Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:717

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-03-2019
Datum publicatie
06-03-2019
Zaaknummer
201804795/1/A3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBOVE:2018:1444, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 19 juli 2017 heeft de korpschef een verzoek van [appellant] om informatie op grond van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) en de Wet openbaarheid bestuur (hierna: Wob) deels ingewilligd en deels afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBP 2019/54
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201804795/1/A3.

Datum uitspraak: 6 maart 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 30 april 2018 in

zaak nr. 17/1889 in het geding tussen:

[appellant]

en

de korpschef van politie.

Procesverloop

Bij besluit van 19 juli 2017 heeft de korpschef een verzoek van [appellant] om informatie op grond van de Wet politiegegevens (hierna: Wpg) en de Wet openbaarheid bestuur (hierna: Wob) deels ingewilligd en deels afgewezen.

Bij uitspraak van 30 april 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 19 juli 2017 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft de toestemming als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) verleend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting op 20 februari 2019 aan de orde gesteld.

Overwegingen

1.    Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Inleiding

2.    Op 11 mei 2017 hebben twee politieagenten een bezoek gebracht aan de woning van [appellant], die op dat moment niet aanwezig was. Op 16 mei 2017 heeft een politieagent desgevraagd telefonisch contact met [appellant] opgenomen. Op 19 mei 2017 heeft er een alcoholcontrole bij [appellant] plaatsgevonden. Naar aanleiding van deze voorvallen heeft [appellant] op 7 juni 2017 de korpschef op grond van artikel 25 van de Wpg verzocht om kennisneming van hem betreffende politiegegevens. Ook heeft [appellant] op grond van artikel 3 van de Wob verzocht om alle documenten over de voorvallen van 11 mei 2017, 16 mei 2017 en 19 mei 2017.

2.1.    Bij besluit van 19 juli 2017 heeft de korpschef het verzoek van [appellant] alleen beoordeeld op grond van de Wpg, omdat volgens de korpschef het verzoek van [appellant] alleen gaat over gegevens waarop de Wpg van toepassing is. De korpschef heeft het verzoek van [appellant] deels ingewilligd en, voor zover van belang, aan hem een mutatierapport met het registratienummer PL0600-2017141847-2 (hierna: het mutatierapport) verstrekt. De korpschef heeft het verzoek van [appellant] deels afgewezen. De korpschef heeft namelijk op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wpg ongeveer twee van de vier pagina's van het mutatierapport weggelakt.

    Het hoger beroep beperkt zich tot de vraag of de korpschef terecht het verzoek van [appellant] heeft afgewezen om kennisneming van de weggelakte gegevens in het mutatierapport.

De uitspraak van de rechtbank

3.    De rechtbank heeft overwogen dat het besluit van 19 juli 2017 in strijd is met artikel 7:12 van de Awb, omdat de korpschef eerst in de beroepsfase heeft gemotiveerd waarom [appellant] geen kennis kan nemen van de weggelakte gegevens in het mutatierapport. De rechtbank heeft echter aanleiding gezien te bepalen dat de rechtsgevolgen van het besluit van 19 juli 2017 geheel in stand blijven. Een deel van de weggelakte gegevens gaat over derden en valt daarom niet onder het bereik van artikel 25, eerste lid, van de Wpg. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 4 februari 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:265) heeft de rechtbank overwogen dat er ook gegevens zijn weggelakt die geen politiegegevens zijn, maar dat deze gegevens alleen begrepen kunnen worden in samenhang met politiegegevens over derden die kunnen leiden tot identificatie en om die reden ook als politiegegevens moeten worden aangemerkt. Over de overige weggelakte gegevens heeft de korpschef zich terecht op het standpunt gesteld dat het onthouden van kennisneming door [appellant] noodzakelijk is in het belang van de goede uitvoering van de politietaak. Gelet hierop heeft de korpschef terecht het verzoek van [appellant] om kennis te nemen van de weggelakte delen van het mutatierapport afgewezen, aldus de rechtbank.

Hogerberoepsgronden

4.     [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de korpschef terecht zijn verzoek om kennisneming van de weggelakte gegevens in het mutatierapport heeft afgewezen.

    Daarover voert hij aan dat als de weggelakte gegevens in het mutatierapport over zowel hem als over derden gaan, hij recht op inzage in die gegevens heeft. Over de weggelakte gegevens die volgens de rechtbank in beginsel geen politiegegevens zijn, stelt [appellant] onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling van 9 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1202), 27 september 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:2581) en 22 november 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:3233) dat daarop de Wob had moeten worden toegepast. Onduidelijk is of de rechtbank een dergelijke beoordeling heeft verricht. Verder heeft de rechtbank haar oordeel over de overige weggelakte gegevens ten onrechte niet gemotiveerd, aldus [appellant].

Beoordeling

5.    Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder politiegegeven verstaan elk persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt.

    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer de uitspraak van 5 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5104) bevat de Wpg een uitputtende regeling voor de verstrekking van politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van die wet. Voor zover gegevens politiegegevens in de zin van die bepaling zijn, is er geen plaats voor toepassing van de Wob op een verzoek om verstrekking van die gegevens. Voor de beoordeling of gegevens als politiegegevens moeten worden aangemerkt is onder meer bepalend of die gegevens een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon betreffen. Daarbij moet worden beoordeeld of die gegevens alleen of in combinatie met andere gegevens zo kenmerkend zijn voor die persoon dat deze daarmee kan worden geïdentificeerd. Bij deze beoordeling mogen alle middelen worden betrokken waarvan mag worden aangenomen dat zij redelijkerwijs door de verantwoordelijke dan wel enig ander persoon zijn in te zetten om die persoon te identificeren (Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, blz. 45-50).

