Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:2087

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
02-09-2020
Datum publicatie
02-09-2020
Zaaknummer
201903679/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Noordwijk het bestemmingsplan "Maarten Kruytstraat" vastgesteld. Aan de Bomstraat 19 te Noordwijk is de Vomar Voordeelmarkt gevestigd. Om te voldoen aan de vraag en om toekomstbestendig te kunnen zijn, wil de Vomar Voordeelmarkt uitbreiden. Omdat op de huidige locatie de gewenste grootte van de uitbreiding van deze supermarkt niet mogelijk is, wil Hoorne Vastgoed B.V. de Vomar Voordeelmarkt verplaatsen van de Bomstraat naar de Maarten Kruytstraat te Noordwijk. De omgevingsvergunning en een deel van het plan maken de realisatie van een complex bestaande uit een parkeerkelder, detailhandel in de vorm van een supermarkt en een versmarkt en 42 appartementen met eigen parkeergelegenheid aan de Maarten Kruytstraat te Noordwijk mogelijk. Bezwaarmakers vrezen vooral voor grote parkeerproblemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Ruimtelijke ordening 2020/8407 met annotatie van G. van den End
JOM 2020/484
Module Ruimtelijke ordening 2020/8422
JG 2020/33 met annotatie van Pinxter, D.R.
JGROND 2020/214 met annotatie van Loo, F.M.A. van der
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201903679/1/R3.

Datum uitspraak: 2 september 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], beiden wonend te Noordwijk (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 1])

2.    All About Rocks en anderen, alle wonend respectievelijk gevestigd te Noordwijk,

3.    [appellant sub 3], wonend te Noordwijk,

4.    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V., beide gevestigd te Katwijk,

appellanten,

en

1.    de raad van de gemeente Noordwijk,

2.    het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Maarten Kruytstraat" vastgesteld.

Bij besluit van 28 maart 2019 heeft het college aan Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) voor de realisatie van een complex bestaande uit een parkeerkelder, een winkelruimte en appartementen voor de locatie Maarten Kruytstraat te Noordwijk.

De besluiten zijn met toepassing van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.

Tegen deze besluiten hebben All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. beroep ingesteld. [appellant sub 1] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad tot vaststelling van het plan.

All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De raad en het college hebben een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3], Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. en het college en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 juni 2020, waar zijn verschenen:

- [appellant sub 1], vertegenwoordigd door mr. G.G. Kranendonk, rechtsbijstandverlener te Apeldoorn;

- All About Rocks en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en mr. G.G. Kranendonk, rechtsbijstandverlener te Den Haag;

- [appellant sub 3], vertegenwoordigd door [gemachtigde B] en mr. G.G. Kranendonk, rechtsbijstandverlener te Den Haag;

- Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde C];

- de raad en het college, vertegenwoordigd door ing. M. Klazema, S. Stienstra, ing. M. de Lange en P.A.J. de Winter.

Voorts is ter zitting Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde D] en [gemachtigde E], gehoord.

Overwegingen

INLEIDING

1.    Aan de Bomstraat 19 te Noordwijk is de Vomar Voordeelmarkt gevestigd. Om te voldoen aan de vraag en om toekomstbestendig te kunnen zijn, wil de Vomar Voordeelmarkt uitbreiden. Omdat op de huidige locatie de gewenste grootte van de uitbreiding van deze supermarkt niet mogelijk is, wil Hoorne Vastgoed B.V. de Vomar Voordeelmarkt verplaatsen van de Bomstraat naar de Maarten Kruytstraat te Noordwijk.

2.    De omgevingsvergunning en een deel van het plan maken de realisatie van een complex bestaande uit een parkeerkelder, detailhandel in de vorm van een supermarkt en een versmarkt en 42 appartementen met eigen parkeergelegenheid aan de Maarten Kruytstraat te Noordwijk (hierna: het zuidelijke plangebied) mogelijk. Daarnaast maakt het plan aan de Bomstraat 19 te Noordwijk (hierna: het noordelijke plangebied) centrumfuncties, waaronder dienstverlening, horeca-activiteiten van categorie 1 en 2 en wonen, uitsluitend op de verdieping, waarbij detailhandel is uitgesloten, mogelijk.

3.    De bestreden besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekend gemaakt met toepassing van artikel 3.30 van de Wro. Op deze besluiten is de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) van toepassing.

4.    [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] te Noordwijk.

All About Rocks en anderen vormen een groep omwonenden, ondernemers en werknemers van ondernemers in de directe omgeving van het noordelijke en het zuidelijke plangebied. [appellant sub 3] woont aan de [locatie 2] te Noordwijk. Zij verzetten zich tegen de voorziene uitbreiding van de Vomar Voordeelmarkt en de voorziene appartementen aan de Maarten Kruytstraat en vrezen vooral voor grote parkeerproblemen. Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. zijn eigenaar van het Radisson Blu Palace Hotel (hierna: het hotel) dat is gevestigd aan het Pickeplein 8 te Noordwijk en aan de achterzijde grenst aan het zuidelijke plangebied. Zij vrezen voor grote hinder voor de exploitatie van het hotel.

Reikwijdte beroepen

5.    Ter zitting hebben [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. toegelicht dat hun beroepen en daarmee hun beroepsgronden inhoudelijk hoofdzakelijk zijn gericht tegen het plan, maar dat de beroepen zich vanwege de samenhang ook richten tegen de omgevingsvergunning.

OPZET VAN DE UITSPRAAK

6.    De Afdeling zal in het onderstaande de beroepsgronden gericht tegen het vastgestelde bestemmingsplan en de verleende omgevingsvergunning gelijktijdig onderwerpsgewijs bespreken. Daarbij zal als eerste worden ingegaan op het aspect ontvankelijkheid (overwegingen 7-10), de intrekking van enkele beroepsgronden (overweging 11) en het toetsingskader (overweging 12). Vervolgens zal de Afdeling ingaan op de inhoudelijke beroepsgronden waarbij achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde komen:

- parkeren (overwegingen 13-20);

- milieueffectrapport (overweging 21);

- stikstof (overweging 22);

- behoefte (overweging 23);

- de Verordening ruimte Zuid-Holland (overweging 24);

- verkeer (overwegingen 25-26);

- akoestisch onderzoek (overweging 27);

- waterhuishouding (overweging 28);

- overige aspecten woon- en verblijfsklimaat (overwegingen 29-33)

- planschade (overweging 34);

- uitvoerbaarheid (overweging 35);

- samengevatte behandeling zienswijzen (overweging 36).

Aan het einde van de uitspraak staat de conclusie (overwegingen 37-41).

ONTVANKELIJKHEID

All About Rocks en anderen

7.    Het beroep van All About Rocks en anderen is namens verscheidene natuurlijke personen, ondernemingen en werknemers van ondernemingen ingediend. De Afdeling zal hieronder de ontvankelijkheid van het beroep beoordelen.

Zienswijze

8.    Uit artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb alsmede met artikel 6:13 van de Awb volgt dat slechts beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende die tegen de ontwerpbesluiten tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht. Dit is slechts anders indien een belanghebbende redelijkerwijs niet kan worden verweten dat hij niet tijdig een zienswijze naar voren heeft gebracht.

8.1.    De Afdeling stelt vast dat [appellant sub 2A], [appellant sub 2B], [appellant sub 2C] en [appellant sub 2D] geen zienswijze naar voren hebben gebracht. Van de omstandigheid dat aan hen redelijkerwijs niet kan worden verweten niet tijdig een zienswijze naar voren te hebben gebracht, is niet gebleken.

Afgeleid belang

9.    In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

9.1.    De Afdeling stelt vast dat [appellant sub 2E] werkzaam is bij het bedrijf Mi Sueno. Mi Sueno is gevestigd in de buurt van het zuidelijke plangebied en het bedrijf heeft zelf geen beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.

[appellant sub 2E] heeft geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat zij een eigen belang heeft.

9.2.    [appellant sub 2E] stelt zich op het standpunt dat zij een eigen belang heeft, omdat zij met de auto naar haar werk komt en als gevolg van het bestreden plan er niet zeker meer van is dat zij haar auto nog kan parkeren. Dit is een afgeleid belang dat is ontleend aan de contractuele verhouding tussen [appellant sub 2E] en haar werkgever Mi Sueno.

    Hoewel het belang van [appellant sub 2E] door de bestreden besluiten kan worden geraakt, brengen de besluiten slechts gevolgen met zich via een contractuele verhouding tussen [appellant sub 2E] en Mi Sueno. Aldus heeft [appellant sub 2E] een afgeleid belang en is haar belang niet rechtstreeks bij deze besluiten betrokken, zodat [appellant sub 2E] ten aanzien van de bestreden besluiten niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt.

Conclusie ontvankelijkheid All About Rocks en anderen

10.    Gelet op het vorenstaande is het beroep van All About Rocks en anderen, voor zover ingediend door [appellant sub 2A], [appellant sub 2B], [appellant sub 2C], [appellant sub 2D] en [appellant sub 2E], niet-ontvankelijk.

INGETROKKEN BEROEPSGRONDEN

11.    Ter zitting hebben [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. hun beroepsgrond ingetrokken die ziet op het betoog dat er geen behoefte is aan de in het zuidelijke plangebied voorziene 42 woningen.

    Daarnaast hebben [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] ter zitting hun beroepsgrond ingetrokken die ziet op het betoog dat in de bezonningsstudies ten onrechte niet de gevolgen van het bestreden plan voor de bezonning van de bestaande bebouwing in de winter is onderzocht.

    Verder hebben All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] ter zitting de beroepsgrond ingetrokken die ziet op het betoog dat ten onrechte niet voldoende is ingegaan op het in de zienswijze overgelegde "Stedenbouwkundig rapport Buro Dwarsstraat" van Buro Dwarsstraat van 18 oktober 2018.

    Voorts hebben ter zitting All About Rocks en anderen hun beroepsgrond ingetrokken die ziet op het betoog dat er voor de bewoners van de woningen aan de [locatie 3] en [locatie 4] sprake is van een evidente privaatrechtelijke belemmering, omdat er gebouwd wordt binnen 2 m van de erfgrens.

    Tot slot hebben Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. ter zitting hun beroepsgrond ingetrokken die ziet op het betoog dat de in het zuidelijke plangebied voorziene woningen ten onrechte alle als huurwoning beschikbaar worden gesteld, waardoor de kwaliteit van de voorziene woningen zal verslechteren met alle gevolgen van dien voor het hotel.

TOETSINGSKADER

Bestemmingsplan

12.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

INHOUDELIJKE BEROEPSGRONDEN

Parkeren

13.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. voeren aan dat door het bestreden plan problemen met parkeren zullen ontstaan op en rondom het plangebied. Zij voeren hiertoe de volgende, hierna onder 14 tot en met 19 te bespreken, bezwaren aan.

Inleiding

13.1.    In de plantoelichting staat dat door middel van een parkeerbalans de verschuivingen in de parkeerbehoefte en de parkeercapaciteit van de in het plan voorziene ontwikkeling inzichtelijk zijn gemaakt. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte is gebruik gemaakt van de nota "Parkeren en Stallen Noordwijk 2013" (hierna: de parkeernota).

    In de parkeernota staat dat voor het bepalen van de parkeereis de in bijlage 1 bij de parkeernota opgenomen parkeernormen worden gehanteerd. Hoofddoel van het stellen van een parkeereis is dat de initiatiefnemer van een ontwikkeling er alles aan doet om te voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein.

    Op grond van de parkeernota is het onder omstandigheden mogelijk om van bovengenoemde hoofdregel af te wijken, indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Zo staat in de parkeernota: "Het is dan aan de initiatiefnemer om aan te tonen op grond waarvan dat zou moeten gebeuren. Het college van burgemeester en wethouders heeft mandaat om een gewijzigde parkeereis op te leggen of, in uitzonderlijke gevallen, vrijstelling te verlenen.

Indien de ontwikkelaar wenst af te wijken van de parkeereis dienen verschillende stappen te worden doorlopen. De bewijslast ligt bij de initiatiefnemer van de bouwontwikkeling." Deze stappen worden vervolgens in de parkeernota als volgt omschreven:

    "a. Indien realisatie van de benodigde parkeerplaatsen op eigen terrein niet mogelijk lijkt, dient te worden beoordeeld of aanpassing van de bouwontwikkeling kan leiden tot het wel voldoen aan de gemeentelijke parkeereis. Bij het beoordelen van de vraag of aanpassing van het plan middels realisatie van meer parkeerplaatsen of minder bouwvolume mogelijk is, kan de omvang van de financiële consequenties een discussiepunt vormen. Om die reden is het van belang dat de initiatiefnemer aantoont dat eventuele aanpassing niet realistisch is.

    b. Wanneer op een andere wijze aan de parkeereis kan worden voldaan dan op eigen terrein, moet nauwkeurig aangegeven worden hoe dit gebeurt. De parkeerbehoefte kan mogelijk binnen een acceptabele loopafstand van het bouwplan worden gecompenseerd op een naburig privaat terrein of in een private parkeervoorziening. Aangetoond moet worden dat deze parkeerplaatsen ten behoeve van het betreffende bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning wordt aangevraagd, middels een privaatrechtelijke overeenkomst kunnen worden aangewend voor een periode van tenminste 20 jaar voor de betreffende ontwikkeling.

    c. Indien over bovenstaande stappen duidelijkheid is en blijkt dat niet aan de parkeereis kan worden voldaan, dan kan worden gekeken of er in de directe omgeving (structurele) restcapaciteit is waar de parkeerbehoefte kan worden opgelost. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de directe omgeving wordt beschermd tegen parkeeroverlast door een te hoge parkeerdruk. De parkeerdruk in de directe omgeving moet acceptabel blijven. Hiervan is sprake indien de parkeerdruk in de directe omgeving (incl. de parkeerbehoefte van de nieuwe ontwikkelingen) onder de 85% blijft.

