Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:911

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-03-2019
Datum publicatie
03-04-2019
Zaaknummer
201809668/1/R3 en 201809668/2/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Gedeeltelijk dempen 2e insteekhaven Dollegoor" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWA 2019/41
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201809668/1/R3 en 201809668/2/R3.

Datum uitspraak: 27 maart 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het beroep, in het geding tussen:

All-In Containers B.V., gevestigd te Almelo,

appellante,

en

de raad van de gemeente Almelo,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 9 oktober 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Gedeeltelijk dempen 2e insteekhaven Dollegoor" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft All-In Containers beroep ingesteld.

All-In Containers heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 12 februari 2019, waar All-In Containers, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], bijgestaan door R.F. Kötter, advocaat te Wierden, en de raad, vertegenwoordigd door E.R. Jasper en M. ten Dam, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Voorts zijn [partij], vertegenwoordigd door [gemachtigde B], en Kroon Oil B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde C], als partij gehoord.

Partijen hebben ter zitting toestemming gegeven onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Overwegingen

1.    In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

Inleiding

2.    Het bedrijventerrein Dollegoor is voorzien van drie insteekhavens. Het plan biedt de mogelijkheid de tweede insteekhaven op het bedrijventerrein te dempen.

    All-In Containers is een onderneming die zich bezighoudt met de ontwikkeling, productie en handel van containers. Het bedrijf ligt aan de tweede insteekhaven, direct aan het te dempen deel. De oever van het perceel is in eigendom van de gemeente Almelo. All-In Containers kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan, omdat demping van de insteekhaven vervoer van containers over water voor haar in de toekomst onmogelijk maakt. De raad heeft dit belang volgens All-In Containers onvoldoende betrokken bij de planvaststelling, terwijl de raad met het plan wel tegemoet komt aan de belangen en de wens van [partij] en Kroon Oil om uit te breiden. Dit acht zij onevenredig.

Toetsingskader

3.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Procedureel

4.    All-in Containers stelt dat de raad overleg heeft gevoerd met [partij] over haar wens tot uitbreiding, terwijl met All-In Containers nimmer overleg is gevoerd over haar belang bij de ligging van haar bedrijf aan de tweede insteekhaven met het oog op toekomstig vervoer over water. All-In Containers stelt voorts dat zij via de media de door [partij] gewenste demping van de tweede insteekhaven moest vernemen.

    All-in Containers voert aan dat de raad weliswaar stelt dat er wel overleg met haar is geweest, maar dat ging over de aankoop van haar perceel en niet over haar voornoemde belang.

4.1.    De raad stelt op de hoogte te zijn van het standpunt van All-In Containers en dat er diverse gesprekken met haar zijn geweest.

    De raad stelt voorts dat de gronden waarop All-In Containers is gevestigd in het door het college van burgemeester en wethouders op 22 mei 2007 vastgestelde Masterplan Havengebied Almelo zijn aangewezen als hoogwaardig technologiecluster. Gelet op deze keuze had de gemeente de wens om tot verwerving van het perceel van All-in Containers over te gaan en de gronden voor hoogwaardige technologiebedrijven beschikbaar te stellen. De gemeente heeft daarom een aanbod gedaan om het gehele perceel van All-In Containers aan te kopen tegen een marktconforme prijs. All-In Containers heeft dit aanbod geweigerd, aldus de raad.

4.2.    Artikel 3:11, eerste lid van de Awb luidt:

"Het bestuursorgaan legt het ontwerp van het te nemen besluit, met de daarop betrekking hebbende stukken die redelijkerwijs nodig zijn voor een beoordeling van het ontwerp, ter inzage."

    Artikel 3:12 luidt:

"1. Voorafgaand aan de terinzagelegging geeft het bestuursorgaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze kennis van het ontwerp. Volstaan kan worden met het vermelden van de zakelijke inhoud.

[..]

3. In de kennisgeving wordt vermeld:

a. waar en wanneer de stukken ter inzage zullen liggen;

b. wie in de gelegenheid worden gesteld om zienswijzen naar voren te brengen;

c. op welke wijze dit kan geschieden;

d. indien toepassing is gegeven aan artikel 3:18, tweede lid: de termijn waarbinnen het besluit zal worden genomen."

