Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:602

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
27-02-2019
Datum publicatie
27-02-2019
Zaaknummer
201801889/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBAMS:2018:337, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 2 november 2016 heeft het college aan Oosteinder Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan uitbreiden van het Blue Mansion Hotel aan de Oosteinderweg 248 te Aalsmeer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201801889/1/A1.

Datum uitspraak: 27 februari 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Aalsmeer,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 24 januari 2018 in zaak nr. 17/3033 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer.

Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2016 heeft het college aan Oosteinder Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan uitbreiden van het Blue Mansion Hotel aan de Oosteinderweg 248 te Aalsmeer.

Bij besluit van 5 april 2017 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar, onder aanvulling van de motivering, ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 januari 2018 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Oosteinder Vastgoed en het college hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 14 januari 2019, waar het college, vertegenwoordigd door N. Lindeman, is verschenen. Voorts is Oosteinder Vastgoed, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. P.R. Dijkink, advocaat te Amsterdam, ter zitting als partij gehoord.

Overwegingen

1.    Het bouwplan voorziet in de uitbreiding van het Blue Mansion Hotel van zestien tot veertig kamers. De uitbreiding is voorzien op de naastgelegen locatie waar zich voorheen restaurant ’t Farregat bevond. [appellant] woont in de directe nabijheid van het bouwplan en kan zich niet met het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning verenigen. Hij vreest dat het bouwplan zal leiden tot parkeerhinder als gevolg van toenemende parkeerdruk op de Oosteinderweg.

    De rechtbank heeft overwogen dat het college voldoende heeft beargumenteerd dat geen toegenomen parkeerbehoefte bestaat als gevolg van het realiseren van het bouwplan, omdat de parkeerbehoefte van restaurant ’t Farregat groter was dan die voor het uitgebreide Blue Mansion Hotel.

2.    [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte geen rekening heeft gehouden met omstandigheden die zich voorafgaand aan het besluit tot vergunningverlening hebben voorgedaan. Daartoe voert hij aan dat het vertrouwensbeginsel is geschonden, omdat hem in 2007 door een ambtenaar van de gemeente bij verlening van de bouwvergunning eerste fase voor de bouw van het Blue Mansion Hotel is verzekerd dat de bouwvergunning tweede fase niet zou worden verleend, hetgeen daarna toch is gebeurd. Verder voert hij aan dat het ambtenaren van de gemeente aan vakkennis ontbreekt, omdat destijds bij de vergunningverlening voor de bouw van het hotel een vergissing is gemaakt in de grootte van het bebouwingsoppervlakte.

2.1.    De Afdeling constateert dat in deze procedure uitsluitend de bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 2 november 2016 verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van het Blue Mansion Hotel aan de orde is. Dit betekent dat de Afdeling hetgeen [appellant] aanvoert over fouten die volgens hem zijn gemaakt bij verlening van de bouwvergunning in 2007 niet zal beoordelen.

    Het betoog faalt.

3.    [appellant] betoogt dat de rechtbank bij de beoordeling van zijn beroepsgrond over parkeren ten onrechte heeft verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 7 maart 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV8044. In die uitspraak zou het volgens [appellant] gaan om parkeerplaatsen die illegaal gebruikt werden.

3.1.    De Afdeling heeft in de uitspraak van 7 maart 2012 overwogen dat bij vervangende nieuwbouw slechts rekening dient te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan ten opzichte van de al bestaande parkeerbehoefte vanwege het te slopen pand. Enkel in dit verband heeft de rechtbank naar deze uitspraak van de Afdeling verwezen. Het college heeft de parkeerbehoefte voor restaurant ’t Farregat bepaald op 42 tot 49 parkeerplaatsen, terwijl de parkeerbehoefte voor het uitgebreide Blue Mansion Hotel is bepaald op 18 tot 22 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte voor het te slopen pand was derhalve groter dan de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Nu het college alleen rekening hoeft te houden met de parkeerbehoefte die de parkeerbehoefte van de vorige functie overschrijdt, heeft de rechtbank terecht overwogen dat het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat voor uitbreiding van het Blue Mansion Hotel voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dat het college heeft erkend dat hij ter zitting van de rechtbank ten onrechte heeft aangegeven dat aan beide zijden van de Oosteinderweg geparkeerd kan worden, leidt, anders dan [appellant] stelt, niet tot een ander oordeel. De parkeerbehoefte verandert daardoor immers niet.

    Het betoog faalt.

4.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. R.J.J.M. Pans, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, griffier.

w.g. Pans    w.g. Graaff-Haasnoot

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2019

531-855.