Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RVS:2019:376

Instantie
Raad van State
Datum uitspraak
06-02-2019
Datum publicatie
13-02-2019
Zaaknummer
201900489/1/V3
Formele relaties
Eerste aanleg: ECLI:NL:RBDHA:2019:177, Niet ontvankelijk
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Hoger beroep
Inhoudsindicatie

Bij besluit van 25 december 2018 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

201900489/1/V3.

Datum uitspraak: 6 februari 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 januari 2019 in zaak nr. NL18.25066 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluit van 25 december 2018 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

Bij uitspraak van 11 januari 2019 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. F.W. Verbaas, advocaat te Alkmaar, hoger beroep ingesteld.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

1.    Wat de vreemdeling met zijn hoger beroep kennelijk nastreeft, is bereikt, aangezien de vrijheidsontnemende maatregel op 7 januari 2019 is opgeheven, hem door de staatssecretaris een volledige schadevergoeding is aangeboden en de rechtbank de staatssecretaris in de proceskosten heeft veroordeeld.

    Voor het oordeel dat de vreemdeling niettemin nog belang heeft bij de beoordeling van het hoger beroep, bestaat geen grond.

2.    Het hoger beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.

3.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.T. Annen, griffier.

w.g. Verheij    w.g. Annen

lid van de enkelvoudige kamer    griffier

Uitgesproken in het openbaar op 6 februari 2019

765.