- Onder de directe omgeving wordt verstaan, de omgeving binnen de maximale loopafstanden conform opgenomen in de nota, met een maximum van 200 meter rondom de bouwontwikkeling.

- Voor het vaststellen van de parkeerdruk in de directe omgeving zal een parkeeronderzoek moeten worden uitgevoerd. Vastgesteld moet worden of er op het maatgevend moment sprake is van structurele restcapaciteit. De kosten voor een dergelijk onafhankelijk onderzoek komen voor rekening van de initiatiefnemer. De eisen waaraan een dergelijk onderzoek moet voldoen worden opgesteld door de gemeente.         

- Als uit onderzoek is gebleken dat er sprake is van structurele restcapaciteit, dan kan worden afgeweken van de parkeereis, zowel voor het bezoekersdeel als voor het gebruikersdeel van de parkeervraag. Partijen maken afspraken over een financiële bijdrage voor gebruik van de openbare ruimte voor oplossing van de parkeereis."

13.2.     In de "Parkeerbalans Maarten Kruytstraat" van 7 december 2018, opgenomen als bijlage 9 bij de plantoelichting, (hierna: de parkeerbalans) wordt in de eerste plaats onder verwijzing naar de parkeernota voor het centrum van Noordwijk uitgegaan van een parkeernorm voor een fullservice supermarkt (laag-middellaag prijs) van 3,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlak (hierna: bvo) en daarnaast van een parkeernorm van 3,45 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo voor de voorziene versmarkt. Voorts blijkt uit de parkeerbalans dat in afwijking van de parkeernota om aan de parkeereis te voldoen in de directe omgeving van het plangebied gekeken wordt naar (structurele) restcapaciteit waar de parkeerbehoefte mee kan worden opgelost.

    Uit de parkeerbalans blijkt dat door de herontwikkeling van het zuidelijke plangebied sprake is van een toename van de parkeervraag van 148 parkeerplaatsen voor niet-woonfuncties op het maatgevende moment, waarbij rekening is gehouden met het verdwijnen van de huidige door de raad gestelde 88 parkeerplaatsen in het zuidelijke plangebied. Verder blijkt uit de parkeerbalans dat het aanbod van de parkeerplaatsen op het maatgevende moment ook gelijk is aan 148 parkeerplaatsen waardoor de parkeerbalans volgens de raad sluitend is, omdat in het zuidelijke plangebied openbare parkeerplaatsen mogelijk worden gemaakt, maar ook omdat ter compensatie gebruik kan worden gemaakt van enkele parkeerplaatsen die zijn gesitueerd in de Haakgarage en van parkeerplaatsen die zijn gesitueerd op de gronden van het noordelijke plangebied.

13.3.    Naar aanleiding van de beroepsgronden heeft de raad naast zijn verweerschrift waarbij een nadere toelichting op het onderzoek parkeren is gegeven ook een aanvullende parkeerbalans overgelegd. In deze aanvullende parkeerbalans heeft de raad de parkeerbehoefte van de in het zuidelijke plangebied voorziene ontwikkeling berekend door dezelfde parkeernorm voor zowel de voorziene uitbreiding van de Vomar Voordeelmarkt als voor de overige winkels toe te passen, namelijk een parkeernorm van 3,45 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo en een parkeernorm van 3,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo.

Parkeernorm

- Kadernota Parkeren 2020

14.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] betogen dat er op dit moment geen parkeernormen meer gelden in de gemeente Noordwijk en dat dit in strijd is met de rechtszekerheid. Zij wijzen hierbij op de omstandigheid dat de gemeente op 23 maart 2020 de Kadernota Parkeren 2020 heeft vastgesteld en daarmee volgens hen nieuw gemeentelijk beleid omtrent parkeren heeft vastgesteld. In deze Kadernota Parkeren 2020 staat volgens hen dat voor de bestaande en de nieuwe situatie verwezen wordt naar een nog op te stellen nota voor parkeren, maar dat deze nota nog niet is vastgesteld. Volgens hen wordt in deze Kadernota niet meer verwezen naar de nota "Parkeren en Stallen Noordwijk 2013", waarop de parkeerbalans van de raad voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de in het plan voorziene ontwikkeling is gebaseerd. In dit verband betogen [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] dat gelet op het vorenstaande de rechtszekerheid die het plan beoogt te waarborgen wordt ondermijnd, omdat het risico bestaat dat de gemeente de mogelijkheid heeft om na de vaststelling van het plan de geldende parkeernormen te schrappen.

14.1.    Uit de Kadernota Parkeren 2020 blijkt dat vanwege de samenvoeging van de gemeente Noordwijk en de gemeente Noordwijkerhout er behoefte is aan een nieuwe parkeernota en dat deze nieuwe parkeernota de parkeernota uit 2013 van de gemeente Noordwijk en de Nota Parkeernormen 2017 van de gemeente Noordwijkerhout zal vervangen. In de Kadernota Parkeren 2020 staat dat het streven is om de nieuwe parkeernota in het vierde kwartaal van 2020 vast te stellen. Desgevraagd heeft de raad ter zitting bevestigd dat de nota "Parkeren en Stallen Noordwijk 2013" nog steeds van toepassing is en dat de raad weliswaar voornemens is om de bestaande parkeernormen tegen het licht te houden, maar dat zolang dit nog niet is gebeurd de nota "Parkeren en Stallen Noordwijk 2013" van kracht is en blijft.

14.2.    Anders dan [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] stellen, is de nota "Parkeren en Stallen Noordwijk 2013" nog steeds de geldende parkeernota en zal deze, zoals door de raad nu wordt voorzien, mogelijk pas in het vierde kwartaal van 2020 worden vervangen door een nieuwe parkeernota. Daarbij wijst de Afdeling er op dat het bestreden besluit wordt getoetst aan het recht zoals dat geldt ten tijde van het nemen van het besluit.

14.3.    Het betoog dat er helemaal geen parkeernota meer van toepassing is, mist daarom feitelijke grondslag.

 - Parkeernormen supermarkt en versmarkt

15.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] wijzen op het "Paraplu Bestemmingsplan Parkeren" van 5 mei 2018 (hierna: het parapluplan parkeren) en voeren aan dat de raad in de parkeerbalans voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de in het plan voorziene ontwikkeling ten onrechte een afwijkende parkeernorm van 3,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo heeft gehanteerd in plaats van de parkeernorm van 3,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo, zoals genoemd in het parapluplan parkeren en in tabel 5 van de parkeernota.

    Ook voeren [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] aan dat het bestreden plan niet alleen ziet op de realisering van een supermarkt, maar ook op de realisering van andersoortige detailhandel met een hogere parkeernorm. Volgens hen heeft de raad ten onrechte niet in het bestreden plan vastgelegd dat zonder ruimtelijk afwijkingsbesluit er geen andere detailhandel dan een supermarkt mag komen. In dit kader wijzen zij er op dat de versmarkt in ieder geval geen supermarkt is.

    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. voeren aan dat de raad bij de berekening van de parkeerbalans ten onrechte niet uitgaat van de maximale planologische mogelijkheden. Zo wordt volgens hen ten onrechte uitgegaan van een parkeernorm van 3,1 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo voor een supermarkt zonder daarbij rekening te houden met het worst case scenario. Het bestreden plan maakt volgens hen de vestiging van een supermarkt in de sector "middelhoog-hoog prijs" niet onmogelijk en voor zo’n supermarkt geldt volgens hen een norm van 3,6 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Daarbij vragen Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. zich ook af of er niet moet worden uitgegaan van een norm van 6,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo voor het type "grote supermarkt", omdat er in het bestreden plan een supermarkt inclusief versmarkt van 2.350 m2 mogelijk worden gemaakt.

    Daarnaast voeren Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. aan dat ten onrechte voor de voorziene versmarkt wordt uitgegaan van een parkeernorm van 3,45 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo en wederom niet van het worst case scenario.

15.1.    Voor zover [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] wijzen op het parapluplan parkeren, overweegt de Afdeling als volgt. Het zuidelijke plangebied waarop het bestreden plan ziet maakte deel uit van het plangebied van het parapluplan parkeren. Het parapluplan parkeren is vastgesteld op 15 maart 2018. De Afdeling stelt vast dat het bestreden plan is vastgesteld op 19 maart 2019 en dus na de vaststelling van het parapluplan parkeren. Uit de planregels van het bestreden plan blijkt niet dat er een koppeling is gemaakt met de planregels uit het parapluplan parkeren. Anders dan wat [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] betogen, gelden de parkeerregels uit het parapluplan parkeren dus niet voor de in het plan voorziene ontwikkeling en hoeft de raad geen rekening te houden met wat in het parapluplan parkeren staat.

15.2.    Verder overweegt de Afdeling dat, anders dan wat [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] stellen over de mogelijkheid van andersoortige detailhandel, uit het plan duidelijk blijkt dat in het zuidelijke plangebied op de gronden met de bestemming "Centrum - 1" op grond van artikel 4, lid 4.2.1, aanhef en onder e en f, van de planregels detailhandel is toegestaan met dien verstande dat het bvo van de detailhandel - in de planregel specifiek aangeduid als "detailhandel (supermarkt en versmarkt)" - niet meer dan 2.350 m2 mag bedragen, waarvan minimaal 1.500 m2 aan supermarkt, en dat op de gronden in het noordelijke plangebied op grond van artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder g, van de planregels in samenhang bezien met de functieaanduiding "detailhandel uitgesloten" detailhandel is uitgesloten. Gelet hierop ziet de Afdeling ook geen grond voor de vrees van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] dat het plan naast een supermarkt en een versmarkt ook andersoortige detailhandel toestaat.

15.3.    Verder stelt de Afdeling voorop dat uit de plantoelichting en het verhandelde ter zitting is gebleken dat de raad de parkeerbehoefte van de voorziene supermarkt en de voorziene versmarkt heeft bepaald aan de hand van de parkeernormen zoals neergelegd in de parkeernota. Gelet hierop stelt de Afdeling vast dat in de parkeerbalans niet is uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van de gronden in het zuidelijke plangebied. In de planregels is het type supermarkt dat zich mag vestigen op de gronden waaraan de bestemming "Centrum - 1" is toegekend niet bepaald, terwijl in de parkeernota verschillende typen supermarkten worden genoemd, zoals een fullservice supermarkt (laag-middellaag prijs), een fullservice supermarkt (middelhoog-hoog prijs) en een grote supermarkt. Voor de parkeerbehoefte van deze verschillende typen supermarkten gelden verschillende parkeernormen van respectievelijk 3,1, 3,6 en 6,0 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De Afdeling stelt vast dat in de parkeerbalans alleen is gerekend met de parkeernorm voor een fullservice supermarkt (laag-middellaag prijs), namelijk een parkeernorm van 3,1 parkeerplaatsen per 100 m2. Gelet hierop is het, zoals [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. terecht betogen, in het plan niet uitgesloten dat er op de gronden waaraan de bestemming "Centrum - 1" is toegekend een ander type supermarkt (middelhoog-hoog prijs of grote supermarkt) met een grotere parkeerbehoefte kan worden gerealiseerd. De stelling van de raad ter zitting dat van het in het zuidelijke plangebied realiseren van een grote supermarkt geen sprake kan zijn, omdat in de detailhandelswereld de omvang van een grote supermarkt veel groter is dan het aantal m2 dat het bestreden plan mogelijk maakt, doet daar niet af aan, omdat er geen definitie van een grote supermarkt is opgenomen in de gemeentelijke parkeernota.

