Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:92

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
16-01-2019
Datum publicatie
16-01-2019
Zaaknummer
201802164/1/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 15 februari 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Troelstralaan - Groen van Prinstererlaan - Van Houtenstraat" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOM 2020/124
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201802164/1/R3.

Datum uitspraak: 16 januari 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te Assen,

appellant,

en

de raad van de gemeente Assen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 15 februari 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Troelstralaan - Groen van Prinstererlaan - Van Houtenstraat" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Actium Wonen heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 10 december 2018, waar [appellant] en de raad, vertegenwoordigd door L.C. de Coninck, zijn verschenen.

Voort is ter zitting Actium Wonen, vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Overwegingen

1.    Het bestemmingsplan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor locaties aan de Meester P.J. Troelstralaan, Meester Groen van Prinstererlaan en Meester S. van Houtenstraat in de Oude Molenbuurt van de wijk Noorderpark te Assen. Het plan is vastgesteld met het oog op het vervangen van 40 drielaags portiekwoningen en 24 tweelaags portiekwoningen door 47 rijwoningen.

2.    [appellant] woont aan de [locatie] te Assen.

Toetsingskader

3.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Verlies aan groen

4.    [appellant] stelt dat het bestaande groen in de wijk ten onrechte verdwijnt door de komst van nieuwe woningen. Volgens [appellant] is het verlies aan groen niet in overeenstemming met de nota Mensen, wensen, wonen uit 2000 en de visie van het bestreden plan. In de nota staat dat het de bedoeling is om de groene woonwensen van burgers te faciliteren en uit de toelichting van het bestreden plan blijkt dat de gemeente het groene karakter van de wijk wil behouden, aldus [appellant]. Door het verschuiven van het bouwvlak aan de Meester P.J. Troelstralaan verdwijnt er in de nieuwe situatie een deel van de bestaande groenstrook waar [appellant] vanuit zijn huis op uitkijkt. Het verdwijnen van groen is niet in overeenstemming met de nota en de visie van het plan, aldus [appellant]. Ter zitting heeft [appellant] in dit kader nog toegelicht dat het verlies aan groen van invloed is op zijn gevoel van buurtveiligheid.

4.1.    De raad stelt dat het groene karakter van de wijk in de nieuwe situatie wordt gehandhaafd en waar mogelijk versterkt. Het verschuiven van het bouwvlak aan de Meester P.J. Troelstralaan maakt een evenwichtige verdeling van groen aan de weerszijden van het bouwvlak mogelijk. Dit leidt volgens de raad tot de gewenste groene kwaliteitsverbetering van de buurt.

4.2.    In de Rijksnota Mensen, wensen, wonen uit 2000 staan richtlijnen voor het woonbeleid van de regering. In de nota staat onder andere dat er duurzame mogelijkheden moeten worden gecreëerd om de groene woonwensen van burgers te faciliteren.

     Het bouwvlak aan de Meester P.J. Troelstralaan is op de verbeelding omringd door de bestemming "Verkeer-Verblijfsgebied".

Artikel 3, lid 3.1, aanhef en onder a en c, van de planregels luidt: "De voor "Verkeer-Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor: wegen en straten en paden met een ontsluitingsfunctie voor de aanliggende erven; met de daarbij behorende: […] groenvoorzieningen."

4.3.    In de voorheen geldende beheersverordening "Assen Noord 2014" lag het desbetreffende bouwvlak aan de Meester P.J. Troelstralaan meer richting de Meester S. van Houtenstraat. Daardoor bleef er aan die zijde minder ruimte over voor groenvoorzieningen. In het bestreden plan is het bouwvlak verschoven in de richting van de Meester Groen van Prinstererlaan, waardoor er aan weerszijden van het bouwvlak evenveel ruimte is voor groenvoorzieningen. De mogelijkheden voor groenvoorzieningen zijn daarmee weliswaar afgenomen aan de zijde waar [appellant] woont, maar in zijn totaliteit gelijk gebleven. Gelet op het vorenstaande heeft de raad het belang van groen in de woonomgeving, zoals dat naar voren komt in de hiervoor genoemde Rijksnota en de plantoelichting, bij de vaststelling van het plan betrokken en een voldoende gemotiveerde keuze gemaakt die niet als onevenredig kan worden aangemerkt.