4.3.    De kennisgeving is gepubliceerd in de Staatscourant van 7 maart 2018, nr. 12474. Daarin staat vermeld dat het ontwerpbestemmingsplan "Gedeeltelijk dempen 2e insteekhaven Dollegoor" van 7 maart tot en met 17 april 2018 ter inzage is gelegd. Tevens staat daarin vermeld dat gedurende deze termijn een ieder schriftelijk of mondeling een zienswijze kan indienen. Voor het indienen van een mondelinge zienswijze kon tijdens kantooruren een afspraak worden gemaakt. Daarvoor stond een telefoonnummer vermeld. En voor het schriftelijk indienen stond een postbusnummer vermeld. All-in Containers heeft daar gebruik van gemaakt, want zij heeft schriftelijk zienswijzen naar voren gebracht.

    Gelet op het voorgaande is de wettelijk voorgeschreven procedure gevolgd. Dat naar de stelling van All-in Containers geen, dan wel te weinig overleg met haar is gevoerd, kan niet afdoen aan de omstandigheid dat de wettelijk voorgeschreven procedure is gevolgd.

    Het betoog faalt.

Juistheid van informatie

5.    All-in Containers betwist de juistheid van de door [partij] verstrekte informatie en daarmee de noodzaak voor de vaststelling van het plan. Zij stelt dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de door [partij] verstrekte informatie over het economisch klimaat en een toename van werkgelegenheid. All-in Containers voert aan dat [partij] na de demping van de tweede insteekhaven op die gronden haar bedrijfsterrein met 1 ha wil uitbreiden en deze wil benutten voor de opslag en het drogen van betonproducten. All-in Containers vraagt zich af in hoeverre de opslag van betonproducten tot een beter economisch klimaat en een toename van werkgelegenheid met 10 fte zou kunnen leiden.

5.1.    De raad ziet geen reden aan de door [partij] verstrekte gegevens te twijfelen. De raad stelt dat [partij] aanzienlijk heeft geïnvesteerd in haar productielijn Werk 1, door deze al aan te passen op de gewenste toekomstige situatie. Daarnaast heeft [partij], evenals Kroon Oil, een overeenkomst tot grondaankoop ondertekend.

5.2.    [partij] heeft toegelicht dat de locatie in Almelo drie productielijnen heeft waarvan er maar twee worden benut in verband met de beschikbare opslagruimte. Betonproducten moeten na de productie minimaal vier weken uitharden, zodat deze voldoende sterk zijn voor verdere verwerking. In de huidige situatie is er onvoldoende opslagruimte voor drie productielijnen.     

    10 jaar geleden heeft [partij] ongeveer € 750.000,00 geïnvesteerd in de hal van Werk 1 om deze gereed te maken voor de nieuwe, derde productielijn. Voor de huidige twee productielijnen wordt in een tweeploegendienst gewerkt en het is de bedoeling dat voor die derde complete productielijn ook in een tweeploegendienst wordt gewerkt. Dit is nodig om deze rendabel te kunnen maken.

5.3.    Uit het voorgaande komt naar voren dat [partij] al heeft geïnvesteerd om een nieuwe complete productielijn te starten, maar dat in de huidige situatie onvoldoende opslagruimte beschikbaar is om de producten van een derde productielijn te kunnen laten uitharden. Voorts komt uit de door [partij] verstrekte informatie naar voren dat in een tweeploegendienst dient te worden gewerkt om de productielijn rendabel te kunnen maken.

    All-in containers concretiseert haar bezwaar over de door [partij] verstrekte gegevens niet. De Afdeling ziet niet in waarom de raad niet van de juistheid van de door [partij] verstrekte gegevens over de bedrijfsvoering en de behoefte tot uitbreiding heeft mogen uitgaan.

    Het betoog faalt.

Alternatieven

6.    All-In Containers stelt dat de raad de alternatieven voor uitbreiding van het bedrijfsterrein van [partij] niet dan wel onvoldoende zorgvuldig heeft onderzocht en betrokken bij de planvaststelling. All-In Containers stelt dat de raad daarbij - mede gelet op de bij de besluitvorming te betrekken bedrijfsbelangen - voor het minst bezwarende alternatief had moeten kiezen. Volgens All-In Containers zijn er zeker drie dergelijke alternatieven voorhanden.

    Zo is volgens All-In Containers onvoldoende onderzoek gedaan naar de mogelijkheid van verplaatsing van het gehele bedrijf van [partij]. Voorts is onvoldoende onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om de door [partij] gewenste opslagplaats elders te realiseren. All-In Containers wijst erop dat in de nabijheid van [partij] een braakliggend stuk grond ligt van ongeveer 1,2 ha op de haventak tussen de eerste en tweede insteekhaven. Als derde alternatief had demping van de derde insteekhaven kunnen worden onderzocht. Dit is echter niet gebeurd, terwijl demping daarvan de mogelijkheid zou bieden de opslagruimte direct aansluitend op het huidige bedrijfsterrein van [partij] te realiseren. Er bevinden zich nauwelijks bedrijven aan de derde insteekhaven, zodat demping daarvan niet tot ingrijpende gevolgen voor ondernemers zal leiden, aldus All-in Containers.