    Ten aanzien van de in de parkeerbalans gehanteerde parkeernorm voor de versmarkt stelt de Afdeling vast dat de raad bij de berekening van de parkeerbehoefte voor de voorziene versmarkt is uitgegaan van een parkeernorm van 3,45 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De raad stelt in zijn verweerschrift hierover dat met de parkeernorm van 3,45 parkeerplaatsen per 100 m2 al rekening is gehouden met ook een hogere invulling van het vers segment en dat op grond van de parkeernota een parkeernorm van 3,4 parkeerplaatsen per 100 m2 had volstaan. De parkeernota bevat geen parkeernorm voor een versmarkt, maar daaruit blijkt wel dat voor een winkel wordt uitgegaan van een norm van 3,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De Afdeling overweegt dat Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. daarom terecht aanvoeren dat de raad ten onrechte de parkeerbehoefte voor de voorziene versmarkt heeft berekend met een parkeernorm van 3,45 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. Het gevolg hiervan is, dat de raad in de parkeerbalans de parkeerbehoefte van de voorziene versmarkt te laag heeft ingeschat. Voor zover de raad heeft gewezen op de aanvullende parkeerbalans waarin de parkeerbehoefte van de voorziene versmarkt ook is berekend aan de hand van een parkeernorm van 3,5 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo, overweegt de Afdeling dat er in die berekening ten onrechte geen rekening is gehouden met de maximaal toegestane aantal m2 bvo voor de voorziene versmarkt, zoals blijkt uit artikel 4, lid 4.2.1, aanhef en onder e en f, van de planregels.

15.4.    Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat de raad het plan wat betreft de parkeerbehoefte van de in het plan voorziene ontwikkeling heeft vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en dat het plan in zoverre niet op een deugdelijke motivering berust.

    De betogen slagen.

Dynamische verwijzing

16.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] betogen dat in de planregels ten onrechte een "dynamische verwijzing" naar de actuele parkeernormen is opgenomen. Volgens hen wordt de rechtszekerheid die het bestemmingsplan beoogt te waarborgen ondermijnd, omdat door de dynamische verwijzing het risico bestaat dat de gemeente de mogelijkheid heeft om na de vaststelling van het bestemmingsplan de geldende parkeernormen te schrappen. Daarbij voeren zij aan dat op grond van artikel 9, lid 9.1.1, en artikel 9, lid 9.1.2, van de planregels er kan worden afgeweken van het nog op te stellen beleid omtrent parkeren zonder dat er inzicht is of met de gemeentelijke beleidsregel voldoende parkeergelegenheid kan worden gewaarborgd. Zij wijzen in dit verband op de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1578, en voeren aan dat met het plan onvoldoende is verzekerd dat er in de parkeerbehoefte kan worden voorzien, omdat door middel van een dynamische verwijzing verwezen wordt naar het gemeentelijk beleid, dat geen objectieve normen bevat waar aan voldaan moet worden. Ter zitting hebben [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] aanvullend gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 18 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3191.

16.1.    Ter zitting heeft [gemachtigde D] van Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V. zich op het standpunt gesteld dat [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] hun beroepsgronden over het parkeren ten onrechte enkele dagen voor de zitting hebben uitgebreid en dat derhalve het betoog over de dynamische verwijzing naar de geldende parkeernormen moet worden gepasseerd.

16.2.    Ingevolge artikel 1.6a van de Chw kunnen na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen beroepsgronden meer worden aangevoerd. Dit betekent dat alle beroepsgronden in het beroepschrift dienen te worden opgenomen en dat na afloop van de beroepstermijn geen nieuwe gronden meer kunnen worden ingediend.

    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] hebben hun nadere betoog over het parkeren naar voren gebracht bij brieven van 8 mei 2020 respectievelijk 22 mei 2020 respectievelijk 22 mei 2020, die alle op 26 mei 2020 door de Afdeling zijn ontvangen. Vast staat dat deze brieven na afloop van de beroepstermijn zijn ingediend. Anders dan Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V. stelt, is de Afdeling van oordeel dat geen sprake is van het na afloop van de termijn voor het instellen van beroep aanvoeren van beroepsgronden als bedoeld in artikel 1.6a van de Chw. [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] hebben in deze nadere stukken de in hun beroepschrift al aangevoerde beroepsgrond over de parkeerproblematiek, met nadere argumenten onderbouwd. Artikel 1.6a van de Chw staat er niet aan in de weg dat [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] bij de nadere stukken van 8 mei 2020 respectievelijk 22 mei 2020 respectievelijk 22 mei 2020 hun betoog met betrekking tot het parkeren uitbreiden met nieuwe argumenten, zoals het argument dat in artikel 9, lid 9.1.1, en artikel 9, lid 9.1.2, van de planregels ten onrechte een zogeheten dynamische verwijzing is opgenomen. De Afdeling zal dit argument dan ook inhoudelijk bespreken.

16.3.    Artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) luidt: "Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan regels bevatten: a. waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels;"

    Artikel 9, lid 9.1.1, van de planregels luidt:

    "a. Het gebruiken en / of bebouwen van gronden is uitsluitend toegestaan indien voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernormen (met bijbehorende eisen voor locatie en inrichting) ten behoeve van (vracht)auto's en overige verkeersvoertuigen en de bijhorende bepalingen omtrent de ontsluiting en bevoorrading zoals die zijn neergelegd in 'Nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013', dan wel de opvolger daarvan. Deze eis geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening.

    b. In afwijking van a. geldt dat de 40 bestaande parkeerplaatsen bedoeld zijn voor Centrum - 1 en niet voor Centrum."

    Artikel 9, lid 9.1.2, van de planregels luidt:

"Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 9.1.1, overeenkomstig het beleid zoals neergelegd in 'Nota Parkeren en Stallen Noordwijk 2013' dan wel de opvolger daarvan, indien het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het desbetreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit. Het afwijkingsbesluit moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder geval blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit en een goede parkeersituatie geborgd is."

16.4.    In zowel artikel 9, lid 9.1.1, als artikel 9, lid 9.1.2, van de planregels is een verwijzing opgenomen naar de gemeentelijke parkeernormen ten behoeve van (vracht)auto's en overige verkeersvoertuigen en de bijhorende bepalingen omtrent de ontsluiting en bevoorrading, zoals die zijn neergelegd in de nota "Parkeren en Stallen Noordwijk 2013", dan wel de opvolger daarvan (de al genoemde dynamische verwijzing). Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen is een dynamische verwijzing naar beleidsregels op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro in beginsel toegestaan. Evenwel ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat artikel 9, lid 9.1.1, in strijd is met artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro, voor zover hierin is geregeld dat ook bij het bij recht toegestane gebruik van de gronden van het plangebied in voldoende parkeergelegenheid dient te worden voorzien overeenkomstig de parkeernormen, zoals die zijn neergelegd in de nota "Parkeren en Stallen Noordwijk 2013", dan wel de opvolger daarvan (vergelijk de uitspraken van de Afdeling van 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1578, en van 18 september 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3191). Anders dan bij het oprichten van gebouwen, voor welke activiteit in beginsel een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist, is het gebruik van de gronden van het plangebied in beginsel niet afhankelijk van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro. De raad had het gebruik in artikel 9, lid 9.1.1, van de planregels dan ook niet afhankelijk mogen stellen van het voldoen aan de bedoelde beleidsregels. Gelet op de samenhang met artikel 9.1.1, van de planregels is artikel 9.1.2, van de planregels ook gebrekkig. Daarbij wijst de Afdeling erop dat, gelet op hetgeen is overwogen onder 15.3, de planregels meerdere vormen van gebruik van de functie van een supermarkt mogelijk maken en dat er gelet hierop vanwege het ontbreken van de uitoefening van een bevoegdheid als bedoeld in artikel 3.1.2, tweede lid, aanhef en onder a, van het Bro voor het aanvangen of het nadien wijzigen van het gebruik van de gronden voor de functie supermarkt geen mogelijkheid meer is om daarbij de juiste parkeernormen voor de verschillende gebruiksvormen te reguleren.

    De betogen slagen.

Overgangsrecht

17.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] voeren aan dat artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels niet van toepassing is, omdat het in het noordelijke plangebied mogelijk blijft om onder het algemene overgangsrecht de daar gevestigde supermarkt te blijven exploiteren. In dit kader stellen zij dat bij het niet voldoen aan artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels handhavend optreden daartegen niet mogelijk is, omdat het algemene overgangsrecht op grond van artikel 3.2.1 van het Besluit omgevingsrecht (hierna: het Bor) niet kan worden uitgesloten en dus is volgens hen handhavend optreden tegen het voortzetten van de bestaande supermarkt aan de Bomstraat 19 niet mogelijk. Er dient volgens hen van uitgegaan te worden dat er met het plan sprake is van een toevoeging van nieuwe detailhandel aan de bestaande voorraad.

17.1.    Artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels luidt: "De gebouwen mogen niet eerder in gebruik worden genomen ten behoeve van detailhandel, voordat detailhandel aan de Bomstraat 19 is beëindigd, met in acht name van een overgangstermijn van 4 weken."

17.2.    De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] aldus dat zij doelen op artikel 3.2.2 van het Bro in plaats van artikel 3.2.1. van het Bor. Artikel 3.2.2 van het Bro ziet namelijk op het overgangsrecht van gebruik en dit artikel sluit aan bij hetgeen [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] betogen over het voorzetten van de bestaande supermarkt aan de Bomstraat 19.

17.3.    De Afdeling stelt vast dat met de functieaanduiding "detailhandel uitgesloten" die is toegekend aan de gronden van het noordelijke plangebied en artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels wordt beoogd een uitsterfregeling op te nemen voor het gebruik van het gebouw aan de Bomstraat 19 ten behoeve van detailhandel, waar in de huidige situatie de bestaande supermarkt van Vomar Voordeelmarkt is gevestigd. Een uitsterfregeling betreft een bijzondere vorm van positief bestemmen, waarbij aan het bestaande gebruik geen beperkingen zijn gesteld, maar waarbij dit gebruik, indien dit is beëindigd doordat het is omgezet in een ander met het plan verenigbaar gebruik, niet opnieuw een aanvang mag nemen. De raad heeft ter zitting bevestigd dat het gebruik van de gronden van het zuidelijke plangebied waaraan de bestemming "Centrum - 1" is toegekend op grond van artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels alleen is toegestaan als de huidige detailhandel aan de Bomstraat 19 is beëindigd met inachtneming van een overgangstermijn van 4 weken en dat op de gronden van het noordelijke plangebied (Bomstraat 19) door de functieaanduiding "detailhandel uitgesloten" nieuwe detailhandel niet meer is toegestaan. De Afdeling acht dit niet onredelijk. Hierbij neemt de Afdeling in aanmerking dat gebruik in strijd met een geldende bestemming of gebruik dat onder het overgangsrecht valt, op zichzelf geen gerechtvaardigde verwachtingen doet ontstaan over een toe te kennen bestemming. Indien de raad van mening is dat het als zodanig bestemmen van het gebruik niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening - hetgeen de raad in dit geval heeft gedaan - ligt het op de weg van de raad om te bezien of en welke regeling er kan worden getroffen. In dit geval heeft de raad gekozen voor een uitsterfregeling.

17.4.    In hetgeen [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] hebben aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels, in dit geval in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Met artikel 4, lid 4.4, onder a, van de planregels in samenhang gelezen met de functieaanduiding "detailhandel uitgesloten" in het noordelijke plangebied wordt voorkomen dat na het verstrijken van de overgangstermijn van 4 weken zowel in het noordelijke als in het zuidelijke plangebied wordt voorzien in het gebruik van deze gronden ten behoeve van detailhandel. De Afdeling ziet niet in dat tegen een eventuele overtreding hiervan, door het voortzetten van de bestaande supermarkt aan de Bomstraat 19, niet handhavend zou kunnen worden opgetreden.

    De betogen falen.

Tijdelijke feitelijke parkeerplaatsen

18.    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. betogen dat de in het plan voorziene ontwikkeling ten koste gaat van de huidige bestaande parkeerplaatsen in het zuidelijke plangebied en dat deze parkeerplaatsen niet voldoende worden gecompenseerd. Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. achten dit onbegrijpelijk, gezien het bestaande parkeerprobleem in en om het plangebied. Zo is er volgens hen ten onrechte geen rekening gehouden met alle huidige feitelijke al dan niet tijdelijke aanwezige parkeerplaatsen in het zuidelijke plangebied, ondanks dat sommige tijdelijke parkeerplaatsen op een woonbestemming zijn gesitueerd, terwijl volgens hen elders in de gemeente Noordwijk bij het opstellen van een parkeerbalans wel rekening wordt gehouden met tijdelijke parkeerplaatsen.

    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] voeren aan dat er onvoldoende is gekeken naar de parkeerplaatsen die op dit moment gebruikt worden door de bewoners van de woningen rondom het plangebied, door de bezoekers van het hotel en door toeristen. De bestaande parkeerbehoefte is volgens hen ten onrechte gebaseerd op een selectie van de woningen rondom het plangebied en daarbij is onvoldoende duidelijk welke en hoeveel woningen dat zijn. Er is volgens hen geen rekening gehouden met de parkeerplaatsen die nu verdwijnen als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkeling.

    In dit kader betogen zij ook dat de berekening van de parkeerbehoefte in de parkeerbalans die de raad aan het plan ten grondslag heeft gelegd onjuist is. Zij wijzen op de door hen overgelegde onderzoeken "Parkeertoets bestemmingsplan Maarten Kruytstraat, Noordwijk aan Zee" van Datacount B.V. van 6 mei 2019 en van 13 mei 2019, waarin is uitgegaan van alle huidige 114 parkeerplaatsen in het zuidelijke plangebied. Er is in de parkeerbalans volgens hen ten onrechte enkel uitgegaan van 88 parkeerplaatsen die verdwijnen en niet ook met de 31 tijdelijke parkeerplaatsen die in het zuidelijke plangebied zijn gesitueerd.

