Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:508

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-02-2019
Datum publicatie
20-02-2019
Zaaknummer
201706342/3/R3
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2137, (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 6 maanden na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 28 juni 2017 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201706342/3/R3.

Datum uitspraak: 20 februari 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Vereniging Milieudefensie Drechtsteden en Stichting Nationaal Landschapskundig Museum en Documentatiecentrum (hierna: Milieudefensie en het Nationaal Landschapskundig Museum), beide gevestigd te Dordrecht,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Dordrecht,

verweerder.

Procesverloop

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 27 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2137, (hierna: de tussenuitspraak) heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 6 maanden na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 28 juni 2017 te herstellen. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

Bij besluit van 11 december 2018 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

Partijen zijn in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen over de wijze waarop de gebreken zijn hersteld. Zij hebben daarvan geen gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Inleiding

1.    Bij het besluit van 28 juni 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Dordtse Kil IV" vastgesteld. Het plan maakt onder meer de ontwikkeling van het bedrijventerrein Dordtse Kil IV mogelijk.

Het beroep tegen het besluit van 28 juni 2017

2.    Gelet op wat in de tussenuitspraak onder 19.4 en 19.5 is overwogen, is het besluit van 28 juni 2017 in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Het beroep van Milieudefensie en het Nationaal Landschapskundig Museum tegen dit besluit is gegrond. Het besluit van 28 juni 2017 dient te worden vernietigd, voor zover het de vaststelling betreft van artikel 7, lid 7.3, aanhef en onder a, en lid 7.5.1, en artikel 8, lid 8.3, aanhef en onder a, en lid 8.5.1, van de planregels.

Het besluit van 11 december 2018

3.    De Afdeling heeft de raad opgedragen om de in de tussenuitspraak onder 19.4 en 19.5 genoemde gebreken in het besluit van 28 juni 2017 te herstellen met inachtneming van hetgeen daarover in de tussenuitspraak is overwogen. Om aan de opdracht uit de tussenuitspraak te voldoen heeft de raad bij het besluit van 11 december 2018 het plan gewijzigd vastgesteld door artikel 7, lid 7.3 en lid 7.5.1, en artikel 8, lid 8.3 en lid 8.5.1, van de planregels te wijzigen en de plantoelichting aan te vullen.

4.    In artikel 6:19, eerste lid, van de Awb is het volgende bepaald:

"Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

5.    De Afdeling stelt vast dat met het besluit van 11 december 2018 niet geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van Milieudefensie en het Nationaal Landschapskundig Museum tegen het besluit van 28 juni 2017. Gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb moet het beroep daarom worden geacht mede te zijn gericht tegen het besluit van 11 december 2018.

6.    Milieudefensie en het Nationaal Landschapskundig Museum hebben naar aanleiding van het besluit van 11 december 2018 geen zienswijze naar voren gebracht. Dit betekent dat zij geen beroepsgronden over dat besluit hebben aangevoerd. Het van rechtswege ontstane beroep van Milieudefensie en het Nationaal Landschapskundig Museum tegen het besluit van 11 december 2018 is daarom ongegrond.

Proceskosten

7.    De raad dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Dordrecht van 28 juni 2017, kenmerk 1860151, gegrond;

II.    vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Dordrecht van 28 juni 2017, kenmerk 1860151, voor zover het de vaststelling betreft van artikel 7, lid 7.3, aanhef en onder a, en lid 7.5.1, en artikel 8, lid 8.3, aanhef en onder a, en lid 8.5.1, van de planregels;

III.    verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Dordrecht van 11 december 2018, kenmerk 2192638, ongegrond;

IV.    veroordeelt de raad van de gemeente Dordrecht tot vergoeding van bij Vereniging Milieudefensie Drechtsteden en Stichting Nationaal Landschapskundig Museum en Documentatiecentrum in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 37,57 (zegge: zevenendertig euro en zevenenvijftig cent), met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

V.    gelast dat de raad van de gemeente Dordrecht aan Vereniging Milieudefensie Drechtsteden en Stichting Nationaal Landschapskundig Museum en Documentatiecentrum het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 333,00 (zegge: driehonderddrieëndertig euro) vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. J.E.M. Polak, voorzitter, en mr. S.J.E. Horstink-von Meyenfeldt en mr. R.J.J.M. Pans, leden, in tegenwoordigheid van mr. R. Teuben, griffier.

w.g. Polak    w.g. Teuben

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2019

483.