Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:577

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
25-02-2019
Datum publicatie
27-02-2019
Zaaknummer
201809516/2/R2
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 13 september 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Kromstraat 75-77" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201809516/2/R2.

Datum uitspraak: 25 februari 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb)) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend te Valkenswaard,

verzoeker,

en

de raad van de gemeente Valkenswaard,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 13 september 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Kromstraat 75-77" vastgesteld.

Tegen dit besluit heeft [verzoeker] beroep ingesteld.

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 14 februari 2019, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. W. Krijger, en de raad, vertegenwoordigd door M. Walta en drs. C. Evers, zijn verschenen. Voorts is daar [belanghebbende] als belanghebbende gehoord.

Overwegingen

1.    Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.    Het plan voorziet in de bouw van twee vrijstaande woningen met bijbehorende bouwwerken op gronden ter plaatse van de Kromstraat 75-77, ten zuiden van de kern Valkenswaard en waartoe een daar gelegen twee-onder-een-kapwoning zal worden gesloopt.

Het plan voorziet tevens in een bed & breakfast-mogelijkheid. De bed & breakfast kan deels in de twee woningen en deels in de bijbehorende bouwwerken worden ondergebracht.

Per woning is maximaal 200 m² aan bed & breakfast toegestaan, verspreid over maximaal zeven kamers per woning.

[verzoeker] woont aan de [locatie]. Hij beoogt met zijn verzoek de onomkeerbare gevolgen van inwerkingtreding van het plan te voorkomen.

3.    Ten aanzien van de ontvankelijkheid van het beroep van [verzoeker] overweegt de voorzieningenrechter dat het plangebied op een afstand van ongeveer 250 m ligt van het perceel waarop [verzoeker] woont. Tussen het plangebied en zijn perceel liggen onder meer woningen en een gedeelte van een kassencomplex. [verzoeker] heeft ter zitting niet weersproken dat het plangebied en de bij het plan mogelijk gemaakte bebouwing daarop vanaf zijn perceel niet zichtbaar zullen zijn.

In reactie op de stellingname van [verzoeker] dat hij overlast zal ondervinden vanwege verkeer van bezoekers van de woningen en de bed- en breakfastvoorzieningen, heeft de raad gesteld dat het aantal verkeersbewegingen ten gevolge van het plan op het desbetreffende deel van de Kromstraat zal toenemen met ongeveer 38 verkeersbewegingen per etmaal. Een dergelijke toename is, gelet op de bestaande verkeersintensiteit ter plaatse, van marginale betekenis, zodat niet aannemelijk is dat [verzoeker] daarvan hinder van enige betekenis zal ondervinden. [verzoeker] heeft dit standpunt niet met feiten onderbouwd weerlegd.

Gelet op het voorgaande verwacht de voorzieningenrechter dat in de hoofdzaak zal worden geoordeeld dat [verzoeker] niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat zijn beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

4.    Nu de verwachting is dat het beroep van [verzoeker] niet-ontvankelijk zal worden verklaard, dient zijn verzoek om voorlopige voorziening te worden afgewezen.

5.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. N.T. Zijlstra, griffier.

w.g. Hoekstra    w.g. Zijlstra

voorzieningenrechter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2019

240.