18.1.    De Afdeling stelt voorop dat uit de stukken en het verhandelde ter zitting niet blijkt hoeveel al dan niet tijdelijke parkeerplaatsen er in het oosten van het zuidelijke plangebied zijn gesitueerd. Zo staat er in het door [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] overgelegde parkeeronderzoek dat er geen rekening is gehouden met de 31 tijdelijke parkeerplaatsen in het oosten van het zuidelijke plangebied, terwijl uit de aanvullende parkeerbalans van de raad blijkt dat er 23 tijdelijke parkeerplaatsen geen deel uitmaken van de parkeerbalans die aan het plan ten grondslag ligt, maar van de algemene parkeerproblematiek in het centrum van Noordwijk. Uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat het ook 30 tijdelijke parkeerplaatsen in het oosten van het zuidelijke plangebied zouden kunnen zijn. Gelet op het vorenstaande heeft de raad niet inzichtelijk gemaakt hoeveel al dan niet tijdelijke parkeerplaatsen er in het oosten van het zuidelijke plangebied zijn gesitueerd, die als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkeling komen te vervallen.

18.2.    Verder wijst de Afdeling naar overweging 13.1 waarin de relevante passages uit de parkeernota zijn weergegeven. In de parkeernota staat onder andere dat: "indien blijkt dat niet aan de parkeereis kan worden voldaan, dan kan worden gekeken of er in de directe omgeving (structurele) restcapaciteit is waar de parkeerbehoefte kan worden opgelost. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de directe omgeving wordt beschermd tegen parkeeroverlast door een te hoge parkeerdruk. De parkeerdruk in de directe omgeving moet acceptabel blijven."

    Ter zitting heeft de raad nader toegelicht dat de huidige bestaande parkeerplaatsen in het oosten van het zuidelijke plangebied tijdelijke parkeerplaatsen zijn, omdat aan de personen die gebruik mogen maken van deze plaatsen een tijdelijke vergunning met een looptijd van 5 jaar is toegekend, dat na het verloop van 5 jaar deze personen geen recht meer hebben om op deze parkeerplaatsen te parkeren en dat derhalve deze parkeerplaatsen niet zijn meegenomen in de parkeerbalans. Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat de raad met alleen het gestelde op de zitting niet heeft gemotiveerd hoe de bestaande parkeerplaatsen, die door de in het plan voorziene ontwikkeling komen te vervallen worden gecompenseerd. Weliswaar gaat het, zoals de raad stelt, om parkeerplaatsen waar alleen personen met een tijdelijke parkeervergunning met een looptijd van 5 jaar gebruik van kunnen maken, maar deze op het moment van vaststelling van het bestreden plan feitelijk aanwezige parkeerplaatsen moeten op basis van de parkeernota wel worden gecompenseerd en door geen rekening te houden met deze parkeerplaatsen draagt het bestreden plan bij aan een verhoging van de parkeerdruk in de directe omgeving van het zuidelijke plangebied. Het plan is ook op dit punt in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid.

    De betogen slagen.

Overige aspecten parkeren

19.    Omdat zoals is overwogen onder 15.3 en 15.4 in de parkeerbalans en de aanvullende parkeerbalans geen rekening is gehouden met de maximale planologische mogelijkheden en omdat gelet op wat is overwogen onder 16.4 artikel 9, lid 9.1.1, en artikel 9, lid 9.1.2, van de planregels geen stand kunnen houden, zal de Afdeling niet ingaan op de beroepsgronden over de compensatie van de in de parkeerbalans genoemde 40 parkeerplaatsen in de parkeergarage van de huidige locatie van de Vomar Voordeelmarkt en de 13 parkeerplaatsen in de Haakgarage en over de in het noordelijke plangebied voorziene ontwikkelingen en de daarbij behorende parkeerbehoefte. Wel geeft de Afdeling de raad in overweging dat in een eventueel nieuw te nemen besluit er bij het berekenen van de parkeerbehoefte van de voorziene ontwikkeling rekening moet worden gehouden met wat het plan in de toekomst planologisch aan ontwikkelingen mogelijk maakt in het gehele plangebied. In het licht daarvan moet de raad tevens beoordelen wat dit betekent voor de in de omgeving van het noordelijke en zuidelijke plangebied bestaande parkeerdruk.

19.1.    Gelet op het vorenstaande worden ook de overige beroepsgronden die over het aspect parkeren zijn aangevoerd, zoals de inachtneming van een loopafstand van 200 m tussen parkeerplaatsen en de voorziene ontwikkelingen van het bestreden plan, thans buiten bespreking gelaten.

Conclusie parkeren

20.    De beroepen van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. zijn gegrond. Het besluit van de raad tot vaststelling van het bestemmingsplan komt in zijn geheel voor vernietiging in aanmerking. Nu de omgevingsvergunning aan dit plan is getoetst en op grond daarvan is verleend, kan ook deze niet in stand blijven. Niettemin zal de Afdeling met het oog op een finale geschilbeslechting en het door de raad eventueel nieuw te nemen besluit over het plan de beroepsgronden gericht tegen de overige aspecten van het plan ook beoordelen.

Milieueffectrapport

21.    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. betogen dat een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, omdat het bestreden plan onderdeel is van een groter alomvattend plan voor het toeristische gebied van Noordwijk, namelijk Noordwijk Hoogtij.

21.1.    In categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage is als activiteit ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt aangewezen de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Niet in geschil is dat de in het plan voorziene ontwikkeling valt onder categorie D11.2, zodat de raad moest beoordelen of het project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben, die nopen tot het maken van een milieueffectrapport.

21.2.    Anders dan Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. stellen is er bij de voorbereiding van het plan wel een m.e.r.-beoordeling opgesteld. Zo blijkt uit de stukken dat de raad in het m.e.r.-beoordelingsbesluit van 5 juli 2018 op basis van een aanmeldnotitie heeft bepaald dat geen milieueffectrapport behoeft te worden opgesteld, omdat de omvang van het project kleiner is dan de drempelwaarden en dat een m.e.r.-beoordeling volstaat. Uit de aanmeldingsnotitie en uit paragraaf 4.11 van de plantoelichting blijkt de conclusie van de m.e.r.-beoordeling. Zo blijkt uit de m.e.r.-beoordeling dat als gevolg van de ontwikkelingen binnen het plangebied gelet op de kenmerken van het plan, het plangebied en de kenmerken van de potentiële effecten geen belangrijke negatieve milieugevolgen zullen optreden. Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft derhalve geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving.

21.3.    Voor zover Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. aanvoeren dat geen rekening is gehouden met een groter alomvattend plan voor het toeristische gebied van Noordwijk, namelijk Noordwijk Hoogtij, stelt de raad dat het nu voorliggende plan op zichzelf staat en dat het gebied Noordwijk Hoogtij een eigen planvormingsprocedure kent en buiten de reikwijdte van het bestreden plan valt. Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. hebben niet onderbouwd welke gevolgen voor het milieu van het project Noordwijk Hoogtij in de m.e.r.-beoordeling van het thans voorliggende plan en de daaraan ten grondslag gelegde onderzoeken niet zouden zijn onderkend.

21.4.    De Afdeling ziet in wat door Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. is aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat bovenstaande bevindingen voor onjuist moeten worden gehouden. Er bestaat dan ook geen grond om het vermelde in de m.e.r.-beoordeling in zoverre niet te volgen.

    Het betoog faalt.

Stikstof

22.    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. voeren aan dat de extra stikstofdepositie die wordt veroorzaakt door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling is gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof waarvan de juridische houdbaarheid twijfelachtig is gezien het arrest van het Hof van Justitie van 7 november 2018, ECLI:EU:C:2018:882. De reactie in de nota van zienswijzen dat het bestreden plan op basis van de huidige regelgeving passend is, is volgens hen volstrekt onvoldoende.

22.1.    De raad stelt in zijn verweerschrift dat voor Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. geldt dat artikel 8:69a van de Awb een eventuele vernietiging van het plan in zoverre in de weg staat.

22.2.    Onder verwijzing naar het rapport "Notitie stikstofonderzoek inclusief verschilberekening intern salderen Vomar, Noordwijk" van IDDS van 8 mei 2020, stelt de raad zich op het standpunt dat negatieve effecten als gevolg van het plan op de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn uit te sluiten. Uit dit rapport blijkt het volgende: "Het planvoornemen leidt op basis van de ingevoerde gegevens niet tot extra stikstofdepositie in de gebruiksfase op Natura 2000-gebied in vergelijking met de referentiesituatie. Uit de ecologische voortoets blijkt dat significante negatieve gevolgen uitgesloten kunnen worden."

    De Afdeling stelt vast dat Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. niet inhoudelijk hebben gereageerd op het rapport en de juistheid van de bevindingen en de conclusie van het rapport niet hebben betwist. Gelet hierop ziet de Afdeling in de algemene, niet concreet onderbouwde stelling van Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. dat de reactie van de raad in de nota van zienswijzen hierover onvoldoende is geen reden de conclusie van het hierboven genoemde rapport dat significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden zijn uitgesloten, niet te volgen.

    Het betoog faalt. Gelet hierop komt de Afdeling niet toe aan een bespreking van hetgeen de raad over het relativiteitsvereiste in artikel 8:69a van de Awb heeft gesteld.

Behoefte

23.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. betogen dat het plan in strijd met de ladder voor duurzame verstedelijking is vastgesteld, omdat er geen sprake is van een actuele regionale behoefte aan de voorziene supermarkt en de voorziene versmarkt in het zuidelijke plangebied. Hierover voeren zij het volgende aan.

23.1.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] voeren aan dat naar de behoefte van nog meer detailhandel geen of onvoldoende onderzoek gedaan. Daarbij stellen zij dat het zeer de vraag is of de ruimte van de verswinkel gaat worden vervuld en vrezen zij voor leegstand, omdat aan verschillende ondernemers is gevraagd of zij belangstelling hebben voor de aangeboden locatie en deze ondernemers allemaal hebben aangegeven geen interesse te hebben. Ter zitting hebben [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] ook gesteld dat het onderzoek naar de behoefte niet compleet is, omdat er op alle gronden van het zuidelijke plangebied waaraan de bestemming "Centrum - 1" is toegekend, onbeperkt detailhandel mogelijk wordt gemaakt en er derhalve bij het onderzoek naar de behoefte geen rekening is gehouden met deze maximale planologische mogelijkheden in het zuidelijke plangebied.

    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. voeren aan dat het niet verantwoord is om ruim 1.000 m2 extra detailhandel toe te staan, gelet op het "Distributieplanologisch onderzoek Noordwijk aan Zee" van Droogh Trommelen en Partners van 21 november 2017 (hierna: het DPO-onderzoek), waarin staat dat er anno 2017 al grote leegstand van winkelpanden was, en dat er ten onrechte geen actuele update van dit onderzoek is uitgevoerd. Daarbij wijzen zij op de omstandigheid van een snel veranderende markt met in een toenemend tempo omvallende (landelijke) winkelketens, waardoor bovengenoemd onderzoek ‘geüpdatet’ moet worden.

23.2.    Artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro luidt:

"In dit besluit en de hierop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

[…]

stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen;".

    Artikel 3.1.6, tweede lid, luidt:

"De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."

23.3.    Vast staat dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zodat artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro van toepassing is.

23.4.    Uit de plantoelichting blijkt dat de raad het plan heeft getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. In paragraaf 4.1.2 van de plantoelichting is ingegaan op de behoefte. Ter onderbouwing van de behoefte aan detailhandel wordt in de plantoelichting verwezen naar het DPO-onderzoek. Uit de plantoelichting blijkt dat er behoefte is aan een uitbreiding van de supermarkt, omdat er sprake is van een kwaliteitsverbetering voor de te verplaatsen supermarkt en het verbeteren van de beleving in het winkelgebied in Noordwijk aan Zee door het toevoegen van een versmarkt, waardoor het functioneren van het winkelaanbod van Noordwijk aan Zee wordt verbeterd. Een kwantitatieve en kwalitatieve versterking van het supermarktaanbod in Noordwijk kan leiden tot een verhoging van de koopkrachtbinding, aldus de plantoelichting. In het DPO-onderzoek wordt bovenstaande onderbouwing bevestigd en staat dat er voldoende behoefte is aan een uitbreiding van het supermarktbestand voor het behoud van de positie als hoofdwinkelgebied binnen de gemeente.