    All-In Containers stelt dat de raad bij het alternatievenonderzoek rekening had moeten houden met haar wens in de toekomst haar containers over water te vervoeren. In dat kader stelt zij dat evenmin is onderzocht of het mogelijk is om naast het perceel van All-In Containers een deel van de haven en de kade te behouden, zodat daar één schip kan aanmeren. All-In Containers ziet niet in dat hierdoor voor [partij] een dusdanig ongunstige kavel zal ontstaan dat dit tot beperking in de uitbreidingsbehoefte zal leiden, dan wel dat hierdoor aanzienlijk hogere kosten zullen worden gemaakt.

6.1.    De raad stelt zich op het standpunt dat verplaatsing van het gehele bedrijf van [partij] is onderzocht, maar dat dit niet mogelijk is, omdat er in de directe omgeving geen zogenoemde "natte kavels" met een omvang van 6 ha beschikbaar zijn en de kosten van een verhuizing onevenredig zijn ten behoeve van de uitbreiding. Een alternatieve geschikte locatie voor de door [partij] gewenste uitbreiding is niet voorhanden, aldus de raad.

    De raad stelt voorts dat het dempen van de derde insteekhaven niet tot de mogelijkheden behoort. Hier is het zandbedrijf Oost B.V. gevestigd en zij maakt veelvuldig gebruik van het vervoer via water. Haar perceel aan de derde insteekhaven is hier geheel op georiënteerd en gesitueerd. Voor zover All-in Containers betoogt dat demping wel mogelijk is, omdat dit bedrijf mogelijkerwijs ook aan de andere zijde kan laden en lossen, heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat deze zijde aan de hoofdvaarweg van het Twente-kanaal ligt en dat Rijkswaterstaat naar verwachting het laden en lossen daar niet zal toestaan.

    De raad stelt dat een opslagruimte voor het uitharden van betonproducten van [partij] op de door All-In Containers bedoelde braakliggende gronden aan de overzijde van de tweede insteekhaven geen mogelijkheid is. Dit leidt tot opsplitsing van het bedrijf. Het bedrijfsproces wordt door deze opsplitsing en het noodzakelijke vervoer van betonproducten dusdanig verstoord dat dit financieel niet uitvoerbaar is. Daarnaast is het braakliggende terrein niet bereikbaar, omdat het eerste deel van de weg die daarnaar toe leidt, de Lelyweg, weliswaar openbaar is, maar het tweede, noordelijke deel van deze weg is afgeschermd door een slagboom, omdat deze weg eigendom is van het bedrijf Benchmark. Bovendien zijn deze gronden in 2007 in het Masterplan aangewezen als hoogwaardig technologiecluster en gereserveerd voor technologiebedrijven. Volgens de raad is er dus geen alternatieve geschikte locatie beschikbaar voor de benodigde opslagruimte voor [partij].

    De mogelijkheid om aan de kavel van All-In Containers een kade met haven te behouden voor één schip en het overige van de tweede insteekhaven te dempen, levert volgens de raad diverse knelpunten op. Zo levert het beleidsmatig een knelpunt op met het oog op de aanwijzing van gronden waarop All-In Containers is gevestigd als technologisch cluster met in het bestemmingsplan "Dollegoor-Slachthuiskade" een uitsterfconstructie voor andere vormen van industrie. Het levert nautisch een knelpunt op met het oog op gevaarlijke situaties die kunnen ontstaan bij het achteruitvaren, maar ook financieel, omdat extra fysieke voorzieningen moeten worden getroffen. Tevens zal een ongunstig perceel ontstaan voor de uitbreidingsbehoefte van [partij]. Door deze knelpunten is deze mogelijkheid niet aan de orde, aldus de raad.

6.2.    [partij] heeft ter zitting toegelicht dat een opslagruimte op het door All-In Containers bedoelde braakliggende terrein niet mogelijk is, omdat het technisch en kwalitatief niet haalbaar is om het geproduceerde beton na 1 à 2 dagen en zelfs niet na een week te vervoeren. Vervoer en trilling leiden tot haarscheurtjes in het beton en dus tot kwaliteitsverlies, zo betoogt zij.

