Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:1987

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
19-08-2020
Datum publicatie
19-08-2020
Zaaknummer
201908760/1/A3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 14 september 2018 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [belanghebbende] om wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige zoon van [belanghebbende] en [appellante] (hierna: het kind), van [naam appellante] in [naam belanghebbende], toegewezen. De rechtbank heeft overwogen dat op grond van artikel 7 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de geslachtsnaam op verzoek gewijzigd kan worden. Wanneer het gaat om een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige in die van de ouder wiens geslachtsnaam de minderjarige niet heeft, geldt ingevolge artikel 3 van het Besluit geslachtsnaamswijziging dat de minderjarige gedurende ten minste drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek door die ouder verzorgd en opgevoed moet zijn. Dat is het hier geval. Het verzoek wordt afgewezen als de andere ouder weigert in te stemmen met de geslachtsnaamswijziging, tenzij de minderjarige van twaalf jaar en ouder bij zijn instemming met het verzoek blijft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Module Burgerlijke stand en landeninformatie 2020/5532
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201908760/1/A3.

Datum uitspraak: 19 augustus 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 28 oktober 2019 in zaak nr. 19/201 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister voor Rechtsbescherming.

Procesverloop

Bij besluit van 14 september 2018 heeft de minister de aanvraag van [belanghebbende] om wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige zoon van [belanghebbende] en [appellante] (hierna: het kind), van [naam appellante] in [naam belanghebbende], toegewezen.

Bij besluit van 30 november 2018 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 28 oktober 2019 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het proces-verbaal van deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[belanghebbende] heeft een schriftelijke reactie ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 juli 2020, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. A.P.N. de Bruijn en mr. J. den Ouden, is verschenen. Tevens is [belanghebbende] ter zitting gehoord.

Overwegingen

Juridisch toetsingskader

1.    Het juridisch toetsingskader is vermeld in de bijlage, die deel van deze uitspraak uitmaakt.

Aangevallen uitspraak

2.    De rechtbank heeft overwogen dat op grond van artikel 7 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek de geslachtsnaam op verzoek gewijzigd kan worden. Wanneer het gaat om een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van een minderjarige in die van de ouder wiens geslachtsnaam de minderjarige niet heeft, geldt ingevolge artikel 3 van het Besluit geslachtsnaamswijziging dat de minderjarige gedurende ten minste drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek door die ouder verzorgd en opgevoed moet zijn. Dat is het hier geval. Het verzoek wordt afgewezen als de andere ouder weigert in te stemmen met de geslachtsnaamswijziging, tenzij de minderjarige van twaalf jaar en ouder bij zijn instemming met het verzoek blijft. In dit geval heeft het kind bij de aanvraag, op 2 augustus 2018 en bij de hoorzitting in de bezwaarprocedure op 28 november 2018, nadat hij met de visie van zijn moeder is geconfronteerd, een instemmingsverklaring ondertekend, inhoudende dat hij zijn geslachtsnaam wil wijzigen van [naam appellante] in [naam belanghebbende]. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat hij in zo’n geval doorslaggevende betekenis moet toekennen aan de instemming van de minderjarige van twaalf jaar en ouder. Er is geen ruimte voor een belangenafweging, aldus de rechtbank.

Hoger beroep

3.    [appellante] betoogt dat de rechtbank met dit oordeel heeft miskend dat het kind op 10 juli 2019 schriftelijk te kennen heeft gegeven dat hij onder druk van zijn vader heeft verklaard dat hij zijn geslachtsnaam wil wijzigen, maar dat dit niet is wat hij wil. Zijn verklaring van 10 juli 2019 maakt de eerdere verklaringen van het kind ongeldig. [belanghebbende] tracht met de geslachtsnaamswijziging het kind te vervreemden van [appellante]. De naamswijziging zal schade toebrengen aan de identiteitsontwikkeling van het kind, aldus [appellante].

3.1.    Ter beoordeling ligt voor of de minister ten tijde van het besluit op bezwaar tot de wijziging van de geslachtsnaam van het kind mocht besluiten. Uit de schriftelijke verklaringen van het kind, afgelegd bij de aanvraag en nadat hij kennis heeft genomen van de zienswijze en het bezwaarschrift van [appellante], volgt dat hij de geslachtsnaamswijziging wenst. Dit heeft het kind ook mondeling verklaard tijdens de hoorzitting in de bezwaarprocedure, buiten aanwezigheid van zijn vader. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er geen aanwijzingen zijn geweest dat de instemming van het kind onder dwang van [belanghebbende] tot stand is gekomen. De door [appellante] aangevoerde omstandigheid dat het kind op 10 juli 2019 een andersluidende verklaring heeft afgelegd, leidt niet tot een ander oordeel. De verklaring dateert van na het besluit op bezwaar en kan reeds daarom de rechtmatigheid van het besluit niet aantasten.