23.5.    Voor zover [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] stellen dat er bij het onderzoek naar de behoefte geen rekening is gehouden met de maximale planologische mogelijkheden omdat op alle gronden van de bestemming "Centrum - 1" detailhandel mogelijk is, volgt uit artikel 4, lid 4.1, aanhef en onder a, van de planregels dat op de gronden in het zuidelijke plangebied waaraan de bestemming "Centrum - 1" is toegekend detailhandel uitsluitend is toegestaan op de begane grond en volgt uit artikel 4, lid 4.2.1, aanhef en onder e en f, van de planregels dat op deze gronden in het hoofdgebouw maximaal 2.350 m2 bvo aan detailhandel (supermarkt en versmarkt) is toegestaan, waarvan minimaal 1.500 m2 bvo aan supermarkt gerealiseerd dient te zijn. Daarnaast volgt uit het DPO-onderzoek dat het uitbreiden van de bestaande Vomar Voordeelmarkt om kwalitatieve redenen is aan te bevelen.

23.6.    Ten aanzien van de stelling van Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. dat het DPO-onderzoek moet worden geactualiseerd, gelet op de omstandigheid van een snel veranderende markt, overweegt de Afdeling als volgt. Ingevolge artikel 3.1.1a van het Bro kan bij de vaststelling van een bestemmingsplan in ieder geval gebruik worden gemaakt van gegevens en onderzoeken die niet ouder zijn dan twee jaar. Het DPO-onderzoek dateert van 21 november 2017 en het bestreden plan is bij besluit van 19 maart 2019 vastgesteld. Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. hebben niet aannemelijk gemaakt dat het DPO-onderzoek zodanig is verouderd, dan wel dat zich na de totstandkoming van het onderzoek zodanige ontwikkelingen in het plangebied hebben voorgedaan dat de raad dit onderzoek niet in redelijkheid aan het besluit tot vaststelling van het plan ten grondslag heeft kunnen leggen. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat uit het DPO-onderzoek blijkt dat de winkelmarkt in transitie is en dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat de gebruikte actuele kengetallen uit de distributieve berekening in de toekomst (nog) minder gunstig uitpakken, maar dat om de positie als hoofdwinkelgebied binnen de gemeente te behouden een verbetering van het functioneren van het winkelaanbod in Noordwijk noodzakelijk is en dat een versterking van het aanbod nodig is om meer consumenten aan het centrum te binden.

23.7.    De Afdeling is van oordeel dat de raad zich in het kader van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er in zoverre behoefte is aan de in het plan voorziene ontwikkeling. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. geen tegenrapport hebben overgelegd waaruit blijkt dat het onderzoek naar de behoefte zodanige gebreken vertoont, dat de raad het niet zonder meer aan zijn oordeel omtrent de behoefte ten grondslag had mogen leggen. De beroepsgronden van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. geven geen aanleiding voor het oordeel dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro.

23.8.        De betogen falen.

Verordening ruimte Zuid-Holland

24.    [appellant sub 1] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. betogen dat het plan in strijd is met de Verordening van provinciale staten van de provincie Zuid-Holland van 9 juli 2014 houdende regels omtrent ruimte Verordening ruimte 2014 (hierna: de Verordening ruimte Zuid-Holland). Volgens hen is er sprake van een ontwikkeling met een omvang van meer dan 2.000 m2 bvo en moet hierover op grond van artikel 2.1.4, lid 2, onder c, van de Verordening ruimte Zuid-Holland advies gevraagd worden aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland. [appellant sub 1] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. voeren aan dat de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland ten onrechte geen advies heeft uitgebracht over het bestreden plan.

24.1.    Artikel 2.1.4, van de Verordening ruimte Zuid-Holland luidt:

"Lid 1 Detailhandel binnen de centra

Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel op gronden:

    a. binnen of direct aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie in de centra van steden, dorpen en wijken;

    b. binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk;

    c. binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen     winkelconcentratie als gevolg van herallocatie.

Lid 2 Omvang van ontwikkelingen binnen de centra

De nieuwe detailhandel, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de volgende eisen:

    a. de ontwikkeling is in overeenstemming met het in het Programma ruimte beschreven ontwikkelingsperspectief voor de daarin benoemde te versterken centra, te optimaliseren centra en de overige centra;

    b. aangetoond is dat als gevolg van de ontwikkeling het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast en geen onaanvaardbare leegstand ontstaat;

    c. voor zover de ontwikkeling een omvang heeft van meer dan 4.000 m2 bruto vloeroppervlak in de binnensteden van Rotterdam en Den Haag of 2.000 m2 bruto vloeroppervlak in de andere centra, is mede met het oog op de eisen onder a en b, advies gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.

[…]"

24.2.    Op grond van artikel 2.1.4, lid 2, van de Verordening ruimte Zuid-Holland moet nieuwe detailhandel als bedoeld in lid 1 van deze verordening voldoen aan een aantal voorwaarden. De Afdeling stelt vast dat de Verordening ruimte Zuid-Holland geen definitie geeft van het begrip "nieuwe detailhandel" en dat de toelichting op de Verordening ruimte Zuid-Holland daarvoor ook geen concreet aanknopingspunt biedt. In de toelichting op de Verordening ruimte Zuid-Holland wordt wel in algemene zin opgemerkt dat het begrip "nieuw" dat ook in deze verordening wordt gehanteerd, kan worden beschouwd als de tegenhanger van het begrip "bestaand". De Verordening ruimte Zuid-Holland bevat over de toepasselijkheid van deze verordening in artikel 1.2, lid 3, een definitie van het begrip "bestaand gebruik of bestaande ruimtelijke ontwikkeling", waaronder wordt verstaan hetgeen ingevolge het op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening geldende bestemmingsplan rechtmatig aanwezig is.

    De aanleiding van het bestreden plan is de verplaatsing en uitbreiding van de bestaande Vomar Voordeelmarkt aan de Bomstraat 19, gelegen in het noordelijke plangebied naar de Maarten Kruytstraat, gelegen in het zuidelijke plangebied. Voor het noordelijke en het zuidelijke plangebied gold voorheen het bestemmingsplan "Zeewaardig", vastgesteld door de raad op 27 juni 2013. Binnen de aan de gronden aan de Bomstraat 19 in dat bestemmingsplan toegekende bestemming "Centrum" was onder meer detailhandel toegestaan. Daarmee voldoet de bestaande detailhandel van de Vomar Voordeelmarkt aan de Bomstraat 19 - waarvan niet is betwist dat deze detailhandel met het aanwezige aantal van ongeveer 1.300 m2 bvo op het tijdstip van inwerkingtreding van de Verordening ruimte Zuid-Holland ter plaatse aanwezig was - aan de definitie van "bestaand gebruik of bestaande ruimtelijke ontwikkeling" in de zin van de Verordening ruimte Zuid-Holland. Het bestreden plan voorziet op de gronden aan de Maarten Kruytstraat in het zuidelijke plangebied onder meer in de bestemming "Centrum - 1", waar maximaal 2.350 m2 bvo aan detailhandel (supermarkt en versmarkt) is toegestaan. Daarnaast is op grond van het bestreden plan op de bestaande locatie van de Vomar Voordeelmarkt aan de Bomstraat 19 in het noordelijke plangebied geen detailhandel meer toegestaan.

    De Afdeling komt gelet op de feiten en omstandigheden van het geval tot het oordeel dat er in dit geval voor het grootste deel sprake is van een herlocatie van bestaande detailhandel en daarnaast van een uitbreiding van detailhandel binnen hetzelfde plangebied en verzorgingsgebied. Dit betekent dat ten opzichte van het bestaand gebruik of de bestaande ruimtelijke ontwikkeling in de zin van de Verordening ruimte Zuid-Holland de herlocatie van de bestaande detailhandel waar het bestreden plan in voorziet leidt tot een toename van detailhandel met een omvang van ongeveer 1.050 m2 bvo. De Afdeling overweegt dat een redelijke, bij de tekst van de bepaling aansluitende, uitleg van het begrip "nieuwe detailhandel" in de zin van de Verordening ruimte Zuid-Holland met zich brengt dat enkel gekeken hoeft te worden naar het aantal m2 aan nieuwe detailhandel dat het plan ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan mogelijk maakt en dus naar het aantal m2 van de uitbreiding van de voorziene detailhandel in het zuidelijke plangebied. Gebleken is dat door de herlocatie van de Vomar Voordeelmarkt de toename van nieuwe detailhandel met een omvang van ongeveer 1.050 m2 bvo onder de 2.000 m2 bvo blijft. Dat betekent dat er op grond van artikel 2.1.4, lid 2, onder c, van de Verordening ruimte Zuid-Holland geen advies hoeft te worden gevraagd aan de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland over de voorziene ontwikkeling. De raad heeft dus terecht geen advies gevraagd.

    De betogen falen.

Verkeer

25.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] vrezen verkeershinder vanwege de met het plan voorziene ontwikkeling. Zij voeren de volgende bezwaren aan.

- Afwikkeling vrachtverkeer

25.1.    All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] voeren aan dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de afwikkeling van een grote hoeveelheid vrachtverkeer in een kort tijdsbestek ten behoeve van de winkels van een aantal van hen. Volgens hen is het niet haalbaar dat het vrachtverkeer in de nieuwe situatie in een smallere straat achter de binnen het zuidelijke plangebied voorziene nieuwbouw moet worden afgewikkeld en slechts kan plaatsvinden tussen 7:00 uur en 12:00 uur.

    Daarnaast voert [appellant sub 3] aan dat de bevoorrading voor de huidige ondernemers praktisch onmogelijk wordt gemaakt, omdat voor inrijdende vrachtwagens die achteruit de bevoorradingsplek ten noorden van het huidige in het zuidelijke plangebied aanwezige parkeerterrein moeten insteken pas bij het raadplegen van de toegang achter de geplande nieuwbouw, te weten kunnen komen of er niet al een vrachtwagen van een concurrent met laden of lossen bezig is. Deze situatie zorgt volgens haar voor erg veel geluids- en stankoverlast bij haar woning van vroeg in de ochtend tot laat in de avond.

    Ook Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. hebben bezwaren tegen de wijze van bevoorrading van de in het zuidelijke plangebied voorziene ontwikkeling. Zij betogen in dit verband dat in strijd wordt gehandeld met de afspraken en toezeggingen die de gemeente Noordwijk met het hotel in de periode 1998/1999 heeft gemaakt over dat de bevoorrading niet aan de Abraham van Royenstraat zal plaatsvinden en dat de aanvoer voor de in het zuidelijk plangebied voorziene winkels geschiedt tussen 10:00 en 16:00 uur en zoveel mogelijk geschiedt met elektrisch aangedreven voertuigen. Zij wijzen ook op hun brief van 1 december 2017 aan de gemeente Noordwijk. Volgens hen zijn gelet op toezeggingen van de gemeente Noordwijk ten onrechte de in- en uitrit van de voorziene ondergrondse parkeergarage, de in- en uitrit van het parkeerdek van de voorziene woningen en de in- en uitgang voor het laden en lossen voor de in het zuidelijke plangebied voorziene supermarkt en winkels gesitueerd aan de zijde van het hotel. Daarnaast voeren zij aan dat gelet op toezeggingen van de gemeente Noordwijk in de planregels ten onrechte is opgenomen dat de bevoorrading van de in het zuidelijke plangebied voorziene winkels al vanaf 7:00 uur mogelijk is, omdat volgens hen het tijdstip van 7:00 uur in verband met de nachtrust van de gasten van hun hotel te vroeg in de ochtend is, en dat volgens hen ten onrechte niet in de planregels is opgenomen dat de bevoorradingsauto’s van de voorziene winkels in het zuidelijke plangebied elektrisch aangedreven moeten zijn.

25.2.    In de toelichting bij het plan heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat, hoewel een toename van verkeersbewegingen niet is uitgesloten, niet te verwachten is dat dit zal leiden tot verkeershinder. Daartoe wijst de raad onder meer op artikel 4, lid 4.4, onder b en d, van de planregels, waarin staat dat het gebruik als detailhandel uitsluitend is toegestaan als het laden en lossen inpandig plaatsvindt en het bevoorraden voor het gebruik als detailhandel uitsluitend is toegestaan tussen 7:00 uur en 19:00 uur. Volgens de raad geschiedt het laden en lossen in de Maarten Kruytstraat aansluitend op de bestaande wijze van de bevoorrading van de winkels in de Hoofdstraat, namelijk waarbij de vrachtwagens komen via de Maarten Kruytstraat en vertrekken via de Bomstraat. Verder stelt de raad in zijn verweerschrift dat de Maarten Kruytstraat wordt verbreed. Zo wordt ten opzichte van de bestaande situatie de situatie door een zogenoemde shared-space inrichting (van een klinkerbestrating van gevel tot gevel) met een profiel van minimaal 9 m verbeterd, waardoor de Maarten Kruytstraat breed genoeg zal zijn om vrachtwagens te kunnen laten passeren, aldus de raad. Ten behoeve van de vergroting van de verkeersveiligheid zal op de hoek tegenover de bestaande laad- en losplaats aan de doodlopende straat ten noorden van het zuidelijke plangebied een veiligheidsspiegel worden geplaatst. Daarnaast stelt de raad in zijn verweerschrift dat de Maarten Kruytstraat alleen via een zogenoemde poller toegankelijk zal zijn voor bestemmingsverkeer. De raad bevestigt in zijn verweerschrift dat de in- en uitgang van de voorziene ondergrondse parkeergarage, de in- en uitgang van het parkeerdek voor de voorziene woningen en de bevoorrading van de voorziene supermarkt zal geschieden via de Abraham van Royenstraat, omdat deze straat nu eenmaal een belangrijke ontsluiting is van de buurt.

