Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2020:1326

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
03-06-2020
Datum publicatie
03-06-2020
Zaaknummer
201903793/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Tussenuitspraak bestuurlijke lus
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 26 maart 2019 heeft de raad van de gemeente Midden-Delfland het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Gras" vastgesteld. Het plan is vastgesteld ter actualisatie van de juridisch-planologische regeling voor het plangebied. Het herziet het moederplan "Buitengebied Gras". Gasunie kan zich niet verenigen met het plan vanwege het ontbreken van de hogedruk-aardgastransportleiding en de hierbij behorende bestemming "Leiding - Gas" op de verbeelding van het voorliggende plan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2020/322
OGR-Updates.nl 2020-0136
Omgevingsvergunning in de praktijk 2020/8277
TBR 2020/97 met annotatie van A.G.A. Nijmeijer
JGROND 2020/177 met annotatie van Loo, F.M.A. van der
Jurisprudentie Grondzaken 2020/177 met annotatie van Loo, F.M.A. van der
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201903793/1/R3.

Datum uitspraak: 3 juni 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

Gasunie Transport Services B.V., gevestigd te Groningen,

appellante,

en

de raad van de gemeente Midden-Delfland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 maart 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Gras" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft Gasunie beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Gasunie heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 13 mei 2020, waar Gasunie, vertegenwoordigd door [gemachtigde], is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plan is vastgesteld ter actualisatie van de juridisch-planologische regeling voor het plangebied. Het herziet het moederplan "Buitengebied Gras".

    Gasunie kan zich niet verenigen met het plan vanwege het ontbreken van de hogedruk-aardgastransportleiding (hierna: de leiding) en de hierbij behorende bestemming "Leiding - Gas" op de verbeelding van het voorliggende plan.

Toetsingskader

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Gasleiding

3.    Gasunie betoogt dat ter plaatse van de bestemming "Recreatie - Golfbaan" de aanwezige leiding ten onrechte niet is weergeven op de verbeelding. In de nota van zienswijzen heeft de raad aangegeven dat de leiding in het definitieve plan zou worden weergeven; dit heeft de raad in het vastgestelde plan echter nagelaten. Het niet verwerken van de gegrond verklaarde zienswijze is volgens Gasunie in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).

    De raad handelt volgens Gasunie tevens in strijd met artikel 14 van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (hierna: Bevb). Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan de ligging van de aanwezige buisleidingen en de daarbij behorende belemmeringenstrook weer te geven.

3.1.    Het bestemmingsplan is volgens de raad opgesteld volgens een systematiek waarbij alleen de veranderingen ten opzichte van het moederplan "Buitengebied Gras" op de verbeelding van de herziening worden afgebeeld. De verbeelding van het moederplan met IMRO-code NL.IMRO.1842.bp11BG04-va02 en de verbeelding van de herziening met IMRO-code NL.IMRO.1842.bp19BG02-va01 gelden samen als verbeelding van het geldende bestemmingsplan. De leiding staat wel afgebeeld op de verbeelding van het moederplan. Het opnemen van de leiding op de verbeelding van het bestreden plan is daarom volgens de raad niet nodig. De herziening van het bestemmingsplan leidt niet tot het vervallen van de dubbelbestemming "Leiding - Gas". Daarom voldoet de bestemmingsregeling die geldt ter plaatse van de leiding aan artikel 14 van het Bevb, aldus de raad.

    In de nota van zienswijzen is abusievelijk aangegeven dat het plan zou worden gewijzigd en dat de leiding opgenomen zou worden op de verbeelding van de herziening van het plan. Gelet op het voorgaande is dat volgens de raad echter toch niet nodig. Uit de onjuiste conclusie in de nota van zienswijzen volgt volgens de raad niet dat in strijd met artikel 3:2 van de Awb is gehandeld.

3.2.    Artikel 14, eerste lid, van het Bevb luidt:

"Een bestemmingsplan geeft de ligging weer van de in het plangebied aanwezige buisleidingen alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. De belemmeringenstrook bedraagt ten minste vijf meter aan weerszijden van een buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding."

3.3.    Het bestemmingsplan "Buitengebied Gras" kende aan de gronden van de golfbaan ter plaatse van de leiding de enkelbestemming "Recreatie - Golfbaan" en de dubbelbestemming "Leiding - Gas" toe. Het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Gras" kent aan deze gronden de enkelbestemming "Recreatie - Golfbaan" toe.

