Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:745

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-03-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
201804959/1/V2
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOBR:2018:2591, Onduidelijk
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben op 13 juni 2018 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 mei 2018 in zaken nrs. NL17.7529, NL17.7530 en NL17.7531.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201804959/1/V2.

Datum uitspraak: 6 maart 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het verzoek van:

[vreemdeling 1] en [vreemdeling 2], mede voor hun minderjarige kind, en [vreemdeling 3],

verzoekers,

om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep (artikel 8:75a van de Awb).

Procesverloop

De vreemdelingen, vertegenwoordigd door mr. P.L.M. Stieger, advocaat te 's-Hertogenbosch, hebben op 13 juni 2018 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, van 30 mei 2018 in zaken nrs. NL17.7529, NL17.7530 en NL17.7531.

Bij brief 26 juli 2018 hebben de vreemdelingen het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij haar opgekomen proceskosten.

Bij brief van 11 januari 2019 heeft de staatssecretaris op dat verzoek gereageerd.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    De vreemdelingen hebben het hoger beroep ingetrokken nadat de staatssecretaris hen alsnog een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd heeft verleend. Hiermee is de staatssecretaris, anders dan hij stelt in zijn brief van 11 januari 2019, de vreemdelingen tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb.

2.    Het verzoek dient als kennelijk gegrond op na te melden wijze te worden toegewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdelingen in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 512,00 (zegge: vijfhonderdtwaalf euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. E. Steendijk, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Yildiz, griffier.

w.g. Steendijk    w.g. Yildiz

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2019

594.