25.3.    Gelet op deze motivering ziet de Afdeling geen aanleiding voor de verwachting dat de verkeerssituatie voor bedrijven bij de afwikkeling van het vrachtverkeer voor hun huidige winkels aan de Maarten Kruytstraat onevenredig zal verslechteren door het bestreden plan.

    Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat voor zover [appellant sub 3] stelt dat zij geluids- en stankoverlast zal ervaren door achteruitrijdende vrachtwagens van de bestaande winkels nabij het plangebied, het bestreden plan niet ziet op de huidige wijze van bevoorrading van de bestaande winkels in de Hoofdstraat.

    Ook neemt de Afdeling in aanmerking dat voor zover Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. een beroep hebben gedaan op het vertrouwensbeginsel zij hun betoog onvoldoende hebben geconcretiseerd. De brief van 1 december 2017 die zij hebben overgelegd, hebben zij zelf opgesteld. Niet is gebleken dat men zich binnen de gemeente Noordwijk aan de inhoud van deze brief heeft geconformeerd. Concrete afspraken met de gemeente over de verkeerssituatie zijn door Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. onvoldoende hard gemaakt.

    Wat betreft het betoog van Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. dat ten onrechte de in- en uitrit van de voorziene ondergrondse parkeergarage, de in- en uitrit van het parkeerdek van de voorziene woningen en de in- en uitgang voor het laden en lossen voor de in het zuidelijke plangebied voorziene supermarkt en winkels zijn gesitueerd aan de zijde van het hotel aan de Abraham van Royenstraat, acht de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat deze mogelijke gevolgen voor de verkeerssituatie aan de Abraham van Royenstraat, die door de raad in zijn beoordeling zijn betrokken, zodanig zullen zijn dat de raad bij afweging van alle betrokken belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de bouwmogelijkheid van het bestreden plan aan de orde zijn.

25.4.    De betogen falen.

- Afwikkeling overig verkeer

26.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] voeren aan dat het bestreden plan onvoldoende voorziet in mogelijkheden voor een goede ontsluiting. Er wordt volgens hen ten onrechte alleen gesproken over de ontsluiting op de Abraham van Royenstraat door de voorziene parkeergarage. Zij stellen dat er ook op de Maarten Kruytstraat grote opstoppingen zullen ontstaan als de voorziene parkeergarage vol is en bezoekers en bewoners zullen gaan zoeken naar alternatieve parkeerruimte op een zo kort mogelijke afstand. In dit kader stellen zij ook dat het dynamische parkeerverwijssysteem onbewezen effectief is tegen bovengenoemd gedrag, omdat bezoekers die lokaal bekend zijn anders zullen gaan zoeken dan strandbezoekers. Op het voorgaande punt is door de raad volgens hen ten onrechte niet ingegaan in de nota van zienswijzen.

    All About Rocks en anderen voeren aan dat de bewoners van de woningen aan de [locatie 5], [locatie 6], [locatie 7], [locatie 8], [locatie 9], [locatie 10] en [locatie 11] vrezen dat hun woningen niet meer bereikbaar zullen zijn voor nooddiensten en dat de bewoners van de woningen aan de [locatie 12], [locatie 13], [locatie 14], [locatie 15], [locatie 2], [locatie 3], [locatie 4], [locatie 16], [locatie 17], [locatie 18], [locatie 19], [locatie 20], [locatie 21] en de [locatie 22] ook vrezen dat hun woningen niet meer bereikbaar zullen zijn voor nooddiensten en voor overige auto’s. In dit kader wijzen All About Rocks en anderen vooral naar de bewoners van de woningen aan de [locatie 17], [locatie 18] en [locatie 21], die invalide zijn.

    Verder voeren All About Rocks en anderen aan dat de bewoner van [locatie 7] straks geen toegang meer zal hebben tot zijn garage, omdat de ruimte voor zijn garage de enige toegang is voor de bevoorrading van een aantal winkels aan de Hoofdstraat.

26.1.    Voor zover [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] wijzen op mogelijke verkeershinder in de Maarten Kruytstraat door het voorziene plan, stelt de raad dat de Maarten Kruytstraat alleen toegankelijk is voor bestemmingsverkeer, zodat bewoners en toeristen geen gebruik kunnen maken van deze straat. Bovendien zal er een zogenoemde poller aan het begin van de Maarten Kruytstraat worden geplaatst. Verder heeft de raad in zijn verweerschrift nader toegelicht dat er sinds juni 2019 in Noordwijk een Parkeer Route Informatie Systeem operationeel is, zodat beschikbare parkeerplaatsen in de omgeving van het plangebied beter vindbaar zijn, waardoor verkeershinder door auto’s die op zoek zijn naar een parkeerplaats wordt verminderd. Verder zal de raad de verkeerssituatie monitoren door middel van een haalbaarheidsanalyse en heeft de raad geld beschikbaar gesteld om een eventueel transferium te bouwen om de piekbelasting van verkeer dat zoekt naar een parkeerplaats op te kunnen vangen. De Afdeling acht deze keuze aan reeds getroffen en nog te treffen maatregelen ter verlichting van de algehele verkeerssituatie in de omgeving van het plangebied niet onredelijk. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat een mogelijke toename van hinder door extra verkeersbewegingen als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkeling niet geheel kan worden voorkomen. Gelet op de omstandigheid dat [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] wonen respectievelijk zijn gevestigd in het centrum van een stedelijke omgeving, heeft de raad bij afweging van alle betrokken belangen een dergelijke toename in redelijkheid aanvaardbaar kunnen achten.

26.2.    Daarnaast is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de woningen aan de [locatie 5], [locatie 6], [locatie 7], [locatie 8], [locatie 9], [locatie 10] en [locatie 11] bereikbaar blijven voor nooddiensten en dat de woningen aan de [locatie 12], [locatie 13], [locatie 14], [locatie 15], [locatie 2], [locatie 3], [locatie 4], [locatie 16], [locatie 17], [locatie 18], [locatie 19], [locatie 20], [locatie 21] en de [locatie 22] bereikbaar blijven voor nooddiensten en overige auto’s. Voor zover All About Rocks en anderen stellen dat dit niet zo is, heeft de raad onweersproken gesteld dat de voorziene ontwikkeling in het zuidelijke plangebied niet betekent dat daardoor de toegang tot de woningen gelegen achter de Gasthuissteeg verandert en dat het niet zo is dat de bewoners van de Gasthuissteeg enkel toegang hebben tot hun woning via het huidige parkeerterrein dat op dit moment in het zuidelijke plangebied is gesitueerd. Daarbij stelt de raad dat na realisatie van de met het plan beoogde nieuwbouw de Gasthuissteeg via de Abraham van Royenstraat voor nooddiensten bereikbaar blijft, omdat door de in bestreden plan voorziene ontwikkeling aan de breedte van de Gasthuissteeg niets verandert.

    Verder is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de garage van de bewoner van [locatie 7] bereikbaar blijft, omdat de doorlopende straat ten noorden van het zuidelijke plangebied buiten het (zuidelijke) plangebied is gesitueerd en er gelet hierop door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling niets verandert aan de bereikbaarheid van de garage.

26.3.    Gelet op het vorenstaande geeft het aangevoerde geen aanleiding voor de verwachting dat de verkeerssituatie rondom het zuidelijke plangebied bij de afwikkeling van het overige verkeer onevenredig zal verslechteren door de in het zuidelijke plangebied voorziene ontwikkeling en dat de raad bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid hierin aanleiding had moeten zien het plan niet als zodanig vast te stellen.

    De betogen falen.

Akoestisch onderzoek

27.    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. voeren aan dat er ten onrechte geen akoestisch onderzoek is verricht naar de gevolgen van extra verkeersbewegingen voor hun hotel. Zij wijzen op het geluid van afremmende en optrekkende auto’s en vrachtauto’s bij de drie in- en uitgangen van het in het zuidelijke plangebied voorziene complex. In dat kader hebben zij ter zitting nader toegelicht dat de raad ten onrechte niet heeft gekeken naar mogelijke geluidoverlast die hotelgasten van de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling kunnen ondervinden.

27.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY8562), kan een hotel, hoewel het geen geluidgevoelig object is in de zin van de Wet geluidhinder, worden aangemerkt als een object dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening bescherming tegen geluidhinder behoeft, nu hier regelmatig mensen zullen verblijven en waar blootstelling aan geluid kan leiden tot hinder.

27.2.    In de plantoelichting staat dat de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de VNG (hierna: de VNG-brochure) is toegepast op het plan. In de VNG-brochure worden richtafstanden gegeven ten opzichte van een milieugevoelige bestemming om hinder van de milieufactoren geur, gevaar en geluid uit te sluiten of althans tot een aanvaardbaar niveau te beperken. De VNG-brochure kan worden gebruikt bij de beoordeling van nieuwe situaties. Als uitgangspunt geldt dat de aangegeven indicatieve afstanden gemotiveerd kunnen worden toegepast.

    In de VNG-brochure staat dat de richtafstanden met één afstandstap kunnen worden verlaagd, zonder dat het ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, indien sprake is van omgevingstype gemengd gebied. Gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.

27.3.    In de VNG-brochure geldt voor een supermarkt en voor detailhandel voor vlees of brood en banket een richtafstand van 10 m voor geluid. De raad heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er wat de omgeving van het zuidelijke plangebied betreft, waar ook het hotel zich bevindt, sprake is van een gemengd gebied als bedoeld in de VNG-brochure, omdat er zich zowel woningen, winkels, horeca en andere bedrijvigheid direct naast elkaar aanwezig zijn. Daarom kan de richtafstand met één afstandstap worden verlaagd. Dan geldt een richtafstand van 0 m. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Gelet op het voorgaande heeft de raad terecht gesteld dat wordt voldaan aan de richtafstanden als bedoeld in de VNG-brochure. De Afdeling neemt verder in aanmerking dat de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening ook een akoestisch onderzoek heeft verricht naar de te verwachten geluidbelasting ter plaatse van de omliggende woningen van het zuidelijke plangebied. Uit de resultaten van het "Akoestisch onderzoek Vomar Maarten Kruijtstraat te Noordwijk" van IDDS van 1 juni 2018 blijkt dat ter plaatse van de bestaande omliggende woningen aan de Abraham van Royenstraat, die nabij het hotel zijn gesitueerd, wordt voldaan aan de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus die zijn gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Gelet hierop stelt de raad zich terecht op het standpunt dat ook bij het hotel deze waarden voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus niet worden overschreden.

27.4.    Gelet op het vorenstaande heeft de raad voldoende gemotiveerd dat de mogelijke geluidoverlast van de voorziene ontwikkeling voor de hotelgasten niet dan wel zeer beperkt zal zijn en er gelet daarop geen aanleiding is om het bestreden plan in zoverre niet vast te stellen. De Afdeling ziet in het door Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich in zoverre niet mocht baseren op de VNG-brochure en daarnaast ook nog een akoestisch onderzoek naar de gevolgen voor het hotel had moeten uitvoeren.

    Het betoog faalt.

Waterhuishouding

28.    In hun zienswijze hebben Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. hun vrees geuit dat door de aanleg van de parkeerkelder het grondwater zou kunnen stijgen waardoor schade aan hun hotel zou kunnen ontstaan. In de nota van zienswijzen staat bij de beantwoording van hun zienswijze onder punt 12 dat er een waterberging komt met een grindkoffer voor de opvang van de piekbelasting. Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. voeren aan dat gelet op de reactie in de nota van zienswijze niet duidelijk is of bij de mislukte proef met de drainage bij de Koningin Wilhelmina Boulevard, de meest recente onderzoeken wat betreft de grondwaterstand en de besluiten inzake de reconstructie van de Parallel Boulevard zijn meegenomen. Ter zitting hebben Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. nader toegelicht dat vanwege wateroverlast in het verleden, waardoor enorme schade is ontstaan aan het hotel, zij vrezen dat er door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling opnieuw wateroverlast aan hun hotel zal ontstaan.

28.1.    Uit hoofdstuk 4 van de plantoelichting blijkt dat voor het plan een watertoets is uitgevoerd waarmee de waterhuishoudkundige situatie in beeld is gebracht. Vanwege de eerder ervaren wateroverlast rondom het zuidelijke plangebied en de omstandigheid dat het voorziene plan ervoor zorgt dat het zuidelijke plangebied wordt verhard, zal er een waterberging worden gerealiseerd van 255 m2. Voor de constructie van de waterberging is gebruik gemaakt van de recente onderzoeken naar de grondwaterstand in Noordwijk en de ervaringen, de planvoorbereiding en de besluiten voor de reconstructie van de Parallel Boulevard, aldus de plantoelichting. Daarnaast staat in de plantoelichting dat in het zuidelijke plangebied een waterbergingskelder zal worden gerealiseerd, waarin het regenwater geïnfiltreerd kan worden nadat het eerst tijdelijk is opgeslagen in de waterbergingskelder van ongeveer 280 m3 met een kratteninfiltratiesysteem.

