Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:473

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
20-02-2019
Datum publicatie
27-02-2019
Zaaknummer
201802810/2/R1
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 12 februari 2018 heeft de raad van de gemeente Huizen het bestemmingsplan "Verplaatsing Lidl Huizen" vastgesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201802810/2/R1.

Datum uitspraak: 20 februari 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

BN International B.V., gevestigd te Huizen, en WP Retail Development & Management B.V., gevestigd te Amsterdam (hierna tezamen en in enkelvoud: BNI),

verzoekers,

en

het college van burgemeester en wethouders van Huizen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 12 februari 2018 heeft de raad van de gemeente Huizen het bestemmingsplan "Verplaatsing Lidl Huizen" vastgesteld.

Bij besluit van 22 februari 2018 heeft het college aan Lidl Nederland GmbH (hierna: Lidl) een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor het bouwen van een supermarkt.

Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van de artikelen 3.30 en 3.32 van de Wet ruimtelijke ordening.

Tegen deze besluiten heeft BNI beroep ingesteld.

BNI heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 december 2018, waar BNI, vertegenwoordigd door mr. A.J.G. Vegt en mr. H.J. Breeman, beiden advocaten te Rotterdam, en [gemachtigde A], en het college, vertegenwoordigd door M. Beuving, zijn verschenen. Voorts zijn Lidl, vertegenwoordigd door mr. D.H. Nas, advocaat te Nijmegen, [gemachtigde B] en [gemachtigde C] als partijen gehoord.

Overwegingen

1.    Bij uitspraak van heden, nr. 201802810/1/R1, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Derhalve is geen sprake meer van een geding. Daarom dient het verzoek als ongegrond te worden afgewezen.

2.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.L.M. van Loo, griffier.

w.g. Van Ettekoven    w.g. Van Loo

voorzitter    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2019

195-890.