Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:741

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-03-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
201810095/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

De Stichting, het college, Vermilion, De Efteling, de dagelijks besturen, [appellant sub 6] en anderen, de initiatiefgroep, Petrochemical hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 14 november 2018.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201810095/2/A1.

Datum beslissing: 6 maart 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

1.    Stichting Casade en anderen, gevestigd te Waalwijk,

2.    college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand en anderen

3.    Vermilion Energy Netherlands B.V., gevestigd te Harlingen,

4.    De Efteling B.V. (hierna: De Efteling), gevestigd te Kaatsheuvel, gemeente Loon op Zand,

5.    De dagelijks besturen van het Waterschap Brabantse Delta en het Waterschap De Dommel,

6.    [appellant sub 6] en anderen, allen wonend te Loon Op Zand,

7.    de initiatiefgroep "Stop Gas in Loon", gevestigd te Loon Op Zand,

8.    Petrochemical Pipeline Services B.V., gevestigd te Geleen, gemeente Sittard-Geleen,

appellanten,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat,

verweerder.

Procesverloop

De Stichting, het college, Vermilion, De Efteling, de dagelijks besturen, [appellant sub 6] en anderen, de initiatiefgroep, Petrochemical hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 14 november 2018.

De minister heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van dit stuk.

Het betreft een vertrouwelijke bijlage bij het winningsplan Loon op Zand en Loon op Zand Zuid van 24 augustus 2017, inhoudende door Vermilion vertrouwelijk aan de minister meegedeelde bedrijfs- en productiegegevens.

Overwegingen

1.    De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.

2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3.    De minister heeft ter motivering van het verzoek, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM2590, aangevoerd dat de bedrijfs- en productiegegevens in het winningsplan vertrouwelijk aan hem zijn meegedeeld.

4.    Vermillion heeft het stuk vertrouwelijk aan de minister verstrekt. Het stuk betreft wetenswaardigheden over de technische bedrijfsvoering of het productieproces van Vermillion en over de gemaakte kosten voor de winning van gas. Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang om de vertrouwelijk aan de minister meegedeelde bedrijfs- en productiegegevens niet openbaar te maken zwaarder dan het belang van de overige partijen om kennis nemen van deze gegevens. De Afdeling acht daarom voor dit stuk het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.

5.    De Afdeling acht daarom het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe;

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. S. de Koning , griffier.

w.g. Daalder    w.g. De Koning

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2019