3.4.    In paragraaf 1.2 van de plantoelichting staat: "Dit bestemmingsplan herziet het moederplan c.q. geldend bestemmingsplan 'Buitengebied Gras' (NL.IMRO.1842.bp11BG04-va01), vastgesteld door de gemeenteraad op 25 juni 2013. Het plangebied van deze herziening komt dan ook overeen met die van het moederplan." In paragraaf 1.3 van de plantoelichting staat: "Voor de locaties waar de enkelbestemming of binnen de enkelbestemming (bestemming, bestemmingsvlak en/of specifieke aanduiding) een wijziging is doorgevoerd, is de gehele enkelbestemming op de verbeelding weergegeven. Voor de locaties waar de dubbelbestemming of gebiedsaanduiding is gewijzigd, is alleen deze wijziging op de verbeelding weergegeven. Voor de regels geldt dat de totale regels zijn opgenomen in dit plan, maar dat alleen de gemarkeerde regels deel uitmaken van deze eerste herziening. Door deze werkwijze is in één oogopslag duidelijk hoe de aanvullingen op de regels passen in die van het 'moederplan' 'Buitengebied Gras'. De wijzigingen dan wel aanvullingen/verwijderingen als gevolg van deze herziening zijn in de regels aangegeven met arceringen: een doorhaling met groene arcering voor een vervallen tekst (voorbeeld) en een gele arcering voor een toevoeging (voorbeeld). Alleen de geel of groen gemarkeerde aanpassingen maken dus juridisch-planologisch onderdeel uit van deze parapluherziening. De niet gemarkeerde regels zijn enkel ter informatie opgenomen zodat een goed beeld ontstaat van de nieuwe regels en hoe deze ingepast zijn in de (bestaande) regels van het moederplan."

3.5.    Op zichzelf kan in overeenstemming met het systeem van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) een bestemmingsplan worden vastgesteld dat alleen voorziet in de planonderdelen (bestemmingen, aanduidingen en regels) die ten opzichte van een bestaand bestemmingsplan worden gewijzigd. Gelet op de rechtszekerheid is evenwel vereist dat de planregels in een zogenoemde schakelbepaling ondubbelzinnig bepalen dat de verbeelding en planregels uit het vorige bestemmingsplan al dan niet gedeeltelijk van (overeenkomstige) toepassing blijven. Voorts dient in de planregels te zijn vastgelegd voor welke gronden het nader te noemen bestemmingsplan al dan niet gedeeltelijk van toepassing blijft. Vergelijk de uitspraak van 3 augustus 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2142.

    Een dergelijke schakelbepaling ontbreekt in de planregels. Noch uit de planregels, noch uit de verbeelding volgt dat de bestemming "Leiding - Gas"  aan de gronden ter plaatse van de leiding is toegekend. De plantoelichting is geen juridisch bindend onderdeel van het plan. Daarom kan niet worden volstaan met het opnemen van passages in de plantoelichting. Gelet op het vorenstaande is het plan in zoverre in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel vastgesteld. Nu het bestemmingsplan de ligging van de in het plangebied aanwezige buisleiding, alsmede de daarbij behorende belemmeringenstrook, niet weergeeft is het plan tevens in strijd met artikel 14 van het Bevb.

    De raad heeft in de nota van zienswijzen behorend bij het vaststellingsbesluit aangegeven dat de leiding op de bewuste plaats zal worden weergeven en geconcludeerd dat de zienswijze van Gasunie leidt tot aanpassing van het plan. De raad heeft echter nagelaten dit vervolgens in het plan te regelen. In zoverre is het plan vastgesteld in strijd met artikel 3:2 van de Awb.

    Het betoog slaagt.

Conclusie

4.    In hetgeen Gasunie heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Awb, artikel 14 van het Bevb, en het rechtszekerheidsbeginsel.

5.    Met het oog op een spoedige beslechting van het geschil zal de Afdeling de raad opdragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak alsnog:

- met inachtneming van overweging 3.5 het daar omschreven gebrek te herstellen. Bij het nemen van een nieuw of gewijzigd besluit zou de raad ervoor kunnen kiezen om de leiding en de dubbelbestemming "Leiding - Gas" op te nemen op de verbeelding of een schakelbepaling toe te voegen aan de planregels;

- de Afdeling en de andere partij de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Afdeling 3.4 van de Awb hoeft bij de voorbereiding van een gewijzigd of nieuw besluit niet opnieuw te worden toegepast.

Proceskosten

6.    In de einduitspraak zal worden beslist over de proceskosten en de vergoeding van het betaalde griffierecht.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

draagt de raad van de gemeente Midden-Delfland op:

- om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van hetgeen is overwogen onder 5 het daar omschreven gebrek in het besluit van de raad van de gemeente Midden-Delfland van 26 maart 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "1e herziening Buitengebied Gras" te herstellen, en

- de Afdeling en de andere partij de uitkomst mede te delen en een gewijzigd of nieuw besluit zo spoedig mogelijk op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken en mede te delen.

Aldus vastgesteld door mr. E. Helder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.   

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 3 juni 2020

288-944.