Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:765

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
13-03-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
201805896/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2018:2843, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 28 augustus 2017 is geweigerd aan het Taphuys een vergunning te verlenen voor de exploitatie van een buitenterras aan de achterzijde van het pand van de horeca-inrichting het Taphuys aan het Jansplein 56 in Arnhem.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201805896/1/A3.

Datum uitspraak: 13 maart 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het Taphuys Arnhem B.V., gevestigd te Arnhem,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 28 juni 2018 in zaak nr. 18/1136 in het geding tussen:

het Taphuys

en

de burgemeester van Arnhem.

Procesverloop

Bij besluit van 28 augustus 2017 is geweigerd aan het Taphuys een vergunning te verlenen voor de exploitatie van een buitenterras aan de achterzijde van het pand van de horeca-inrichting het Taphuys aan het Jansplein 56 in Arnhem.

Bij besluit van 1 februari 2018 heeft de burgemeester het door het Taphuys daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en onder aanvulling van de motivering het besluit van 28 augustus 2017 gehandhaafd.

Bij uitspraak van 28 juni 2018 heeft de rechtbank het door het Taphuys daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het Taphuys hoger beroep ingesteld.

De burgemeester en [belanghebbende A] hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het Taphuys heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 maart 2019, waar de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. J. Hindriks, is verschenen. Verder zijn ter zitting [belanghebbende A] en [belanghebbende B], bijgestaan door [gemachtigde] gehoord.

Overwegingen

1.    De van belang zijnde bepalingen uit de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) zijn opgenomen in de aangehechte bijlage die onderdeel uitmaakt van deze uitspraak.

2.    Bij het besluit van 28 augustus 2017 heeft de burgemeester de gevraagde vergunning voor de exploitatie van een buitenterras afgewezen omdat het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed. Aan de achterzijde is appartementencomplex de Mariënburg van [belanghebbende A] gelegen dat rechtstreeks grenst aan het terras. De bewoners van de appartementen moeten weliswaar rekening houden met enige mate van overlast, maar omdat het gaat om een binnenterrein zorgen pratende mensen op het terras voor meer overlast dan het geval is bij een terras in de open ruimte, waar het geluid kan uitwaaien. Dit terras is aan drie zijden omsloten door bebouwing, te weten aan twee lange en een korte zijde. In bezwaar heeft de burgemeester hieraan toegevoegd dat uit onderzoek blijkt dat de geluidwaarde op 70 dB(A) komt te liggen, terwijl de maximaal toegestane geluidbelasting 50 dB(A) is. Er is sprake van een ontoelaatbare overschrijding van de geluidwaarden, aldus de burgemeester.

3.    Het Taphuys betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat haar in bezwaar ten onrechte geen proceskostenvergoeding is toegekend. Het bezwaar was niet alleen gegrond verklaard, maar het besluit van 28 augustus 2017 werd in feite ook herroepen, nu dat besluit onbevoegd was genomen. Zij bestrijdt dat alleen sprake is van een verschrijving. De ondertekening is ook onjuist, aldus het Taphuys.

3.1.    De rechtbank is de burgemeester terecht in diens verklaring gevolgd dat het besluit van 28 augustus 2017 abusievelijk is ondertekend met de woorden "de burgemeester en wethouders van Arnhem". Zij heeft terecht overwogen dat het besluit feitelijk is genomen door de burgemeester en dat er sprake is van een kennelijke verschrijving in de ondertekening van het besluit. Dat besluit lijdt niet aan een bevoegdheidsgebrek, maar aan een ondertekeningsgebrek. Dat gebrek is in het besluit op bezwaar hersteld. Het besluit is niet in de wij-vorm geschreven, maar in de ik-vorm. Ook daaruit blijkt dat het besluit feitelijk is genomen door de burgemeester en niet door de burgemeester en wethouders. Ook het voornemen de vergunning te weigeren was door de burgemeester genomen. In bezwaar is het besluit van 28 augustus 2017 onder aanvulling van de motivering gehandhaafd. Nu herroeping van dat besluit niet aan de orde is, heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien voor het oordeel dat de burgemeester ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend in het besluit op bezwaar.

