Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:735

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
05-03-2019
Datum publicatie
13-03-2019
Zaaknummer
201900375/2/A1
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
-
Inhoudsindicatie

Het college heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 3 december 2018 tot instemming met het winningsplan Hardenberg. De minister heeft bij brief van 30 januari 2019 een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling daarvan kennis zal mogen nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201900375/2/A1.

Datum beslissing: 5 maart 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht in het geding tussen:

het college van burgemeester en wethouders van Hardenberg,

appellant,

en

de minister van Economische Zaken en Klimaat,

verweerder.

Procesverloop

Het college heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van 3 december 2018 tot instemming met het winningsplan Hardenberg.

De minister heeft bij brief van 30 januari 2019 een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling daarvan kennis zal mogen nemen.

Het betreft een bij de aanvraag van 9 oktober 2017 behorende bijlage, inhoudende door de Nederlandse Aardoliemaatschappij B.V. (hierna: NAM) vertrouwelijk aan de minister meegedeelde bedrijfsgegevens.

Overwegingen

1.    De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van het stuk kennis zal nemen.

2.    Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

3.    De minister heeft ter motivering van het verzoek, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 19 april 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BM2590, aangevoerd dat de in de bijlage bij de aanvraag opgenomen bedrijfs- en fabricagegegevens vertrouwelijk aan hem zijn meegedeeld.

4.    Naar het oordeel van de Afdeling weegt het belang om de vertrouwelijk door de NAM aan de minister meegedeelde bedrijfs- en productiegegevens niet openbaar te maken zwaarder dan het belang van het college om kennis te nemen van deze gegevens. De bijlage bevat gegevens over de bedrijfsvoeringkosten, investeringskosten en verwijderingskosten behorend bij het winningsplan Hardenberg. Aldus bevat het stuk wetenswaardigheden over de bedrijfsvoering van de NAM.

5.    De Afdeling acht daarom voor dit stuk het verzoek tot beperkte kennisneming gerechtvaardigd.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. G.J. Deen, griffier.

w.g. Daalder    w.g. Deen

lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 maart 2019