3.2.    De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de minister zich met juistheid op het standpunt heeft gesteld dat in dit geval is voldaan aan het bepaalde in artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van het Besluit geslachtsnaamswijziging. Volgens de jurisprudentie van de Afdeling (onder meer uitspraken van 9 augustus 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY5895 en 6 februari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ0753) betekent dit weliswaar dat geen verplichting bestaat het verzoek om geslachtsnaamswijziging af te wijzen, maar niet dat de minister daarom is gehouden het verzoek om geslachtsnaamswijziging in te willigen. Wanneer de minderjarige van twaalf jaar of ouder ondanks de weigering van een ouder om met de verzochte geslachtsnaamswijziging in te stemmen, bij zijn instemming met dat verzoek blijft, dan kan de minister het verzoek krachtens de in artikel 7, eerste lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek neergelegde bevoegdheid inwilligen. Bij het nemen van een beslissing om van deze mogelijkheid gebruik te maken, dient de minister alle relevante feiten en rechtstreeks betrokken belangen, zoals de door [appellante] geuite zorgen dat door de geslachtsnaamswijziging de identiteitsontwikkeling van het kind wordt geschaad en hij van haar zal vervreemden, in aanmerking te nemen. Gelet hierop berust het standpunt van de minister dat hij was gehouden de aanvraag om geslachtsnaamswijziging in te willigen op een onjuiste uitleg van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van het Besluit geslachtsnaamswijziging. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

4.    De conclusie is dat het besluit van 30 november 2018 in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb niet zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. In het belang van een spoedige beëindiging van het geschil ziet de Afdeling aanleiding de minister op grond van artikel 8:51d van de Awb op te dragen het gebrek in het besluit te herstellen binnen 12 weken na verzending van deze tussenuitspraak. In dat kader dient de minister het besluit alsnog toereikend te motiveren, dan wel een nieuw besluit te nemen en dat op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en aan de Afdeling mee te delen.

5.    In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en de vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt de minister voor Rechtsbescherming op om binnen 12 weken na de verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen het gebrek in het besluit van 30 november 2018, kenmerk NM 183/1311, te herstellen door dat alsnog deugdelijk te motiveren, dan wel een nieuw besluit te nemen, dat op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en aan de Afdeling mee te delen.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.C.J. de Wilde, griffier.

w.g. Borman

lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2020

598.

 

BIJLAGE

 

Burgerlijk Wetboek

Boek 1

Artikel 7

1. De geslachtsnaam van een persoon kan op zijn verzoek, of op verzoek van zijn wettelijke vertegenwoordiger, door de Koning worden gewijzigd.

[-]

5. Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld betreffende de gronden waarop de geslachtsnaamswijziging kan worden verleend, de wijze van indiening en behandeling van verzoeken als in het eerste en het tweede lid bedoeld en betreffende het voor wijziging van de geslachtsnaam verschuldigde recht.

[-]

Besluit geslachtsnaamswijziging

Artikel 3

1. Op eensluidend verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger en van degene wiens geslachtsnaam ten behoeve van de minderjarige wordt verzocht, of, indien de naam van een overleden ouder wordt verzocht, op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger, wordt de geslachtsnaam van een minderjarige van twaalf jaren of ouder gewijzigd:

a. in de geslachtsnaam van de ouder wiens naam het kind niet heeft, indien deze ouder na de ontbinding van het huwelijk of de verbreking van de buitenhuwelijkse samenleving met de andere ouder gedurende een aaneengesloten periode van ten minste drie jaren onmiddellijk voorafgaande aan het verzoek de minderjarige heeft verzorgd en opgevoed;

[-]

4. Het verzoek wordt afgewezen, indien:

[-]

b. de minderjarige van twaalf jaren of ouder niet instemt met de verzochte geslachtsnaamswijziging;

c. een ouder weigert in te stemmen met de verzochte geslachtsnaamswijziging van de minderjarige van twaalf jaren of ouder, tenzij deze minderjarige bij zijn instemming blijft; of

[-]