Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:4061

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
04-12-2019
Datum publicatie
04-12-2019
Zaaknummer
201904593/1/A1
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2019:1949, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 6 november 2018 heeft het college aan Kronos Solar omgevingsvergunning verleend voor de duur van 25 jaar voor het realiseren van een zonnepark op een perceel aan de Hoondermaatsweg te Eibergen (hierna: het perceel).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Milieurecht Totaal 2020/7067
JG 2020/3 met annotatie van Thoonen, J.J.
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201904593/1/A1.

Datum uitspraak: 4 december 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

KS NL8 B.V., gevestigd te Arnhem (hierna: Kronos Solar),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 7 mei 2019 in zaak nr. 18/6823 in het geding tussen:

[partij] en anderen, allen wonend te Eibergen, gemeente Berkelland,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Berkelland.

Procesverloop

Bij besluit van 6 november 2018 heeft het college aan Kronos Solar omgevingsvergunning verleend voor de duur van 25 jaar voor het realiseren van een zonnepark op een perceel aan de Hoondermaatsweg te Eibergen (hierna: het perceel).

Bij uitspraak van 7 mei 2019 heeft de rechtbank het door [partij] en anderen daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 6 november 2018 vernietigd en het college opgedragen om opnieuw op de aanvraag te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft Kronos Solar hoger beroep ingesteld.

Het college en [partij] en anderen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Kronos Solar heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 september 2019, waar Kronos Solar, vertegenwoordigd door [gemachtigden], bijgestaan door mr. B. de Haan, advocaat te Arnhem, en het college, vertegenwoordigd door mr. I. Nikkels en E.J.E.M. Spanjaard, zijn verschenen. Verder zijn ter zitting [partij A] en [partij B] gehoord.

Overwegingen

    Inleiding

1.    Op 5 april 2018 heeft Kronos Solar een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een zonnepark op het perceel voor de duur van 25 jaar. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Buitengebied" (hierna: het bestemmingsplan). Op het perceel rust de bestemming "Agrarisch gebied met landschapswaarden". Vast staat dat het bouwplan in strijd is met deze bestemming.

    Om het bouwplan mogelijk te maken, heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo). Daaraan heeft het college de "Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Berkelland" ten grondslag gelegd.

2.    Op deze zaak is de Crisis- en herstelwet van toepassing.

Hoger beroep

3.    Kronos Solar betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de ruimtelijke inpassing van het beoogde zonnepark onvoldoende gewaarborgd is. Volgens Kronos Solar is de ruimtelijke inpassing voldoende gewaarborgd in de aan de bij besluit van 6 november 2018 verleende omgevingsvergunning verbonden voorschriften, omdat daarin onder meer is bepaald dat Kronos Solar de in de "inpassing zonnepark aan de Hoondermaatsweg gemeente Eibergen" van oktober 2018 (hierna: het landschapsplan) beschreven maatregelen dient uit te voeren binnen één jaar na de gedane gereedmelding als bedoeld in artikel 1.25 van het Bouwbesluit 2012. Niet het beheer- en beplantingsplan, maar het landschapsplan bevat de waarborg dat sprake zal zijn van een visuele afscherming en landschappelijke inpassing van het zonnepark, aldus Kronos Solar. Zo is in het landschapsplan opgenomen dat gekozen wordt voor dichte (struweel)singels tussen 5 en 10 m breed, mantelvegetatie en een kruidenzone. De landschappelijke inpassing is in het landschapsplan ook met een technisch plan gevisualiseerd. Het landschapsplan waarborgt volgens Kronos Solar bovendien dat een beheer- en beplantingsplan zal worden opgesteld, omdat op bladzijde 16 van het landschapsplan staat dat ten behoeve van de aan te planten en in te zaaien nieuwe beplanting in samenspraak met een ecoloog, vóór de bouw van het zonnepark, een ecologisch beheer- en beplantingsplan opgesteld zal worden. Nu deze maatregelen op grond van het aan het besluit van 6 november 2018 verbonden voorschrift dienen te worden uitgevoerd, is de landschappelijke inpassing bovendien handhaafbaar, aldus Kronos Solar. Daarnaast volgt uit de aan het besluit van 6 november 2018 verbonden voorschriften dat drie weken voor de aanplant een beheer- en beplantingsplan voorhanden moet zijn. Derhalve is het, anders dan de rechtbank heeft overwogen, wel mogelijk om vaststelling van het beheer- en beplantingsplan af te dwingen, aldus Kronos Solar.

3.1.    De rechtbank heeft terecht overwogen dat de ruimtelijke inpassing van het zonnepark onvoldoende is gewaarborgd. In het landschapsplan, door de rechtbank aangeduid als inpassingsplan, is onder meer beschreven dat de bestaande landschapstypen zullen worden gerespecteerd en versterkt. Het zonnepark zal visueel worden afgeschermd van de omgeving door landschapselementen, zoals (struweel)singels, moerasbos en moeras. Verder staat in het landschapsplan dat de ecologische zone ten noorden van het plan verbreed wordt met mantelvegetatie en dat de overige randen worden aangezet met dichte struweelsingels. De daarvoor te gebruiken beplanting dient streekeigen te zijn en bij het maken van een keuze van de soort beplanting wordt gekeken welke soort het insectenleven versterkt. Hiermee voorziet, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, het landschapsplan weliswaar in een kader, maar de nadere invulling daarvan zal moeten worden uitgewerkt in het beheer- en beplantingsplan. Vast staat dat het beheer- en beplantingsplan na het verlenen van de omgevingsvergunning in een privaatrechtelijke overeenkomst wordt vastgesteld en daardoor geen deel uitmaakt van de omgevingsvergunning. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, betekent dit dat het voor derden niet mogelijk is om bij het college te verzoeken om bestuursrechtelijke handhaving af te dwingen indien wordt afgezien van het vaststellen van een beheer- en beplantingsplan of indien wordt afgeweken van een vastgesteld beheer- en beplantingsplan. Gelet hierop heeft de rechtbank terecht overwogen dat de ruimtelijke inpassing van het zonnepark onvoldoende is gewaarborgd. De omstandigheid dat tekeningen van de dwarsdoorsnedes van de afscherming zijn gevisualiseerd in het landschapsplan en ook deel uitmaken van de bijlage behorende bij de omgevingsvergunning, leidt niet tot een ander oordeel, omdat deze stukken onvoldoende concreet zijn om op basis daarvan handhavend op te treden.

    Het betoog faalt.

4.    Kronos Solar betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte geen bestuurlijke lus heeft toegepast. Zij voert aan dat niet valt in te zien waarom het college niet in de gelegenheid gesteld had kunnen worden om de omgevingsvergunning te wijzigen door daaraan alsnog het door de rechtbank noodzakelijk geachte voorschrift te verbinden.

4.1.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen in de uitspraak van 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:712, is de ingevolge artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan de rechtbank toegekende bevoegdheid een zogenoemde bestuurlijke lus toe te passen discretionair van aard. De rechtbank heeft gemotiveerd overwogen geen ruimte te zien de zaak finaal te beslechten. Er is geen grond voor het oordeel dat de rechtbank gehouden was een bestuurlijke lus toe te passen.

Conclusie

5.    Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6.    Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht te bepalen dat tegen het nieuwe besluit slechts bij haar beroep kan worden ingesteld.

7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.    bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.

Aldus vastgesteld door mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, griffier.

w.g. Van der Beek-Gillessen    w.g. Graaff-Haasnoot

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 december 2019

531-884.