     Het betoog faalt.

Verlies aan zonlicht

5.    [appellant] vreest verlies van zonlicht in zijn huis omdat het bouwvlak aan de Meester Groen van Prinstererlaan dichter bij de straat wordt geplaatst en binnen dit bouwvlak een maximale bouwhoogte van 11 m is toegestaan.

5.1.    De raad stelt dat het bouwvlak aan de Meester Groen van Prinstererlaan in de nieuwe situatie weliswaar dichter bij de straat is geplaatst, maar dat [appellant] daardoor niet onevenredig in zijn belangen wordt geschaad. Dit leidt de raad af uit een bezonningsonderzoek, waaruit volgt dat het verlies van zonlicht voor [appellant] beperkt is. De maximale bouwhoogte van 11 m wordt hier aanvaardbaar geacht vanwege het aansluiten bij het bestaande straatprofiel met hoge woningen.

5.2.    De raad heeft een bezonningsonderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwbouw aan de Meester Groen van Prinstererlaan op de bezonning van het pand aan de [locatie]. De resultaten van dit onderzoek zijn neergelegd in het rapport "Bezonningsstudie Groen van Prinstererlaan 12 Assen" van BügelHajema dat als bijlage bij de reactienota zienswijzen is gevoegd. De conclusie van dit onderzoek luidt dat de nieuwbouw in het najaar een licht nadelig effect heeft op de bezonning op de gevels van het perceel van [appellant]. Vanaf half september tot half november zal de schaduw van de nieuwbouw aan de Meester Groen van Prinstererlaan aan het begin van de avond maximaal 30 minuten eerder de gevel van de woning van [appellant] bereiken. Het maximale moment ligt rond half oktober.

    De Afdeling ziet op basis van het bezonningsonderzoek en de toelichting van de raad geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het desbetreffende plandeel niet in redelijkheid op deze wijze heeft kunnen vaststellen.

     Het betoog faalt.

Bereikbaarheid

6.    [appellant] stelt dat de bereikbaarheid van zijn bouwbedrijf door het plan afneemt. Volgens hem neemt de verkeersdrukte rondom het bouwbedrijf vanwege de nieuwe woningen toe. [appellant] stelt verder dat een versmalling van de wegen het vrachtverkeer van en naar het bouwbedrijf bemoeilijkt.

6.1.    De raad acht het niet aannemelijk dat de nieuwe woningen meer verkeer aantrekken. Voor de gesloopte duplexwoningen komen er in de nieuwe situatie minder gezinswoningen terug. Verder heeft de raad ter zitting toegelicht dat er een verkeersplan is in het kader waarvan er voornemens zijn om de Meester P.J. Troelstralaan te versmallen. De Meester Groen van Prinstererlaan zal niet worden versmald, aldus de raad.

6.2.    In de plantoelichting is vermeld dat de bestaande 64 woningen zullen worden gesloopt en vervangen door nieuwe woningen. Het bestreden plan maakt in totaal 47 woningen mogelijk. Het is niet aannemelijk dat de bereikbaarheid van het bouwbedrijf van [appellant] aan de Meester Groen van Prinstererlaan daardoor wordt beperkt.

    Voor zover [appellant] stelt dat de bereikbaarheid van zijn bedrijf wordt bemoeilijkt door het versmallen van omliggende wegen, overweegt de Afdeling dat de gronden waarop de wegen zijn gelegen niet tot het plangebied behoren. Dat betekent dat het plan de versmalling van de wegen niet regelt.

     Het betoog faalt.

Conclusie

7.    Het beroep is ongegrond.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. Schueler, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.I.Y. Lap, griffier.

w.g. Schueler    w.g. Lap

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2019

288-913.