Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:2256

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
202004717/2/V2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBROT:2020:7288, Overig
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluiten van 22 september 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van vreemdelingen 1 en 2 om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202004717/2/V2.

Datum uitspraak: 18 september 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[vreemdelingen 1 en 2] en [vreemdeling 3], mede namens zijn minderjarige kind,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 20 augustus 2020 in zaken nrs. NL17.11020, NL1711021 en NL20.11668 in het geding tussen:

de vreemdelingen

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 22 september 2017 heeft de staatssecretaris aanvragen van vreemdelingen 1 en 2 om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag van vreemdeling 3 om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 20 augustus 2020 heeft de rechtbank de door de vreemdelingen 1 en 2 ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van 22 september 2017 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van die besluiten in stand blijven en het door vreemdeling 3 ingestelde beroep tegen het besluit van 7 juli 2020 ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de vreemdelingen hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.    De vreemdelingen hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat zij niet worden uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat zij opvang en verstrekkingen krijgen.

2.    Gelet op wat is aangevoerd, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening (uitspraak van de Afdeling van 20 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:457).

3.    De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de vreemdelingen niet worden uitgezet voordat op het door hen ingediende hoger beroep is beslist;

II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 525,00 (zegge: vijfhonderdvijfentwintig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Drop    w.g. Van Loon

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2020

594-915.