5.1.    De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis genomen van de weggelakte gegevens in het mutatierapport.

5.2.    Een deel van de weggelakte gegevens in het mutatierapport zijn, zoals de rechtbank terecht heeft vastgesteld, politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg die alleen derden betreffen. Daarom kunnen deze gegevens niet worden aangemerkt als [appellant] betreffende politiegegevens als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de Wpg. Dat betekent dat deze gegevens niet onder het bereik van voormeld artikel 25, eerste lid, vallen en dat de korpschef daarom niet met toepassing van dat artikellid [appellant] hiervan kennis kon laten nemen.

5.3.    Het overgrote deel van de weggelakte gegevens zijn gegevens die tegelijkertijd zowel [appellant] als derden betreffen. Deze gegevens zijn verwerkt in het kader van de uitoefening van de politietaak. Gelet hierop moeten deze gegevens worden aangemerkt als politiegegevens als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van de Wpg. Dat betekent dat [appellant] op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wpg in beginsel recht op inzage heeft in die gegevens. De korpschef heeft evenwel terecht op grond van artikel 27, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wpg het verzoek van [appellant] om kennisneming van deze weggelakte gegevens in het mutatierapport afgewezen wegens bescherming van de rechten en vrijheden van derden. De gegevens betreffen immers ook derden en zijn, gelet op de specifieke omstandigheden waarover het mutatierapport gaat en de kleine groep personen die betrokken is, herleidbaar tot individuele personen.

5.4.    Daarnaast bevat het mutatierapport weggelakte gegevens die geen politiegegevens zijn. Deze gegevens kunnen alleen worden begrepen in samenhang met de politiegegevens die in het mutatierapport staan. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, betekent dit niet dat die gegevens alsnog moeten worden aangemerkt als politiegegevens. Er bestaat evenwel geen aanleiding om de uitspraak van de rechtbank om die reden te vernietigen. Als deze gegevens zelfstandig worden gelezen, verschaffen zij namelijk in het geheel geen informatie. Daarom is openbaarmaking van deze gegevens zinledig (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 22 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3223).

5.5.    Gelet op het voorgaande is er bij de beoordeling van de weggelakte gegevens in het mutatierapport geen plaats voor inwilliging van het verzoek met toepassing van de Wob.

Conclusie

6.    De korpschef heeft terecht het verzoek van [appellant] om informatie in zoverre afgewezen.

7.    Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd met verbetering van de gronden waarop deze rust, voor zover aangevallen.

8.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.J.L. Crombach, griffier.

w.g. Borman    w.g. Crombach

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2019

689.

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 8:29

[…]

5. Indien de bestuursrechter heeft beslist dat de beperking van de kennisneming gerechtvaardigd is, kan hij slechts met toestemming van de andere partijen mede op de grondslag van die inlichtingen onderscheidenlijk die stukken uitspraak doen. Indien de toestemming wordt geweigerd, wordt de zaak verwezen naar een andere kamer.

Wet politiegegevens

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. politiegegeven: elk persoonsgegeven dat in het kader van de uitoefening van de politietaak wordt verwerkt;

b. politietaak: de taken, bedoeld in de artikelen 3 en 4, eerste lid, van de Politiewet 2012;

c. verwerken van politiegegevens: elke handeling of elk geheel van handelingen met betrekking tot politiegegevens, waaronder in ieder geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, vergelijken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van politiegegevens;

d. verstrekken van politiegegevens: het bekend maken of ter beschikking stellen van politiegegevens;

e. ter beschikking stellen van politiegegevens: het verstrekken van politiegegevens aan personen die overeenkomstig deze wet zijn geautoriseerd voor het verwerken van politiegegevens;

[…]

g. betrokkene: degene op wie een politiegegeven betrekking heeft;

[…]

m. persoonsgegeven, ontvanger en toestemming van de betrokkene: hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet bescherming persoonsgegevens;

[…].

Artikel 25

1. De verantwoordelijke deelt een ieder op diens schriftelijke verzoek binnen zes weken mede of, en zo ja welke, deze persoon betreffende politiegegevens verwerking ondergaan. Hij verstrekt daarbij tevens desgevraagd inlichtingen over de vraag of de deze persoon betreffende politiegegevens gedurende een periode van vier jaar voorafgaande aan het verzoek zijn verstrekt en over de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de gegevens zijn verstrekt. De verantwoordelijke kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen, dan wel voor ten hoogste zes weken indien blijkt dat bij verschillende regionale of landelijke eenheden van de politie politiegegevens over de verzoeker worden verwerkt. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan.

[…]

Artikel 27

1. Een verzoek, als bedoeld in artikel 25, eerste lid, wordt afgewezen voor zover het onthouden van kennisneming noodzakelijk is in het belang van:

a. de goede uitvoering van de politietaak;

b. de bescherming van de rechten van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van derden;

[…]

2. Een gehele of gedeeltelijke afwijzing vindt schriftelijk plaats.

Wet openbaarheid bestuur

Artikel 3

1. Een ieder kan een verzoek om informatie neergelegd in documenten over een bestuurlijke aangelegenheid richten tot een bestuursorgaan of een onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf.

[…]