28.2.    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. hebben het vorenstaande niet inhoudelijk bestreden. De Afdeling ziet in het aangevoerde dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad zich op basis van de watertoets die is uitgevoerd en de op grond daarvan te treffen voorziening in de vorm van een waterberging niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat zich als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkeling voor het hotel geen onaanvaardbare gevolgen voor de waterhuishouding zullen voordoen.

    Gelet op het vorenstaande concludeert de Afdeling dat de betogen over de mogelijke effecten van het plan op de waterhuishouding niet slagen.

Overige aspecten woon- en verblijfsklimaat

29.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. voeren aan dat het bestreden plan leidt tot een ernstige aantasting van hun woon- en verblijfsklimaat. Zij hebben daarvoor verschillende redenen aangevoerd. Deze zullen hierna worden besproken.

Bezonning

30.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] betogen dat de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling zorgt voor een grote beperking van de inval van zonlicht op hun percelen en dat gelet hierop het plan onzorgvuldig is vastgesteld en in strijd is met het motiveringsbeginsel.

    Volgens All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] blijkt uit de uitgevoerde bezonningstudies dat zij op hun percelen veel minder zon zullen krijgen en dat het bestreden plan daarmee een zodanige verslechtering betekent ten opzichte van de huidige situatie dat het plan niet vastgesteld had mogen worden. Zij wijzen op de omstandigheid dat hun woningen aan de Maarten Kruytstraat en de Gasthuissteeg juist zijn gebouwd met het oog op de daglichttoetreding dankzij de open ruimte van het huidige parkeerterrein.

    In dat kader voeren All About Rocks en anderen ook aan dat het zonder aanvullend bewijs en toelichting onvoldoende is om het gebrek aan bezonning redelijk te achten door te wijzen naar de bezonningsstudies waarin staat dat minder dan 2 uur per dag bezonning wel in overeenstemming is met de TNO-norm, omdat het zou gaan om doorzonwoningen. Daarbij stellen All About Rocks en anderen ook dat het onjuist is dat niet uitgegaan hoeft te worden van de vensterbank op de begane grond van de woningen aan de Maarten Kruytstraat, omdat er in alle gevallen sprake is van een winkel op de begane grond. In dit kader wijzen zij op de bewoners van [locatie 23], die geen winkel maar hun woonkamer op de begane grond hebben.

    Verder stelt [appellant sub 1] dat in de bezonningsstudies ten onrechte niet is ingegaan op de gevolgen voor de bezonning op zijn terras aan de voorzijde van zijn woning en op de daglichttoetreding tot zijn woning. Daarnaast is volgens hem in de bezonningsstudies ten onrechte de bezonning op zijn perceel in de zomer niet onderzocht.

    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. betogen dat de in het plan voorziene ontwikkeling leidt tot minder bezonning van hun hotel. Door de beperkte afstand tussen het zuidelijke plangebied en het hotel en de vier bouwlagen van het met het plan voorziene appartementencomplex zal er volgens hen sprake zijn van een onaanvaardbare beperking van de toetreding van daglicht voor de hotelkamers en zal de bezonning ook aanzienlijk worden verslechterd. Daarnaast stellen zij dat ten onrechte in de nota van zienswijzen en zonder enige onderbouwing wordt gesteld dat er geen sprake is van een onaanvaardbare beperking van daglicht en bezonning en dat zij een expertise zouden moeten overleggen waaruit blijkt dat de afname van bezonning leidt tot een voor hen onaanvaardbare situatie.

30.1.    Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1515, stelt de Afdeling voorop dat er geen wettelijke normen bestaan die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen. Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte hebben. Dat neemt echter niet weg dat in het kader van de vaststelling van een bestemmingsplan een afweging dient plaats te vinden van alle bij het gebruik van de gronden betrokken belangen, waaronder het belang van omwonenden bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

30.2.    Ten behoeve van de vaststelling van het plan heeft de raad drie verschillende bezonningsstudies uit laten voeren om in kaart te brengen wat de invloed is van de in het bestreden plan in het zuidelijke plangebied voorziene ontwikkeling op de daglichttoetreding en bezonning op de bestaande woningen aan de Maarten Kruytstraat en aan de Gasthuissteeg en op het hotel.

- Bezonning van de woningen aan de Maarten Kruytstraat en de Gasthuissteeg

30.3.    Er zijn twee bezonningsstudies voor de woningen aan de Maarten Kruytstraat en de Gasthuissteeg opgesteld, namelijk de bezonningsstudie "OVERZICHT BESTAANDE BEBOUWING te NOORDWIJK ten opzichte van de NIEUWE VOMARLOKATIE" van 16 oktober 2018 van Architectenbureau Piet Onderwater & Partners (hierna: bezonningsstudie 1) en de bezonningsstudie "Bezonning en daglicht toetreding-rapportage van wat de invloed is van de nieuwe VOMAR + appartementen op de bestaande bebouwing" van 3 december 2018 van Studio VVKH (hierna: bezonningsstudie 2).

    In bezonningsstudie 2 is gekeken naar de schaduwwerking door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling op de bestaande bebouwing voor:

- de woning aan de [locatie 24] op 19 februari om 9:30 uur, 10:25 uur, 15:30 uur, 17:00 uur en op 21 oktober om 8:53 uur, 9:53 uur, 15:00 uur en 16:45 uur;

- de woningen aan de [locatie 3], [locatie 4], [locatie 15] en [locatie 2] op 19 februari om 14:19 uur, 16:20 uur en op 21 oktober om 13:49 uur en 15:50 uur;

- de woning aan de [locatie 13] op 19 februari om 11:17 uur, 13:07 uur en 13:20 uur en op 21 oktober om 10:44 uur, 12:34 uur en om 12:50 uur;

- de woning aan de [locatie 14] op 19 februari om 11:17 uur, 11:30 uur, 13:20 uur en 13:30 uur en op 21 oktober om 10:44 uur, 11:00 uur en 12:50 uur en 13:00 uur;

- de woningen aan de [locatie 25], [locatie 23], [locatie 1], [locatie 26] en [locatie 27] op 19 februari om 12:40 uur, 14:28 uur, 16:15 uur en 17:15 uur en op 21 oktober om 12:08 uur, 13:58 uur, 15:45 uur en 16:45 uur.

    In bezonningsstudie 1 is nogmaals gekeken naar de schaduwwerking door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling op de bestaande bebouwing voor de woningen aan de [locatie 15] en [locatie 2] op 3 maart om 9:00 uur, 12:00 uur en 17:00 uur en op 3 oktober om 17:00 uur.

    Voor de beoordeling van de bezonning is de lichte TNO-norm toegepast. De lichte TNO-norm gaat uit van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober. Uit de twee bezonningsstudies blijkt, zo vermeldt ook de plantoelichting, dat door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling de bestaande woningen aan de Maarten Kruytstraat en aan de Gasthuissteeg in het kader van daglicht- en zonlichttoetreding geen overmatige hinder ondervinden en dat er voor alle woningen wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. De raad stelt in zijn verweerschrift dat, omdat in een van de zienswijzen is gewezen op de lichte TNO-norm, hij deze norm hanteert en dat naar zijn oordeel in ieder geval sprake is van een aanvaardbare bezonningssituatie indien aan deze norm wordt voldaan. Daarbij stelt de raad dat, gelet de omstandigheid dat de bestaande woningen rondom het zuidelijke plangebied in de stedelijke bebouwing van het centrum van de gemeente Noordwijk zijn gesitueerd, waardoor er al een beperktere lichttoetreding zal zijn, ook afgezien van de lichte TNO-norm er voldoende bezonning en daglicht zal zijn in deze woningen.

    De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de in de bezonningsstudies gehanteerde norm onredelijk is danwel dat de daarin opgenomen dagen niet representatief zijn. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat, anders dan [appellant sub 1] stelt, de raad met de lichte TNO-norm bij de bezonningsstudies ook onderzoek heeft gedaan naar de bezonning in de zomer. De wijze waarop de gevolgen van het plan voor de bezonning zijn beoordeeld acht de Afdeling dan ook niet onzorgvuldig.

30.4.    Ten aanzien van de stelling van All About Rocks en anderen dat het onjuist is dat er in alle woningen aan de Maarten Kruytstraat sprake is van een winkel op de begane grond, omdat de bewoners van de [locatie 23] geen winkel maar een woonkamer op de begane grond hebben, overweegt de Afdeling als volgt. Over de [locatie 25], [locatie 23] [locatie 1], [locatie 26] en [locatie 27] staat in bezonningsstudie 2 dat: "Het merendeel van de woonkamers op de eerste verdieping ligt. Op de begane grond zijn deels slaapruimten of kantoortjes gevestigd. Voor deze ruimten […] is deze bezonningsnorm niet van toepassing. Maatgevend is de woonkamer op de verdieping. Bezonningstudie laat zien dat het ruim voldoet aan de TNO-norm." Gelet op het vorenstaande blijkt dat er in bezonningsstudie 2 dus niet vanuit is gegaan dat alle woningen aan de Maarten Kruytstraat hun woonkamer op de eerste etage hebben gesitueerd. In hetgeen All About Rocks en anderen hieromtrent naar voren hebben gebracht ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de uitkomsten van de berekeningen in bezonningsstudie 2 over de woningen aan de Maarten Kruytstraat in zoverre onjuist zijn.

30.5.    Anders dan [appellant sub 1] stelt, zijn in bezonningsstudie 2 de gevolgen voor de bezonning voor de woning van [appellant sub 1] aan de [locatie 1] in kaart gebracht. Voor zover [appellant sub 1] stelt dat niet is ingegaan op de gevolgen voor de bezonning op zijn terras, heeft de raad ter zitting nader toegelicht dat de gevolgen voor de bezonning per woning zijn onderzocht ter plaatse van het midden van de vensterbank aan de binnenkant van het raam van de woning, zoals de lichte TNO-norm voorschrijft. De Afdeling acht dit niet onredelijk. In wat door [appellant sub 1] is aangevoerd valt niet in te zien dat een terras een zelfstandige functie heeft waarmee afzonderlijk rekening had moeten worden gehouden. De raad heeft dienaangaande toegelicht dat de situatie van de bezonning op het terras een afgeleide bescherming heeft van de zonlichttoetreding die blijkens de bezonningsstudie aanwezig is in de aan het terras grenzende woning. De raad heeft daarom in redelijkheid het terras van [appellant sub 1] als onderdeel van zijn afweging ten behoeve van de gevolgen van bezonning meegewogen en heeft in de bezonningsstudie niet een aparte beoordeling voor het terras van [appellant sub 1] hoeven maken.

30.6.    Gelet op het vorenstaande heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de invloed van de bebouwing die het plan mogelijk maakt op de bezonning van de percelen van [appellant sub 1],

All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] niet zodanig is dat het plan in zoverre tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en verblijfsklimaat van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] leidt. Daarbij betrekt de Afdeling dat de aanspraak op zonlicht niet onbeperkt is bij woningen die zijn gelegen in stedelijk gebied.

- Bezonning van het hotel

30.7.    Voor de bezonningssituatie voor het hotel wijst de raad op bijlage 3 van zijn verweerschrift. In deze bijlage staat de bezonningsstudie "Rapportage bezonning noordgevel Palace Hotel Abraham van Royenstraat te Noordwijk naar aanleiding van geplande nieuwbouw Vomar en 44 appartementen" van Studio VVKH van 17 juni 2019 (hierna: de bezonningsstudie van het hotel).

    In de bezonningsstudie van het hotel zijn de standen van de zon op 21 maart en 23 september om 17:00 uur, 18:00 uur en 19:00 uur en op 21 juni om 20:00 uur, 21:00 uur en 22:00 uur ingetekend. Uit de bezonningsstudie van het hotel blijkt dat in de huidige situatie er op 21 maart en 23 september vlak voor zonsondergang nog geen direct zonlicht op het hotel valt. Daarnaast blijkt uit de bezonningsstudie van het hotel dat bij het realiseren van de in het plan voorziene ontwikkeling op 21 juni om 20:00 uur vlak voor zonsondergang nog enige tijd direct zonlicht op de gevel van het hotel zal vallen net zoals in de huidige situatie en dat op 21 juni om 21:00 uur er bij de realisatie van het plan ongeveer een kwart minder zonlicht op de gevel van het hotel zal schijnen. Gelet op de bezonningsstudie van het hotel heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de invloed van de bebouwing die het plan mogelijk maakt op het hotel van Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. niet zodanig is dat het plan in zoverre tot een onaanvaardbare aantasting van het ondernemersklimaat van het hotel leidt.

Lichthinder

31.    [appellant sub 1] en All About Rocks en anderen wijzen op de negatieve gevolgen van lichthinder, omdat de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling dag en nacht voor een sterke toename van licht in de omgeving zal zorgen. Ter zitting hebben zij nader toegelicht dat zij in hun woningen last zullen hebben van het licht van de koplampen van de auto’s die gebruik zullen maken van het voorziene parkeerdek.

