Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:2252

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
18-09-2020
Datum publicatie
23-09-2020
Zaaknummer
202004322/2/R4
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de raad van de gemeente De Bilt het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Larenstein, 1e herziening" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt onder meer de uitbreiding van het bedrijfspand gelegen aan de [locatie] op bedrijvenpark Larenstein op het naastgelegen perceel planologisch mogelijk. Voor het uitbreiden van het bedrijfsgebouw, het veranderen van een bestaande uitweg, het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding en het kappen van bomen op het perceel heeft het college een omgevingsvergunning verleend. Stichting Milieuzorg Zeist en [verzoeker sub 2] en anderen willen met hun verzoeken voorkomen dat van de verleende omgevingsvergunning gebruik wordt gemaakt voordat het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

202004322/2/R4.

Datum uitspraak: 18 september 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1.    Stichting Milieuzorg Zeist e.o., gevestigd te Bilthoven, gemeente De Bilt,

2.    [verzoeker sub 2] en anderen, allen wonend te Bilthoven,

gemeente De Bilt,

verzoekers,

en

1.    de raad van de gemeente De Bilt,

2.    het college van burgemeester en wethouders van De Bilt,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de raad het bestemmingsplan "Bedrijvenpark Larenstein, 1e herziening" vastgesteld.

Bij besluit van 3 juli 2020 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van het bedrijfsgebouw, het veranderen van een bestaande uitweg, het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding en het kappen van bomen op het perceel [locatie] te Bilthoven.

De besluiten tot vaststelling van het bestemmingsplan en verlening van de omgevingsvergunning zijn gecoördineerd voorbereid en bekend gemaakt met toepassing van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening.

Tegen deze besluiten hebben onder meer Stichting Milieuzorg Zeist en [verzoeker sub 2] en anderen beroep ingesteld. Zij hebben de voorzieningenrechter tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 3 september 2020 heeft het college het besluit van 3 juli 2020 ingetrokken en opnieuw omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van het bedrijfsgebouw, het veranderen van een bestaande uitweg, het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding en het kappen van bomen op het perceel [locatie] te Bilthoven met daaraan verbonden het voorschrift dat het realiseren van de begroeiing aan de wegzijde door middel van een strook van vijf meter (op de verbeelding aangeduid als "groenvoorziening") dient te geschieden conform een door initiatiefnemer ingediend en door de gemeente goedgekeurd inrichtingsplan.

Stichting Milieuzorg Zeist en [verzoeker sub 2] en anderen hebben voorafgaand aan de zitting nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft de verzoeken ter zitting behandeld op 10 september 2020, waar Stichting Milieuzorg Zeist, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], [verzoeker sub 2] en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde B], [gemachtigde C] en mr. M. Abdelkader, advocaat te Amsterdam, en de raad en het college, vertegenwoordigd door J. Oosterkamp, drs. H. Bleumink en mr. S.W.C. Bonnet, zijn verschenen. Voorts is ter zitting als partij gehoord [vergunninghouder], vertegenwoordigd door [gemachtigde D].

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Inleiding

2.    Het bestemmingsplan maakt onder meer de uitbreiding van het bedrijfspand gelegen aan de [locatie] op bedrijvenpark Larenstein op het naastgelegen perceel planologisch mogelijk.

Voor het uitbreiden van het bedrijfsgebouw, het veranderen van een bestaande uitweg, het plaatsen van een erf- of perceelafscheiding en het kappen van bomen op het perceel heeft het college een omgevingsvergunning verleend.

Het besluit van 3 september 2020 wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, geacht eveneens onderwerp te zijn van dit geding.

Spoedeisend belang

3.    Stichting Milieuzorg Zeist en [verzoeker sub 2] en anderen willen met hun verzoeken voorkomen dat van de verleende omgevingsvergunning gebruik wordt gemaakt voordat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Bij brief, ingekomen op 31 augustus 2020, heeft [vergunninghouder] verklaard dat van de verleende omgevingsvergunning voor het kappen van bomen geen gebruik zal worden gemaakt voordat het bij de Afdeling aanhangig gemaakte beroep tot een einduitspraak heeft geleid.

Ter zitting is van de zijde van [vergunninghouder] verklaard dat zij van de omgevingsvergunning in zijn geheel geen gebruik zal maken totdat de Afdeling op de beroepen tegen de vaststelling van het bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunning heeft beslist.

Gelet op deze toezeggingen van [vergunninghouder] is naar het oordeel van de voorzieningenrechter met de verzoeken geen spoedeisend belang gemoeid dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Hierbij betrekt de voorzieningenrechter dat het bestemmingsplan betrekking heeft op de uitbreiding van het bedrijf van [vergunninghouder] en dat [vergunninghouder] ter zitting heeft bevestigd niet voornemens te zijn het geheel uitgewerkte en vergunde initiatief voor de bedrijfsuitbreiding te wijzigen voordat einduitspraak is gedaan door de Afdeling.

Conclusie

4.    Gelet hierop bestaat aanleiding de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

Proceskosten

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Melenhorst, griffier.

w.g. Helder    w.g. Melenhorst

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 september 2020

490.