Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:2289

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
28-09-2020
Datum publicatie
30-09-2020
Zaaknummer
202001598/1/V3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2020:1252, Niet bevoegd
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Op 7 september 2019 heeft de korpschef van Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel in Amsterdam het paspoort van de vreemdeling tijdelijk in bewaring genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202001598/1/V3.

Datum uitspraak: 28 september 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 14 februari 2020 in zaak nr. 19/8863 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Op 7 september 2019 heeft de korpschef van Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel in Amsterdam het paspoort van de vreemdeling tijdelijk in bewaring genomen.

Bij besluit van 4 november 2019 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 14 februari 2020 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. I.M. Hagg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    De uitspraak van de rechtbank gaat over het tijdelijk in bewaring nemen van het paspoort van de vreemdeling (artikel 52, eerste lid, van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000). Dat onder de uitspraak ten onrechte staat dat wel hoger beroep kan worden ingesteld, verandert dat niet.

2.    De Afdeling is onbevoegd van het hoger beroep kennis te nemen. De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen;

II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Van Laar

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 28 september 2020

551.