31.1.    Wat betreft de door [appellant sub 1] en All About Rocks en anderen aangevoerde negatieve gevolgen van lichthinder door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling op onder andere de natuur en de gezondheid, acht de Afdeling niet aannemelijk gemaakt dat deze lichthinder, die door de raad in zijn beoordeling is betrokken, zodanig zal zijn dat de raad bij afweging van alle betrokken belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die met de bouwmogelijkheid van het bestreden plan aan de orde zijn. Ten aanzien van de stelling van [appellant sub 1] en All About Rocks en anderen ter zitting dat zij in hun woningen last zullen krijgen van het licht van de koplampen van de auto’s die gebruik zullen maken van het voorziene parkeerdek, heeft de raad ter zitting gesteld dat hierover privaatrechtelijke afspraken met de eigenaren van de desbetreffende woningen zijn gemaakt, waarbij is afgesproken dat er een scherm op het voorziene parkeerdek wordt geplaatst, waardoor de eventuele lichthinder door koplampen van auto’s wordt verminderd. De Afdeling ziet in het aangevoerde geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling geen onaanvaardbare lichthinder zal optreden. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het volledig voorkomen van lichthinder door koplampen in een binnenstedelijke situatie als hier aan de orde nauwelijks te realiseren is.

Privacy en uitzicht

32.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] betogen dat hun privacy met het plan ernstig wordt aangetast, doordat de nieuwe bewoners van het te realiseren appartementencomplex op hun terrassen en in hun woningen kunnen kijken. Bij de bouw van hun woningen, die juist beschikken over terrassen aan de kant van het zuidelijke plangebied, is geen rekening gehouden met de bebouwing die het bestreden plan mogelijk maakt. Volgens All About Rocks en anderen had gelet op de zeer ingrijpende verandering tenminste gekeken dienen te worden naar een alternatieve invulling van het zuidelijke plangebied, waarbij rekening wordt gehouden met een beperking van de inbreuk op de privacy van omwonenden.

    Ook Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. betogen dat door de voorziene ontwikkeling de privacy voor hun hotel ernstig wordt aangetast. Door de beperkte afstand van 10 m tussen het zuidelijke plangebied en het hotel en de voorziene bouwhoogte van vier bouwlagen stellen zij dat de hotelkamers op zeer korte afstand direct zicht hebben op het voorziene appartementencomplex en dat daarmee sprake zal zijn van een onaanvaardbare aantasting van de privacy van de hotelgasten.

32.1.    Hoewel niet is uitgesloten dat het plan zal leiden tot enig verlies aan uitzicht in de richting van het zuidelijke plangebied, enige gevolgen zal hebben voor de privacy van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en de hotelgasten van Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. en hun beleving van de omgeving hierdoor zal veranderen, is de Afdeling van oordeel dat de raad ook deze gevolgen in het licht van een goede ruimtelijke ordening in redelijkheid aanvaardbaar heeft kunnen achten. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat appellanten wonen respectievelijk zijn gevestigd in een binnenstedelijke omgeving en dat volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling er geen blijvend recht op vrij uitzicht bestaat.

    Gelet op het vorenstaande is de Afdeling van oordeel dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de privacy van de bewoners en de hotelgasten door de in het bestreden plan voorziene ontwikkeling niet op een onaanvaardbare wijze wordt aangetast.

Conclusie woon- en verblijfsklimaat

33.    Gelet op hetgeen is overwogen in de overwegingen 30 tot en met 32.1 heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de in het plan voorziene ontwikkeling niet leidt tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de percelen van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. Voorts heeft de raad een zwaarder gewicht kunnen toekennen aan het belang dat gemoeid is bij het doorgaan van dit plan dan de belangen van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. bij een ongewijzigd woon- en verblijfsklimaat.

    De betogen falen.

Planschade

34.    All About Rocks en anderen stellen dat voor zover zij ondernemingen exploiteren rond het zuidelijke plangebied, deze ondernemingen zullen worden geschaad in hun omzet, omdat de Maarten Kruytstraat essentieel is voor de aanvoer van goederen en klanten en hierdoor voor het autoverkeer grotendeels onbereikbaar zal zijn. Zij achten het onredelijk dat de raad het commerciële belang van de exploitant van de supermarkt belangrijker vindt dan de belangen van de bestaande ondernemers in de buurt van de plangebieden.

    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. wijzen erop dat de bestreden besluiten zullen leiden tot een onevenredige grote schade voor hun hotel.

34.1.    De raad stelt in zijn verweerschrift dat het plan zorgt voor een versterking en kwaliteitsimpuls voor het hoofdwinkelgebied van Noordwijk aan Zee. Volgens de raad ontstaat door de herinrichting van het gebied met een gebouw van allure een aantrekkelijk gebied voor inwoners en toeristen en een gebied dat positief is voor de omzet van de ondernemers.

34.2.    De Afdeling stelt voorop dat de omstandigheid dat een ontwikkeling die in het algemeen belang mogelijk wordt gemaakt negatieve gevolgen heeft voor omwonenden en ondernemers, op zichzelf niet betekent dat de keuze van de raad om aan deze nieuwe ontwikkeling medewerking te verlenen onredelijk moet worden geacht. Ter beoordeling staat of deze nieuwe ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en als gevolg van deze ontwikkeling geen onevenredige aantasting van individuele belangen, zoals van ondernemingen in de omgeving van het plangebied, plaatsvindt. In het vorenstaande ziet de Afdeling geen aanknopingspunten voor het oordeel dat hieraan in dit geval niet wordt voldaan.

34.3.    Voorts ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de door All About Rocks en anderen en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. gestelde negatieve financiële gevolgen die zij mogelijk van de bestreden besluiten zullen ondervinden, zo zwaarwegend zijn dat de raad daaraan bij de afweging van de belangen een groter gewicht had moeten toekennen dan aan de belangen die zijn gediend met de realisatie van het bestreden plan.

34.4.    All About Rocks en anderen en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. kunnen voor de mogelijk negatieve financiële gevolgen die zij ondervinden van de bestreden besluiten een verzoek om planschade indienen. Voor een eventuele tegemoetkoming in planschade bestaat een afzonderlijke procedure met eigen rechtsbeschermingsmogelijkheden.

34.5.    De betogen falen.

Uitvoerbaarheid

35.    [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] stellen dat onvoldoende is onderzocht of de uitvoering van het plan financieel haalbaar is. Zo is volgens hen onduidelijk of er wel behoefte is aan de voorziene detailhandel.

    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. betogen dat de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan van veel meer factoren afhangt dan enkel de gesloten koopovereenkomst waarop de raad in de nota beantwoording zienswijze onder punt 18 wijst.

35.1.    In het kader van een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog dat ziet op de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder ook de financiële uitvoerbaarheid is begrepen, slechts leiden tot vernietiging van het bestreden besluit indien en voor zover het aangevoerde leidt tot de conclusie dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan niet kan worden uitgevoerd.

35.2.    Voor zover [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] stellen dat het onduidelijk is of er voldoende behoefte is aan de voorziene detailhandel, waardoor onduidelijk is of het plan financieel haalbaar is, overweegt de Afdeling als volgt. De raad stelt in zijn verweerschrift dat de financiële uitvoerbaarheid van het plan is gewaarborgd, omdat de ontwikkelaar van de voorziene detailhandel een private partij is met voldoende draagkracht en omdat uit het DPO-onderzoek blijkt dat de uitbreiding en de verplaatsing van de supermarkt van het noordelijke naar het zuidelijke plangebied gewenst is ter ondersteuning van het kernwinkelgebied van de gemeente Noordwijk. Daarnaast stelt de raad dat zich bij de ontwikkelaar gegadigden hebben gemeld voor het exploiteren van de voorziene versmarkt, maar dat deze interesse nog niet is beantwoord, omdat het nog geruime tijd duurt voordat deze ruimtes kunnen worden opgeleverd. De Afdeling acht het vorenstaande niet onaannemelijk.

    Voor zover Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. aanvoeren dat de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan van veel meer factoren afhangt, overweegt de Afdeling dat dit betoog niet nader is onderbouwd.

35.3.    Gelet op het vorenstaande ziet de Afdeling in hetgeen door [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. is aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de raad op voorhand in redelijkheid had moeten inzien dat het plan in zoverre niet kan worden uitgevoerd.

    De betogen falen.

Samengevatte behandeling zienswijzen

36.    Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. betogen dat in de nota van zienswijzen niet of nauwelijks inhoudelijk is ingegaan op de door hen aangegeven zaken. De wijze waarop de raad de naar voren gebrachte zienswijzen heeft behandeld is daarmee in strijd met artikel 3:46 van de Awb.

36.1.    Artikel 3:46 van de Awb verzet zich er niet tegen dat de raad de zienswijzen samengevat weergeeft. Dat niet op ieder argument ter ondersteuning van een zienswijze afzonderlijk is ingegaan, is op zichzelf geen aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit niet voldoende is gemotiveerd. Niet is gebleken dat bepaalde bezwaren of argumenten niet in de overwegingen zijn betrokken.

    Het betoog faalt.

CONCLUSIE

37.    Gelet op hetgeen onder 15.3, 15.4, 16.4, 18.1 en 18.2 is overwogen, zijn de beroepen van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. gegrond. In hetgeen [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. hebben aangevoerd, ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Awb dient te worden vernietigd.

38.    Nu het bestemmingsplan het toetsingskader heeft gevormd voor de omgevingsvergunning en het bestemmingsplan naar aanleiding van de beroepen van [appellant sub 1], All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. dient te worden vernietigd, dient ook het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning te worden vernietigd. De beroepen van All About Rocks en anderen, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. zijn derhalve gegrond voor zover deze zijn gericht tegen de verleende omgevingsvergunning.

39.    [gemachtigde D] heeft ter zitting namens Hoorne Vastgoed Ontwikkeling B.V. de Afdeling verzocht om de bestuurlijke lus toe te passen voor het geval de Afdeling het besluit van 19 maart 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan gebrekkig acht. De Afdeling ziet, gelet op de aard en omvang van de gebreken die aan het besluit van 19 maart 2019 kleven, in dit geval geen aanleiding om de bestuurlijke lus toe te passen.

40.    Uit een oogpunt van rechtszekerheid en gelet op artikel 1.2.3 van het Bro, ziet de Afdeling aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel III van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl.

41.    Ten aanzien van het beroep van [appellant sub 1] dient de raad op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. Ter zitting is gebleken dat [appellant sub 1] ook voor vergoeding van deskundigenkosten in aanmerking komt, nu [appellant sub 1] het door zowel [appellant sub 1], All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] overgelegde parkeeronderzoek "Parkeertoets bestemmingsplan Maarten Kruytstraat, Noordwijk aan Zee" van Datacount B.V. van 6 mei 2019 en van 13 mei 2019, heeft betaald.

    De raad en het college dienen ten aanzien van de beroepen van All About Rocks en anderen en [appellant sub 3] op na te vermelden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

    Ten aanzien van het beroep van Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. is niet gebleken van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep van All About Rocks en anderen niet-ontvankelijk, voor zover het beroep is ingesteld door [appellant sub 2A], [appellant sub 2B], [appellant sub 2C], [appellant sub 2D] en [appellant sub 2E];

II.    verklaart de beroepen van [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], All About Rocks en anderen, voor zover ontvankelijk, [appellant sub 3] en Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V. gegrond;

III.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Noordwijk tot vaststelling van het bestemmingsplan "Maarten Kruytstraat" van 19 maart 2019;

IV.    vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk van 28 maart 2019 tot verlening van een omgevingsvergunning;

V.    draagt de raad van de gemeente Noordwijk op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel III wordt verwerkt op de landelijke voorziening, www.ruimtelijkeplannen.nl;

VI.    veroordeelt de raad van de gemeente Noordwijk tot vergoeding van bij [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.320,50 (zegge: tweeduizenddriehonderdtwintig euro en vijftig eurocent), waarvan € 1.050,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en waarvan € 1.270,50 kosten van een deskundige betreft, met dien verstande dat bij betaling van het totale bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VII.    veroordeelt de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk tezamen tot vergoeding van in verband met de behandeling van de beroepen opgekomen proceskosten tot een bedrag van:

a. € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro) voor All About Rocks en anderen, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van het totale bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

b. € 1.050,00 (zegge: duizendvijftig euro) voor [appellant sub 3], geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII.    gelast dat de raad van de gemeente Noordwijk aan [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] het door hun voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

IX.    gelast dat de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordwijk tezamen het voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht vergoedt ten bedrage van:

a. € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) voor All About Rocks en anderen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

b. € 174,00 (zegge: honderdvierenzeventig euro) voor [appellant sub 3];

c. € 345,00 (zegge: driehonderdvijfenveertig euro) voor Duurvast B.V. en Palace Hotel Holland B.V., met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. F.D. van Heijningen en mr. B.J. Schueler, leden, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, griffier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.   

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 2 september 2020

159-867.