    [partij] heeft verder uiteengezet dat het geproduceerde beton na 1 dag uit de droogkamer komt en dan zo spoedig en zo dichtbij mogelijk dient te worden weggezet op een zogenoemd tasveld om verder uit te harden. Daarbij dient zo weinig mogelijk trilling te worden veroorzaakt, omdat dit tot haarscheurtjes leidt. Na 6 à 7 dagen is het beton op 70% van de sterkte, maar ook dan kan het nog niet worden vervoerd in verband met het risico op haarscheurtjes in het beton.

6.3.    In de plantoelichting staat dat verplaatsing van het bedrijf van [partij] onevenredig veel kosten met zich brengt en dat daarom is gezocht naar een alternatieve mogelijkheid om te voorzien in een uitbreiding. Op p. 57 van de plantoelichting staat voorts dat ook in het kader van de zogenoemde "Ladder voor duurzame verstedelijking" het zaak is de alternatieven voor uitbreiding (elders) af te wegen. Volgens de plantoelichting hebben [partij] en Kroon Oil bezien of vestiging elders een optie is, maar dat zij het mede vanwege het feit dat het betreffende deel van de tweede insteekhaven niet of nauwelijks wordt gebruikt en met uitbreiding ter plaatse van de tweede insteekhaven kostbare verhuis- en uitbreidingsactiviteiten kunnen worden vermeden, het daarom verantwoord en duurzaam vinden om ter plaatse uit te breiden. Daarbij speelt een rol dat met een verhuizing er weer extra kavels braak komen te liggen in het gerevitaliseerde bedrijventerrein, wat onwenselijk is, aldus de plantoelichting.

6.4.    Voor zover All-In Containers meent dat de raad de door haar aangedragen alternatieven niet in aanmerking heeft genomen of heeft betrokken bij de besluitvorming, overweegt de Afdeling dat dat de raad zowel in de Nota van zienswijzen, het verweerschrift, als ter zitting heeft gereageerd op de door All-In Containers aangedragen alternatieven en ook inzichtelijk heeft gemaakt waarom deze alternatieven niet volstaan om te kunnen voldoen aan de door [partij] gewenste bedrijfsuitbreiding.

    Gelet hierop heeft de raad zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat er geen alternatief voorhanden is dat minder bezwaarlijk is dan het gekozen alternatief.

    Het betoog faalt.

Belangenafweging

7.    All-In Containers stelt dat de raad geen evenredige belangenafweging heeft gemaakt. De raad heeft bij de belangenafweging ten onrechte een zwaarwegend belang toegekend aan het financiële voordeel van de gemeente Almelo bij de grondexploitatie en verkoop van gedempte havengrond en aan het belang van twee individuele bedrijven die willen uitbreiden. De gemeente Almelo kan door grondexploitatie en verkoop een winst van naar schatting € 240.000,00 realiseren, aldus All-In Containers.

    All-In Containers stelt dat de raad ten onrechte geen ruimtelijke afweging heeft gemaakt. Dit klemt temeer nu er geen erfpacht is gevestigd op het perceel nabij All-In Containers om te kunnen laden en lossen en de raad dit aspect heeft laten meewegen in de besluitvorming. De raad is hiermee bewust voorbij gegaan aan het feit dat All-In Containers in 2008 tijdens een onderhoud met een gemeenteambtenaar heeft geïnformeerd naar de mogelijkheden om erfpachtrecht op het oeverperceel te verkrijgen, maar op haar vraag is afwijzend gereageerd. All-In Containers stelt wel de wens te hebben om het erfpachtrecht te verkrijgen.

    All-In Containers stelt voorts dat het initiatief voor dit plan vooral is ingegeven door de commerciële belangen van twee individuele bedrijven en dat daarbij ten onrechte geen gewicht is toegekend aan haar belang bij ligging van haar bedrijf aan het water. De raad heeft zich onvoldoende vergewist van dit belang. Zij wijst erop dat zij sinds november 2017 haar bedrijfsactiviteiten heeft uitgebreid met handel in staalplaten en boorbuizen voor de staalverwerkende industrie. Het grootste deel van de staalplaten en boorbuizen wordt doorverkocht aan de fabriek in Polen waar All-in Containers haar containers laat produceren. Deze fabriek heeft een jaarlijkse behoefte van ongeveer 15.000 ton aan staalplaten en boorbuizen. Indien All-In Containers de aanvoer van staalplaten en boorbuizen via vervoer over water zou kunnen laten plaatsvinden en daarbij direct zou kunnen laden en lossen op haar eigen perceel, verwacht zij door de ontplooiing van deze nieuwe activiteit werkgelegenheid voor 5 tot 10 fte’s te kunnen realiseren.

