgewezen. Die beslissing is hier niet in geding.

5.2.    In de hierboven onder 3 vermelde uitspraak van 19 februari 2020 heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat geen locaties voor woningbouw in de gemeente Enkhuizen beschikbaar zijn waaraan de raad, voordat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure, planologische medewerking zal verlenen. Daarbij is betrokken dat de locatie Westeinde naar verwachting pas over enkele jaren tot ontwikkeling zal worden gebracht, vanwege de samenhang van dit project met een project voor nieuwe woningen in de aangrenzende gemeente Stede Broec. De uitspraak vermeldt dat volgens de raad, voordat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure, uitsluitend aan enkele kleine ontwikkelingen, zoals een nieuwe woning boven een winkel, medewerking zal worden verleend.

    [verzoeker] en anderen hebben ter zitting opnieuw op de locatie Westeinde gewezen. De raad heeft vervolgens toegelicht dat inmiddels de eerste verkennende gesprekken met de gemeente Stede Broec gevoerd worden, maar dat van concrete plannen nog geen sprake is. Bij deze stand van zaken ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om op dit punt tot een andere conclusie te komen dan in de uitspraak van 19 februari 2020. Er is geen grond voor de vrees van [verzoeker] en anderen dat, voordat op hun beroep is beslist, planologische medewerking zal worden verleend aan woningbouwlocaties elders in de gemeente die afbreuk doen aan de mogelijkheid om voor hun gronden alsnog een uitwerkingsplan vast te stellen. Dit betekent dat ook nu spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening ontbreekt.

Conclusie

6.    Omdat geen spoedeisend belang bestaat bij het treffen van een voorlopige voorziening, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Y.C. Visser, griffier.

w.g. Van Altena

voorzieningenrechter   

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 17 november 2020

148.