Het betoog faalt.

4.    Het Taphuys betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat haar ten onrechte geen vergunning is verleend. Zij is de burgemeester ten onrechte in diens standpunt gevolgd dat sprake is van een binnenterrein. Zij voert daartoe aan dat het terras is gelegen aan de openbare weg. Verder is van een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefklimaat geen sprake. Geluidoverlast is er nooit geweest. Het centrum van Arnhem is een druk gebied. De situatie ter plaatse is niet gewijzigd. [belanghebbende A], de eigenaar van de omliggende gebouwen, wist dat daar een horecabestemming geldt. Hij heeft er zelf voor gekozen in de aangrenzende muur van zijn pand openslaande ramen aan te brengen. Hij kan nu niet opeens klagen over overlast, aldus het Taphuys.

4.1.    De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de burgemeester het terras terecht heeft gelijkgesteld aan een binnenterrein. Het terras is aan drie zijden, waaronder de twee lange zijden, omsloten door bebouwing. Hierdoor kan het geluid minder goed weg dan bij een open ruimte het geval is. Verder grenst het appartementencomplex de Mariënburg direct aan het terras. Uit de stukken blijkt dat al in 2014 een omgevingsvergunning was verleend voor het verbouwen van de Mariënburg tot appartementencomplex. Pas daarna is het Taphuys in het pand aan het Jansplein 56 te Arnhem gevestigd. Daarvoor zaten V&D en La Place in dat pand en werd aan de achterzijde weliswaar een terras geëxploiteerd, maar vast staat dat het terras toen alleen tijdens de openingstijden van de eveneens daar gevestigde boekhandel mocht zijn geopend. Het Taphuys beoogt ruimere openingstijden van het terras te hanteren. Destijds was de Mariënburg bovendien niet aan de achterzijde bewoond, waardoor het woon- en leefklimaat toentertijd niet in gedrang was. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de hier voorliggende situatie nieuw is en een nieuwe beoordeling van de burgemeester vergde. Gelet op de klachten van de bewoners van de Mariënburg over geluidoverlast en de aan de besluitvorming ten grondslag gelegde onderzoeken over de geluidbelasting, die het Taphuys in hoger beroep niet inhoudelijk heeft bestreden, heeft de rechtbank terecht overwogen dat de burgemeester zich op het standpunt mocht stellen dat de exploitatie van het terras leidt tot een ontoelaatbare inbreuk op het woon- en leefklimaat van de naaste omgeving.

Het betoog faalt.

5.    Voor zover het Taphuys een beroep doet op het gelijkheidsbeginsel, overweegt de Afdeling dat het Taphuys in hoger beroep niet heeft gemotiveerd in welke volgens haar gelijke gevallen wel een terrasvergunning is verleend. Reeds hierom faalt het betoog.

6.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Niane-van de Put, griffier.

w.g. Scholten-Hinloopen    w.g. Niane-van de Put

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2019

805.

Artikel 2.3.1.6 Weigeringsgronden

De burgemeester weigert de vergunning, indien:

[…]

b. naar zijn oordeel door de aanwezigheid van de horeca-inrichting het woon- en leefklimaat in de naaste omgeving op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed;

[…]

Artikel 2.3.1.13 Terrassen

1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester de weg of een weggedeelte te gebruiken voor het plaatsen van een bij een horeca-inrichting behorend terras.

[…]

4. De burgemeester kan de in het eerste lid bedoelde vergunning weigeren:

[…]

indien zich ten aanzien van het beoogde gebruik een van de in artikel 2.3.1.6, aanhef en onder a, b, c of d genoemde weigeringsgronden voordoet.