    Zij voert aan dat zij door deze onevenredige belangenafweging in de toekomst structureel financieel nadeel zal ondervinden, omdat haar hierdoor de mogelijkheid wordt ontnomen om in de toekomst haar containers over het water te vervoeren. Vervoer over water is voordeliger dan vervoer over de weg. Zij wijst daartoe op een door haar verstrekt rekenvoorbeeld van transportkosten.

7.1.    De raad stelt dat het bedrag van € 240.000,00 een raming betreft voor de grondexploitatie. De gemeente is eigenaar van de gronden en zal zelf de gronden bouwrijp maken. Zelfrealisatie door [partij] en Kroon Oil is niet wenselijk vanwege gevoeligheden in de grondverzet- en aannemersmarkt, daarom hebben de bedrijven de gemeente gevraagd de ontwikkeling en het bouwrijp maken ter hand te nemen. De raad heeft toegelicht dat het geraamde bedrag inmiddels dient te worden bijgesteld door rentewijzigingen, ambtelijke kosten en planvertragingen.

    De raad heeft in het voorgaande (zie ook hiervoor onder 4.1 en 6.1) gesteld dat de gronden waarop All-In Containers is gevestigd in 2007 in het Masterplan zijn aangewezen als hoogwaardig technologiecluster. Dit betekent dat de gronden waarop All-in Containers is gevestigd, zijn bedoeld voor hoogwaardige technologiebedrijven. Omdat het bedrijf All-in Containers op het moment van vaststelling van dit Masterplan hier al was gevestigd, is in 2014 bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Dollegoor-Slachthuiskade" ervoor gekozen om aan het perceel van All-in Containers de specifieke functieaanduiding "containerbedrijf" toe te kennen. Het is de bedoeling dat, zodra geen gebruik meer wordt gemaakt van deze functieaanduiding, deze op basis van de in artikel 3.7 van dat bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid voor het college van burgemeester en wethouders zal worden verwijderd, zodat zich hoogwaardige technologiebedrijven op deze gronden kunnen vestigen. Dit is ook de reden waarom in 2008 al afwijzend is gereageerd op de vraag van All-In Containers of erfpacht kon worden verkregen. Nieuwe activiteiten die belemmerend kunnen zijn voor het hoogwaardig technologiecluster worden ontmoedigd, aldus de raad.

    De raad stelt voorts dat het bedrijf van All-In Containers zich kenmerkt door transport over de weg door middel van vrachtwagens. Het bedrijf heeft in 2017 weliswaar gebruik gemaakt van de mogelijkheid van transport over water, maar zonder te beschikken over het benodigde erfpachtrecht. De raad stelt dat hem geen concrete voornemens van All-In Containers bekend zijn van vervoer over water. Wanneer All-In Containers in de toekomst meer gebruik wil maken van vervoer over het water, kan zij daartoe gebruik maken van de 200 m verder gelegen openbare laad- en loskade, aldus de raad.

7.2.    De voorzieningenrechter stelt vast dat de gemeente eigenaar is van het te dempen gedeelte van de tweede insteekhaven en dat het bedrag van € 240.000,00 een raming voor de grondexploitatie betreft en geen winst. De gemeente zal de gronden zelf bouwrijp maken.

    Voor zover All-In Containers stelt dat de raad ten onrechte heeft laten meewegen dat er geen erfpachtrecht is gevestigd op de oever nabij het perceel van All-In Containers ten behoeve van laden en lossen, stelt de voorzieningenrechter vast dat All-In Containers in 2008 weliswaar heeft geïnformeerd naar de mogelijkheid om het desbetreffende erfpachtrecht te verkrijgen, maar dat zij daartoe na 2008 geen concrete stappen heeft ondernomen, dan wel een concrete aanvraag daartoe heeft gedaan.

    De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat in 2007 het Masterplan is vastgesteld met de bedoeling dat zich op de gronden waar All-In Containers is gevestigd hoogwaardige technologiebedrijven kunnen vestigen.

    De voorzieningenrechter overweegt dat de raad in het licht van het voorgaande in redelijkheid een doorslaggevend gewicht heeft mogen toekennen aan het belang van de uitbreidingswens van de zogenoemde "watergebonden" bedrijven van [partij] en Kroon Oil boven het belang van All-In Containers. Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat All-In Containers voorafgaand aan de vaststelling van het plan geen concrete plannen voor vervoer over water kenbaar heeft gemaakt bij de raad.

    Het betoog faalt.

8.    Het beroep is ongegrond.

9.    Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

10.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep ongegrond;

II.    wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R. Uylenburg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A. Heinen, griffier.

w.g. Uylenburg    w.g. Heinen

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2019

632.